Uitspraak
[verweerder]
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
‘Het salaris (..) zal telkens op de 26e van de opvolgende maand worden overgemaakt (..)’.
Rechtbank Gelderland
De werknemer trad op 1 december 2023 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst zou eindigen op 1 juli 2024 en werd niet verlengd. De werkgever sprak op 20 juni 2024 ontslag op staande voet uit wegens het niet nakomen van re-integratieverplichtingen en het weigeren van passende werkzaamheden.
De werknemer betwistte de rechtsgeldigheid van het ontslag en vorderde onder meer transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding, billijke vergoeding, betaling van vakantiedagen en wettelijke rente. De kantonrechter onderzocht of de dringende reden voor ontslag op staande voet aanwezig was en oordeelde dat de werkgever onvoldoende had aangetoond dat sprake was van een dringende reden.
De werknemer had zich niet onredelijk gedragen in het kader van haar re-integratieverplichtingen en had de aangeboden alternatieve werkzaamheden verricht. De werkgever had ook niet tijdig het salaris betaald. De kantonrechter verklaarde het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig en veroordeelde de werkgever tot betaling van de gevorderde vergoedingen, inclusief wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven en de werkgever is veroordeeld tot betaling van diverse vergoedingen en kosten aan de werknemer.