Eiser heeft op 27 november 2024 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2005-2008, welke door de Dienst Toeslagen is afgewezen wegens te late indiening. De rechtbank oordeelt dat de aanvraag terecht is afgewezen omdat eiser niet binnen de wettelijke termijn tot 2 januari 2024 heeft aangevraagd en onvoldoende bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd om hiervan af te wijken.
Eiser stelde dat persoonlijke omstandigheden in 2023, waaronder een complexe verhuissituatie, maatschappelijke inzet voor Oekraïense vluchtelingen en langdurige emotionele overbelasting, een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigen. De rechtbank erkent de moeilijke situatie, maar acht deze niet schrijnend genoeg om de harde aanmeldtermijn te doorbreken. Ook de door eiser aangevoerde communicatiefouten en het niet meewegen van aanvullende stukken door de Dienst Toeslagen leiden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank concludeert dat de Dienst Toeslagen de hardheidsclausule terecht niet toepaste en dat de afwijzing van de aanvraag rechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de rechtbank draagt de Dienst Toeslagen op het betaalde griffierecht te vergoeden.