ECLI:NL:RBGEL:2025:8987
Rechtbank Gelderland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vorderingen en proceskosten in civiele zaak tussen twee besloten vennootschappen
In deze civiele procedure tussen twee besloten vennootschappen heeft de rechtbank Gelderland verstek verleend tegen de gedaagde partij die niet is verschenen. Eiseres vorderde betaling van een bedrag en bijkomende kosten, zoals incassokosten en proceskosten. De rechtbank heeft de vorderingen van eiseres grotendeels toegewezen, met uitzondering van het gevorderde bevelschrift ex artikel 237 lid 4 Rv Pro, omdat eiseres onvoldoende belang had bij deze vordering.
De rechtbank oordeelde dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond was en veroordeelde gedaagde tot betaling van een bedrag van €78.721,73 met wettelijke handelsrente vanaf 3 april 2025. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van €1.562,22 met wettelijke rente vanaf 15 september 2025. Tevens werden de proceskosten van eiseres vastgesteld op €4.509,25 en aan gedaagde opgelegd.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van den Toorn op 22 oktober 2025.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van hoofdsom, incassokosten en proceskosten, met uitzondering van het bevelschrift ex artikel 237 lid 4 Rv dat wordt afgewezen.