ECLI:NL:RBGEL:2025:8998

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
27 oktober 2025
Zaaknummer
25/947
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.L.M. Steinebach - de Wit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 AwbArt. 8:57 AwbArt. 2:1 WaboArt. 3.2 Mor
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Buiten behandeling laten aanvraag omgevingsvergunning wegens ontbrekende gegevens

Eiseres diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het opheffen van strijdig gebruik ten behoeve van een supermarkt. Het college verlengde de beslistermijn, maar liet de aanvraag buiten behandeling omdat niet alle benodigde gegevens, zoals de ruimtelijke onderbouwing en situatietekeningen, waren aangeleverd.

Eiseres maakte bezwaar tegen deze buiten behandelingstelling, maar het college handhaafde het besluit. De rechtbank stelde vast dat eiseres niet alle noodzakelijke gegevens had verstrekt, waardoor het college geen inhoudelijke beoordeling kon maken. De rechtbank oordeelde dat het college in redelijkheid het besluit kon nemen om de aanvraag buiten behandeling te laten.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het college de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gelaten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/947

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

Stichting Boomwortel, uit [plaats 1] , eiseres

(gemachtigde: W. Eilering),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar

(gemachtigde: mr. J.R. Smit).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het buiten behandeling laten van een aanvraag om omgevingsvergunning voor het opheffen van strijdig gebruik ten behoeve van een supermarkt aan de [locatie] in [plaats 2] [1] . Eiseres is het niet eens met de in bezwaar gehandhaafde buiten behandelingstelling van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de bij het bestreden besluit gehandhaafde buiten behandelingstelling van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres niet alle gegevens heeft verstrekt die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag
.Het college heeft daarom in redelijkheid kunnen besluiten om de aanvraag buiten behandeling te laten. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning, het college heeft deze aanvraag met het besluit van 23 januari 2024 buiten behandeling gelaten. Met het bestreden besluit van 9 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij dit besluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [2]

Totstandkoming bestreden besluit

3. Eiseres heeft op 18 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het opheffen van strijdig gebruik ten behoeve van een supermarkt aan de [locatie] in [plaats 2] . Het college heeft met een besluit van 7 december 2023 de beslistermijn verlengd tot 24 januari 2024. Op 20 december 2023 is eiseres verzocht om de ontbrekende gegevens uiterlijk voor 17 januari 2024 aan te leveren. Het college heeft binnen de gestelde termijn geen aanvulling ontvangen en om die reden is de aanvraag op 23 januari 2024 buiten behandeling gelaten. [3] Op 24 januari is een deel van de gevraagde gegevens per post ontvangen. Tegen het besluit van het college om de aanvraag buiten behandeling te laten heeft eiseres op 20 februari 2024 bezwaar gemaakt.
3.1.
Tijdens de hoorzitting van 22 mei 2024 is, op verzoek van de Adviescommissie voor de bezwaarschriften, afgesproken dat eiseres en het college nogmaals in overleg zouden treden om te proberen tot een ontvankelijke aanvraag te komen. Op 23 juli 2024 heeft het college per e-mail aangegeven welke gegevens eiseres nog moet aanleveren.
3.2.
Op 30 september 2024 heeft het college aanvullende gegevens van eiseres ontvangen, vervolgens heeft het college op 15 november 2024 aan eiseres laten weten dat de aangeleverde gegevens nog steeds niet voldoende zijn om het initiatief goed te kunnen beoordelen. De ruimtelijke onderbouwing en een situatietekening van de bestaande toestand en van de nieuwe toestand ontbreken. Het college heeft met het besluit van 9 januari 2025 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
3.3.
Op 24 maart 2025 heeft de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het college volgens haar niet tijdig heeft beslist op de aanvraag van 18 oktober 2023, kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. In deze uitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat het besluit van 23 januari 2024 niet door het college is herroepen of ingetrokken, zoals eiseres stelt. [4]

Beoordeling door de rechtbank

4. Het geschil dat aan de rechtbank is voorgelegd beperkt zich tot de vraag of de aanvraag al dan niet terecht buiten behandeling is gesteld. Omdat het beroep zich hiertoe beperkt, komt de rechtbank aan het achterliggende geschil, namelijk de vraag of het college de gevraagde omgevingsvergunning moest verlenen, niet toe.
Heeft het college in redelijkheid kunnen stellen dat de overgelegde gegevens niet voldoende waren?
5. Eiseres stelt dat volgens vaste rechtspraak de vraag of de gewraakte planregels wegens strijd met de Dienstenrichtlijn onverbindend moeten worden geacht vooraf gaat aan de beoordeling of het college heeft kunnen weigeren om afwijking van het omgevingsplan toe te staan. Daarom is het volgens eiseres onjuist dat eerste alle gegevens om af te wijken van de planregels moeten zijn aangeleverd en zou het college eerst moeten beoordelen of de planregels wegens strijd met de Dienstenrichtlijn onverbindend moeten worden geacht.
5.1.
In artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat het college kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, wanneer de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking. In de Regeling omgevingsrecht (de Mor) zijn indieningsvereisten opgenomen die gelden voor het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met planologische voorschriften. Op grond van artikel 3.2, aanhef en onder b, van de Mor moet de aanvrager gegevens verstrekken over de gevolgen van het beoogde gebruik voor de ruimtelijke ordening (ruimtelijke onderbouwing). Verder moet de aanvrager op grond van 3.2, aanhef en onder d, van de Mor een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand verstrekken. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat het aan het college is om te beoordelen of het over voldoende gegevens en bescheiden beschikt om een besluit op een aanvraag te nemen. [5] Gelet hierop moet de rechtbank de vraag beantwoorden of het college in redelijkheid om de aanvullende stukken heeft kunnen vragen om de aanvraag te kunnen beoordelen.
5.2.
De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet alle gegevens heeft verstrekt die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Weliswaar kan volgens vaste rechtspraak, indien de aanvrager van een omgevingsvergunning van mening is dat het niet toestaan van de door hem aangevraagde activiteit in strijd is met een hogere regeling, zoals de Dienstenrichtlijn, dat ook in die procedure aanvoeren. [6] Dit betekent echter niet dat de indieningsvereisten die gelden op grond van de Mor niet meer van toepassing zijn. Het blijft aan het college om te beoordelen of het over voldoende gegevens beschikt om een besluit op de aanvraag te kunnen nemen. Met betrekking tot de situatietekeningen en de ruimtelijke onderbouwing heeft eiseres de gevraagde, noodzakelijke gegevens niet aangeleverd. Het college moet kunnen beoordelen of een supermarkt op de betreffende locatie wenselijk en haalbaar is en of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Door dit gebrek aan gegevens heeft het college geen inhoudelijke beoordeling kunnen maken, zodat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de beslissing op bezwaar in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach - de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. J. van Oosterhout, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 2:1, eerste lid, en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
2.Met toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb.