Eiser, producent van voedingssupplementen, vordert betaling van een bedrag wegens onbetaalde koopsom van shakes en sportdranken. Gedaagde, een financiële holding, wordt aangesproken op nakoming van de koopovereenkomst, maar stelt zich niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde geen partij is bij de koopovereenkomst. Bestellingen en facturering liepen via een ander bedrijf dat nog opgericht moest worden. De vertegenwoordiging door gedaagde was niet bevoegd en er is geen schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Daarom worden de vorderingen van eiser afgewezen. In de vrijwaringszaak wordt de vordering afgewezen omdat er geen veroordeling in de hoofdzaak is. Ook de gevorderde advocaatkosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.151,00, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten van betekening. Tegen gedaagde en de andere partijen in de vrijwaringszaak wordt verstek verleend en zij worden niet in de proceskosten veroordeeld.