Eiser heeft voor vijf verschillende adressen aanvragen ingediend voor de eenmalige energietoeslag 2022, maar het college heeft deze afgewezen omdat eiser niet op deze adressen woont en hij voor het adres waar hij wel staat ingeschreven al een toeslag heeft ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat het begrip 'huishouden' in de beleidsregels moet worden geïnterpreteerd als de bewoners van een adres of het gezin dat daar woont. Aangezien eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een huishouding voert of bewoner is van de vijf andere adressen, kan hij geen aanspraak maken op de toeslag voor die adressen.
Daarnaast is geoordeeld dat het college binnen de gestelde termijn heeft beslist en dat er geen sprake is van onbehoorlijk bestuur of onrechtmatig besluit. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
De rechtbank wijst ook het verzoek om schadevergoeding af wegens het ontbreken van een onrechtmatig besluit.
Tenslotte is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.