ECLI:NL:RBGEL:2025:92

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 januari 2025
Publicatiedatum
10 januari 2025
Zaaknummer
C/05/442103 / FA RK 24-3313
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 6.3 lid 1 Wet IB 2001
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herstelbeschikking partneralimentatie bij duurzaam gescheiden leven

In deze zaak verzocht de vrouw om herstel van een beschikking waarin een bruto bedrag aan partneralimentatie was vastgesteld. Zij stelde dat de alimentatie niet aftrekbaar is zolang partijen nog op hetzelfde adres staan ingeschreven en dus niet duurzaam gescheiden leven. De man betwistte dit en stelde dat de alimentatie wel aftrekbaar is omdat partijen feitelijk gescheiden wonen en geen gezamenlijke huishouding voeren.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot herstel niet kon worden ingewilligd omdat het niet om een kennelijke fout ging die zich voor eenvoudig herstel leent. De kern van het geschil is de uitleg van de term 'duurzaam gescheiden' zoals gehanteerd door de Belastingdienst, wat een juridische interpretatie betreft en geen reken- of schrijffout.

De rechtbank verduidelijkte dat op grond van het arrest van de Hoge Raad uit 1960 de feitelijke situatie bepalend is voor duurzaam gescheiden leven, waarbij niet de formele inschrijving maar het feitelijk verbroken zijn van de samenleving en de wil tot duurzame gescheidenheid doorslaggevend zijn. Aangezien de man elders woont en partijen hun samenleving feitelijk hebben verbroken, is aan deze voorwaarden voldaan.

Daarom is de partneralimentatie in deze situatie aftrekbaar voor de vrouw en belastbaar voor de man. Het verzoek tot herstel van de beschikking wordt afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot herstel van de beschikking inzake partneralimentatie wordt afgewezen omdat geen kennelijke fout is vastgesteld.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/442103 / FA RK 24-3313
Datum uitspraak: 13 januari 2025
herstelbeschikking
in de zaak van
[naam man], hierna de man,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. E. van de Burgwal te Amersfoort,
tegen
[naam vrouw], hierna de vrouw,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. E.V.S. van Baarle te Zeewolde.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De vrouw heeft per brief van 27 november 2024 verzocht om de beschikking van 25 november 2024 te herstellen. Volgens de vrouw is in de beschikking sprake van een kennelijke fout, omdat er een bruto bedrag aan partneralimentatie is genoemd, terwijl de partneralimentatie niet aftrekbaar is zolang partijen niet gescheiden zijn. Volgens de vrouw moeten partijen gescheiden zijn én duurzaam gescheiden leven. Nu dit niet het geval is, is de partneralimentatie niet aftrekbaar. De vrouw verzoekt daarom de beschikking te herstellen en het netto bedrag aan partneralimentatie in de beschikking op te nemen.
1.2.
De man is in de gelegenheid gesteld om op het verzoek te reageren. Hij heeft dit per brief van 10 december 2024 gedaan. De man stelt dat de partneralimentatie wel aftrekbaar is, omdat partijen niet op hetzelfde adres verblijven en geen gezamenlijke huishouding voeren. De man concludeert tot afwijzing van het verzoek, omdat er in de beschikking geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
1.3.
De vrouw heeft per brief van 11 december 2024 gereageerd op de brief van de man en handhaaft haar verzoek om over te gaan tot afgifte van een herstelbeschikking.
1.4.
De man heeft per brief van 12 december 2024 gereageerd en stelt primair dat het niet gaat om een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent en de partneralimentatie bovendien in de situatie van partijen aftrekbaar is voor de vrouw en belastbaar is voor de man.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de
rechter op verzoek van een partij of ambtshalve een kennelijke rekenfout, schrijffout of
andere kennelijke fout in zijn beschikking verbeteren, mits de fout zich voor eenvoudig
herstel leent. Het criterium hierbij is of voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een
vergissing sprake is.
2.2.
In deze procedure gaat het om de vraag of de rechtbank een bruto of netto bedrag aan partneralimentatie had moeten vaststellen. Partijen verschillen van mening over de vraag of de partneralimentatie al dan niet belastbaar (bij de vrouw) en aftrekbaar (bij de man) is, nu partijen wel gescheiden wonen maar nog op hetzelfde adres staan ingeschreven.
2.3.
De rechtbank zal het verzoek tot herstel afwijzen, omdat het niet gaat om een kennelijke fout, maar om de vraag hoe de Belastingdienst de term ‘duurzaam gescheiden’ interpreteert. Het verzoek leent zich dus niet voor een eenvoudig herstel.
2.4.
De rechtbank is overigens van oordeel dat er in de beschikking geen sprake is van een fout en zal uitleggen waarom. Artikel 6.3, lid 1 van de Wet IB 2001 ziet op de aftrek van alimentatie-uitkeringen. Daarbij kan het gaan om uitkeringen na echtscheiding, een uitkering aan een van tafel en bed gescheiden echtgenoot of uitkeringen in geval echtgenoten duurzaam gescheiden leven.
2.5.
Op basis van het arrest van de Hoge Raad van 10 februari 1960 [1] is de feitelijke toestand beslissend voor het antwoord op de vraag of sprake is van duurzaam gescheiden leven. Het gaat niet om een formeel-juridische scheiding, maar om het feitelijk verbroken zijn van de echtelijke samenleving. Van belang is dan dat naast de feitelijke toestand ook de wil van beide of één van beide partners gericht is op duurzame gescheidenheid. In een procedure rondom het treffen van voorlopige voorzieningen in het kader van de echtscheidingsprocedure, is er sprake van de wil tot duurzame gescheidenheid. Nu partijen hun samenleving feitelijk verbroken hebben (de man woont elders) is aan beide voorwaarden voldaan.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. T. Hermans, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. M. Cox-Weber als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2025.

Voetnoten

1.HR 10 februari 1960, BNB 1960/77.