ECLI:NL:RBGEL:2025:9286

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 oktober 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
05-278706-23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a OpiumwetLijst I Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van bezit harddrugs door militair

Verdachte werd ten laste gelegd dat hij in de periode van 13 juli tot en met 15 augustus 2022 in Nederland, al dan niet samen met anderen, opzettelijk harddrugs (MDMA en/of XTC) aanwezig had. De officier van justitie vorderde een geldboete van €600, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege het ontbreken van concreet bewijs.

Het onderzoek richtte zich op het uitlezen van mobiele telefoons van militairen, waarbij verdachte in WhatsApp-groepen werd aangetroffen met gesprekken die mogelijk druggerelateerd waren. Deze berichten bevatten onder meer afspraken over hoeveelheden en prijzen van MDMA/XTC. Echter, deze gesprekken waren niet voldoende om het daadwerkelijke bezit van harddrugs te bewijzen.

De militaire kamer oordeelde dat het enkel voeren van dergelijke gesprekken onvoldoende bewijs vormt voor het daadwerkelijk aanwezig hebben van harddrugs. Er waren geen andere aanwijzingen in het dossier die het bezit konden bevestigen. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bezit van harddrugs.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/278706-23
Datum uitspraak : 27 oktober 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[naam 1],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonende [adres]
Raadsman: mr. H.J.G. Dudink, advocaat in Haarlem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 13 juli 2022 tot en met 15 augustus 2022 te Assen en/of Marknesse en/of Lelystad en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een andere of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 1 gram, in elk geval (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of
- ( een) hoeve(e)lhe(i)d(en) zogenoemde XTC-tablet(ten)/pil(len), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 600,00.
De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit. Uit niets blijkt dat verdachte (daadwerkelijk) harddrugs aanwezig heeft gehad. Er zijn slechts – en bovendien in de telefoon van een ander – whatsappgesprekken aangetroffen waarin mogelijk gesproken wordt over drugs. In deze gesprekken worden ook veelvuldig andere zaken besproken die onmogelijk serieus te nemen zijn.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Bij een strafrechtelijk onderzoek naar het verstrekken en aanwezig hebben van verdovende middelen zoals bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet onder militairen zijn de mobiele telefoons van verschillende militairen inbeslaggenomen en uitgelezen. Bij het uitlezen van de mobiele telefoons van een van deze militairen is verdachte in beeld gekomen.
De militaire kamer constateert dat uit het dossier volgt dat ene [naam 1] met het nummer eindigend op [nummer 2] deelneemt aan de whatsappgroepen [naam whatsappgroep 1] en [naam whatsappgroep 2] . Uit een CIOT bevraging volgt dat het telefoonnummer [nummer 3] op naam van verdachte staat.
In de genoemde whatsappgroepen zijn volgens de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) vermoedelijk druggerelateerde gesprekken aangetroffen. Zo schrijft [naam 1] op 13 juli 2022 in de whatsappgroep [naam whatsappgroep 1] onder meer de volgende berichten:
[naam 1] :
Wie willen er allemaal m.
[naam 1] :
Denk wel gram de neus en dan voor de gene die beetje willen/ testen eentje delen.
[naam 1]
100 euro 4g. [verschilende namen] ? Leg je 13 euro pp in, kan je 5g halen.(sticker van een man die zijn duim op steekt)
[naam 1] :
Daarom wel 5g, ik wil ook voornamelijk M.
[naam 1] :
Je likt wel lekker door hoor met M. En wat je niet op krijgt bewaar je tot paradigm ofzo.
[naam 1] :
Ja. Misschien doet ie wel iets goedkoper omdat we zoveel doen.
[naam 1]
Sommige gaan meer op pillen denk?
[naam 1]
Dus iedereen even aangeven wat die wilt gaan gebruiken en welke hoeveelheid.
[naam 1]
1g, [naam 2] 1g, [naam 3] 1g, [naam 4] lg, [naam 5] 1g, [naam 6] 0,5, [naam 7] 0,5.
[naam 1] :
1g, [naam 2] 1g, [naam 3] 1g, [naam 4] 1g, [naam 8] lg, [naam 9] 1g, [naam 3] 0,5, [naam 10] 0,5,
[naam 1]
Totaal bedrag, iedereen die 0,5 heeft €15, 0,75 €22,5, 1 €30. Claro. Open tikkie.
De militaire kamer overweegt dat het onderzoek door de KMar beperkt is gebleven tot het uitlezen van whatsappberichten. Het enkele feit dat verdachte whatsappgesprekken heeft gevoerd die op zichzelf een drugsgerelateerde strekking lijken te hebben is naar het oordeel van de militaire kamer onvoldoende om te bewijzen dat verdachte in de periode van 13 juli 2022 tot 15 augustus 2022 ook daadwerkelijk MDMA en/of XTC-tabletten/pillen aanwezig heeft gehad. Het procesdossier bevat verder geen aanknopingspunten waaruit blijkt dat verdachte in de tenlastegelegde periode de genoemde harddrugs aanwezig heeft gehad. De militaire kamer is van oordeel dat alleen het voeren van gesprekken over drugs onvoldoende is om tot wettig en overtuigend bewijs te komen voor het aanwezig hebben van drugs.

4.De beslissing

De militaire kamer spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.T. Rademaker (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs, rechters, en kapitein-ter-zee (LD) mr. J.L. Wesstra, militair lid, in tegenwoordigheid van L. Willems en mr. H.J. Damen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 oktober 2025.