ECLI:NL:RBGEL:2025:9470

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
456501
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Contact- en locatieverbod vader na relatiebreuk ter bescherming moeder en kind

Partijen hebben een relatie gehad en samen een minderjarige zoon. Na het beëindigen van de relatie ontstond onenigheid over de zorgregeling en het contact tussen vader en moeder.

De vader vorderde nakoming van de zorgregeling, terwijl de moeder een contact- en locatieverbod tegen de vader vorderde wegens grensoverschrijdend en onveilig gedrag. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vader geen belang meer had bij een kort geding over de zorgregeling, omdat hierover een bodemprocedure loopt.

De moeder stelde dat de vader zich niet aan veiligheidsafspraken hield, stalkte en bedreigde, wat werd onderbouwd met meldingen bij Veilig Thuis, aangifte en politieonderzoek. De voorzieningenrechter achtte het contact- en locatieverbod noodzakelijk en proportioneel om rust en veiligheid te waarborgen.

Het verbod geldt voor 6 maanden en omvat een contactverbod en een verbod om zich in de directe omgeving van de woning van de moeder te bevinden. De moeder is gemachtigd het vonnis met politiehulp ten uitvoer te leggen. De vader moet een dwangsom betalen bij overtreding. Proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.

Uitkomst: Vader wordt voor 6 maanden een contact- en locatieverbod opgelegd met dwangsom en politie-executiemachtiging.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/456501 / KZ ZA 25-147
Vonnis in kort geding van 10 november 2025
in de zaak van
[naam vader], hierna de vader,
wonende te [woonplaats vader] ,
advocaat mr. S. Rahimzadeh te Amsterdam,
eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,
tegen
[naam moeder], hierna de moeder,
wonende te [woonplaats moeder] ,
advocaat mr. W.H. Boer te Heerde
gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van de vader;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van de moeder;
- de nadere stukken van de vader van 21 oktober 2025;
- de nadere stukken van de moeder van 24 oktober 2025;
- de mondelinge behandeling van 27 oktober 2025, waarbij zijn verschenen:
  • de vader en zijn advocaat;
  • de moeder en haar advocaat;
  • een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt. De advocaat van de moeder heeft een pleitnota voorgedragen; deze behoort tot de processtukken.
1.2.
Het kort geding is gelijktijdig behandeld met de procedure tussen ouders over de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling (zaaknummer: C/05/456637 / FZ RK 25-2232).

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben een relatie met elkaar gehad.
2.2.
Zij hebben samen een zoon:
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] .
2.3.
De vader heeft [minderjarige] erkend. De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
2.4.
Partijen hebben na het verbreken van hun relatie enige tijd uitvoering gegeven aan een regeling waarbij [minderjarige] bij de vader verblijft:
  • in de even weken van woensdagochtend 9.00 uur tot woensdagavond 18.00/19.00 uur en van vrijdagmiddag 13.00 uur tot maandagmiddag 14.00 uur, en
  • in de oneven weken van woensdagmiddag 13.00 uur tot donderdagmiddag 14.00 uur.

3.Het geschil

3.1.
De vader vordert - samengevat – nakoming van de zorgregeling zoals genoemd in 2.4., bij gebreke waarvan de moeder aan de vader een dwangsom zal verbeuren van € 1.000 per keer dat zij de zorgregeling niet nakomt, met een maximum van € 50.000.
3.2.
De moeder voert verweer. Zij vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
In conventie:
I. de vader niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel zijn vorderingen af te wijzen;
In reconventie:
II. te bepalen dat het de vader wordt verboden om gedurende 12 maanden na betekening van het vonnis persoonlijk, schriftelijk, telefonisch, per sms, via whatsapp, per e-mail, per social media of anderszins contact te hebben of contact op te nemen met de moeder;
III. te bepalen dat het de vader wordt verboden om gedurende 12 maanden na betekening van het vonnis zich te bevinden in de directe omgeving van de woning van de moeder aan [adres] te [woonplaats moeder] , met name binnen het gearceerde gebied dat wordt begrensd door de [straatnamen] , zoals staat aangegeven op de als productie 12 gehechte plattegrond;
IV. de moeder te machtigen om de vader met behulp van de sterke arm van politie en justitie uit het onder III genoemde gebied te verwijderen indien hij zich niet aan het verbod houdt;
V. te bepalen dat de vader een dwangsom zal verbeuren van € 250 voor iedere handeling die hij in strijd met het onder II en III genoemde verbod verricht, nadat twee dagen na betekening van het vonnis zijn verstreken, met een maximum van € 15.000;
VI. althans een beslissing te nemen als de voorzieningenrechter juist acht.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang (ontvankelijkheid)
4.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vereiste spoedeisendheid in deze procedure voortvloeit uit de aard van de vordering, namelijk het contactherstel tussen vader en kind en het gevorderde contact- en locatieverbod. De voorzieningenrechter acht beide ouders daarom ontvankelijk in hun vorderingen.
4.2.
De voorzieningenrechter zal overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen in conventie en reconventie.
Nakoming zorgregeling(vordering vader in conventie)
4.3.
De voorzieningenrechter heeft tegelijk met dit kort geding de procedure over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling behandeld. De rechtbank neemt in die bodemprocedure een beslissing over de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] . Dat betekent dat de vader geen belang meer heeft bij een beslissing in kort geding. De voorzieningenrechter wijst daarom de vordering van de vader in conventie af.
Contact- en locatieverbod(vordering moeder in reconventie)
4.4.
De voorzieningenrechter zal het door de moeder gevorderde contact- en locatieverbod toewijzen voor de duur van 6 maanden. De voorzieningenrechter zal uitleggen waarom.
4.5.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat een contact- en locatieverbod een ingrijpend middel is dat met terughoudendheid moet worden toegepast. Zo’n verbod vormt namelijk een inbreuk op iemands recht om zich vrijelijk te verplaatsen en op de persoonlijke vrijheid van een individu (hier de vader). Voor het toewijzen van zo’n ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen. Van belang is daarom of het door de moeder gestelde voldoende aannemelijk is geworden en aangemerkt moet worden als onrechtmatig handelen van de vader jegens haar. Dan wel of dit de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van een dreiging van onrechtmatig handelen.
4.6.
De moeder voelt zich onveilig. Uit haar aangifte blijkt dat zij dit gevoel al heeft sinds zij heeft aangegeven bij de vader niet samen verder te willen. De vader is vanaf dat moment zeer emotioneel en vertoont controlerend gedrag. Dit gedrag is volgens haar doorgegaan nadat zij daadwerkelijk uit elkaar zijn gegaan. De vader geeft het ene moment aan niets meer met haar en hun zoon te maken te willen hebben of dreigt hij zichzelf iets aan te doen en het volgende moment volgen emotionele liefdesverklaringen.
4.7.
De voorzieningenrechter benoemt hieronder de belangrijkste omstandigheden die de moeder heeft aangevoerd. In mei 2025 heeft de moeder een voicerecorder in de tas van hun zoon gevonden. In diezelfde periode laat de vader weten dat hij zich heeft aangemeld voor een euthanasietraject en hij stuurt de moeder een bericht waarin hij schrijft
‘nu begin ik te snappen dat mannen soms hun ex wat aan doen door die vieze actie en dan geef ik ze gelijk in’. [1] De vader wordt zonder reden bij haar in de straat gesignaleerd. Met het CJG en Veilig Thuis zijn vervolgens op 14 juli 2025 veiligheidsafspraken gemaakt, maar deze afspraken heeft de vader direct overtreden door de moeder na het gesprek achterna te rijden. Veilig Thuis schrijft daarover:
‘ [vader] helaas lukte het je niet om na de afspraak, aan onze veiligheidsvoorwaarde te houden. We zagen dat je [moeder] benaderde en achterna reed, dit is niet de afspraak die we net gezamenlijk hebben gemaakt.’ [2]
Op 30 augustus 2025 treft de moeder een verborgen camera aan in het achterpad bij haar woning, met een powerbank die de moeder na de relatiebreuk in de woning waar de vader bleef wonen heeft achtergelaten. [3]
De moeder heeft op 10 september 2025 aangifte gedaan van stalking, mishandeling en bedreiging. Uit de overgelegde aangifte blijkt het volgende:
‘opmerking verbalisant:
Ten tijden van het opnemen van de aangifte werd verbalisant en aangever gestoord door collega’s. Deze collega’s gaven aan dat zij [vader] ten tijde van aangevers aanwezigheid op het politiebureau meerdere keren langs hebben zien rijden. Collega’s hebben [vader] vervolgens staande gehouden en een stopgesprek met [vader] gevoerd. Ook is de auto van aangever onderzocht op eventuele trackers/bakens.’ [4]
De vader heeft verder erkend dat hij ook nog na dit stopgesprek - en tot kort voor de mondelinge behandeling van deze zaak - in de buurt van de woning van de moeder is geweest. De moeder is inmiddels aangesloten op het AWARE-systeem van Moviera en het adres van haar ouders heeft een AOL-status gekregen. De politie schat het risico op stalking in als ‘hoog’. [5]
4.8.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door de moeder aangevoerde feiten en omstandigheden gelet op de aard en de ernst ervan een contact- en locatieverbod rechtvaardigen. Zij heeft een zwaarwegend belang bij haar vorderingen. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de vader na het verbreken van de relatie, en ook na het stopgesprek met de politie, op een grensoverschrijdende manier is blijven proberen om zicht te krijgen op de moeder. De vader erkent ook dat hij moeite heeft met de relatiebreuk en dat hij te ver is gegaan. Dit triggert bij hem trauma’s uit het verleden. Hij heeft last van paniekaanvallen en verlatingsangst. Hij stelt dat hij inmiddels hulp heeft gezocht. Volgens de vader heeft hij de moeder uit onmacht te vaak opgezocht nadat zij de omgang tussen hem en hun zoon had stopgezet.
4.9.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de handelingen en uitspraken van de vader ver buiten de grenzen liggen van gevoelens die gepaard gaan met het eindigen van een relatie en het minder zien van een kind. De voorzieningenrechter volgt de vader ook niet in zijn uitleg dat dit gedrag (enkel) voortkomt uit het stopzetten van het contact met zijn zoon. Dat speelt namelijk pas sinds augustus, terwijl in juli Veilig Thuis het al nodig heeft gevonden om veiligheidsafspraken te maken, waar de vader zich bovendien direct na het gesprek al niet aan heeft weten te houden. De voorzieningenrechter vreest dat de vader niet zonder meer kan accepteren dat de relatie met de moeder voorbij is en over grenzen heen zal blijven gaan. Het contact- en locatieverbod is nodig om rust en veiligheid te creëren.
4.10.
De vader heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij door het gevorderde contactverbod onevenredig in zijn dagelijks leven wordt beperkt. Dit geldt ook voor het gevorderde locatieverbod. De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling genoemd dat hij binnen het gearceerde deel therapie volgt en dat hij daar zou werken als [functie] . De moeder heeft dit gemotiveerd betwist en van de zijde van de vader is geen enkele onderbouwing gegeven voor deze stellingen. Nu de vader woont in [woonplaats vader] , acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat hij therapie is gaan volgen in [woonplaats moeder] , de nieuwe woonplaats van de moeder. Mocht dit wel het geval zijn, dan kan in ieder geval van hem verwacht worden om ergens anders een therapeut te zoeken dan in de woonplaats van de moeder. Enige noodzaak hiertoe is namelijk niet gebleken.
4.11.
In verband met de eisen van proportionaliteit zal de voorzieningenrechter het contact- en locatieverbod in duur beperken en opleggen voor 6 maanden. Daarbij weegt de voorzieningenrechter mee dat de vader zegt hulp te hebben gezocht en er in de andere procedure een begeleide zorgregeling is vastgesteld die hopelijk meer rust zal brengen bij beide ouders. De voorzieningenrechter acht de termijn van 12 maanden daarom een te grote inbreuk. De voorzieningenrechter merkt nog op dat de moeder de vader via de e-mail zal informeren over hun zoon. Gelet op het contactverbod is het de vader niet toegestaan om daarop te reageren.
4.12.
De voorzieningenrechter zal de plattegrond met daarop het gebied waarop het locatieverbod ziet, aan het vonnis hechten.
Sterke arm
4.13.
Omdat de betrokkenheid van politie vaker nodig is geweest, machtigt de voorzieningenrechter de moeder om het vonnis met behulp van de sterke arm ten uitvoer te leggen.
Dwangsom
4.14.
Omdat de vader heeft laten zien dat hij de wens van de moeder om met rust gelaten te worden moeilijk kan respecteren, zal de voorzieningenrechter de door de moeder gevorderde dwangsom toewijzen. De hoogte van de gevorderde bedragen zijn niet weersproken en naar het oordeel van de voorzieningenrechter proportioneel.
Proceskosten
4.15.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
In conventie
5.1.
wijst de vordering van de vader af;
In reconventie
5.2.
verbiedt de vader gedurende 6 maanden na betekening van het vonnis persoonlijk, schriftelijk, telefonisch, per sms, via whatsapp, per e-mail, per social media of anderszins contact te hebben of contact op te nemen met de moeder;
5.3.
verbiedt de man om gedurende 6 maanden na betekening van het vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in de directe omgeving van de woning van de moeder aan [adres] te [woonplaats moeder] , met name binnen het gearceerde gebied dat wordt begrensd door de [straatnamen] , zoals staat aangegeven op de aangehechte plattegrond;
5.4.
veroordeelt de vader om aan de moeder een dwangsom te betalen van € 250 voor iedere handeling die hij in strijd met het onder 5.2 of 5.3 vermelde verbod zal verrichten, tot een maximum van € 15.000 is bereikt;
5.5.
machtigt de moeder om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien de man de onder 5.2 en 5.3 genoemde verboden overtreedt;
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.E.H. Bovy en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2025.

Voetnoten

1.Productie 3 bij conclusie van antwoord.
2.Productie 4 bij conclusie van antwoord.
3.Productie 5 bij conclusie van antwoord.
4.Productie 7 bij conclusie van antwoord.
5.Productie 17 bij conclusie van antwoord, score Screening Assessment for Stalking and Harassment (SASH).