ECLI:NL:RBGEL:2025:9516
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet op invoer hennep uit het buitenland
De rechtbank Gelderland behandelde op 5 september 2025 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk binnenbrengen van hennep in Nederland. Verdachte had twee pakketten aangenomen van een medeverdachte, waarvan bekend was dat deze hennep bevatten. De officier van justitie stelde dat verdachte medepleger was en op zijn minst voorwaardelijk opzet had op de invoer van de hennep uit Spanje.
De rechtbank stelde vast dat verdachte wel wist dat de pakketten hennep bevatten, maar dat er geen bewijs was dat hij wist dat deze pakketten uit het buitenland kwamen. Er waren geen aanwijzingen op de pakketten, noch op de telefoon van verdachte, noch in chatberichten die dit konden bevestigen. De medeverdachte had wel chats waarin hij aangaf dat de pakketten uit Spanje kwamen, maar verdachte was niet betrokken bij deze communicatie.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van bewijs voor het opzet op het invoeren van de hennep uit het buitenland betekent dat verdachte niet schuldig kon worden bevonden aan het ten laste gelegde. Ook het argument van de officier van justitie dat verdachte een aanmerkelijke kans op de buitenlandse herkomst had aanvaard, werd verworpen wegens gebrek aan aanwijzingen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide ten laste gelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij wist dat de henneppakketten uit het buitenland kwamen.