ECLI:NL:RBGEL:2025:9713
Rechtbank Gelderland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Geen koopovereenkomst bedrijfspand door ontbreken overeenstemming over essentialia
Het geschil betreft de vraag of tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen voor de aankoop van een bedrijfspand. [Eiser] bracht een bod uit via Domicilie, de makelaar en vastgoedadviseur van [gedaagde in hoofdzaak]. Hoewel er e-mailcorrespondentie en telefonische contacten waren over prijs en voorwaarden, is de rechtbank van oordeel dat geen overeenstemming over de essentialia van de koop is bereikt, met name over de leveringsdatum.
[Eiser] stelde dat er een overeenkomst was en vorderde betaling van het verschil tussen zijn bod en de uiteindelijke verkoopprijs aan een derde. De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende onderbouwd was en dat niet vaststaat dat [gedaagde in hoofdzaak] de koop met [eiser] heeft afgeblazen om een hogere prijs te realiseren. Daarnaast was het financieringsvoorbehoud niet vervuld en ontbrak een concrete financieringsverklaring.
De rechtbank concludeerde dat geen geldige koopovereenkomst tot stand is gekomen en wees de vorderingen van [eiser] af. Ook de vordering in vrijwaring van [gedaagde in hoofdzaak] tegen Domicilie werd afgewezen. Beide partijen werden veroordeeld tot betaling van proceskosten. De uitspraak werd mondeling gedaan door rechter I.W.M. Olthof op 29 oktober 2025.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens ontbreken van een geldige koopovereenkomst en onvoldoende onderbouwde schade.