ECLI:NL:RBGEL:2025:9926

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
98204
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van een minderjarige verdachte voor meervoudige strafbare feiten, waaronder afpersing, poging tot zware mishandeling en diefstal met geweld

Op 4 november 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een minderjarige verdachte, geboren in 2008, die zich schuldig heeft gemaakt aan dertien strafbare feiten, waaronder afpersing, poging tot zware mishandeling en diefstal met geweld. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een jeugddetentie van 167 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank heeft in haar overwegingen de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte meegewogen. De verdachte heeft samen met anderen via de app Grindr mannen gelokt naar afgelegen plekken om hen te beroven en te mishandelen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte bij verschillende incidenten geweld heeft gebruikt, waaronder het dreigen met een boksbeugel en een machete. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de psychische problemen van de verdachte, waaronder PTSS en ADHD, en heeft besloten dat behandeling voorrang moet krijgen boven een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft de bijzondere voorwaarden voor de voorwaardelijke straf vastgesteld, waaronder behandeling voor zijn psychische klachten en een contactverbod met een van de slachtoffers.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05/098204-25, 10/012896-26, 05/047681-25 (gevoegd ttz)
en 05/331410-25 (tul)
Datum uitspraak : 4 november 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] .
Raadsvrouw: mr. R.M. Bissumbhar, advocaat in Barneveld.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
In parketnummer 05/098204-25
1
hij op of omstreeks 21 september 2024 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg op het viaduct de Woudhuizermarkt, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van zijn portemonnee, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n),
- met gebalde vuist in zijn gezicht en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, waardoor die [slachtoffer 1] achterover ten val is gekomen en/of
- meerdere malen met (beide) vuist(en) op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of
- door tegen die [slachtoffer 1] te schreeuwen en/of roepen dat hij zijn portemonnee moest afgeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 21 september 2024 te Apeldoorn, op de openbare weg op het viaduct de Woudhuizermarkt, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van zijn portemonnee, althans enig goed, dat/die geheel of
ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n)
- met gebalde vuist in zijn gezicht en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, waardoor die [slachtoffer 1] achterover ten val is gekomen en/of
- meerdere malen met (beide) vuist(en) op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of
- door tegen die [slachtoffer 1] te schreeuwen en/of roepen dat hij zijn portemonnee moest afgeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 21 september 2024 te Apeldoorn, op het viaduct de Woudhuizermarkt, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het
- met gebalde vuist in zijn gezicht en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan, waardoor die [slachtoffer 1] achterover ten val kwam en/of
- meerdere malen met (beide) vuist(en) op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan,
terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had;
2
hij op of omstreeks 21 september 2024 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning aan de [adres 2] te Apeldoorn, alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),
- een mobiele telefoon en/of
- een of meerdere sigaren en/of pakken shag en/of
- een spelcomputer van het merk Nintendo Switch en/of
- een of meerdere flessen (sterke) drank,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3
hij op of omstreeks 23 september 2024 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen
tot de afgifte van 350 euro, in elk geval een geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n) door op of omstreeks 21 september 2024
- de autobanden van die [slachtoffer 2] lek te steken en/of
- dreigend op die [slachtoffer 2] af te komen met een boksbeugel en/of een mes (machete) en/of
- die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te spreken dat “als hij niet zou meewerken, hij een mes in zijn buik zou krijgen”, althans woorden van soortgelijke dreigende strekking;
4
hij op of omstreeks 21 september 2024 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
- meerdere malen, althans eenmaal, met een boksbeugel, althans een slagvoorwerp, en/of met de vuist tegen het hoofd en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer 3] heeft geslagen en/of
- meerdere malen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of (boven)lichaam van die [slachtoffer 3] heeft getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 21 september 2024 te Apeldoorn, tussen de Landgoedlaan en de Barnewinkel nabij de A50, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het
- meerdere malen, althans eenmaal, met een boksbeugel, althans een slagvoorwerp, en/of met de vuist tegen het hoofd en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer 3] te slaan en/of
- meerdere malen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of (boven)lichaam van die [slachtoffer 3] te trappen, terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had;
5
hij op of omstreeks 25 september 2024 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 4] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meerdere malen, althans eenmaal, met een machete, althans een scherp voorwerp,
tegen de arm en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer 4] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 25 september 2024 te Apeldoorn, op het viaduct boven de A50, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 4] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het meerdere malen, althans eenmaal, met een machete,
althans een scherp voorwerp, tegen de arm en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer 4] te slaan en/of snijden, terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had;
6
hij op of omstreeks 6 oktober 2024, te Apeldoorn tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), althans alleen, een rugtas van het merk The North Face (met inhoud), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 5]
- van zijn fiets te duwen en/of te trappen, waardoor die [slachtoffer 5] ten val kwam en/of
- meerdere malen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of lichaam te slaan, terwijl die [slachtoffer 5] op de grond lag, terwijl het feit werd gepleegd op de openbare weg;
7
hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 6] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meerdere malen, althans eenmaal, met (gebalde) vuist en/of (geschoeide) voet tegen het hoofd en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer 6] heeft geslagen en/of heeft getrapt (terwijl die [slachtoffer 6] op de grond lag), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 januari 2025 te Apeldoorn, op het Stationsplein, in elk geval openlijk
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 6] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het meerdere malen, althans eenmaal, met (gebalde) vuist en/of (geschoeide) voet tegen het hoofd en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer 6] te slaan en/of te trappen (terwijl die [slachtoffer 6] op de grond lag), terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had;
In parketnummer 10/012896-25
1
hij op of omstreeks 12 januari 2025 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om goederen van zijn/hunner gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] en/of [B.v.] Bv, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak,
- een ruit van een auto ( [kenteken] ) heeft ingeslagen en/of
- een dashboardkastje en/of voornoemde auto te doorzoeken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 12 januari 2025 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een auto ( [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] en/of [B.v.] Bv, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2
hij op of omstreeks 12 januari 2025 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, een wapens als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 3º van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel, heeft gedragen en/of voorhanden heeft gehad;
In parketnummer 05-047681-25
1
hij op of omstreeks 12 februari 2025 te Arnhem, een ambtenaar, [naam 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar Domein I), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die voornoemde [naam 1] meermaals, althans een of meerdere keren, (met kracht) met een (tot vuist gebalde) hand in/op/tegen het gezicht, althans tegen het lichaam, te slaan en/of te stompen;
2
hij op of omstreeks 12 februari 2025 te Arnhem opzettelijk een of meerdere ambtena(a)r(en),te weten:
- [naam 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar Domein I) en/of
- [naam 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar Domein I)
- [naam 3] (buitengewoon opsporingsambtenaar Domein I)
- [naam 4] (buitengewoon opsporingsambtenaar Domein I)
gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hun o.a. de woorden toe te voegen:
- '' Kankerflikkers'' en/of
- '' kankerwouten'',
- '' kankerbitch'',
- ''13-12'',
- '' ACAB'',
- '' kankerhomo’s''
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
3
hij op of omstreeks 12 februari 2025 te Arnhem, een wapen(s), van categorie I, onder 1° of 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen;
4
hij op of omstreeks 12 februari 2025 te Arnhem, zich met geweld en/of bedreiging met geweld,
heeft verzet tegen een of meerdere ambtena(a)ren, te weten [naam 1] (buitengewoon
opsporingsambtenaar Domein I) en/of [naam 2] en/of [naam 4] (buitengewoon opsporingsambtenaar Domein I), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten ter aanhouding van de verdachte, door:
- te spugen in de richting van voornoemde ambtena(a)ren en/of
- te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die voornoemde ambtena(a)r(en) verdachte trachtte te geleiden

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05/098204-25 [1]
De rechtbank geeft hieronder een aantal algemene bewijsoverwegingen waaruit de betrokkenheid blijkt van verdachte bij de feiten 1 tot en met 5. Daarna benoemt de rechtbank per feit nog de voor dat feit relevante bewijsmiddelen.
Over de modus operandi bij de feiten 1 tot en met 5
De rechtbank concludeert dat bij deze feiten sprake is van een vergelijkbare modus operandi (manier van handelen).
Uit het dossier volgt dat op 21 en 25 september 2024 in Apeldoorn vier mannen contact hebben gehad en een afspraak hebben gemaakt met iemand via de app Grindr. [2] Bij in ieder geval drie afspraken werd gebruik gemaakt van dezelfde profielfoto op het Grindr-account. [3] Alle afspraken vonden plaats in de buurt van een viaduct bij de A50 in Apeldoorn.
Wanneer de mannen op de afgesproken plek aankwamen, werden zij aangevallen door meerdere jongens, in ieder geval twee. Een van de mannen werd bedreigd met een boksbeugel en een machete en de jongens zijn mee naar zijn huis gegaan en hebben spullen meegenomen. Ook heeft hij geld naar de jongens overgemaakt. De andere drie mannen werden geslagen en geschopt en liepen verwondingen op.
Over het telefoongebruik inzake de feiten 1 tot en met 5
De rechtbank concludeert dat verdachte betrokken is geweest bij al deze feiten. Dat volgt mede uit de telefoongegevens van verdachte (en [medeverdachte] ).
De aangever van het onder 1 tenlastegelegde feit heeft voorafgaand aan de afspraak app-contact gehad met telefoonnummer [telefoonnummer 1] dat op naam staat van de moeder van verdachte. Het telefoonnummer wordt door de politie gekoppeld aan verdachte naar aanleiding van een eerdere getuigenverklaring. [4] De rechtbank gaat er dus van uit dat het nummer [telefoonnummer 1] van verdachte is (hierna: het telefoonnummer van verdachte).
De aangever van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft contact gehad met een telefoonnummer [telefoonnummer 2] . [5] [medeverdachte] [naam 8] heeft in zijn verhoor verklaard dat dit zijn telefoonnummer is (hierna: het telefoonnummer van [medeverdachte] ). [6]
Uit de historische verkeersgegeven volgt dat de telefoons van verdachte en [medeverdachte] bij drie afspraken in dezelfde omgeving waren als waar werd afgesproken, waarbij zij in ieder geval bij één afspraak met dezelfde telecommast verbinding maakten als de locatie van de afspraak op het tijdstip van de afspraak. [7]
In de telefoon die onder verdachte in beslag is genomen is een uitgaand bericht van
uitschot.1312t.7h aangetroffen met de tekst: Yo met [verdachte] . [8] De rechtbank concludeert dat verdachte vanaf deze telefoon berichten heeft verstuurd onder de naam uitschot.1312t.7h.
Op 21 september 2024 stuurt uitschot.1312t.7h, verdachte dus, berichten met de tekst:
15:32:21 uur Ja fk slofen shag en drank en sieraden en we krijgen nog doekoe van hem want we
heben ze adres we zijn bij m binnen geweest en ook een Nintendo switch geswiped en
15:32:38 Ik heb foto's van z’n gegevens
15:32:51 Dus hij moet me nog 300€ doken maandag
15:33:05 We wouden eerst 5bar maken maar zit limiet op pin
Hieruit volgt dat verdachte op de dag dat het onder 2 en 3 tenlastegelegde zou zijn gepleegd informatie had die alleen een dader kan hebben. Uit de aangifte van [slachtoffer 2] (feit 2 en 3) blijkt namelijk dat de daders die dag eerder in de middag bij hem thuis zijn geweest, een Nintendo Switch hebben meegenomen en hebben afgedwongen dat aangever nog €300 gaat betalen. [9] Deze daderinformatie bevestigt de betrokkenheid van verdachte.
Over de betrouwbaarheid van medeverdachte [medeverdachte]
heeft verklaard dat hij bij bovengenoemde feiten betrokken is geweest samen met [verdachte] (verdachte). [10]
De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte] in zijn verklaringen uitgebreid en gedetailleerd heeft verklaard over zijn eigen betrokkenheid en de rolverdeling met verdachte. Dit komt tot in detail overeen met de aangiftes en wordt ondersteund door de historische verkeergegevens van de telefoons van [medeverdachte] en verdachte en de daarop aangetroffen informatie.
De rechtbank is daarom van oordeel dat de verklaring van [medeverdachte] betrouwbaar is.
Conclusie
De rechtbank concludeert gelet op de modus operandi in alle zaken, het telefoongebruik en de verklaring van [medeverdachte] dat verdachte en [medeverdachte] telkens beiden betrokken waren bij de onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde feiten.
De bewezenverklaringen van de feiten 1 tot en met 5 moeten worden bezien in samenhang met de hierboven gegeven algemene bewijsoverwegingen.
Ten aanzien van feit 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsraadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde omdat zijn betrokkenheid bij dit feit niet kan worden bewezen.
De beoordeling door de rechtbank
Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 21 september 2024 bij het viaduct over de A50 op de Woudhuizermark in Apeldoorn werd aangevallen door een jonge man. Aangever zag een vuist op hem afkomen en voelde een klap in zijn gezicht. Hij is achterover gevallen en lag op zijn rug op de grond.
De jonge man is boven op hem gaan zitten en heeft met beide vuisten vol op hem ingeslagen en riep “Je portemonnee! Je portemonnee!”. Aangever heeft iemand horen roepen: “we moeten weg hier”. [11]
[medeverdachte] heeft verklaard dat hij via Grindr een afspraak had gemaakt met aangever. Hij en verdachte zaten in de bosjes. Toen aangever aan kwam fietsen sprong verdachte uit de bosjes en bracht de man naar de grond. De man heeft geen spullen gegeven. [12]
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Ten aanzien van de feiten 2 en 3
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 en 3 tenlastegelegde omdat zijn betrokkenheid bij dit feit niet kan worden bewezen.
De beoordeling door de rechtbank
Aangever [slachtoffer 2] , wonende aan de [adres 2] in Apeldoorn, heeft verklaard dat op 21 september 2024 in Apeldoorn een groep jongens in zijn richting kwam lopen. Aangever hoorde een van de jongens zeggen dat ze zijn banden hadden lek gestoken. Aangever zag dat zijn banden leeg waren.
Aangever zag dat de jongen een boksbeugel in zijn rechterhand vasthield en dat hij een mes liet zien dat eruitzag als een machete. De jongen zei dat aangever zijn telefoon moest inleveren zodat hij niet de gelegenheid had om hulp in te schakelen. Hij zei dat, als aangever niet zou meewerken, aangever een mes in zijn buik zou krijgen. Hij zei dat aangever geld moest betalen, dat aangever naar zijn auto moest lopen en dat hij samen met een van de andere jongens mee zou gaan om geld te pinnen. Aangever heeft een paar keer gezegd dat hij maandag salaris zou krijgen en dan kon betalen. Hier ging de jongen die hem had aangesproken uiteindelijk mee akkoord. De andere jongen moest zijn nummer aan aangever geven.
Aangever is met de jongens naar zijn huis gereden. De jongens hebben een tas met sigaren en shag, een Nintendo Switch en een tas gevuld met flessen sterke drank meegenomen.
Op 23 september 2024 zag aangever dat hij een bericht had ontvangen van de jongen die zijn nummer moest geven met een tikkie link. Aangever moest een bedrag van 300 euro betalen. Dit bedrag heeft hij ook betaald. Aangever kreeg weer een bericht en last daarin ‘als je nog een keer geld over maakt laten we je voor altijd met rust’. Aangever moest 50 euro overmaken en heeft dat ook gedaan. [13]
[medeverdachte] heeft verklaard dat hij een afspraak met aangever heeft gemaakt via Grindr. Verdachte heeft de banden van aangever lek gestoken met een Rambo mes. Verdachte trok het mes en een boksbeugel. Verdachte en [medeverdachte] zijn in de auto van aangever gestapt. Verdachte had het mes op hem gezet, ook in de auto.
Verdachte zei dat hij de man zou neersteken als die niet zou meewerken. Ze gingen naar zijn woning om spullen te halen. Ze spraken af dat [medeverdachte] op maandag een tikkie zou sturen. In totaal heeft de man 350 euro overgemaakt. [medeverdachte] heeft 300 euro gegeven aan verdachte en 50 euro gehouden. [14]
Ten aanzien van feit 4
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde en dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsraadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 4 tenlastegelegde, omdat niet kan worden bewezen dat het slachtoffer [slachtoffer 3] betrof en dat verdachte betrokken is bij dit feit.
De beoordeling door de rechtbank
Verbalisanten zien op 21 september 2024 in Apeldoorn een man op de grond liggen. De man had bloed op zijn gezicht en zijn T-shirt. Verbalisanten zagen dat de man gewond was aan zijn hoofd. Verbalisant hoorde dat de man zei dat hij via Grindr had afgesproken met een jongen en dat hij uit het niets werd aangevallen door een groep jongens. De man zei dat deze jongens hem meerdere keren hadden geslagen en geschopt. De man zei dat hij tegen zijn hoofd was geslagen, de man kon niet vertellen met wat. Verbalisanten zagen dat er ongeveer tien meter van waar zij het slachtoffer aantroffen meerdere bloedspetters op het asfalt lagen op het fietspad tussen de Barnewinkel en Landgoedlaan. [15] Uit openbare bronnen blijkt dat deze straten nabij de A50 liggen.
De rechtbank vindt dat voldoende kan worden vastgesteld dat het slachtoffer dhr. [slachtoffer 3] betreft. Dit volgt uit de processen-verbaal van bevindingen waaruit volgt wat de politie heeft ondernomen om het slachtoffer te bereiken. Daaruit volgt telkens dat verbalisanten hebben geprobeerd het slachtoffer [slachtoffer 3] te bereiken voor het opnemen van een aangifte. [16] Verbalisanten hebben vervolgens meermaals telefonisch met [slachtoffer 3] gesproken en een afspraak gemaakt om aangifte te doen. [slachtoffer 3] zag er later alsnog van af om aangifte te doen. [17]
[medeverdachte] heeft verklaard dat verdachte met een boksbeugel op de man afrende. [medeverdachte] en verdachte hebben beiden klappen gegeven. Het ging er wel heftig aan toe. De man viel een paar keer op de grond. Er was een derde jongen mee, deze heeft een paar keer geschopt. Verdachte raakte de man met de boksbeugel op zijn hoofd. [18]
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om te kunnen
concluderen dat is gepoogd [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, zodat verdachte van het primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.
Wel kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Ten aanzien van feit 5
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 5 tenlastegelegde omdat zijn betrokkenheid bij dit feit niet kan worden bewezen.
De beoordeling door de rechtbank
Aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij op 25 september 2024 had afgesproken bij het viaduct over de snelweg ter hoogte van de A50 (de rechtbank begrijpt gelet op de woonplaats van aangever en zijn verklaring dat hij vervolgens naar huis is gefietst: in Apeldoorn) fietste en een jongen rechts en twee jongens links uit de bosjes zag komen. De jongen die van rechts kwam, kwam op aangever afrennen met een ijzerstaaf en haalde in de richting van aangever uit. Aangever voelde gelijk pijn in zijn rechterarm. Aangever zag dat zijn arm helemaal onder het bloed zat. [19]
[medeverdachte] heeft verklaard dat hij met aangever had afgesproken, dat was met verdachte. Zij lagen in de bosjes. [medeverdachte] probeerde de man van zijn fiets te duwen. [medeverdachte] zag verdachte aan komen rennen met een groot mes van ongeveer 30 centimeter lang in zijn handen, een Rambo mes met kartels. [medeverdachte] zag dat verdachte met dat mes uithaalde en de man in zijn onderarm raakte. De ijzeren staaf moet het mes geweest zijn. [20]
De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte met een machete éénmaal heeft geslagen. Uit de verklaring van [medeverdachte] volgt dat verdachte een mes had en ook de foto en de beschrijving van de wond van aangever passen bij een verwonding veroorzaakt door een mes. Namelijk een diepe langwerpige wond. [21] Verdachte is op foto’s in zijn telefoon te zien met een zwarte machete [22] , dus heeft daar kennelijk de beschikking over. De omschrijving van aangever dat hij geslagen werd met ‘een ijzeren staaf’, past ook bij een groot langwerpig mes.
Door met een machete, een zwaar en scherp voorwerp, naar [slachtoffer 4] uit te halen heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 4] zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.
De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.
Ten aanzien van feit 6
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 6 tenlastegelegde, omdat geen sprake is van wederrechtelijk toe-eigenen. De tas is toevalligerwijs meegenomen.
De beoordeling door de rechtbank
Aangever [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij op 6 oktober 2024 in Apeldoorn fietste en de Laan van Erica overstak. Hij voelde een harde duw in zijn rug, waardoor hij ten val kwam. Toen aangever opkeek zag hij een jongen staan. Terwijl aangever op de grond lag sloeg de jongen een aantal malen met zijn vuist op het hoofd van aangever. Nadat de jongen hem geslagen had, pakt hij de schoudertas, van het merk The North Face, van aangever. In de tas zaten pennen en een pasjeshouder met een ID kaart, een schoolpas, een vispas en een OV-kaart. Aangever zag nog een persoon op een fatbike zitten. De jongen sprong bij de persoon op de fatbike en samen reden ze weg. [23]
[medeverdachte] heeft verklaard dat hij met verdachte, [naam 5] en [naam 6] was. [naam 5] wees een jongen aan, dat hij haar had aangeraakt zonder dat zij dat wilde. Verdachte en [medeverdachte] zijn op de fatbike gestapt. [medeverdachte] fietste en verdachte zat achterop. Zij gingen achter de jongen aan. Zij fietsten naast de jongen en verdachte trapte hem van zijn fiets af. Verdachte sloeg de jongen een paar keer op zijn hoofd en pakte zijn tasje af. [24]
Getuige [naam 5] heeft verklaard dat [verdachte] achter op de fatbike zat. Ze zeiden dat ze achter [slachtoffer 5] aangingen. [naam 5] zag dat [slachtoffer 5] van zijn fiets werd getrapt en dat hij viel. Toen [slachtoffer 5] op de grond lag, zag [naam 5] dat [verdachte] hem meerdere keren tegen het hoofd sloeg. [25]
De rechtbank is van oordeel dat uit voorgaande bewijsmiddelen volgt dat verdachte niet alleen opzet had om aangever te slaan, maar ook om zijn tas af te pakken. Nergens volgt uit dat verdachte de tas per ongeluk in zijn bezit heeft gekregen. Hij heeft willens en wetens de tas, nadat hij het slachtoffer van de fiets had getrapt en in zijn gezicht had geslagen, van het slachtoffer afgepakt. Daarmee is sprake van wederrechtelijk toe-eigenen. Het is wettig en overtuigen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Ten aanzien van feit 7
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde omdat niet kan worden bewezen dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel.
De beoordeling door de rechtbank
Aangever [slachtoffer 6] heeft verklaard dat hij op 23 januari 2025 bij het busstation van Apeldoorn [verdachte] (verdachte) en [naam 7] rennend op hem zag afkomen. Aangever voelde hele harde klappen op zijn gezicht. Hij zag dat beide jongens hem sloegen. Hij viel door de klappen op de grond. Terwijl aangever op de grond lag bleven verdachte en [naam 7] hem slaan en begonnen zij ook te trappen.
Aangever voelde dat ze hem overal op zijn lichaam en hoofd trapten. [26]
Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat twee jongens het slachtoffer klappen gaven. Getuige zag dat het slachtoffer op de grond lag en dat beide verdachten hem bleven slaan en schoppen. Getuige zag dat het slachtoffer hierbij werd geraakt in zijn maag en zijn nierstreek. [27]
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij zag dat een van de verdachten het slachtoffer sloeg met zijn vuist en dat het slachtoffer in zijn gezicht werd geraakt. [28]
Aan verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben heeft verdachte verklaard dat hij in Apeldoorn was en gevochten had met “ [bijnaam] ”. Verbalisant [verbalisant 2] zag dat verdachte rode en beurse knokkels had. [29]
Op de zitting heeft verdachte bevestigend geantwoord op de vraag van de voorzitter of hij die avond met [naam 7] daar was en [bijnaam] in elkaar heeft geslagen. [30]
De rechtbank overweegt dat getuige [getuige 1] heeft onder meer verklaard dat het slachtoffer op de grond lag en werd geslagen en geschopt, en daarbij werd geraakt in de maag- en nierstreek. Door zo te handelen hebben verdachte en zijn mededader de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer hierdoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.
Het is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.
In parketnummer 10/012896-25 [31]
Ten aanzien van feit 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte van het primair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden bewezen dat sprake zou zijn van (een poging tot) diefstal. Ten aanzien van het subsidiaire feit heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De beoordeling door de rechtbank
Aangever [slachtoffer 7] doet aangifte namens zijn werkgever [B.v.] bv. Aangever had zijn werkauto, met kenteken [kenteken] , geparkeerd op een parkeerplaats in Hoogvliet. Op 12 januari 2025 werd de vrouw van aangever gebeld door een vriend dat er waarschijnlijk was ingebroken in de werkauto van aangever. Aangever ging naar zijn werkauto en zag dat het raam aan de passagierskant ingeslagen was. Het dashboardkastje was leeg.
De inhoud daarvan lag op de bijrijdersstoel. Voor zover aangever kon zien is er niets weggenomen uit zijn werkauto. [32]
Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat zij zag dat twee jongens op de parkeerplaats heel opvallend in elke auto keken. Een van de jongens keek in een witte bus en getuige zag hem een slaande beweging maken richting de bijrijdersruit. Getuige zag dat de jongen met zijn arm in de auto ging. [33]
Verdachte heeft verklaard dat dat hij de ruit heeft ingeslagen. [34]
Getuige [getuige 3] heeft gezien dat de jongen die de ruit insloeg met zijn arm in de auto ging en aangever heeft verklaard dat het dashboardkastje leeg was en de inhoud daarvan op de bijrijdersstoel lag. De rechtbank is van oordeel dat daaruit volgt dat verdachte niet enkel de autoruit heeft ingeslagen, maar ook de auto heeft doorzocht met het kennelijke doel zich goederen wederrechtelijk toe te eigenen. Het is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.
Ten aanzien van feit 2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.
De beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen
  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 10-11;
  • het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 34;
  • het omschrijvingsproces-verbaal Wet wapens en munitie, p. 18.
In parketnummer 05-047681-25 [35]
Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 4
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten, met uitzondering van de het onder 2 tenlastegelegde voor zover dit ziet op belediging van verbalisant [naam 3] .
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.
De beoordeling door de rechtbank
Verbalisant [naam 1] , Buitengewoon Opsporingsambtenaar Openbare Ruimte Domein 1 heeft verklaard dat hij op 12 februari 2025 aan verdachte1 (de rechtbank begrijpt gelet op pagina 33 van het dossier: verdachte) meedeelde dat hij was aangehouden. Verbalisant [naam 1] zag dat verdachte met zijn linkerhand naar hem uithaalde en hij voelde en zag dat verdachte drie keer met een gebalde vuist met geringe kracht op zijn rechterkaak sloeg. Verbalisant [naam 1] en verbalisant [naam 4] brachten verdachte vervolgens naar de grond. Verbalisant [naam 1] voelde dat verdachte erg gespannen was en zijn armen niet aan hen wilde geven. Verbalisant zag en voelde dat verdachte zicht steeds aan het losrukken was.
Hij hoorde verdachte beledigende teksten luidkeels uiten. Hij hoorde verdachte zeggen: “Jullie zijn kankerflikkers. Jullie zijn honden! Dertientwaalf! ACAB”. Verbalisant [naam 1] zag dat mensen naar hen toedraaiden en geschrokt keken. Hierdoor voelde verbalisant zich in zijn eer aangetast. [36]
Verbalisant [naam 4] , buitengewoon opsporingsambtenaar Domein 1, heeft verklaard dat verdachte zich bij zijn aanhouding hevig bleef verzetten. Verdachte spuugde in de richting van verbalisant [naam 4] . Verbalisant hoorde de verdachte luidkeels schelden: kankerflikkers, kankerhomo’s, kankerwouten, A.C.A.B. en dertien twaalf. Door deze uitspraken voelde verbalisant zich in zijn eer en goede naam aangetast. [37]
Verbalisant [naam 2] , buitengewoon opsporingsambtenaar Domein 1 heeft verklaard dat betrokkene 1 verbalisant en haar collega’s luidkeels beledigde door middel van de uitspraken: kankerflikkers, kanker wouten, kanker bitch, A.C.A.B., dertien twaalf en kankerhomo’s. Hierdoor voelde zij zich in haar eer en goede naar aangetast. [38]
Het is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan.
Ten aanzien van feit 3
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.
De beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen
  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 19-20;
  • het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 53.

3. De bewezenverklaring

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Bewezen kan worden dat:
In parketnummer 05/098204-25
1
hij op
of omstreeks21 september 2024 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen, op de openbare weg op het viaduct de Woudhuizermarkt, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld
en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van zijn portemonnee,
in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten deleaan die [slachtoffer 1]
en/of een derdetoebehoorde
(n),
- met gebalde vuist in zijn gezicht
en/of tegen het hoofdvan die [slachtoffer 1] heeft geslagen, waardoor die [slachtoffer 1] achterover ten val is gekomen en
/of
- meerdere malen met
(beide
)vuist
(en
)op
/tegenhet lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en
/of
- door tegen die [slachtoffer 1] te
schreeuwen en/ofroepen dat hij zijn portemonnee moest afgeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op of omstreeks 21 september 2024 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen, in een woning aan de [adres 2] te Apeldoorn, alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),
- een mobiele telefoon en/of
-
een ofmeerdere sigaren en
/ofpakken shag en
/of
- een spelcomputer van het merk Nintendo Switch en
/of
- een of meerdere flessen (sterke) drank,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3
hij op
of omstreeks23 september 2024 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door
geweld en/ofbedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen
tot de afgifte van 350 euro,
in elk geval een geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2]
en/of een derdetoebehoorde
(n
)door op of omstreeks 21 september 2024
- de autobanden van die [slachtoffer 2] lek te steken en
/of
- dreigend op die [slachtoffer 2] af te komen met een boksbeugel en
/ofeen mes (machete) en
/of
- die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te spreken dat “als hij niet zou meewerken, hij een mes in zijn buik zou krijgen”, althans woorden van soortgelijke dreigende strekking;
4
subsidiair
hij op
of omstreeks21 september 2024 te Apeldoorn, tussen de Landgoedlaan en de Barnewinkel nabij de A50,
in elk gevalopenlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het
- meerdere malen,
althans eenmaal,met een boksbeugel,
althans een slagvoorwerp,en
/ofmet de vuist tegen het hoofd
en/of het bovenlichaamvan die [slachtoffer 3] te slaan en
/of
- meerdere malen,
althans eenmaal,tegen
het hoofd en/of (boven)lichaam vandie [slachtoffer 3] te trappen, terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had;
5
hij op
of omstreeks25 september 2024 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 4] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
meerdere malen, althanseenmaal, met een machete
, althans een scherp voorwerp,
tegen de arm
en/of het bovenlichaamvan die [slachtoffer 4] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
6
hij op
of omstreeks6 oktober 2024, te Apeldoorn tezamen en in vereniging met één
of meerander
e(n), althans alleen, een rugtas van het merk The North Face (met inhoud),
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] ,
in elk geval aan een ander dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft
/hebbenweggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan
, vergezeld en/of gevolgdvan geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om
die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzijhet bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 5]
- van zijn fiets
te duwen en/ofte trappen, waardoor die [slachtoffer 5] ten val kwam en
/of
- meerdere malen
, althans eenmaaltegen het hoofd
en/of lichaamte slaan, terwijl die [slachtoffer 5] op de grond lag, terwijl het feit werd gepleegd op de openbare weg;
7
hij op
of omstreeks23 januari 2025 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader
(s)voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 6] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meerdere malen,
althans eenmaal,met
(gebalde)vuist en
/of (geschoeide)voet tegen het hoofd en
/ofhet bovenlichaam van die [slachtoffer 6] heeft geslagen en
/ofheeft getrapt (terwijl die [slachtoffer 6] op de grond lag), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
In parketnummer 10/012896-25
1
hij op
of omstreeks12 januari 2025 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om goederen van zijn
/hunnergading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] en/of [B.v.] Bv,
in elk geval aan een andertoebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en
zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/ofdat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak,
- een ruit van een auto ( [kenteken] ) heeft ingeslagen en
/of
- een dashboardkastje en
/ofvoornoemde auto te doorzoeken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op
of omstreeks12 januari 2025 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, een wapen
sals bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 3º van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel,
heeft gedragen en/ofvoorhanden heeft gehad;
In parketnummer 05-047681-25
1
hij op
of omstreeks12 februari 2025 te Arnhem, een ambtenaar, [naam 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar Domein I), gedurende
en/of terzake vande rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die voornoemde [naam 1] meermaals,
althans een of meerdere keren, (met kracht)met een
(tot vuist gebalde
)hand
in/op
/tegenhet gezicht,
althans tegen het lichaam,te slaan
en/of te stompen;
2
hij op
of omstreeks12 februari 2025 te Arnhem opzettelijk
een ofmeerdere ambtena
(a)r
(en
),te weten:
- [naam 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar Domein I) en/of
- [naam 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar Domein I)
- [naam 3] (buitengewoon opsporingsambtenaar Domein I)
- [naam 4] (buitengewoon opsporingsambtenaar Domein I)
gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van
zijn/haar/hun bediening, in
zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door
hem/haar/hunheno.a. de woorden toe te voegen:
- '' Kankerflikkers'' en/of
- '' kankerwouten'',
- '' kankerbitch'',
- ''13-12'',
- '' ACAB'',
- '' kankerhomo’s''
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
3
hij op
of omstreeks12 februari 2025 te Arnhem, een wapen
(s), van categorie I, onder
1° of3° van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad
en/of heeft gedragen;
4
hij op
of omstreeks12 februari 2025 te Arnhem, zich met geweld
en/of bedreiging met geweld,
heeft verzet tegen een of meerdere ambtena
(a)ren, te weten [naam 1] (buitengewoon
opsporingsambtenaar Domein I) en
/of[naam 2] en
/of[naam 4] (buitengewoon opsporingsambtenaar Domein I), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van
zijn/haar/hun bediening, te weten ter aanhouding van de verdachte, door:
- te spugen in de richting van voornoemde ambtena
(a)ren en
/of
- te rukken
en/of te trekkenin een richting tegengesteld aan die waarin die voornoemde ambtena
(a)r
(en
)verdachte trachtte te geleiden
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring
cursiefverbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
In parketnummer 05/098204-25
Ten aanzien van feit 1:
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen
Ten aanzien van feit 2:
diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Ten aanzien van feit 3:
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Ten aanzien van feit 4 subsidiair:
het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Ten aanzien van feit 5:
medeplegen van poging tot zware mishandeling
Ten aanzien van feit 6:
diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen
Ten aanzien van feit 7:
medeplegen van poging tot zware mishandeling
In parketnummer 10/012896-25
Ten aanzien van feit 1:
Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak
Ten aanzien van feit 2:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
In parketnummer 05-047681-25
Ten aanzien van feit 1:
mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening
Ten aanzien van feit 2:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, niet zijnde een lid van een algemeen vertegenwoordigend lichaam/een openbaar lichaam/een openbare instelling
Ten aanzien van feit 3:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
Ten aanzien van feit 4:
wederspannigheid

4.De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

5.De strafbaarheid van verdachte

Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is strafbaar.

6.De motivering van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 167 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk. De officier van justitie eist daarbij een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd (door de Raad voor de Kinderbescherming en de psycholoog) aangevuld met een contactverbod met slachtoffer [slachtoffer 4] en de mogelijkheid tot een klinische opname voor de duur van 7 weken voor het geval een ambulante behandeling niet lukt.
De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, moet van de jeugddetentie worden afgetrokken.
De officier van justitie heeft verder geëist dat de op te leggen voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf 2 in plaats van 4 maanden zou moeten zijn. De verdediging kan zich vinden in de geadviseerde bijzondere voorwaarden.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van onder meer de volgende stukken:
  • het uittreksel Justitiële Documentatie van 9 september 2025 (het strafblad),
  • het Pro Justitia rapport van 9 juli 2025 (het psychologisch onderzoek),
  • het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) [geboortedatum 2] 2025
  • het rapport van de Jeugdreclassering van 12 augustus 2025.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Strafblad
Verdachte is op 27 januari 2025 veroordeeld voor een zestal feiten, waaronder diefstal, het aanwezig hebben van harddrugs en belediging van politieambtenaren. Dit betekent dat de verdachte na het plegen van een deel van de bewezenverklaarde feiten is veroordeeld. Dit zal de rechtbank meewegen in de strafafdoening (volgens artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht).
De ernst van de feiten
Verdachte heeft samen met anderen in september 2024 via de app Grindr met meerdere mannen contact gelegd met als doel hen naar een afgelegen plek te lokken om hen daar in elkaar te slaan en te beroven. Eén van deze mannen is door verdachte en zijn mededaders bedreigd door een autoband lek te steken en een boksbeugel en machete te tonen. Verdachte heeft tegen de man gezegd dat als hij niet mee zou werken, hij een mes in zijn buik zou krijgen. De man heeft in totaal 350 euro naar hen overgemaakt en verdachte en twee anderen zijn in de woning van de man geweest en hebben daar meerdere waardevolle spullen meegenomen. Verdachte heeft een andere man met een machete op zijn arm geslagen, met een grote wond en een gebroken elleboog tot gevolg.
In oktober 2024 heeft verdachte samen met een ander een jongen van zijn fiets getrapt en meerdere malen tegen zijn hoofd geslagen, waarna hij zijn tas stal.
In januari 2025 heeft verdachte een (oud)bekende geslagen en geschopt terwijl deze op de grond lag en heeft hij geprobeerd een diefstal te plegen door de ruit van een auto in te slaan.
In februari 2025 heeft verdachte een buitengewoon opsporingsambtenaar mishandeld door hem meerdere keren in zijn gezicht te stompen en heeft hij zich heftig verzet bij de aanhouding, waarbij hij vier buitengewoon opsporingsambtenaren heeft beledigd.
Tot slot heeft de politie tot twee keer toe bij verdachte een boksbeugel aangetroffen.
De rechtbank constateert dat de verdachten meerdere ernstige en gewelddadige feiten hebben gepleegd. Feiten die voor de slachtoffers zeer bedreigend en beangstigend zijn geweest en die bovendien bij enkelen van hen voor (fors) letsel hebben gezorgd.
Verdachte lijkt met name in het geweld een flink aandeel te hebben gehad door het voortouw te nemen, doordat hij een machete bij zich had waarmee hij ook sloeg en doordat hij bij verschillende feiten een boksbeugel heeft gebruikt. Deze mate van agressie is voor de slachtoffers zeer ingrijpend en zorgt niet alleen bij hen maar bij de samenleving in het geheel voor gevoelens van onveiligheid.
De rechtbank maakt zich grote zorgen over het gemak waarmee verdachte in korte tijd meermaals is overgegaan tot het plegen van geweld en dat kennelijk voor zichzelf op dat moment lijkt goed te praten.
Daarnaast constateert de rechtbank dat verdachte en zijn medeverdachte een aantal mannen in de val heeft gelokt door onder valse voorwendselen met hen af te spreken en hen op te wachten. Verdachte is hierbij dus meermaals berekenend te werk gegaan en ook dat vindt de rechtbank zorgelijk. Tijdens de zitting is uit de indrukwekkende slachtofferverklaringen gebleken hoeveel impact de feiten hebben gehad.
De hoeveelheid strafbare feiten en de kennelijke onverschilligheid bij verdachte voor de gevolgen voor de slachtoffers zijn zeer kwalijk en uiterst verontrustend. Deze onrust is ook niet wegenomen omdat verdachte op geen enkel moment heeft willen verklaren over zijn beweegredenen, over de vraag of hij mogelijk spijt heeft van zijn daden en over of hij zich realiseert welk leed hij in het leven van anderen heeft veroorzaakt.
Uitgangspunt bij een veroordeling voor dit soort feiten is dan ook een jeugddetentie van langere tijd. De rechtbank gaat hiervan – met grote terughoudendheid - afwijken om de volgende redenen.
Verdachte is een 16-jarige jongen die al veel heeft meegemaakt. Vanaf 2022 woont verdachte niet meer thuis en heeft hij op verschillende plekken gewoond, waarbij hulpverlening op geen van deze plekken van de grond is gekomen. Verdachte is in deze periode maanden spoorloos geweest en bleek achteraf onder meer in de werkplaats van zijn vader te hebben verbleven. Zoals verdachte het zelf op de zitting omschreef, zouden veel van zijn leeftijdsgenoten zijn leven nog geen week volgehouden hebben.
De psycholoog concludeert dat bij verdachte sprake is van een post-traumatische stressstoornis (PTSS). Verdachte is herhaaldelijk blootgesteld aan ernstig fysiek geweld en ook getuige geweest van geweld. Daarnaast is sprake van een aandachts-deficiënte- en hyperactiviteitsstoornis (ADHD), een normoverschrijdende gedragsstoornis, hechtingsproblematiek en een loyaliteitsconflict die zich classificeren als ouder-kind problematiek. Voorts is sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis.
De psycholoog merkt op dat indien verdachte geen behandeling krijgt, een groot risico bestaat op het ontwikkelen van ernstige persoonlijkheidsproblematiek, waarbij antisociale- en borderline trekken zichtbaar zijn.
De genoemde beperkingen zouden volgens de psycholoog een rol kunnen hebben gespeeld in het gedrag van verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten. In dat geval zou verdachte – vanuit zijn problematiek – in enige mate beperkt zijn in zijn mogelijkheden tot het sturen van zijn eigen gedrag.
De psycholoog adviseert een gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) op te leggen.
De Raad concludeert dat verdachte een jongen is die veel hulp van buitenaf nodig heeft om zijn leven op te bouwen, maar door gebrek aan vertrouwen is hij niet in staat deze hulp aan te nemen. Verdachte heeft geleerd dat hij mensen om hem heen niet of slecht kan vertrouwen. Het is het belangrijkste dat verdachte leert vertrouwen op de mensen om hem heen door enerzijds zijn trauma's te verwerken middels behandeling en anderzijds in kleine stapjes zijn leven op te bouwen waarin succesmomenten gevierd worden. Hierin zijn kleine stapjes en een sterk kader van belang. Er moet gebruikt gemaakt worden van het feit dat verdachte in staat is tot contactgroei. Binnen dit kader moet worden voorzien in dagbesteding, behandeling en beschikbaarheid van een betrouwbare volwassene.
De Raad adviseert aan verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen onder de voorwaarden dat verdacht begeleid blijft wonen, zich laat behandelen voor traumaklachten en verslavingsproblematiek, meewerkt aan delictbesprekingen en meewerkt aan dagbesteding. Zowel de Raad als de jeugdreclassering vinden een reguliere proeftijd met bijzondere voorwaarden passender dan een GBM. De GBM brengt het risico van overvraging met zich en biedt te weinig tijd om te werken aan alle behandeldoelen van verdachte. Ook zorgt de time-out functie van de GBM juist voor een risico voor schade en terugval voor verdachte.
De Raad adviseert dat deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.
Daarnaast hebben de jeugdreclassering en de Raad op de zitting gezamenlijk geadviseerd dat naast de in de rapportages genoemde bijzondere voorwaarden aan een voorwaardelijke straf ook de bijzondere voorwaarde van een kortdurende opname in een kliniek wordt verbonden.
Gelet op de conclusies van de psycholoog en de Raad is de rechtbank van oordeel dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. De rechtbank zal dit meewegen in de strafafdoening.
Verdachte heeft niet willen of niet kunnen verklaren over de feiten. Maar dat er bij verdachte iets moet veranderen ziet hij zelf ook in. Verdachte heeft aangegeven dat hij nu geen toekomstperspectief heeft en dat hij hulp en behandeling wil. Verdachte wil een ander leven. Hij vreest dat het niet goed voor hem zal uitpakken als hij terug in detentie moet. De rechtbank ziet ook dat verdachte gemotiveerd is. In de huidige schorsing van de voorlopige hechtenis houdt hij zich blijkens het rapport van de reclassering redelijk goed en naar zijn kunnen aan de voorwaarden.
De rechtbank ziet in dat verdachte een beschadigde en kwetsbare jongen is die voor het eerst sinds lange tijd op een plek verblijft die hem enige stabiliteit kan bieden en waar hij leert mensen te vertrouwen en hulp te aanvaarden. Het is duidelijk dat verdachte behandeld moet worden en de deskundigen zijn het er in hun rapporten over eens dat dit zo snel mogelijk moet starten. De rechtbank is van oordeel dat dit voorrang moet krijgen om zo herhalingsgevaar bij verdachte te voorkomen. Jeugddetentie kan voor deze jonge verdachte schadelijke gevolgen hebben, gezien zijn traumatische verleden, en zal het voorzichtig positieve pad van hulpverlening waar hij nu mee van start is gegaan, doorkruisen.
Het doorkruisen van dit pad van hulpverlening zal zeker niet recidivebeperkend zijn. De hulpverlening is daarmee niet alleen in het belang van de ontwikkeling van verdachte maar ook in het belang van de (veiligheid van) de samenleving. Dat betekent kort samengevat dat in dit geval het doel van preventie op de lange termijn voorrang krijgt op het doel om (door een langere jeugddetentie) meer recht te doen aan de ernst van de feiten.
De rechtbank zal daarom geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen dan de periode dat verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft gezeten.
Alles afwegende legt de rechtbank aan verdachte op jeugddetentie voor de duur van 167 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Aan de voorwaardelijke detentie zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad geadviseerd met de mogelijkheid tot een klinische opname voor de duur van zeven weken en een contactverbod met slachtoffer [slachtoffer 4] .
De rechtbank beveelt dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Uit de rapportage van de psycholoog volgt dat het recidiverisico zonder behandeling wordt ingeschat als hoog. De rechtbank vindt het daarom van groot belang dat de jeugdreclassering de begeleiding van verdachte direct kan voortzetten, ook als verdachte in hoger beroep zou gaan tegen dit vonnis.
De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

7.De beoordeling van de civiele vorderingen

In parketnummer 05/098204-25
Ten aanzien van feit 1:
De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met het onder 1 bewezenverklaarde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 86,02 aan materiële schade en € 900 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De gevorderde materiële schade ziet op de posten:
Kosten sportschool abonnement € 67,80
Reiskosten € 18,22
Bij de vordering tot smartengeld heeft de benadeelde partij toegelicht dat sprake was van lichamelijk letsel bestaande uit blauwe plekken en zwellingen op het hoofd en een dikke gezwollen knie.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen. Wat betreft de hoogte van het smartengeld heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor wat betreft het smartengeld dient te worden gematigd naar € 500.
Beoordeling door de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte (afpersing) rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Benadeelde heeft voldoende onderbouwd dat hij letsel heeft opgelopen en heeft bij de hoogte van de vordering aansluiting gezocht bij bestaande rechtspraak. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de hoogte van het smartengeld te matigen.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 21 april 2025 (datum indienen vordering).
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag.
In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd.
Ten aanzien van feiten 2 en 3:
De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in verband met de feiten 2 en 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.054 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De gevorderde materiële schade ziet op de posten:
Nintendo Switch € 278
Pokemon scarlet (spel Switch) € 48
2 nieuwe autobanden € 150
2 tikkies € 350
Tas sigaren en shag uit Duitsland € 228
Sieradendoosjes, missende sieraden € 1.000
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen voor zover de sieraden reeds aan benadeelde zijn teruggegeven.
Beoordeling door de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte (diefstal uit de woning en afpersing) rechtstreeks schade heeft geleden.
De post ‘missende sieraden’ is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid zal de rechtbank voor deze post een bedrag van € 350 toewijzen. De overige posten worden geheel toegewezen.
Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van € 1.404 zal worden toegewezen.
Voor het overige zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 16 april 2025 (datum indienen vordering).
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag.
In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd.
Ten aanzien van feit 5:
De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft in verband met feit 5 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.221,87 aan materiële schade en € 15.000 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De materiele schade bestaat uit de posten:
Jas € 104,95
Overige aankopen/kosten € 250
Eigen risico zorgkosten € 663,36
Fysiobehandelingen 2024 € 106,30
Fysiobehandeling november en december 2025 € 97,26
Bij de vordering tot smartengeld heeft de benadeelde partij toegelicht dat sprake is van letsel in de vorm van een diepe verwonding van de elleboog welke op twee plaatsen was gebroken. Benadeelde heeft sindsdien een groot litteken op zijn elleboog. Ook na fysiotherapie heeft benadeelde nog klachten aan zijn elleboog. Daarnaast heeft benadeelde gesteld dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze vanwege geestelijk letsel en de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Op dit moment bedraagt de immateriële schade volgens benadeelde € 9.000, de overige € 6.000 is toekomstige schade.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij voor wat betreft de toekomstige schadeposten niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Voor het overige kan de vordering van de benadeelde partij worden toegewezen. Wat betreft de hoogte van het smartengeld heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat benadeelde partij voor wat betreft het smartengeld niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat de vordering te complex is om in de strafzaak te behandelen. Ten aanzien van de materiele schade heeft de raadsvrouw geen standpunt ingenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 5 bewezenverklaarde handelen van verdachte (poging tot zware mishandeling) rechtstreeks schade heeft geleden.
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij de vordering tot smartengeld voldoende heeft onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat het gevorderde bedrag van € 9.000 passend is gelet op het letsel en het psychische leed van de benadeelde partij naar aanleiding van het bewezenverklaarde. Mede gelet op de Rotterdamse schaal is enkel voor het elleboogletsel al een bedrag van enkele duizenden euro’s toewijsbaar.
Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering voor wat betreft de eventuele toekomstige immateriële schade van € 6.000.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 15 oktober 2025 (datum indienen vordering).
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag.
In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd.
Ten aanzien van feit 6:
De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft in verband met feit 6 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 569,59 aan materiële schade en € 650 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De materiële schade ziet op de posten:
Herstelkosten lakschade fiets € 400
Nieuwe accessoires fiets € 65,80
North Face rugzak € 16,45
Pasjeshouder € 12,99
Diverse pasjes (schoolpas, identiteitskaart, VISpas, ov-chipkaart) € 61,85
Pasfoto's € 12,50
Bij de vordering tot smartengeld heeft de benadeelde partij toegelicht dat sprake is van letsel in de vorm van een hersenschudding, schrammen in het gezicht en krassen op de handen. Ook stelt de benadeelde partij op andere wijze in de persoon te zijn aangetast door de psychische gevolgen die hij van het bewezenverklaarde heeft ondervonden. Benadeelde kon nadat hij van zijn fiets was getrapt, was geslagen en bestolen slecht slapen, was angstig om naar buiten te gaan en ontweek sociale contacten.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen. Wat betreft de hoogte van het smartengeld heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor wat betreft het smartengeld dient te worden gematigd naar € 600.
Beoordeling door de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 6 bewezenverklaarde handelen van verdachte (diefstal met geweld) rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Gelet op de het door benadeelde toegelichte letsel en de psychische gevolgen ziet de rechtbank geen aanleiding het gevorderde smartengeld te matigen naar € 600.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 20 juni 2025 (datum indienen vordering).
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag.
In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd.
Ten aanzien van feit 7:
De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft in verband met feit 7 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 399,99 aan materiële schade en € 1.250 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De gevorderde materiële schade bestaat uit:
Kleding € 229
Telefoon € 170,99
Ten aanzien van het gevorderde smartengeld heeft benadeelde toegelicht dat sprake was van lichamelijk letsel in de vorm van een beurs en pijnlijk lichaam, een blauw oog, stekende hoofdpijn en een hoofdwond op zijn achterhoofd.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met uitzondering van de schadepost telefoon. Wat betreft de hoogte van het smartengeld heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor wat betreft de schadepost telefoon dient te worden afgewezen. Het smartengeld dient te worden gematigd naar € 600.
Beoordeling door de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 7 bewezenverklaarde handelen van verdachte (poging zware mishandeling) rechtstreeks schade heeft geleden.
De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de post ‘telefoon’ onvoldoende is onderbouwd dat de schade rechtstreeks is geleden door het bewezenverklaarde handelen van verdachte, de benadeelde partij zal voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De post ‘kleding’ zal worden toegewezen.
Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van € 229 aan materiële schade zal worden toegewezen. Gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid zal de rechtbank een bedrag van € 650 aan smartengeld toewijzen.
Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 3 mei 2025.
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag.
In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd.
In parketnummer 05-047681-25
Ten aanzien van feit 1:
De benadeelde partij [naam 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 525 aan smartengeld met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen over de vordering.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen over de vordering.
Beoordeling door de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte (mishandeling) rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 15 mei 2025 (datum indienen vordering).
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag.
In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd.

8.De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

De kinderrechter heeft verdachte op 27 januari 2025 (onder parketnummers 05/331410-24 en 05/255754-24) veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen jeugddetentie, waarvan 100 uren, subsidiair 50 dagen jeugddetentie, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke straf gevorderd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen over de vordering tot tenuitvoerlegging.
De beoordeling door de rechtbank
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 180, 266, 267, 300, 302, 311, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het ten aanzien van parketnummer 05/098204-25 onder 4 primair tenlastegelegde;
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:
een jeugddetentievoor de duur van 167 (honderdzevenenzestig) dagen;
bepaaltdat van die
jeugddetentie120 (honderdtwintig) dagen niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
steltdaarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren onder de
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en
steltals bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:
- zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten Admodum of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de jeugdreclassering heeft opgesteld;
  • zich onder behandeling zal stellen van een Kairos om zich te laten behandelen voor traumaklachten, de zich ontwikkelende persoonlijkheidsproblematiek en ADHD en zich zal houden aan de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven;
  • zich onder behandeling zal stellen van een Iriszorg om zich te laten behandelen voor verslavingsproblematiek en zich zal houden aan de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven. Indien daartoe aanleiding is, zoals bij een terugval in middelengebruik, bij overmatig middelengebruik of in geval van ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld, kan de jeugdreclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert zal, nadat dit door de rechter is bevolen, de verdachte zich laten opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt 7 weken of zoveel korter als de jeugdreclassering dat nodig vindt;
  • meewerkt aan dagbesteding bij Rubixzorg of een soortgelijke instelling, onderwijs zal volgen en/of in overleg met de jeugdreclassering een andere zinvolle dagbesteding heeft;
- deelneemt aan gesprekken (over delictbesprekingen en het in kaart brengen van risico’s) met de jeugdreclassering voor zover en zo vaak als deze dat nodig acht;
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 4] ( [geboortedatum 2] 1962), zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten Jeugdbescherming Gelderland te Nijmegen opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de minderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden. De minderjarige is daarbij van rechtswege verplicht zijn medewerking te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit en aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
geeft de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland te Nijmegen de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
onder de voorwaarden dat verdachte:
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in art. 77aa, eerste tot en met vierde lid, Wetboek van Strafrecht, uit te voeren door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland te Nijmegen, waaronder de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt, daaronder begrepen;
 beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht
dadelijk uitvoerbaarzijn;
 beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;

heft ophet – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;
 veroordeelt verdachte tot betaling van
schadevergoedingaan de
navolgende benadeelde partijenvan de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.
Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente
In parketnummer 05/098204-25
1. [slachtoffer 1] € 986,02april 2025
2. [slachtoffer 2] € 1.404april 2025
3. [slachtoffer 4] € 10.221,87oktober 2025
4. [slachtoffer 5] € 1.219,59juni 2025
5. [slachtoffer 6] € 879mei 2025

In parketnummer 05/047681-25

6. [naam 1] € 525mei 2025
bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
legt aan verdachte tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partij(en) te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal jeugddetentie zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
Benadeelde partijen Bedrag Gijzeling
In parketnummer 05/098204-25
1. [slachtoffer 1] € 986,02dagen
2. M. [slachtoffer 2] € 1.404dagen
3. [slachtoffer 4] € 10.221,87dagen
4. [slachtoffer 5] € 1.219,59dagen
5. [slachtoffer 6] € 879dagen

In parketnummer 05/047681-25

6. [naam 1] € 525dagen
bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;

gelast de tenuitvoerleggingvan de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter van de rechtbank Gelderland van 27 januari 2025 (parketnummer 05/331410-24), te weten van:
100 uren werkstraf, subsidiair 50 dagen jeugddetentie.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J Post, (voorzitter en kinderrechter), mr. A.A.M Bögemann en mr. G.M.L. Tomassen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. M.I. Tuk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 november 2025.
mr. Bögemann en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024483005, gesloten op 9 juni 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] , p. 32; proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] , p. 111; proces-verbaal aangifte [slachtoffer 4] , p. 75-76; proces-verbaal van bevindingen, p. 100.
3.Proces-verbaal relaas, p. 9.
4.Proces-verbaal aanvullend verhoor [slachtoffer 1] , p. 46; CIOT antwoord, p. 54; proces-verbaal van bevindingen, p. 302.
5.Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] , p. 113.
6.Proces-verbaal verhoor [naam 8] , p. 451.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 304, 306 en 308.
8.Proces-verbaal van bevindingen, p. 177.
9.Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 113.
10.Onder meer proces-verbaal verhoor [naam 8] , p. 476, voor het overige hierna benoemd per feit.
11.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 32-33.
12.Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 476-477.
13.Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] , p. 111-113.
14.Proces-verbaal verhoor [naam 8] , p. 484-488
15.Proces-verbaal van bevindingen, p. 100.
16.Proces-verbaal van bevindingen, p. 105.
17.Proces-verbaal van bevindingen, p. 107.
18.Proces-verbaal verhoor [naam 8] . P. 490-491.
19.Proces-verbaal aangifte, p. 75-76.
20.Proces-verbaal van verhoor [naam 8] , p. 479-480.
21.Fotoblad, p. 78 en verwijsbrief huisarts, p. 91.
22.Proces-verbaal van bevindingen, p. 134-136.
23.Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 5] , p. 357-358.
24.Proces-verbaal van verhoor [naam 8] , p. 492.
25.Proces-verbaal verhoor getuige [naam 9] , p. 385-386.
26.Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] , p. 409-410.
27.Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 424-425.
28.Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] , p. 419.
29.Proces-verbaal van bevindingen, p. 422.
30.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 oktober 2025.
31.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 4] van de politie Eenheid Rotterdam, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL1700-2025013385, gesloten op 15 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
32.Proces-verbaal aangifte, p. 8.
33.Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] , p. 20.
34.Proces-verbaal verhoor verdachte, p.
35.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisan] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025067641, gesloten op 13 februari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
36.Proces-verbaal van bevindingen, p. 33 en 36.
37.Proces-verbaal van bevindingen, p. 17-18.
38.Proces-verbaal van bevindingen, p. 10-11.