ECLI:NL:RBGEL:2025:9931

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
C/05/456748 / KG RK 25-709
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek om verlof tot inroepen van huurbeding, beheerbeding en ontruimingsbeding in het kader van hypotheekrecht

In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 10 november 2025 een beschikking gegeven in een verzoekschriftprocedure. Verzoekster, ABN AMRO BANK N.V., heeft verlof gevraagd om het huurbeding, beheerbeding en ontruimingsbeding in te roepen tegen verschillende belanghebbenden, waaronder (onder)huurders van een onroerende zaak. De procedure is gestart met een verzoekschrift op 9 september 2025, gevolgd door een mondelinge behandeling op 3 november 2025. De belanghebbenden zijn niet verschenen, ondanks behoorlijke oproeping.

De feiten van de zaak zijn als volgt: belanghebbenden hebben in 2006 een hypotheekakte getekend waarbij een recht van eerste hypotheek is gevestigd op een onroerende zaak. In deze akte zijn bepalingen opgenomen die verzoekster het recht geven om het onderpand in beheer te nemen en te ontruimen indien de hypotheekgevers in verzuim zijn. Verzoekster heeft in juni 2025 de geldlening opgezegd en het uitstaande saldo opgeëist, omdat de hypotheekgevers in gebreke zijn gebleven.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het verzoek van verzoekster toewijsbaar is, met de voorwaarde dat de ontruiming niet door verzoekster zelf mag worden uitgevoerd, maar door een deurwaarder. De ontruimingstermijn is vastgesteld op twee weken, in plaats van de door verzoekster gevraagde drie dagen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: C/05/456748 / KG RK 25-709
Beschikking van 10 november 2025
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,
advocaat mr. A.J.H. Peters te Rosmalen
en

1.[belanghebbende 1] ,

wonende te [plaats 1] ,
2.
[belanghebbende 2],
in persoon en in hoedanigheid van executeur-testamentair van wijlen
mevrouw [erflaatster] ,
wonende te [plaats 2] ,
3.
[belanghebbende 3],
wonende te [plaats 1] ,
4.
[belanghebbende 4],
in persoon en in hoedanigheid van vennoot van de te [plaats 1] gevestigde vennootschap onder firma [belanghebbende 8] ,
wonende te [plaats 1] ,
5.
[belanghebbende 5],
wonende te [plaats 1] ,
6.
ÉÉN OF MEER ANDERE - AL DAN NIET ZAKELIJKE - (ONDER)HUURDERS,
wonende aan de [adres+woonplaats] ,
7.
[belanghebbende 7] ,
in hoedanigheid van vennoot van de te [plaats 1] gevestigde vennootschap onder firma [belanghebbende 8] ,
8. de vennootschap onder firma
[belanghebbende 8],
gevestigd te [plaats 1] ,
9.
EENIEDER, VOOR ZOVER GEEN HUURDER ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3:264 LID 4 EN 8 BW, DIE ZICH BEVINDT IN HET PAND,
gelegen aan de [adres+woonplaats] ,
belanghebbenden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift van 9 september 2025;
  • de oproepbrieven van 25 september 2025;
  • de mondelinge behandeling van 3 november 2025, waar mr. M.W.G. Koopmans - kantoorgenoot van mr. Peters - namens verzoekster is verschenen. De belanghebbenden zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
1.2.
Ten slotte is beschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.
Bij notariële akte van 4 september 2006 hebben belanghebbenden sub 1 en sub 2 (en wijlen mevrouw [erflaatster] , van wie belanghebbende sub 2 enig erfgenaam en executeur-testamentair is) (hierna: hypotheekgevers) - tot meerdere zekerheid voor de betaling van een aan hen door verzoekster verstrekte geldlening - ten gunste van verzoekster (onder meer) een recht van eerste hypotheek gevestigd op de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres+woonplaats] , kadastraal bekend als gemeente [plaats 3] , sectie I, nummer 560 (hierna: het onderpand). In de hypotheekakte hebben hypotheekgevers verklaard het onderpand zelf te bewonen c.q. te gaan bewonen. Belanghebbenden sub 1 en sub 3 zijn op 22 april 2016 met elkaar in gemeenschap van goederen gehuwd.
2.2.
In de hypotheekakte is een huurbeding (ex artikel 3:264 BW) opgenomen, op grond waarvan hypotheekgevers zonder toestemming van verzoekster niet bevoegd zijn het onderpand te verhuren. In de hypotheekakte is een beheersbeding (ex artikel 3:267 lid 1 BW) opgenomen, op grond waarvan verzoekster bevoegd is om, ingeval hypotheekgevers in hun verplichtingen jegens verzoekster in ernstige mate tekortschieten en de voorzieningenrechter haar machtiging verleent, het onderpand geheel of gedeeltelijk in beheer te nemen. In de hypotheekakte is een ontruimingsbeding (ex artikel 3:267 lid 2 en 3 BW) opgenomen, op grond waarvan verzoekster bevoegd is om, indien zulks met het oog op de executie is vereist en de voorzieningenrechter haar machtiging verleent, het onderpand onder zich te nemen en te verlangen dat dan ontruiming plaats heeft.
2.3.
Blijkens een in opdracht van verzoekster door een makelaar/taxateur op 20 maart 2025 uitgevoerde taxatie bedraagt de vermoedelijke verkoopopbrengst van het onderpand bij een executieveiling € 174.000,00 en bedraagt de vermoedelijke verkoopopbrengst van het onderpand in verhuurde staat bij een executieveiling € 122.000,00. Het rapport is opgesteld op basis van een geveltaxatie, omdat de makelaar/taxateur geen toegang tot het perceel heeft gekregen.
2.4.
Bij brief van 18 juni 2025 heeft verzoekster de geldlening opgezegd en het uitstaande saldo opgeëist, op de grond dat hypotheekgevers in verzuim zijn met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt. Hypotheekgevers hebben het bedrag niet binnen de gestelde termijn voldaan. Volgens verzoekster had zij op 9 september 2025 € 154.619,74 exclusief rente en kosten te vorderen.
2.5.
Verzoekster heeft bij exploten van 11 augustus 2025 aan belanghebbenden aangezegd dat tot openbare verkoop van het onderpand zal worden overgegaan op 29 januari 2026, en dat het huurbeding wordt ingeroepen.

3.Het verzoek en de beoordeling

3.1.
Verzoekster heeft de voorzieningenrechter ex artikel 3:264 BW verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
haar verlof te verlenen om het huurbeding in te roepen tegen de (onder)huurders;
haar te machtigen om het onderpand in beheer te nemen, zo nodig met behulp van een deurwaarder en de sterke arm;
haar te machtigen om het onderpand onder zich te nemen c.q. te ontruimen;
belanghebbenden, voor zover geen huurder als bedoeld in artikel 3:264 lid 4 en 8 BW, te veroordelen het onderpand met al het hunne en de hunnen te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan verzoekster;
de termijn waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden de stellen op ten hoogste drie dagen na betekening van de beschikking, althans op een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn.
3.2.
Niet gesteld of gebleken is dat het onderpand ook met instandhouding van een of meer huurovereenkomsten voldoende zal opbrengen om verzoekster volledig te voldoen. Niet in geschil is dat hypotheekgevers in ernstige mate tekort zijn geschoten in hun betalingsverplichtingen jegens verzoekster. Niet betwist is dat het onder zich nemen van de onroerende zaak met het oog op de executie is vereist.
3.3.
Het verzoek is toewijsbaar, met dien verstande dat verzoekster de ontruiming van het onderpand niet zelf ter hand mag nemen. Dat is op grond van de wet voorbehouden aan de deurwaarder. Aan belanghebbenden zal een ontruimingstermijn van twee weken worden gegund, nu de voorzieningenrechter van oordeel is dat dit een redelijke termijn is.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
verleent verlof aan verzoekster om het in de hypotheekakte opgenomen huurbeding in te roepen tegen de (onder)huurders,
4.2.
machtigt verzoekster om het onderpand in beheer te nemen, zo nodig met behulp van een deurwaarder en de sterke arm, en om het onderpand onder zich te nemen,
4.3.
veroordeelt belanghebbenden om het onderpand met al het hunne en de hunnen te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan verzoekster,
4.4.
bepaalt dat gedurende een termijn van veertien dagen na de betekening van deze beschikking aan belanghebbenden niet ontruimd mag worden,
4.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
4.6.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van der Mei en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2025.