Eiser heeft verzocht om verwijdering van politiegegevens die over hem zijn verwerkt, waaronder een registratie 'horizontale fraude' en een waarschuwingsbrief vanwege vermeende fraude met een QR-code. De korpschef heeft de sepotcode 'reprimande' verwijderd, maar geweigerd de registratie en de waarschuwingsbrief te verwijderen. Eiser stelde dat de registratie onjuist was omdat hij zich niet schuldig had gemaakt aan fraude en mogelijk sprake was van identiteitsfraude.
De rechtbank oordeelt dat de korpschef terecht heeft geweigerd de registratie en waarschuwingsbrief te verwijderen, omdat niet is gebleken dat de inhoud onjuist is of in strijd met wettelijke voorschriften wordt verwerkt. De registratie betreft het feit dat eiser in een onderzoek naar valse QR-codes naar voren is gekomen en dat hem een waarschuwingsbrief is gestuurd, hetgeen niet wordt betwist.
Hoewel het begrijpelijk is dat eiser de registratie wil laten verwijderen vanwege mogelijke gevolgen bij vergunningaanvragen, is het verwijderen van de sepotcode zonder vervanging onvoldoende om de registratie te laten vervallen. De rechtbank wijst erop dat eiser een aanvullende verklaring kan opstellen om onvolledige gegevens aan te vullen en onjuiste duiding te voorkomen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiser krijgt geen gelijk, geen teruggaaf van griffierecht en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof en griffier L. Janssen op 21 november 2025.