ECLI:NL:RBGEL:2025:9956

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
C/05/457180 / HA ZA 25-394
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering inzake leenovereenkomst en betalingsverplichting paardenmest

In deze civiele procedure heeft eiser, een besloten vennootschap, een vordering ingesteld tegen gedaagde, eveneens een besloten vennootschap, waarbij gedaagde niet is verschenen en verstek is verleend. De vordering betreft de uitlegging en afdwingbaarheid van een leenovereenkomst waarbij betaling zou moeten plaatsvinden door levering van paardenmest tegen een bedrag van €1,23 per ton.

De rechtbank heeft de inhoud van de dagvaarding als uitgangspunt genomen en geoordeeld dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is. De rechtbank verduidelijkt dat de lening niet opeisbaar is door gedaagde, maar slechts kan worden afgelost door betalingen van €1,23 per ton op te leveren paardenmest door eiser.

Verder is gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die in totaal €1.625,40 bedragen, inclusief kosten van dagvaarding, griffierecht, salaris advocaat en nakosten. Tevens is gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over deze kosten indien niet tijdig voldaan wordt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering toe en veroordeelt gedaagde tot betaling van €1,23 per ton paardenmest en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/457180 / HA ZA 25-394
Vonnis van 12 november 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser],
gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente Schagen,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.A. Mak te Alkmaar,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
In onderdeel (i) van het petitum is onder meer vermeld: ‘door betalingen van [gedaagde] van € 1,23 op te leveren paardenmest’. Gelet op de inhoud van de dagvaarding bedoelt [eiser] kennelijk € 1,23
per tonop te leveren paardenmest. De rechtbank zal de cursieve woorden vermelden in de beslissing.
2.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
614,00
(1 punt × € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.625,40.
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart voor recht dat het saldo van de leenovereenkomst niet opeisbaar is door [gedaagde] en dat de (zogenaamde) lening slechts kan worden afgelost door betalingen van [gedaagde] van € 1,23 per ton op te leveren paardenmest door [eiser] ,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.625,40, tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis zijn betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.