ECLI:NL:RBGEL:2025:9957

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
C/05/457648 / HA ZA 25-412
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 721 RvArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling en incassokosten in civiele verstekzaak

In deze civiele verstekzaak vordert Vitesse betaling van een geldbedrag, buitengerechtelijke incassokosten en beslagkosten van [gedaagde]. De gedaagde partij is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank beoordeelt de vordering en wijst deze grotendeels toe. De gevorderde beslagkosten worden afgewezen vanwege het ontbreken van de vereiste exploten van overbetekening aan derden, waardoor niet kan worden vastgesteld of de wettelijke termijnen zijn nageleefd. De buitengerechtelijke incassokosten worden slechts gedeeltelijk toegewezen, omdat het gevorderde bedrag niet overeenkomt met de wettelijke tarieven uit het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.

Daarnaast wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de proceskosten, inclusief griffierecht, advocaatkosten en nakosten. De wettelijke rente wordt toegewezen over de toegewezen bedragen vanaf de respectievelijke data. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €107.886,00 met rente, €1.853,86 incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/457648 / HA ZA 25-412
Vonnis van 12 november 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. VITESSE,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: Vitesse,
advocaat: mr. M. Timmer te Doetinchem,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Vitesse heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. De vordering zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
Vitesse vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering zal als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen, omdat Vitesse heeft verzuimd de beslagstukken volledig in het geding te brengen. Bij de stukken ontbreken de - ingevolge het bepaalde in artikel 721 Rv Pro - op straffe van nietigheid voorgeschreven exploten van overbetekening van een afschrift van de dagvaarding aan de derde-beslagenen. Bij gebreke daarvan kan niet worden beoordeeld of de wettelijke termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen. De vordering tot vergoeding van de beslagkosten zal daarom worden afgewezen.
2.4.
Vitesse vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoogte van het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten (€ 6.775,00) is echter niet in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank zal € 1.853,86 toewijzen.
2.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vitesse worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
1.929,00
(1 punt × € 1.929,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
9.087,40.
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Vitesse te betalen een bedrag van € 107.886,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 april 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Vitesse te betalen een bedrag van € 1.853,86 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 18 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 9.087,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.