ECLI:NL:RBGEL:2025:9960

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
11595296
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tekortkomingen in de nakoming van een aannemingsovereenkomst met betrekking tot dakwerkzaamheden

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland op 19 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een eiser en een gedaagde over tekortkomingen in de nakoming van een aannemingsovereenkomst. De eiser, vertegenwoordigd door mr. R.H.F. Kok, vorderde vervangende schadevergoeding van de gedaagde, vertegenwoordigd door mr. D. van Hijkoop, wegens gebreken aan het dak en de schoorsteen van een woning. De overeenkomst was gesloten in september 2016 tussen de eigenaar van de woning en de vennootschap van de eiser, die inmiddels ontbonden is. De gedaagde had werkzaamheden verricht, maar de eigenaar ontdekte in 2023 dat er gebreken waren aan het dak, wat leidde tot een expertiserapport dat de gebreken bevestigde. De eiser heeft de gedaagde gesommeerd om de gebreken te herstellen, maar de gedaagde heeft dit nagelaten. De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde tekortgeschoten was in de nakoming van de overeenkomst en dat de eiser recht had op vervangende schadevergoeding. De hoogte van de schadevergoeding werd vastgesteld op € 13.750,00 voor het dak en € 326,45 voor de schoorsteen, plus expertisekosten van € 2.395,80. De gedaagde werd ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11595296 \ CV EXPL 25-2120
Vonnis van 19 november 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. R.H.F. Kok,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. D. van Hijkoop.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 19 maart 2025 en de daarin genoemde processtukken.
- de akte overlegging producties 16 t/m 18 van [eiser] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 september 2025, waarbij partijen aan de hand van spreekaantekeningen het woord hebben gevoerd. Van wat partijen verder hebben verklaard, heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Vervolgens is bepaald dat een vonnis wordt gewezen.

2.De feiten

2.1.
[eiser] was vennoot van de inmiddels ontbonden vennootschap onder firma [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ). [gedaagde] was voorheen werkzaam onder de handelsnaam [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ).
2.2.
Omstreeks september 2016 hebben de eigenaren van de woning aan [adres en plaats] (hierna: de eigenaar) met [bedrijf 1] een overeenkomst van aanneming van werk gesloten om werkzaamheden aan het dak en de schoorsteen van de woning te verrichten.
2.3.
Uit het bouwtechnisch rapport van Woningschouw, dat de eigenaar bij aankoop van de woning heeft laten opmaken, volgt dat de schoorsteen en de dakbedekking hersteld dienen te worden.
2.4.
Op enig moment heeft een inspectie van het dak en schoorsteen plaatsgevonden, waarbij partijen en de eigenaar van de woning aanwezig waren.
2.5.
Medio september 2016 hebben partijen een aannemingsovereenkomst gesloten voor een aanneemsom van € 12.039,50 inclusief btw. In de door [gedaagde] uitgebrachte offerte van 8 september 2016 staat onder meer het volgende:

Dakbedekking woning:
Totaal 95 m2
Als volgt uit te voeren:
  • De bestaande dakbedekking slopen en afvoeren;
  • De vrijgekomen ondergrond grondig ontdoen van losse stof en vuil;
  • De eventueel aanwezig blazen en/of scheuren verwijderen en/of repareren;
  • Het bestaande dakbeschot slopen tot op balklaag;
  • Nieuw dakbeschot plaatsen van underlayment 18 mm (9m1 x 2x44);
  • Een laag eenzijdig A.P.P. gemodificeerd gebitumineerd polyestermat MEC, 460 P 60 aanbrengen en mechanisch bevestigen op de ondergrond met behulp van parkers en volgringen;
  • Een nieuwe toplaag van A.P.P. gemodificeerd gebitumineerd polyester/glasvlies combimat MEC, 470 K 24 aanbrengen volgens de brandmethode;
  • De dwars overlappen verspringend aanbrengen;
Randwerk dakranden:
Als volgt uit te voeren: 18 m1
  • De bestaande daktrim inclusief bestaande dakbedekking verwijderen en afvoeren;
  • Het bestaande randwerk grondig ontdoen van losse stof en vuil;
  • Het afgekomen vuil afvoeren;
  • Van bovenkant opstand tot ruim door de kim aparte stroken van A.P.P. gemodificeerd gebitumineerd polyester/glasvlies combimat MEC. 470 k 24 aanbrengen;
  • De toplaag van dakbedekking aanbrengen tot in de kim;
  • Bovenop het randwerk een nieuwe aluminium daktrim 60/64 monteren met de daarvoor geëigende bevestigingsmiddelen;
  • De flens van de daktrim voorzien van een bitumineuze hechtlaag;
  • Na droogtijd vanuit de daktrim tot ruim door de kim aparte stroken A.P.P. gemodificeerd gebitumineerd polyester/glasvlies combimat MERC, 470 K 24 aanbrengen volgens de brandmethode.
(…)
Prijsopgave:
Bovengenoemde werkzaamheden kunnen wij u aanbieden voor een totaal prijs van
€ 10.450,00 Ex BTW
€ 2.194,50 BTW
€ 12.644,50 INCL. BTW
2.6.
[gedaagde] heeft tussen 14 september 2016 en 9 oktober 2016 werkzaamheden verricht. Op 9 oktober 2016 heeft hij het werk in aanwezigheid van [bedrijf 1] en de eigenaar opgeleverd.
2.7.
De eigenaar heeft, nadat hij eind 2023 houtrot en schade aan de boeirand en de daktrim van het dak heeft ontdekt, [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ) de opdracht gegeven een inspectie uit te voeren. [bedrijf 3] heeft vervolgens geconstateerd dat het dakbeschot, de boeiboorden en de dakranden verrot zijn.
2.8.
De eigenaar heeft daarvan op 19 oktober 2023 melding gemaakt bij [eiser] ( [bedrijf 1] is inmiddels ontbonden), die op zijn beurt de melding heeft doorgestuurd naar [gedaagde] .
2.9.
[gedaagde] heeft op 25 oktober 2023 de woning bezocht. Naar aanleiding van zijn bezoek heeft hij de volgende dag voorgesteld om twee zichtbare plooien in de dakbedekking uit te snijden, op die plek nieuwe dakbedekking te branden en om een losgekomen daktrim terug te plaatsen.
2.10.
In opdracht van [eiser] heeft dakbedekkingsbedrijf NL Dak & Solar Groep B.V. (hierna: NL Dak & Solar ) op 26 oktober 2023 het dak geïnspecteerd en voorlopig geconstateerd dat:
  • de daktrims ondeugdelijk zijn gemonteerd;
  • de koppelplaatjes tussen de trims ontbreken;
  • de afwerkstroken in de kim van de daktrim moeten worden gebrand in stroken van maximaal 100 cm, wat niet is gebeurd;
  • de dakbanen over de lange zijde in de trim zijn gebrand waardoor plooien zijn ontstaan;
  • het dakbeschot enkel aan de onderzijde van het dakoppervlak is vernieuwd door underlayment platen;
  • het overige dakoppervlak nog het oude dakbeschot betreft.
NL Dak & Solar heeft geadviseerd dat de dakbedekking inclusief het oude dakbeschot van het gehele dak wordt vervangen.
2.11.
Onder verwijzing naar de voornoemde constateringen heeft [eiser] op 27 oktober 2023 het voorstel tot herstel van [gedaagde] afgewezen en verzocht om in lijn met het advies van NL Dak & Solar het dak te herstellen. [gedaagde] bleef echter bij zijn voorstel (zie 2.9).
2.12.
Op 28 maart 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] gesommeerd uiterlijk 4 april 2024 te bevestigen dat hij kosteloos de gebreken zal herstellen conform de herstelwijze, zoals vermeld in het rapport van NL Dak & Solar , en dat hij uiterlijk 25 april 2024 de gebreken heeft hersteld. De brief houdt tevens een voorwaardelijke omzettingsverklaring in.
2.13.
Omdat [gedaagde] geen gevolg heeft gegeven aan de sommatie van 28 maart 2024, is de vordering tot nakoming per 26 april 2024 omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding.
2.14.
In opdracht van [eiser] heeft Bureau voor Bouwpathologie op 3 september 2024 een deskundigenonderzoek uitgevoerd in de aanwezigheid van beide partijen, waarvan de bevindingen op 13 januari 2025 in een rapport zijn vastgelegd. In het rapport staat daarover, voor zover relevant:
“(…)
Ondergetekende beschikt over een offerte van [bedrijf 2] van 2016 waarin een omschrijving staat van de voorgenomen werkzaamheden. Ondergetekende trekt op basis van de bouwkundige keuring en de daarin vermelde staat van het dak en de omschrijving in de offerte van [bedrijf 2] van de voorgenomen werkzaamheden, dit niet voldoende op elkaar aansluit. Gesteld kan worden dat de omschrijving in de offerte van [bedrijf 2] niet voldoende aansluit bij de toestand/staat van het dak in 2016.
(…)
Op basis van voornoemde is ondergetekende van mening dat minimaal sinds oktober/november 2023 sprake is van de navolgende gebreken aan het dak van de woning (…):
1. Aan de dakranden treed inwatering van de dakconstructie op door spanningen in de dakbedekking en de ondergrond daarvan.
2. het broeiboord vertoond plaatselijk houtrot en het schilderwerk is in slechte staat. Het hout van het boeiboord toont verweerd. Een en ander door het open staan van de dakranden.
3. De daktrimmen zijn niet verkleefd aan de dakbedekking en er is geen randstrook toegepast.
4. Het oude dakbeschot is niet geheel vervangen maar deels nog het oude dakbeschot in zeer slechte staat als gevolg van inwerking van vocht.
5. Niet alle oude dakbedekkingslagen zijn verwijderd voor het opnieuw aanbrengen van de twee nieuwe lagen.
6. Er zijn veel plooien en onvlakheden in de dakbedekking zichtbaar.
7. Plaatselijk lijkt wel oude dakbedekking nog aanwezig en plaatselijk niet, dikte verschil.
8. Koppelplaatjes tussen de daktrimmen ontbreken.
9. Daktrimmen zijn niet goed vastgezet in de dakranden.
10. De randstroken die zijn toegepast, zijn soms te lang en zijn niet op de juiste wijze in de daktrim verkleefd.
11. De dakconstructie is niet aangepast voor wat betreft het aanbrengen van dampremming en of isolatie.
12. De staat van het dakbeschot is slecht als gevolg van inwerking van vocht en spanningen vanuit de dakbedekking.
13. De loodslabbes in de schoorsteen zijn uitgevoerd als voeglood. De voeg er direct boven is niet waterdicht en het metselwerk van de schoorsteen vertoond scheuren.
14. De rand van de dakbedekking boven de goot is niet volledig vastgezet maar is overstekende/overhangende dakbedekking van het dakvlak.
De ernst kan ondergetekende uitdrukken in de noodzaak tot herstel en de omvang van herstel. De gebreken en omvang hiervan zijn van dien aard dat slechts algeheel herstel nog passend is (…) Herstel zal alle dakbedekking betreffen (alle lagen en aansluiting), alle dakranden en de onderconstructie van de dakbedekking.
(…)
Ten eerste zijn de in 2016 reeds bestaande en aanwezige gebreken als omschreven in de rapportage van de bouwkundige keuring met de in de offerte door [bedrijf 2] omschreven werkzaamheden onvoldoende weggenomen. Dit is een van de grootste oorzaken van de huidige gebreken.
Tussen de uitvoering van de dakwerkzaamheden door [bedrijf 2] in opdracht van [bedrijf 1] die weer opdracht had van de heer (…) is een periode van krap 8 jaar verstreken. In 8 jaar kan er veel gebeuren wat van invloed is op de gebreken als geconstateerd. Dit maakt dat niet op alle punten van gebrek een duidelijke en/of enkelvoudige oorzaak kan worden gegeven.
(…)
Op basis van de omschrijving in de offerte van [bedrijf 2] is ondergetekende van mening dat enerzijds lijkt te worden gehint op vervanging van het geheel aan dakbedekking en een klein deel aan dakbeschot. Dakranden als aansluitingen op schoorstenen, daktrimmen en gootaansluitingen maken hier volgens omschrijving van [bedrijf 2] onderdeel uit (Variant 1). Anderzijds lijkt te worden gesteld dat slechts een deel van de bestaande dakbedekking wordt verwijderd, een deel wordt ‘gefatsoeneerd’ en dat het geheel wordt overlaagd met twee nieuwe lagen. Daarbij wordt ook een klein deel van het dakbeschot vervangen. Dakranden als aansluitingen op schoorstenen, daktrimmen en gootaansluitingen maken hier volgens de omschrijving ook onderdeel van uit (Variant 2).
De eerste variant is niet uitgevoerd, de tweede variant wel. De eerste variant had naar de mening van ondergetekende reeds in 2016 het advies moeten zijn op basis van de kennelijke gebreken die aan het dak destijds zijn vastgesteld door [bedrijf 2] (…). Uit de rapportage van de bouwkundige keuring blijkt dat in 2016 de eerste variant noodzakelijk was en geadviseerd was.
De tweede variant is uitgevoerd waarbij naar de mening van ondergetekende een probleem is gecreëerd door de bevestiging in de verschillende ondergronden (cementgebonden vezelplaat is veel minder trekvast dan underlayment), de ongelijke laagdikte in één dakvlak (9m1x2, 44m1 twee lagen en het overige meerdere lagen tot mogelijk zelfs meer dan 4 lagen), het niet juist uitvoeren van de dakranden en de aansluiting op de schoorsteen. De dakranden zouden in beide varianten juist moeten zijn uitgevoerd maar blijken juist in het geheel niet goed uitgevoerd en wel omschreven in de offerte.
Samengevat is de omschrijving niet eenduidig en niet volledig en er kan door ondergetekende dan ook niet enkelvoudig worden vastgesteld of de in de offerte omschreven werkzaamheden deugdelijk zijn verricht. Wel is vastgesteld dat tweede schijnbare variant van de omschrijving (die lijkt te zijn uitgevoerd) voor wat betreft de letterlijke omschrijving als deugdelijk uitgevoerd zou kunnen worden gezien. Echter is het geen juist advies geweest in 2016 en had een andere omschrijving als de eerste variant beter in uitvoering genomen kunnen worden. (…)”
Bureau voor Bouwpathologie heeft in het rapport de kosten van herstel van de geconstateerde gebreken aan het dak geraamd op € 13.750,00 inclusief btw. De kosten van herstelwerkzaamheden aan de schoorsteen zijn geraamd op € 880,00 inclusief btw.
2.15.
Op 30 januari 2025 heeft [eiser] [gedaagde] onder meer gesommeerd om de herstelkosten van € 13.750,00 uiterlijk op 13 februari 2025 te voldoen. Daarnaast heeft hij [gedaagde] in de gelegenheid gesteld uiterlijk tot 13 februari 2025 de schoorsteen te herstellen.
2.16.
[gedaagde] heeft op 6 februari 2025 gereageerd dat hij de werkzaamheden in overeenstemming met de offerte heeft uitgevoerd.
2.17.
[eiser] heeft twee offertes van dekdekkersbedrijven in het geding gebracht.
2.17.1.
[bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4] ) heeft op 19 februari 2025 de herstelkosten geraamd op € 17.860,00 (exclusief btw) voor het dak, waarvan € 3.575,00 (exclusief 6% btw) voor het aanbrengen van isolatie en € 14.285,00 (exclusief 21% btw) voor een compleet dakbedekkingspakket (productie 15 dagvaarding).
2.17.2.
[bedrijf 5] (hierna: [bedrijf 5] ) heeft bij offerte van 16 april 2025 de herstelkosten geraamd op € 19.019,19, waarvan € 18.692,75 voor het dak en
€ 326,45 voor de schoorsteen (productie 17 akte [eiser] ).

3.De vordering en het verweer

3.1.
[eiser] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:
I. € 21.074,35 inclusief btw, aan vervangende schadevergoeding voor de herstelkosten van het dak, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
26 april 2024 tot aan de dag van algehele betaling;
II. € 880,00 inclusief btw aan vervangende schadevergoeding voor de herstelkosten van de schoorsteen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2025 tot aan de dag van algehele betaling;
III. € 2.395,80 aan kosten expertiserapport, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum dagvaarding tot de dag van algehele betaling;
IV. de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van uitspraak.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. Primair stelt hij dat [gedaagde] zich niet aan de opdracht heeft gehouden, omdat niet het gehele dak is vervangen. Daarnaast is het opgeleverde werk in zijn ogen gebrekkig. Subsidiair, voor het geval er vanuit wordt gegaan dat de opdracht niet strekte tot vervanging van het gehele dak, stelt [eiser] dat [gedaagde] op de hoogte was van het bouwtechnische rapport en daarom wist dat de door hem uitgevoerde werkzaamheden niet aansloten bij wat was vereist om het dak en de schoorsteen in een goede en deugdelijke staat te herstellen en daarvoor had moeten waarschuwen. Hij vordert als vervangende schadevergoeding het bedrag dat hem gaat kosten om het werk door een derde te laten herstellen.
3.3.
[gedaagde] betwist de vordering. Hij heeft in 2016 aan [eiser] en aan de eigenaar gezegd dat het hele dak vervangen moest worden en dat dat tevens de beste optie is. De eigenaar was daarmee niet akkoord vanwege budgettaire redenen. Daarom had [gedaagde] voorgesteld om voorlopig een deel van het dak te vervangen en in een later stadium het andere deel van het dak. Zijn offerte ziet daarom op een tijdelijke oplossing, wat uiteindelijk door [bedrijf 1] is aanvaard. Het werk dat hij heeft geleverd, voldoet naar zijn zeggen aan de eisen van deugdelijk werk.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Kwalificatie overeenkomst
4.1.
Vooropgesteld wordt dat partijen een overeenkomst van (onder)aanneming van werk hebben gesloten. Op de overeenkomst zijn de bepalingen van artikel 7:750 e.v. BW van toepassing.
Geschil
4.2.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst en of [eiser] als gevolg daarvan aanspraak kan maken op vervangende schadevergoeding.
Omvang overeenkomst
4.3.
Vast staat dat het dak van de woning van de eigenaar niet volledig is vervangen en dat de schoorsteen niet volledig is hersteld conform het advies uit het bouwtechnisch rapport. Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] conform de overeenkomst ongeveer
21 m² aan dakbeschot diende te vervangen (zie de in r.o. 2.5 geciteerde offerte, vijfde bullet point) en dat ook heeft vervangen, waarbij - eveneens conform overeenkomst - tevens de dakbedekking is verwijderd en vernieuwd. Partijen zijn verdeeld over de vraag of [gedaagde] uit hoofde van de aannemingsovereenkomst de dakbedekking van het volledige dak (dus ook de overige ongeveer 74 m² ) had moeten verwijderen en vervangen. De kantonrechter zal bij de beoordeling van dit geschil de offerte van 8 september 2016 (hierna: de offerte) van [gedaagde] als uitgangspunt nemen.
4.4.
[eiser] heeft gesteld dat is overeengekomen dat [gedaagde] het geheel van de dakbedekking (95 m²) zou vervangen. [gedaagde] voert daartegenover aan dat [eiser] hem de opdracht heeft gegeven om slechts 21 m² volledig te vervangen inclusief het dakbeschot, waarbij de rest van de oppervlakte van het dak zou worden overlaagd met een nieuwe toplaag. In een periode van ongeveer drie jaar zou het dak (alsnog) volledig worden vervangen. De eigenaar heeft voor deze aanpak gekozen vanwege budgettaire redenen, aldus [gedaagde] .
4.5.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verweer van [gedaagde] verenigt zich niet goed met de inhoud van de tekst van de offerte. Onder het kopje “Dakbedekking woning” wordt een totale oppervlakte van 95 m² vermeld, gevolgd door de bewoordingen dat de bestaande dakbedekking gesloopt en afgevoerd zal worden. Dit impliceert dat 95 m² aan bestaande dakbedekking verwijderd, afgevoerd en opnieuw gelaagd zal worden, derhalve de dakbedekking van het volledige dak. [gedaagde] heeft erop gewezen dat de offerte ook vermeldt
‘De eventueel aanwezig blazen en/of scheuren verwijderen en/of repareren’(zie de in r.o. 2.5 geciteerde offerte, derde bullet point) en aangevoerd dat dit erop wijst dat de bestaande dakbedekking niet volledig zou worden verwijderd en vervangen. Ook Bureau voor Bouwpathologie heeft geconstateerd dat de offerte niet geheel eenduidig is. Naar het oordeel van de kantonrechter duidt de offerte als geheel toch overwegend op vervanging van de dakbedekking van het volledige dak.
4.6.
Los van deze taalkundige uitleg speelt ook mee de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-norm). Daarbij komt betekenis toe aan de omstandigheid dat de eigenaar van de woning aan beide partijen te kennen heeft gegeven dat hij het dak geheel wil vervangen gelet op de bevindingen uit het bouwtechnische rapport, wat door [gedaagde] niet is betwist. Daarnaast hebben partijen samen het dak van de woning geïnspecteerd, voordat [gedaagde] de offerte had opgesteld. Bovendien acht de kantonrechter de gestelde afspraak om slechts een deel van het dak te vervangen als tijdelijke maatregel om vervolgens over drie jaar het hele dak opnieuw te vervangen en te overlagen onlogisch, gelet op de (totale) hoge kosten die daarmee gemoeid zouden zijn. [gedaagde] heeft hiervoor ook geen enkele onderbouwing gegeven.
De conclusie is dan ook dat [eiser] onder de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd erop mocht vertrouwen dat [gedaagde] de volledige oppervlakte van 95 m² van het dak zou vervangen en de schoorsteen zou herstellen conform het bouwtechnische rapport. Nu dit niet is gebeurd, is [gedaagde] in beginsel is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.
Is [gedaagde] ontslagen van aansprakelijkheid?
4.7.
De vraag die vervolgens ter beoordeling voorligt, is of [gedaagde] tot herstel van de gebreken had moeten overgaan. Artikel 7:758 lid 3 BW bepaalt dat een aannemer van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken, is ontslagen. De stelplicht en bewijslast dat aansprakelijkheid is uitgesloten op grond van artikel 7:758 lid 3 BW rust op [gedaagde] .
4.8.
[gedaagde] heeft ter zitting, zonder enige onderbouwing, gesteld dat de plooien in de dakbedekking bij de oplevering zichtbaar waren en dat [eiser] en de eigenaar hebben nagelaten dit toen te melden. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit onvoldoende, nu [eiser] daartegenover heeft aangevoerd dat de dakbedekking bij de oplevering strak en egaal was, waardoor de plooien dus niet redelijkerwijs ontdekt hadden kunnen worden. Daarbij wordt meegewogen dat [eiser] onbetwist heeft gesteld dat hij niet deskundig is op het gebied van daken en daarom het vervangen van het dak aan [gedaagde] had uitbesteed. [gedaagde] had dan ook, gelet op de gemotiveerde betwisting van [eiser] , zijn stelling (nader) moeten onderbouwen. Nu hij dit niet heeft gedaan, kan de kantonrechter niet vaststellen dat de plooien bij de oplevering redelijkerwijs ontdekt hadden moeten worden. [gedaagde] is dus aansprakelijk voor dit gebrek. Over de vraag of meer gebreken redelijkerwijs zichtbaar zouden moeten zijn heeft hij niets gesteld.
Gebreken
4.9.
[eiser] heeft verder gesteld dat de werkzaamheden die [gedaagde] heeft verricht, gebrekkig zijn. Hij onderbouwt dit met het rapport van Bureau voor Bouwpathologie van
13 januari 2025 (productie 10 dagvaarding), waarin de volgende (verborgen) gebreken zijn geconstateerd:
er is sprake van inwatering aan de dakranden;
de daktrimmen zijn niet verkleefd;
het dakbeschot is gedeeltelijk niet vervangen;
de dakbedekkingslagen zijn niet vervangen;
de oude dakbedekking is aanwezig;
de koppelplaatjes ontbreken;
de daktrimmen zijn niet goed vastgezet;
de randstroken zijn niet toegepast;
de dakconstructie is niet aangepast voor dampremming en isolatie;
de loodslabben in de schoorsteen zijn gebrekkig uitgevoerd en de schoorsteen vertoont scheuren;
de rand van de dakbedekking is ondeugdelijk bevestigd.
4.10.
De gebreken 3 t/m 5 zijn hiervoor reeds aan de orde geweest. Tegen de gebreken genoemd onder 6, 8, 9 en 11 heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd, zodat het bestaan van deze gebreken vast komt te staan. Wel heeft hij de gebreken bestreden genoemd onder 1, 2, 7 en 10. De inwatering aan de dakranden (1) en de losgekomen daktrimmen (2) zijn naar zijn zeggen het gevolg van de keuze van de eigenaar om het dak gedeeltelijk te herstellen. Hij betwist ook dat hij de daktrim niet goed zou hebben aangebracht (7), nu hij een zogenaamde mono daktrim heeft aangebracht die in een opstand voorziet. Hierdoor wordt voorkomen dat regenwater aan de zijkant van de woning langs de muur afwatert. Dit is bovendien waterdicht uitgevoerd. Tot slot heeft [gedaagde] aangevoerd dat het niet vreemd is dat de loodslabben in de schoorsteen na een periode van meer dan acht jaar gaan wijken (10) en dat dit ook toegeschreven kan worden aan een andere oorzaak, zoals harde wind. Ook heeft hij naar zijn zeggen de voegen hersteld.
4.11.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] tegenover de uiteenzetting van Bureau voor Bouwpathologie (zie 2.4) de gebreken onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, zodat uitgegaan wordt van het bestaan van deze gebreken. Nu hij deze niet heeft hersteld, is hij tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van aanneming met [eiser] .
Gevolgschade
4.12.
[eiser] heeft de verrotte boeiboorden, plooien en onvlakheden in de dakbedekking en de slechte staat van het dakbeschot als gevolgschade opgevoerd. [gedaagde] heeft daartegen aangevoerd dat deze het gevolg zijn van de normale werking van het dak en van de keuze van de eigenaar om het dak slechts gedeeltelijk te vervangen. Deze redenering gaat naar het oordeel van de kantonrechter niet op, nu hiervoor reeds geoordeeld is dat de aannemingsovereenkomst zo uitgelegd dient te worden dat het volledige dak vervangen diende te worden. Dat de schade is toe te schrijven aan de normale werking van het dak heeft [gedaagde] niet onderbouwd.
Vervangende schadevergoeding is verschuldigd4.13. [eiser] heeft zijn vordering gebaseerd op artikel 6:87 BW. Daaruit volgt dat voor zover nakoming van een verbintenis niet al blijvend onmogelijk is, de verbintenis kan worden omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding als de schuldenaar in verzuim is en de schuldeiser schriftelijk mededeelt dat hij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert.
4.14.
Aan de vereisten van artikel 6:87 BW is voldaan: er zijn gebreken, [gedaagde] is in verzuim en per 26 april 2024 is de vordering tot nakoming omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. Dit betekent dat [gedaagde] in plaats van nakoming de schade van [eiser] dient te vergoeden. Hij heeft echter ten aanzien van de schade het verweer gevoerd dat niet is gebleken dat [eiser] daadwerkelijke schade heeft geleden. Een bewijs van betaling aan de eigenaar ontbreekt en niet duidelijk is of de eigenaar daadwerkelijk tot verhaal van de door [eiser] gestelde schade overgaat. Dit verweer wordt gepasseerd. De schade wordt objectief vastgesteld, wat betekent dat niet relevant is of [eiser] daadwerkelijk deze kosten gaat maken of heeft gemaakt. Van belang is wat de kosten zijn indien de overeenkomst alsnog deugdelijk wordt nagekomen.
De omvang van de vervangende schadevergoeding
4.15.
De hoogte van de vervangende schadevergoeding wordt bepaald aan de hand van de waarde van de uitgebleven en/of ondeugdelijk verrichte prestatie, waarbij de vervangende schadevergoeding [eiser] in staat moet stellen de gemiste prestatie door een derde te laten uitvoeren. [eiser] heeft zijn vordering gebaseerd voor wat betreft het herstellen van het dak op de offerte van [bedrijf 4] van 19 februari 2025 (productie 15 dagvaarding) en voor wat betreft het herstellen van de schoorsteen op het rapport van Bureau voor Bouwpathologie .
4.15.1.
De offerte van [bedrijf 4] van 19 februari 2025 gaat uit een bedrag van € 17.860,00 exclusief btw, waarvan € 3.575,00 (exclusief 6% btw) voor het aanbrengen van isolatie en
€ 14.285,00 (exclusief 21% btw) voor een compleet dakbedekkingspakket.
4.15.2.
Bureau voor Bouwpathologie heeft de herstelkosten op 13 januari 2025 geraamd op € 13.750,00. Daaronder zijn de volgende werkzaamheden inbegrepen:
  • het geheel vervangen van het dakbeschot, de dakbedekking, de dakranden en de boeiboorden;
  • het plaatsen van een dampremming;
  • het plaatsen van isolatie.
De herstelkosten voor de schoorsteen worden geschat op € 880,00 inclusief btw.
4.16.
De kantonrechter is met [gedaagde] van oordeel dat de discrepantie tussen de raming van de herstelkosten door Bureau voor Bouwpathologie en de door [bedrijf 4] geoffreerde herstelkosten groot is. Het argument van [eiser] dat het hier gaat om besmet werk dat voor aannemers prijsverhogend kan werken, gaat niet op. [gedaagde] heeft immers daartegen onweersproken aangevoerd dat van besmet werk alleen sprake kan zijn als een gedeelte van het werk door een andere aannemer wordt uitgevoerd, terwijl het in het onderhavige geval gaat om volledige vervanging van het dak. De door [eiser] overgelegde offertes en de ramingen in de expertiserapporten maken bovendien niet inzichtelijk wat de hoogte van het herstelbedrag zou moeten zijn. De kantonrechter zal daarom de hoogte van de gevorderde vervangende schadevergoeding schatten (artikel 6:97 BW) met inachtneming van het navolgende.
4.17.
Vooropgesteld wordt dat de gevorderde kosten die betrekking hebben op het onderdeel isolatie afgewezen zullen worden, aangezien [gedaagde] terecht heeft aangevoerd dat partijen deze niet zijn overeengekomen. Deze kostenpost kan dan ook niet opgevat worden als schade, maar als een verbetering.
4.18.
Voor wat betreft het vervangen van het dak zal de kantonrechter aansluiten bij de raming van Bureau voor Bouwpathologie , nu in de offerte van [bedrijf 4] van meer (uitgebreide) werkzaamheden wordt uitgegaan. [eiser] heeft bovendien geen deugdelijke verklaring gegeven voor het contrast tussen de geraamde kosten van deze partijen, mede gelet op de tijdsperiode tussen het opstellen van het rapport van Bureau voor Bouwpathologie en de offerte van [bedrijf 4] . Bureau voor Bouwpathologie gaat uit van
€ 880,00 inclusief btw aan herstelkosten voor de schoorsteen. Gelet op de offerte van [bedrijf 5] kan de schoorsteen echter gerepareerd worden voor een bedrag van € 326,45 (zie 2.17.2). De kantonrechter zal dan ook dit bedrag als uitgangspunt nemen.
4.19.
Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de vordering van [eiser] als volgt zal worden toegewezen:
  • € 13.750,00 inclusief btw voor de herstelkosten van het dak, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2024 tot aan de dag van algehele betaling;
  • € 326,45 inclusief btw voor de herstelkosten van de schoorsteen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2025 tot aan de dag van algehele betaling.
Kosten rapporten4.20. De door [eiser] gevorderde expertisekosten van € 2.395,80 inclusief btw komen eveneens voor toewijzing in aanmerking. Deze kosten zijn door hem gemaakt ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid en daarom aan te merken als vermogensschade in de zin van artikel 6:96 lid 2 onder b BW.
Proceskosten
4.21.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,21
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.799,21
4.22.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 13.750,00 inclusief btw aan vervangende schadevergoeding ten aanzien van het dak, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2024 tot aan de dag van algehele betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 326,45 inclusief btw aan vervangende schadevergoeding ten aanzien van de schoorsteen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2025 tot aan de dag van algehele betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.395,80 inclusief btw aan expertisekosten,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.799,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.P. Lambooij en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.
46409/53331