Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de akte van [eiseres]
- de akte van [gedaagden]
- het getuigenverhoor van 24 november 2025
2.De verdere beoordeling
“(…) Op [adres 1] zijn op 25 juli 2025 schades waargenomen, zoals weergegeven op bijgevoegde foto’s. Met name de diepere gaten ziet er erg slecht uit. Die kunnen leiden tot meer materiaalverlies doordat er verkeer overheen rijd en er voor zorgt dat de gaten groter worden. Verder zijn er ook krassen waargenomen sommige minder diep dan andere maar voor aangezicht niet mooi net als een kras op de auto. (…) De diepere krassen kunnen in verloop van tijd wel gaan rafelen om de scheuren heen. Doordat het verkeer erover heen rijd. Al deze schades kunnen in een termijn van 5 jaar kunnen verergeren zodat het asfalt dan alsnog vervangen moet worden. (…)
[naam 2] :
“Wij wonen in [plaats] in een boerderij. Ons erf loopt vanaf de straat langs de woning en de schuren. Op het rapport van [bedrijf 1] staat een foto van ons perceel. Aan de rechterkant ziet u de woning en aan de rechterkant is ook de straat. Het erf is in 2022 geasfalteerd. Het was eerst stenen met beton. Het beton is eruit gebroken en alles is geasfalteerd behalve de eerste vijf meter vanaf de straat. Het totale oppervlakte is ongeveer 60 are het zal zo’n 80
“Naast ons erf staat een rij bomen. Wij hebben in 2022 het erf opgeknapt en er asfalt gelegd. Het asfalt was geschikt voor zwaar verkeer. U laat mij de foto zien op het rapport van [bedrijf 1] , daar is inderdaad het asfalt op te zien en de rij bomen daarboven. Ongeveer twee
“(…) Op 27-01 hebben wij voor uw snoei en kapwerkzaamheden verricht aan uw singel. Tijdens het uitvoeren van deze werkzaamheden is er schade ontstaan aan uw asfalt. (…) Ondertussen hebben wij op de achtergrond een en ander even uitgezocht. Deze schade is veroorzaakt door een voertuig van [naam 5] te [plaats] . Wij kunnen dit dus niet verder voor u afhandelen. (…)”.
[eiseres] vordert een vergoeding van ruim € 22.000,00 (en verrekent een gedeelte met de factuur van [gedaagden] ). Dit bedrag is afkomstig uit de bij dagvaarding overgelegde offerte van Asfalt-onderhoud en nader onderbouwd met het rapport van [bedrijf 1] . Volgens [eiseres] zal alleen de totale vervanging van het asfalt over de gehele oppervlakte van de oprit leiden tot herstel in de toestand zoals die vóór de beschadigingen was.
[gedaagden] betwist dat sprake is van vermogensschade en stelt dat, als er al vermogensschade zou zijn, dit een omvang van € 5.000,00 niet te boven zal gaan, omdat voor een dergelijk bedrag de gaten en (diepe) krassen gevuld kunnen worden. [gedaagden] heeft bij antwoord hiervoor onderbouwing aangedragen. Hij acht de gevorderde schadevergoeding buitenproportioneel.
Uit de verklaringen van de getuigen blijkt, dat deze verergering zich in de eerste bijna twee jaar na het ontstaan van de schade nog niet heeft voorgedaan. Het is dan ook de vraag of dit risico op verergering zich zal verwezenlijken. Het betreft immers asfalt waarover niet heel intensief gereden wordt.
€ 9.000,00 -/- € 3.630,00 = € 5.370,00. Dat bedrag zal toegewezen worden. Omdat het een schadevergoeding betreft is niet de wettelijke handelsrente, maar de gewone wettelijke rente toewijsbaar. Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn toewijsbaar, maar de forfaitaire hoogte daarvan zal worden aangepast aan de toe te wijzen hoofdsom. Daarom zal een bedrag van € 643,50 worden toegewezen.