Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
de rechtbank stelt vast dat dit een verschrijving is, bedoeld is [gedaagde]). Hij vroeg mij om naar buiten te komen. Daarop ben ik naar zijn auto toegelopen.
Rechtbank Gelderland
Eiser en gedaagde, familie van elkaar, raakten in oktober 2020 betrokken bij een gewelddadig incident in een fietsenwinkel waarbij eiser werd mishandeld. Gedaagde werd strafrechtelijk veroordeeld voor poging tot zware mishandeling, wat in kracht van gewijsde is gegaan. Eiser vordert civielrechtelijk schadevergoeding wegens onrechtmatige daad.
De rechtbank beoordeelt de feiten aan de hand van getuigenverklaringen en het strafvonnis. Vaststaat dat gedaagde eiser meerdere malen met vuistslagen en trappen heeft mishandeld, ook toen eiser al op de grond lag. Eiser vernielde de auto van gedaagde en zocht de confrontatie, wat mede tot het incident leidde.
Gedaagde beroept zich op noodweer en schulduitsluitingsgronden, maar de rechtbank oordeelt dat zijn geweld niet proportioneel was en dat geen rechtvaardigingsgrond aanwezig is. Er is sprake van een aan gedaagde toe te rekenen onrechtmatige daad.
De rechtbank erkent dat eiser mogelijk materiële en immateriële schade heeft geleden, maar verwijst de omvang van de schade naar de schadestaatprocedure. Vanwege het gedrag van eiser wordt 25% eigen schuld vastgesteld, waardoor gedaagde voor 75% aansprakelijk is. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde is voor 75% aansprakelijk voor de door eiser geleden schade en wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.