4.3.In de door de politie opgemaakte processen-verbaal van het voorval is onder meer, voor zover in dit verband van belang, het volgende vermeld:
[eiser] heeft bij de aangifte van 12 oktober 2020 onder meer verklaard:
Ik was in de fietsenwinkel aan [adres] te [plaats] . (…) Toen ik binnen stond kwam mijn zwager buiten met een witte BMW voorrijden. Mijn zwager het [naam 1] (
de rechtbank stelt vast dat dit een verschrijving is, bedoeld is [gedaagde]). Hij vroeg mij om naar buiten te komen. Daarop ben ik naar zijn auto toegelopen.
Ik heb een conflict met mijn zwager met betrekking tot geld. Ik vermoede dat hij daarom verhaal kwam halen en met mij in gesprek wilde gaan. Toen ik bij zijn auto kwam stapte hij direct uit. Hij sloeg mij daarop direct met een soort wapenstok in mijn nek. Ik zag dat zijn broer, [naam 2] , ook uit de auto stapte. Vervolgens voelde ik een vuistslag in mijn gezicht. Daarop volgde meerdere vuistslagen in mijn gezicht en op mijn hoofd. Deze klappen kwamen van mijn zwager en zijn broer. Ik probeerde mij daarbij te verdedigen. Vervolgens voelde ik enkele klappen met die wapenstok op mijn hoofd. Vooral op mijn achterhoofd en op de zijkant van mijn hoofd. Daarbij riepen zij lelijke woorden over mijn moeder. De klappen op mijn hoofd veroorzaakte pijn bij mij. Ik zag dat er bloed aan mijn handen zat. Ik vermoed dat dit van de wonden op mijn hoofd kwam.
Vervolgens ben ik op de grond terecht gekomen. Ik voelde dat ik nog enkele klappen en een schop tegen mijn hoofd kreeg. Deze schop en klappen veroorzaakte pijn bij mij. Ik had het idee dat ik dood zou gaan. Vervolgens zag ik dat mijn zwager en zijn broer van mij af getrokken werden. Hierop kon ik opstaan en ben ik naar de auto van mijn zwager gelopen. Daar heb ik de spiegelkap van de linker zijspiegel erag geslagen. Ook heb ik de achteruitwisser van de auto afgetrokken.
Vervolgens ben ik door de medewerkers van de fietsenwinkel naar binnen gebracht.
[getuige 1] heeft op 12 oktober 2020 over het voorval onder meer verklaard:
Ik zag dat [eiser] achter een witte BMW op de grond lag. Ik weet dat dit [eiser] was, omdat het een goede klant van ons is. Ik zag dat hij een klein sneetje op zijn voorhoofd had. Ik zag dat er twee mannen om hem heen stonden. Ik hoorde ze in het [taal] schreeuwen. (…) Ik zag dat er een omstander aan kwam rennen. Ik zag dat de omstander de bestuurder van de witte BMW van [eiser] trok. Ik zag dat beide partijen gescheiden waren.
Ik zag dat [eiser] naar de linker spiegel van de auto liep. Ik zag dat [eiser] een klap tegen de spiegel gaf. Ik zag dat de spiegel de andere kant op klapte. Ik zag dat de bestuurder zich lostrok van de omstander. Ik zag dat de bestuurder met zijn vuist [eiser] een klap tegen de linkerkant van zijn hoofd gaf. Ik zag dat [eiser] op de grond viel. Ik zag dat de bestuurder hem twee schoppen in zijn buik gaf. De omstander en ik hebben de bestuurder vastgepakt, zodat [eiser] weer op kon staan. Ik zag dat [eiser] de linker spiegel van de auto naar beneden trok. Ik zag dat de witte kap van de spiegel op de grond lag. Ik zag dat er een vuist over mijn schouder kwam in de richting van [eiser] . Ik weet niet waar de vuist hem raakte. Ik zag dat [eiser] op de grond viel. Ik heb meerdere keren gezegd dat [eiser] van de auto moest blijven.
Ik zag dat [eiser] naar de achterzijde van de auto liep. Ik zag dat [eiser] de ruitenwisser van de auto trok. Ik zag dat [eiser] weer klappen en schoppen kreeg van de bestuurder. Ik zag dat [eiser] weer op de grond viel. Samen met mijn werkgever trokken wij de twee partijen uit elkaar. Ik hoorde over en weer in het [taal] geschreeuwd worden. Ik zag dat er over en weer werd getuft. Ik zag dat [eiser] de ruitenwisser in de richting van de auto gooide. Ik zag dat de bestuurder opnieuw [eiser] wilde aanvallen. Ik zag dat er iemand tussen stond die dit voorkwam. Ik zag dat [eiser] mee naar binnen werd genomen en zo de partijen waren gescheiden.
[getuige 2] heeft op 12 oktober 2020 over het voorval onder meer verklaard:
Ter hoogte van [de fietsenwinkel] zag ik een mondelinge ruzie tussen drie mannen. Ik zag dat er een witte auto bij de mannen stond. Ik zag hierna dat man 1 man 2 duwde. Ik zag dat man 2 man 1 hierop gelijk een vuistslag tegen de linkerkant van het hoofd van man 1 gaf. Ik zag dat man 1 hierdoor op de grond te recht kwam. Ik zag dat man 2 en man 3 begonnen in te trappen op man 1. Hierop ben ik voorzichtig tussen alle mannen in gaan staan. Ik heb man 1 meegetrokken uit de situatie. Ik zag dat het hoofd van man 1 onder het bloed zat. Ik zei hierbij tegen man 2 en 3 dat het zo wel genoeg was. Ik zag dat man 1 in de richting van man 2 en 3 tufte. Ik zag dat hierdoor bloed van man 1 op het gezicht van man 2 terecht kwam. Ik zag dat man 2 ook in de richting van man 1 tufte. Ik voelde dat man 1 in de richting van de witte auto wilde lopen. Om dat ik niet wilde dat de man boos op mij werd, liet ik hem los. Ik zag dat man 1 tegen de linker spiegel trapte van de witte auto. Ik zag hierna dat de man de ruitenwisser van achterruit aftrok. Ik zag dat de man de ruitenwisser in de richting van man 2 en 3 wilde gooien, maar hierbij de voorruit en bijna een voorbijganger raakte. Hierna zag ik dat man 1 op de grond terecht kwam. Ik heb niet gezien waardoor. Ik zag dat man 2 en 3 opnieuw op hem intrapte. Ik had het gevoel dat man 2 en 3 meer de auto aan het beschermen waren, dan dat ze uit waren om man 1 in elkaar te slaan. Wel is er naar mijn mening te excessief geweld gebruikt door beide mannen. Uiteindelijk heeft het personeel van [de fietsenwinkel] man 1 meegenomen naar binnen de winkel in. Niet lang daarna arriveerde de politie. (…)
[getuige 3] heeft op 12 oktober 2020 over het voorval onder meer verklaard:
Ik liep samen met mijn vriend, [naam 3] , vanaf de rotonde [naam rotonde] de [straatnaam] op. Ik zag op de [straatnaam] ter hoogte van [de fietsenwinkel] een witte auto staan. Bij de auto stonden drie mannen. Ik zag en hoorde dat er een mondelinge ruzie gaande was tussen de drie mannen. Ik denk dat man 1 man 2 op ten duur duwde. Hierna zag ik dat man 2 man 1 met zijn vuist op de linkerslaap sloeg. Ik weet niet hoe vaak man 2 man 1 sloeg, maar ik denk twee keer. Ik hoorde man 3 hierna tegen man 2 zei of hij … uit de auto moest pakken. Hierna is mijn vriend tussen beide mannen gesprongen. Ik zag dat man 2 en 3 heel rustig. Ik zag dat mijn vriend man 1 vasthield. Ik zag dat man 1 zich probeerde los te maken. En dat lukte op den duur. Ik zag dat man 1 weer naar man 2 en 3 ging. Ik zag dat man 1 hierop probeerde om de linker spiegel van de witte auto af te trappen. Ik zag dat man 1 de ruitenwisser van de witte auto probeerde af te trekken. Ik zag dat man 1 de ruitenwisser in de richting van persoon 2 en 3 gooide. Ik zag dat, als reactie hierop, man 2 man 1 weer sloeg en trapte. Ik zag dat man 1 de hele tijd werd weggehaald door mijn vriend en personeel van [de fietsenwinkel] . Ik zag dat persoon 1 niet wilde weggehaald worden. Ik zag dat man 1 de hele tijd de confrontatie zocht met man 2 en 3. Ik zag dat man 1 eigenlijk de hele tijd naar de auto van man 2 liep en daarna heel hard werd geslagen door man 2. (…)
[getuige 4] heeft op 12 oktober 2020 over het voorval onder meer verklaard:
Toen ik de [straatnaam] insloeg zag ik dat er ter hoogte van de fietsenwinkel een gevecht was. Ik zag dat er aan de andere kant van de weg een witte BMW stond (…). Ik zag dat er drie mannen met elkaar aan het vechten waren. Tenminste ik zag dat er drie mannen een conflict met elkaar hadden. Ik kan de mannen als volgt omschrijven (…) Ik zag dat er over en weer gevochten werd, maar ik kon niet goed zien wie wat deed. (…) Het was voor mij wel duidelijk dat man 2 en 3 bij elkaar hoorde en dat het tegen man 1 ging. (…) Toen ik met 112 aan de telefoon zat zag ik dat eerdergenoemde persoon 1 tegen de grond werd geslagen. Ik zag dat hij hard tegen de grond aan viel. Door wie hij tegen de grond werd geslagen weet ik niet zo goed. Ik zag op dat moment ook dat persoon 1 een bebloed hoofd had. In het begin van de vechtpartij weet ik zeker dat hij dit nog niet had. Ik hoorde dat persoon 1 ook maar bleef roepen bel de politie, bel de politie. Vervolgens zag ik dat ze de confrontatie met elkaar bleven opzoeken. Wie daar het initiatief in nam weet ik niet zo goed. Toen ik 112 nog aan de telefoon had zag ik dat persoon 1 naar een woning liep en uiteindelijk daar naar binnen ging.
[getuige 5] op 12 oktober 2020 heeft over het voorval onder meer verklaard:
Toen ik de [straatnaam] in kwam rijden zag ik dat er ter hoogte van de fietsenmaker en gevecht plaats vinden tussen een paar personen. Ik kon er niet langs oprijden omdat de vechtende mensen de weg blokkeerde. (…) Ik zag dat er twee mensen aan het vechten waren. 1ste man (…) 2de man (…). Ik zag dat de man in het zwarte shirt (2de man) tegen gehouden werd door omstanders. Vervolgens zag ik dat de man met de groene jas (1ste man) in de richting van de 2de man liep en hem vervolgens een harde duw gaf.
Toen zag ik dat de 2de man vol in de aanval ging en meerdere malen op het hoofd sloeg van de 1ste man. Dit waren rake harde klappen op het hoofd. Ik schrok hier enorm van. Vooral omdat het zo hard ging. (…)
Vervolgens zag ik dat de 1ste man een wapenstok in zijn hand had. Ik zag dat hij de stok van zich af gooide in de richting van een witte auto welke aan de overzijde van de weg geparkeerd stond. Hierdoor kreeg ik de indruk dat die witte auto bij iemand hoorde die betrokken was in dit conflict. (…)
Vervolgens zag ik dat verschillende mensen beide mannen weer uit elkaar probeerde te halen. Maar uiteindelijk werd dit toch weer een vechtpartij.
Hierbij heeft man 2 meerder malen geschopt tegen de 1ste man. Ik zag da de 1ste man tegen de grond viel en daar bleef liggen.
Ik zag dat de 2de man vervolgens een flinke harde trap tegen het hoofd van de man met het groene jas gaf.
Vervolgens krabbeld de 1ste man overeind.
Op dat moment zag ik dat de weg vrij was en vervolgens ben ik er snel langs op gereden. (…)
[gedaagde] is op 12 oktober 2020 als verdachte gehoord en heeft onder meer verklaard:
We hadden sigaretten meegenomen voor een vriend van mij [plaats] , deze gingen mijn broertje en ik vandaag langs brengen. Ik wist waar mijn zwager uithing, ik ken hem al 40 jaar. Ik zag dat hij bij de fietsenmaker was in [plaats] . Ik kwam daar aangereden. Ik ben vervolgens naar binnen gegaan, daar zag ik mijn zwager zitten en ik zei, kom laten we naar buiten gaan om te praten. Mijn zwager schreeuwt nogal dus wilde ik naar buiten.
Ik wilde een heel kort gesprek voeren. Ik had de auto aan gelaten. Ik ben in de auto gaan zitten om de auto te verplaatsen, Ik zag dat mijn zwager hard aan kwam lopen. Ik dacht dat hij me niet wilde laten uitstappen. Ik had het portier dicht, alleen het raam stond open.
Ik pakte die stok, ik wilde mijn zwager laten schrikken.
V: Hoe komt ploertendoder in die auto?
Ik gebruik die auto niet vaak, ik heb die ploertendoder vanaf huis meegenomen. Ik wilde hem laten schrikken, maar dat heeft niet geholpen. De ploerten doder zat in de deur.
Toen mijn zwager aan kwam lopen dacht ik dat het fout zou gaan, ik heb de ploertendoder gepakt. Ik ben uitgestapt, mijn zwager pakte mij bij de keel. Ik heb hem vervolgens met de ploertendoder op zijn bips geslagen. Toen liet hij me los. Ik heb vervolgens de ploertendoder terug gelegd in de auto.
Ik voelde en zag dat mijn zwager mij weer bij mijn keel pakte. Ik heb hem vervolgens weggeduwd. Ik heb tegen hem geroepen dat hij weg moest gaan, duit riep in het [taal] . Ik heb meerdere keren gezegd dat hij weg moest gaan. Er zijn over en weer klappen gevallen. Mijn zwager heeft meer klappen gehad dan ik.
We hebben ook in het [taal] gescholden.
Wat de getuigen zeggen is de waarheid. Ik heb mijn zwager naar de grond gewerkt en hem een paar trappen gegeven. Hij schold mijn hele familie uit en dat kan niet.
V: het gezicht van je zwager was redelijk gehavend?
Dat klopt, dat komt door zijn bril. Toen mijn zwager mij niet aankon is hij de auto gaan slopen. Hij heeft de spiegel en de ruitenwisser gesloopt, ook zit er nu een deuk in de deur.
Ik ontken niet dat ik hem geslagen heb.
(…)
Ik wil aangifte tegen mijn zwager doen van vernieling. Ik heb nog tegen mijn broertje gezegd dat hij hem tegen moest houden. Mijn zwager liep telkens op mij af. Dit was niet mijn bedoeling, ik wilde alleen maar praten.
[naam 2] is op 13 oktober 2020 als verdachte gehoord en heeft onder meer verklaard:
[gedaagde] vertelde mij in de auto, onderweg naar [plaats] , dat hij wilde gaan praten met onze zwager [eiser] . Ik weet dat [gedaagde] en [eiser] onderling problemen hebben, ik weet niet precies waar het over gaat.
We reden naar de fietsenwinkel, (…). We kwamen aan en mijn broer stapte uit. [eiser] zit heel vaak bij deze fietsenmaker. Ik zag dat [gedaagde] weer terug kwam. [gedaagde] parkeerde de auto om de hoek. Ik zag dat [gedaagde] uitstapte. Ik was ondertussen met mijn telefoon bezig.
Het eerste wat ik zag was dat [gedaagde] de stok terug zette.
V: Stok?
Ja, ik bedoel de ploertendoder. [gedaagde] stopte deze in het vak van de deur. (…) Toen ik dat zag ben ik ook uitgestapt. Ik zag dat mijn broer [eiser] sloeg. Ik zag dat [gedaagde] , [eiser] bij zijn kraag pakte. Ik weet dat [gedaagde] sterk is, ik heb [gedaagde] weggetrokken. (…) [eiser] is een paar keer tot rust gemaand door mensen van de fietsenwinkel, echter hij bleef naar mijn broer lopen.
Ik zag dat [eiser] ook de auto begon te vernielen, hij heeft de linkerbuitenspiegel gesloopt, hij heeft tegen de deur getrapt. Hij heeft ook de achter-ruitenwisser afgebroken. (…)
V: Heb jij je zwager geschopt of geslagen?
Nee, ik heb wel aan hem getrokken. Ik wilde ze uit elkaar trekken. Ik weet dat mijn broer sterker is. Mijn zwager en broer hebben elkaar over en weer geslagen.