ECLI:NL:RBGEL:2026:1100

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
26/793
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbWet gemeentelijke schulphulpverlening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening hotelverblijf bij beëindiging schuldhulpverlening niet-ontvankelijk

Verzoeker heeft bij de rechtbank Gelderland een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, inhoudende een vergoeding voor hotelovernachtingen totdat uitspraak wordt gedaan in de bodemprocedure tegen het besluit tot beëindiging van schuldhulpverlening.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek formeel ontvankelijk is omdat er een beroep is ingesteld, maar materieel niet ontvankelijk omdat het verzoek niet aansluit bij de strekking van het beroepschrift. Het beroep kan slechts leiden tot vernietiging van het besluit tot beëindiging van schuldhulpverlening, terwijl het verzoek ziet op vergoeding van hotelovernachtingen.

Daarom voldoet het verzoek niet aan het materiële connexiteitsvereiste en wordt het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83 Awb Pro.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.J.H. Boerhof en griffier C. Ebbers. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor vergoeding van hotelovernachtingen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan materiële connexiteit.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/793

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
1.2.
Bij besluit van 7 mei 2025 heeft het college de schuldhulpverlening aan verzoeker op grond van de Wet gemeentelijke schulphulpverlening (Wgs) stopgezet. Met het bestreden besluit van 9 juli 2025 op het bezwaar van verzoeker is het college bij dit besluit gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Dit beroep is bij de rechtbank bekend onder procedurenummer ARN 25/3609. Verzoeker heeft de rechtbank gevraagd een voorlopige voorziening te treffen inhoudende een (vergoeding van) hotelverblijf totdat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Uit de functie van artikel 8:81 van Pro de Awb vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Niet alleen is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat het verzoek wordt gedaan in samenhang met een bezwaar- of beroepsprocedure (formele connexiteit), maar wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken moet ook betrekking hebben op de mogelijke uitkomst van de samenhangende bezwaar- of beroepsprocedure (materiële connexiteit).
2.1.
Aan het formele connexiteitsvereiste is voldaan omdat er beroep is ingesteld.
2.2.
Aan het materiële connexiteitsvereiste is niet voldaan omdat de gevraagde voorziening de strekking van het connexe beroep, in dit geval het beroep tegen het beëindigen van de schuldhulpverlening, te buiten gaat. Met het beroep kan immers slechts worden bereikt dat het besluit over de beëindiging van de schuldhulpverlening wordt vernietigd. Daarom is met de verzochte voorziening, die strekt tot vergoeding van hotelovernachtingen, niet voldaan aan het materiële connexiteitsvereiste. Daarom moet het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.H. Boerhof, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier.
Deze uitspraak wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd De rechter is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen de uitspraak te ondertekenen
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.