ECLI:NL:RBGEL:2026:1100
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening hotelverblijf bij beëindiging schuldhulpverlening niet-ontvankelijk
Verzoeker heeft bij de rechtbank Gelderland een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, inhoudende een vergoeding voor hotelovernachtingen totdat uitspraak wordt gedaan in de bodemprocedure tegen het besluit tot beëindiging van schuldhulpverlening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek formeel ontvankelijk is omdat er een beroep is ingesteld, maar materieel niet ontvankelijk omdat het verzoek niet aansluit bij de strekking van het beroepschrift. Het beroep kan slechts leiden tot vernietiging van het besluit tot beëindiging van schuldhulpverlening, terwijl het verzoek ziet op vergoeding van hotelovernachtingen.
Daarom voldoet het verzoek niet aan het materiële connexiteitsvereiste en wordt het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83 Awb Pro.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.J.H. Boerhof en griffier C. Ebbers. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor vergoeding van hotelovernachtingen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan materiële connexiteit.