ECLI:NL:RBGEL:2026:1123

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
05/860355-19
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 1 Wet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met voorwaarden wegens pedofiele stoornis en recidiverisico

Betrokkene is veroordeeld voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid en poging tot verkrachting en ondergaat een terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden. De maatregel is sinds januari 2022 van kracht en werd eerder verlengd in februari 2024.

De rechtbank heeft op 6 februari 2026 de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de TBS met twee jaar toegewezen. Dit volgt op adviezen van de reclassering en psychiater die wijzen op de noodzaak van verlenging vanwege de pedofiele stoornis, verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling en het risico op recidive zonder adequate maatschappelijke inbedding.

Betrokkene heeft positieve stappen gezet in zijn behandeling en toont meer zelfinzicht en verbeterde copingvaardigheden, maar het gedrag is nog fragiel en het recidiverisico blijft bij beëindiging van de maatregel hoog. De rechtbank acht verlenging met één jaar onvoldoende vanwege de benodigde tijd voor verzelfstandiging en wachttijden voor passende woonvoorzieningen.

De voorwaarden van de TBS worden aangepast aan de huidige situatie, waaronder toezicht door reclassering, medicatiegebruik, verbod op contact met minderjarigen, en beperkingen in woonplaats en activiteiten. De rechtbank benadrukt het belang van voortzetting van behandeling en begeleiding om de veiligheid van de samenleving te waarborgen.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar en wijzigt de voorwaarden om het recidiverisico te beheersen en de maatschappelijke inbedding te bevorderen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05-860355-19
Datum uitspraak: 6 februari 2026
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] , hierna: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië),
verblijvende bij [plaats 1] ,
aan [adres] .
Raadsman: mr. A.J. Sprey, advocaat te Amsterdam.

Procedure

Betrokkene is op 2 november 2021 bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot vier jaren gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met voorwaarden. Ook de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking is opgelegd. De maatregel is ingegaan op 21 januari 2022 en voor het eerst verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 9 februari 2024. Bij deze laatste beslissing zijn de voorwaarden deels gewijzigd.
Bij vordering van 1 december 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
- het adviesrapport van de reclassering van 24 november 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met twee jaren;
- een afschrift van de voortgangsverslagen;
- het advies van psychiater I. Maksimovic, van 16 september 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met twee jaren.
Ter zitting van 23 januari 2026 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsman mr. A.J. Sprey;
- de deskundige R.M. van den Heuvel, reclasseringswerker, en
- de officier van justitie, mr. B. Veelders.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt, maar er dienen nog stappen gezet te worden naar meer zelfstandigheid. Het is van belang dat dit niet te snel gaat. Gelet op de stappen die nog moeten worden gezet en de wachttijden voor een andere woonvorm, zal hiervoor twee jaar nodig zijn. Daarbij heeft de officier van justitie verzocht de voorwaarden te wijzigen conform het voorstel van de reclassering.
De raadsman van betrokkene heeft, gelet op diens wens, gepleit voor een beperking van de verlenging tot één jaar. Hiertoe is aangevoerd dat het voor betrokkene een steunende houvast zou zijn als de rechtbank over een jaar de voortgang in zijn traject monitort. Betrokkene en zijn raadsman hebben ingestemd met de voorgestelde wijziging van de voorwaarden.

De beoordeling

Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege feitelijke aanranding van de eerbaarheid en poging tot verkrachting. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met misdrijven die gericht waren tegen of gevaar veroorzaakten voor de onaantastbaarheid van
het lichaam van een of meer personen. De maatregel is, bij een eventuele omzetting naar dwangverpleging, dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de psychiater blijkt dat betrokkene lijdt aan een pedofiele stoornis van het niet-exclusieve type. Daarnaast is sprake van een verstoorde persoonsontwikkeling, waarbij met name gesproken kan worden van vermijdende en antisociale trekken. Hoewel de mate van een verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling zodanig is geweest dat er kan worden gesproken van een persoonlijkheidsstoornis, is er dankzij de behandeling sprake van een rijping van zijn persoonlijkheid waardoor het niet ondenkbaar is dat betrokkene zich zodanig kan ontwikkelen dat er geen criteria meer zijn voor het classificeren van een persoonlijkheidsstoornis. In het verleden was er sprake van een eenmalige psychotische episode, hoogstwaarschijnlijk getriggerd door drugsgebruik. Daarnaast is sprake van een stoornis in cannabisgebruik en een gokstoornis, beide in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving.
Hieruit blijkt dat de stoornissen (deels) nog altijd aanwezig zijn.
Verloop van de maatregel
Sinds de vorige verlengingszitting is betrokkene op 16 mei 2024 overgeplaatst naar de [plaats 1] en van daaruit is hij op 22 april 2025 uitgestroomd naar de [plaats 2] . Tijdens zijn verblijf op de FPA functioneerde betrokkene over het algemeen stabiel. Bij het ontbreken van dagbesteding en perspectief ontwikkelde hij depressief-achtige klachten. Hij had daarbij hulp van sociotherapeut en behandelaar nodig, maar maakte daar ook goed gebruik van. De afgelopen periode was overwegend positief en betrokkene heeft belangrijke stappen gezet. Hij is zich steeds meer bewust van zijn pedofiele problematiek, problematische aspecten in zijn persoonlijkheidsontwikkeling (zoals stiekem gedrag en vermijding) en zijn gevoeligheid voor verslaving. Daarbij toont hij veelal zelfinzicht en erkent hij dat hij nog steeds ondersteuning nodig heeft. De afgelopen periode is zijn vermogen tot zelfregulatie en copingvaardigheden versterkt. Betrokkene maakt steeds vaker gebruik van de aangeleerde vaardigheden, maar het is nog fragiel en dit vormt nog geen structureel, nieuw gedragspatroon. De afgelopen periode was het voor betrokkene ook lastig doordat zijn delict bekend is geworden bij de mensen met wie hij samenleeft in de woning bij [plaats 2] .
Recidivegevaar
Het recidiverisico vloeit voort uit het voortbestaan van een pedofiele voorkeur (naast een
voorkeur voor volwassen vrouwen) bij betrokkene. De onderliggende parafiele problematiek
zal blijven en het is van belang dat betrokkene door de behandeling voldoende zelfcontrole
ontwikkelt om niet tot delictgedrag over te gaan en om ondersteuning en hulp vanuit een professionele omgeving te vragen en te aanvaarden.
De huidige situatie is anders dan ten tijde van de indexdelicten. Door de behandeling heeft betrokkene meer inzicht gekregen in zijn problematiek en valkuilen en zijn zelfregulatie- en copingvaardigheden zijn verbeterd. Er is geen sprake meer van hyperseksualiteit, seksuele preoccupatie en seks als coping, mede dankzij het gebruik van medicatie.
Op bepaalde momenten ontbreekt bij betrokkene ziekte-inzicht ten aanzien van zijn persoonlijkheidsdynamiek. Zonder dit inzicht kan hij bij stress of tegenslag sneller terugvallen in risicogedrag.
Binnen het huidige kader wordt het recidiverisico als laag ingeschat. Bij beëindiging van de maatregel kan het recidiverisico oplopen tot hoog, omdat betrokkene nog geen mogelijkheid heeft gehad om adequaat ingebed te raken in de maatschappij, met adequate nazorg.
Uit het voorgaande blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
De rechtbank overweegt dat betrokkene de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet. Het is van belang dat hij blijft oefenen met de inzichten en vaardigheden die hij tijdens de behandeling heeft verworven en dat hij deze blijft toepassen. Daarnaast dienen stappen te worden gezet richting meer zelfstandigheid met een adequate maatschappelijke inbedding, waarbij betrokkene kan laten zien dat hij in staat is risico’s zelfstandig te managen. Zonder dergelijke inbedding kan het recidiverisico oplopen tot hoog.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist.
De raadsman heeft verzocht de maatregel met één jaar te verlengen ondanks de vaste jurisprudentie van de penitentiaire kamer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Hij heeft benadrukt dat daarin gemist wordt het kijken naar het perspectief van het betrokken individu.
In de jurisprudentie geldt inderdaad als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is dat behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar, de terbeschikkingstelling in beginsel verlengd moet worden met twee jaren. Er dienen bij betrokkene stappen gezet te worden richting verzelfstandiging, met voldoende ambulante ondersteuning en begeleiding, en vervolgens dient te worden gemonitord hoe betrokkene het binnen die context doet. De reclassering weet dat betrokkene graag een eigen woonvoorziening wil waar hij zijn familie kan ontvangen, maar daarbij moet rekening worden gehouden met forse wachtlijsten. De rechtbank overweegt dat hiervoor meer dan één jaar nodig zal zijn. Gelet op de adviezen en wat ter zitting is besproken, is het dan ook niet te verwachten dat binnen een jaar een beëindiging van de terbeschikkingstelling aan de orde zal zijn.
Daarnaast wordt het recidiverisico vooralsnog, bij het wegvallen van begeleiding en structuur, hoog geschat. Uit de stukken volgt dat niet te verwachten valt dat dit binnen een jaar zal wijzigen. Verlenging met één jaar, zoals door de raadsman bepleit met het oog op een eerder toetsmoment van de voortgang van de behandeling dan wel voor een positieve stimulans voor betrokkene, vindt de rechtbank daarom niet geïndiceerd. Betrokkene laat een positieve ontwikkeling zien en de verwachting is dat deze wordt voortgezet. De rechtbank overweegt dat betrokkene daaraan het vertrouwen kan en mag ontlenen dat sprake is van perspectief.
Concluderend zal de rechtbank de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen.
De rechtbank stelt vast dat in het opleggingsarrest onder meer voorwaarden zijn opgelegd
aangaande klinische opname en een locatieverbod met elektronische monitoring. Uit het reclasseringsadvies en wat ter zitting is besproken is gebleken dat deze voorwaarden dienen te worden gewijzigd om de voorwaarden in overeenstemming te brengen met de huidige situatie. De voorwaarden komen te luiden zoals hieronder in de beslissing weergegeven.

De beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met
twee jaren.
wijzigtde voorwaarden, zodat de voorwaarden als volgt komen te luiden, dat:
  • betrokkene zich niet schuldig maakt aan enig strafbaar feit;
  • betrokkene meewerkt aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder
andere in:
o betrokkene meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
o betrokkene verleent voor het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken en biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;
o betrokkene houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
o betrokkene helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht
herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
o betrokkene werkt mee aan huisbezoeken;
o betrokkene geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
o betrokkene vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
o betrokkene werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht;
  • betrokkene niet naar het buitenland of naar Caribisch Nederland, Aruba, Sint Maarten of Curaçao gaat, zonder toestemming van de reclassering;
  • betrokkene verblijft bij [plaats 1] , of in een vergelijkbare zorginstelling. Hij laat zich behandelen en/of begeleiden zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Betrokkene houdt zich aan de geldende huisregels en aan de aanwijzingen van de zorgverlener met betrekking tot het verblijf, de behandeling en/of begeleiding. Medicatiegebruik kan onderdeel uitmaken van de behandeling;
  • betrokkene zich, na beëindiging van de klinische opname, laat behandelen door een
forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de behandelinstelling en de reclassering dat nodig vinden. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen en de controle daarop kunnen onderdeel zijn van de behandeling;
- betrokkene, als de reclassering dat nodig vindt en betrokkene daarmee instemt, voor een time-out kan worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of betrokkene deze
beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
- betrokkene (vervolgens) zal verblijven in een instelling voor beschermd wonen of
maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend na de klinische opname. Het verblijf duurt zolang de verblijfsinstelling en de reclassering dat nodig vinden. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
  • betrokkene geen drugs gebruikt en meewerkt aan controles op dit gebied. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd;
  • betrokkene geen alcohol gebruikt en meewerkt aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd;
  • betrokkene de reclassering inzicht geeft in zijn financiën en schulden. Betrokkene werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen;
  • betrokkene niet deelneemt aan kansspelen;
  • betrokkene op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zoekt met minderjarigen en plekken vermijdt die specifiek gericht zijn op kinderen. Als betrokkene onvermijdelijk moet zijn op een plek die specifiek gericht is op kinderen, zorgt hij ervoor dat er altijd een volwassene in het zicht aanwezig is;
  • betrokkene zich op welke wijze dan ook onthoudt van:
o het seksueel getint communiceren met minderjarigen;
o gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch
materiaal kan worden verkregen;
o gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
  • betrokkene tijdens de gesprekken met de reclassering bespreekt hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen. Het toezicht op deze voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles van computers en andere apparatuur. Betrokkene werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek, maximaal vier keer per jaar;
  • betrokkene geen werkzaamheden verricht waarbij contact met minderjarigen uit de aard van die werkzaamheden onvermijdelijk is, zolang het openbaar ministerie dit nodig acht;
  • betrokkene op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met de
slachtoffers en/of ouders van [naam] en [naam] (voorheen [naam] ), zolang het openbaar
ministerie dit verbod nodig acht;
- betrokkene zich niet in Wageningen bevindt, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig acht. Gezien de ernst van het feit is er bij dit verbod sprake van politieopvolging. Het wordt op dit moment niet noodzakelijk geacht dit verbod te controleren met elektronische monitoring, aangezien verwacht wordt dat betrokkene zich aan het verbod zal houden. Indien op termijn de wens bestaat om verlofbewegingen richting Wageningen te maken, zal de reclassering dit bespreken met het openbaar ministerie en de wijkagent.
Deze beslissing is gegeven door mr. W. Bruins, als voorzitter, mr. M.E. Snijders en mr. Y. Rikken, als rechters in tegenwoordigheid van mr. A.I. Warringa, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 februari 2026.