Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [plaats], eiser (zaaknummer ARN 24/9394)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Putten
[derde-partij], vergunninghouder (gemachtigde: mr. H. den Besten).
Samenvatting
- Is eiser belanghebbende bij het bestreden besluit?
- Is eiseres belanghebbende bij het bestreden besluit?
- Had het college de duur van de vergunning moeten beperken tot tien jaar?
- Kan de bedrijfswoning weer zijn oude functie terugkrijgen?
- Beperkt het gebruik voor reguliere bewoning de functie van het chaletpark?
Beoordeling door de rechtbank
Belanghebbende
Inhoudelijke beoordeling
De verwijzing van eiseres naar de civielrechtelijke afspraken die bij de levering van de beheerderswoning aan vergunninghouder zijn gemaakt voor het geval een tweede beheerderswoning wordt aangevraagd, geeft geen aanleiding voor een andere uitkomst. Het college moet in zijn besluitvorming beoordelen of de gevraagde vergunning kan worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ingevolge artikel 1.2, eerste lid, van de Omgevingswet kan het daarbij alleen gaan over de fysieke leefomgeving en over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Hieruit volgt dat de civielrechtelijke gevolgen van de verlening van een omgevingsvergunning niet door het college in zijn besluitvorming kunnen worden betrokken. Dat is alleen anders als sprake zou zijn van een evidente privaatrechtelijke belemmering die aan verlening van de vergunning in de weg staat. Eiseres heeft niet uitdrukkelijk gesteld dat de verlening van de vergunning leidt tot een evidente privaatrechtelijke belemmering. De door haar overgelegde leveringsaktes en hetgeen zij naar voren heeft gebracht, geven ook geen aanleiding om te oordelen dat een evidente privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van de omgevingsvergunning in de weg staat. Dat eiseres onder bepaalde omstandigheden verplicht is om een boete te betalen, is niet voldoende om een dergelijke evidente privaatrechtelijke belemmering aan te nemen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep van eiser gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 18 november 2024 voor zover het bezwaar van eiser daarin ongegrond is verklaard;
- verklaart het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 187,- aan eiser te vergoeden;