De rechtbank Gelderland heeft op 12 februari 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een veroordeelde die is veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf voor het vervaardigen van harddrugs, deelname aan een criminele organisatie, het dumpen van chemisch drugsafval en het bezit van hennepplanten en valse identiteitsbewijzen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit een hennepkwekerij aangetroffen op 4 maart 2020 in een woning. Er stonden 70 hennepplanten in werking, met aanwijzingen van minstens één eerdere oogst. De opbrengst per oogst is berekend op minimaal €8.034,18, waartegenover kosten van €688,30 staan, resulterend in een netto wederrechtelijk voordeel van €7.345,88.
De verdediging stelde dat de elektriciteitskosten reeds waren betaald, maar dit werd niet onderbouwd met bewijs. De rechtbank wees dit verweer af en bracht geen elektriciteitskosten in mindering. Op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht werd de veroordeelde veroordeeld tot betaling van het vastgestelde bedrag aan de Staat.
De rechtbank bepaalde tevens de maximale duur van gijzeling op 73 dagen voor het geval de betaling uitblijft. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, met mr. J.M.J.M. Doon als voorzitter en mr. M.M. Klaasen en mr. A. Bril als rechters.