ECLI:NL:RBGEL:2026:1200
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar en invordering dwangsommen wegens overtreding omgevingsplan
Eiser kreeg op 8 maart 2024 een last onder dwangsom opgelegd wegens het stallen van circa 33 auto's op een woonbestemming zonder vergunning, in strijd met het omgevingsplan van de gemeente Epe. Eiser diende zijn bezwaarschrift op 2 mei 2024 in, dertien dagen te laat. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, ondanks de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder stress en mantelzorgtaken. De last onder dwangsom is daarmee onherroepelijk geworden. Controle-inspecties bevestigden dat de overtreding niet tijdig werd beëindigd, waardoor meerdere dwangsommen van rechtswege verbeurd zijn.
Het college nam invorderingsbesluiten voor de verbeurde dwangsommen. Eiser voerde aan dat de overtreding in augustus 2024 was beëindigd en dat hij financieel niet in staat is de dwangsommen te betalen. De rechtbank stelt vast dat de inspectieverslagen juist zijn en dat eiser onvoldoende bewijs leverde van zijn financiële draagkracht om invordering te voorkomen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en de rechtmatigheid van de invordering van de dwangsommen. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de invordering van de verbeurde dwangsommen wordt bevestigd.