ECLI:NL:RBGEL:2026:1203

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
AWB - 24_5286
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Ziektewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging ziekengeld op grond van arbeidsgeschiktheid na medische beoordeling

Eiseres werkte als medewerker stomerij en viel uit wegens fysieke en psychische klachten. Zij ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet, dat per 6 augustus 2023 werd beëindigd door het UWV omdat zij vanaf die datum arbeidsgeschikt werd geacht.

De rechtbank beoordeelde het beroep van eiseres tegen deze beëindiging. Uit het medisch onderzoek van verzekeringsartsen, inclusief een fysiek onderzoek en dossierstudie, bleek dat de rugsparende beperkingen tijdelijk waren en samenhingen met een operatie in april 2023. De klachten zouden binnen twee maanden verbeteren, maar eiseres had het advies om fysiotherapie te volgen en contact op te nemen met het UWV niet opgevolgd.

De verzekeringsarts b&b vond geen duidelijke afwijkingen aan de rug en geen somatisch substraat voor de klachten. Ook de hypertonie van de schoudergordelspieren werd niet als reden voor arbeidsongeschiktheid gezien. De rechtbank oordeelde dat het UWV het besluit voldoende had gemotiveerd en dat eiseres vanaf 6 augustus 2023 geschikt was voor haar arbeid.

Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg het griffierecht niet terug. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar ziekengeld is ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/5286

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. M.I. Bal),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: E.H. van den Brink).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van het ziekengeld van eiseres per 6 augustus 2023, dat zij op grond van de Ziektewet (ZW) heeft ontvangen. Eiseres is het niet eens met de beëindiging. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV het ziekengeld van eiseres terecht per 6 augustus 2023 heeft beëindigd. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 7 augustus 2023 is het ziekengeld van eiseres vanaf 6 augustus 2023 beëindigd. Met het bestreden besluit van 19 juni 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de beëindiging gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 19 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

De feiten
3. Eiseres heeft gedurende gemiddeld 37 uur per week gewerkt als medewerker stomerij (haar arbeid) bij haar werkgever. Met ingang van 6 februari 2023 is zij uitgevallen voor dit werk, wegens zowel fysieke als psychische klachten. Eiseres is op 5 maart 2023 ziek uit dienst gegaan bij haar werkgever. Aan eiseres is per 6 maart 2023 ziekengeld toegekend.
Totstandkoming van het (bestreden) besluit
4. Met het besluit van 7 augustus 2023 is het ziekengeld van eiseres vanaf 6 augustus 2023 (datum in geding) beëindigd, omdat zij vanaf die datum arbeidsgeschikt wordt geacht voor haar arbeid. Aan het besluit ligt een medische beoordeling ten grondslag van de verzekeringsarts.
4.1.
Met het bestreden besluit van 19 juni 2024 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres kan haar arbeid vanaf 6 augustus 2023 weer verrichten. Aan het besluit ligt een medische beoordeling ten grondslag van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b), die overweegt dat er geen aanleiding bestaat om van het oordeel van de verzekeringsarts af te wijken.
Is eiseres meer beperkt?
5. Eiseres heeft – kortgezegd – aangevoerd dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Zij is wegens haar rug- en psychische klachten niet geschikt voor haar arbeid. Eiseres is volgens de verzekeringsarts aangewezen op rugsparend werk, terwijl zij in haar functie 20 tot 40 kilogram moet dragen. Daarnaast wordt aangenomen dat eiseres schouderklachten heeft. Daarom is niet begrijpelijk dat eiseres geschikt is voor haar arbeid.
5.1.
Het UWV verwijst – kortheidshalve – naar de bestreden beslissing en de rapportage van de verzekeringsarts b&b.
Onderzoek zorgvuldig?
6. Het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen is naar het oordeel van de rechtbank zorgvuldig geweest. Het onderzoek is gebaseerd op dossieronderzoek, anamnese en een fysiek spreekuur met de verzekeringsarts, die eiseres psychisch en lichamelijk heeft onderzocht. Ook de verzekeringsarts b&b heeft kennisgenomen van het dossier en de in bezwaar nog nader ingebrachte medische stukken van de huisarts en de gynaecoloog, van de uitslagen van de röntgenfoto’s en van hetgeen op de hoorzitting naar voren is gebracht. Eiseres is ook door de verzekeringsarts b&b lichamelijk en psychisch onderzocht. De door eiseres naar voren gebrachte klachten zijn op een zorgvuldige en duidelijke wijze betrokken bij de medische beoordeling. Hetgeen eiseres naar voren heeft gebracht geeft, bij gebrek aan andersluidende medische informatie, geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen.
Deugdelijk gemotiveerd dat eiseres geschikt is voor haar arbeid?
7. Voorts hebben de verzekeringsartsen naar het oordeel van de rechtbank voldoende deugdelijk gemotiveerd dat eiseres per 6 augustus 2023 weer geschikt is voor haar arbeid. Eiseres heeft aangevoerd dat de verzekeringsarts rugsparende beperkingen heeft aangenomen en de verzekeringsarts b&b heeft overwogen dat er in bezwaar geen wezenlijk nieuwe medische gegevens naar voren zijn gekomen, zodat volgens eiseres de rugsparende beperkingen, aangenomen door de verzekeringsarts ten tijde van de beoordeling in bezwaar, nog steeds gelden. De rechtbank volgt eiseres daarin niet. De gemachtigde van het UWV heeft op de zitting aangevoerd dat de door de verzekeringsarts aangenomen rugsparende beperkingen samenhangen met de operatie die eiseres in april 2023 heeft ondergaan. De rechtbank volgt het standpunt van de gemachtigde van het UWV. Uit de medische rapportage van de verzekeringsarts blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de verzekeringsarts tijdelijk rugsparende beperkingen heeft aangenomen voor de pijnklachten die eiseres ervaart in haar rug, naar aanleiding van de genoemde operatie. De verzekeringsarts verwacht dat die klachten in twee maanden zullen verbeteren. De verzekeringsarts heeft eiseres aangeraden een fysiotherapeut te raadplegen en contact op te nemen met het UWV als de klachten na twee maanden niet verbeterd zijn. Niet gebleken is dat eiseres dit advies heeft opgevolgd of dat zij contact heeft opgenomen met het UWV. Daarnaast overweegt de verzekeringsarts b&b dat bij het lichamelijk onderzoek geen duidelijke afwijkingen aan de rug te hebben gevonden. Uit de ontvangen informatie van de huisarts volgt volgens de verzekeringsarts b&b dat op de röntgenfoto’s van de rug en het bekken van eiseres in november 2020 geen afwijkingen zijn gezien en scoliose wordt niet beschreven. Eiseres ervaart wel rugklachten, maar een somatisch substraat daarvoor ontbreekt, aldus de verzekeringsarts b&b. Uit de rapportages van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts b&b volgt naar het oordeel van de rechtbank dan ook dat de tijdelijk aangenomen rugsparende beperkingen niet meer golden op de datum in geding.
Het standpunt van eiseres, inhoudende dat de verzekeringsarts b&b een forse hypertonie van de schoudergordelspieren heeft geconstateerd, waardoor zij per datum in geding niet geschikt is voor haar arbeid, volgt de rechtbank niet. De verzekeringsarts b&b overweegt namelijk dat er geen reden is om te veronderstellen dat aan die klachten een somatische aandoening ten grondslag ligt. De hypertonie past bij de spanningsklachten die eiseres ervaart. Omdat eiseres binnen haar arbeid niet vaak boven schouderhoogte hoeft te werken, acht de verzekeringsarts b&b de gevonden hypertonie geen reden om eiseres arbeidsongeschikt te achten voor haar arbeid. De rechtbank acht die motivering inzichtelijk en navolgbaar.
Voor zover eiseres gevolgd zou moeten worden in haar stelling dat zij in haar arbeid 20 tot 40 kilogram moet kunnen dragen, moet naar het oordeel van de rechtbank eiseres worden geacht vanaf de herstelverklaring daartoe in staat te zijn, omdat een somatisch substraat voor de ervaren rugklachten ontbreekt en eiseres voor haar uitval in staat was haar arbeid te verrichten.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen gelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Ook bestaat er geen aanleiding voor een veroordeling van het UWV in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.