ECLI:NL:RBGEL:2026:1209

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
05.219545.25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 38m SrArt. 38n SrArt. 63 SrArt. 311 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling diefstal met inklimming in woning en oplegging ISD-maatregel

De rechtbank Gelderland heeft op 17 februari 2026 een man uit Arnhem veroordeeld voor diefstal in een woning te Oosterbeek, gepleegd op of omstreeks 20 juli 2025. Verdachte heeft zich door middel van inklimming toegang verschaft tot de woning en diverse gereedschappen en bouwmaterialen van het merk Bosch en andere merken weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. Medeplegen en braak/verbreking zijn niet bewezen verklaard, waardoor verdachte daarvan partieel is vrijgesproken.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd, en de persoon van verdachte. Verdachte heeft een hardnekkig patroon van vermogensdelicten, een zwervend bestaan, ADHD en middelengebruik. De reclassering adviseerde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel vanwege het hoge recidiverisico en het ontbreken van effect van eerdere interventies. De rechtbank volgde dit advies en legde een ISD-maatregel van twee jaar op zonder aftrek van voorarrest.

Daarnaast is de civiele vordering van de benadeelde partijen tot schadevergoeding van €3.567,01 plus wettelijke rente toegewezen. Verdachte is verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelden, met een gijzelingstermijn van 35 dagen bij niet-betaling. De teruggave van bepaalde goederen aan verdachte is gelast. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf is afgewezen vanwege de ISD-maatregel.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar en betaling van €3.567,01 schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.219545.25
Datum uitspraak : 17 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] ,
op dit moment gedetineerd in de [plaats] .
Raadsman: mr. G.W. Wurpel, advocaat in Rotterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen
(7 oktober 2025 en 3 februari 2026)

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 20 juli 2025 te Oosterbeek, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een of meerdere gereedschappen en/of (bouw)goederen, te weten (onder meer)
- een acculader (van het merk Bosch) en/of
- decoupeerzaag (van het merk Bosch) en/of
- reciprozaag (van het merk Bosch) en/of
- laser (van het merk Bosch) en/of
- fein Multitool (van het merk Bosch) en/of
- een of meerdere haakse slijptol(len) (van het merk Bosch) en/of
- boorhamer (van het merk Bosch) en/of
- een of meerdere handschroef-boormachines (van het merk Bosch) en/of
- schaafmachine (van het merk Bosch) en/of
- breekhamer (van het merk Bosch) en/of
- cirkelzaag (van het merk Bosch) en/of
- kettingzaag (van het merk Bosch) en/of
- een of meerdere accu’s (van het merk Bosch) en/of
- betonslijper (van het merk Carat) en/of
- freesmachine (van het merk Makita) en/of
- duradrive (van het merk Festool) en/of
- schuurmachine (van het merk Festool) en/of
- stofzuiger (van het merk Starmix) en/of
- bouwstofzuiger (van het merk Festool) en/of
- mixer (van het merk Swinko) en/of
- bouwplaatslamp (van het merk Bosch) en/of
- tacker (van het merk Bosch) en/of
- blauwe overal/regenpak en/of
- veiligheidslaarzen en/of
- bouwradio en/of
- een of meerdere stukken handgereedschap en/of
- tas (van het merk Spikes & Sparrow) en/of
- hetelucht apparaat (van het merk/type Bosch Universalheat 600) en/of
- bit set (Pro One) en/of
- een of meerdere (acht) boren voor boormachine(s),
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen gereedschappen/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 10-11;
- het proces-verbaal bevindingen, p. 32;
- overzicht gestolen goederen [adres] te Oosterbeek (aanvullend document);
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 oktober 2025.
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank eens dat de bestanddelen ‘medeplegen’ en ‘braak/verbreking’ niet bewezen kunnen worden. Verdachte heeft deze onderdelen ook niet bekend. De rechtbank zal verdachte van deze twee bestanddelen partieel vrijspreken.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 20 juli 2025 te Oosterbeek,
althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenin een woning
en/of op een besloten erf waarop een woning stond,te weten de [adres] , alwaar verdachte
en/of zijn mededader(s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond
(en), een of meerdere gereedschappen en
/of(bouw)goederen, te weten
(onder meer)- een acculader (van het merk Bosch) en
/of- decoupeerzaag (van het merk Bosch) en
/of- reciprozaag (van het merk Bosch) en
/of- laser (van het merk Bosch) en
/of- fein Multitool (van het merk Bosch) en
/of- een of meerdere haakse slijptol(len) (van het merk Bosch) en
/of- boorhamer (van het merk Bosch) en
/of- een of meerdere handschroef-boormachines (van het merk Bosch) en
/of- schaafmachine (van het merk Bosch) en
/of- breekhamer (van het merk Bosch) en
/of- cirkelzaag (van het merk Bosch) en
/of- kettingzaag (van het merk Bosch) en
/of- een of meerdere accu’s (van het merk Bosch) en
/of- betonslijper (van het merk Carat) en
/of- freesmachine (van het merk Makita) en
/of- duradrive (van het merk Festool) en
/of- schuurmachine (van het merk Festool) en
/of- stofzuiger (van het merk Starmix) en
/of- bouwstofzuiger (van het merk Festool) en
/of- mixer (van het merk Swinko) en
/of- bouwplaatslamp (van het merk Bosch) en
/of- tacker (van het merk Bosch) en
/of- blauwe overal/regenpak en
/of- veiligheidslaarzen en
/of- bouwradio en
/of- een of meerdere stukken handgereedschap en
/of- tas (van het merk Spikes & Sparrow) en
/of- hetelucht apparaat (van het merk/type Bosch Universalheat 600) en
/of- bit set (Pro One) en
/of-
een ofmeerdere
(acht)boren voor boormachine(s),
in elk geval enig goed,dat
/diegeheel of ten dele aan [benadeelde] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte
en/of zijn mededader(s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft
/hebbenverschaft
en/of dat/die weg te nemen gereedschappen/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebrachtdoor middel van
braak, verbreking, inklimming
en/of een valse sleutel;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke isd-maatregel, zonder aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft gezeten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat oplegging van een onvoorwaardelijke isd-maatregel te vergaand is. De argumenten van de reclassering geven onvoldoende rechtvaardiging daarvoor. De raadsman verzoekt om een straf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest, desnoods in combinatie met een voorwaardelijke isd-maatregel.
De raadsman benoemt dat tevens art. 63 Wetboek Pro van Strafrecht aan de orde is.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met een eerdere veroordeling daterend van na het begaan van het bewezen verklaarde feit (art. 63 Wetboek Pro van Strafrecht).
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een vermogensdelict. Hij is op brutale wijze meerdere keren de woning aan [adres] binnengeklommen en heeft uiteindelijk een grote hoeveelheid aan goederen meegenomen. Een deel van de goederen is inmiddels terug bij de aangever, maar dit geldt zeker niet voor alle weggenomen goederen. Het feit heeft overlast en schade bij de aangever veroorzaakt. Daarnaast zorgt het door verdachte gepleegde feit voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Verdachte heeft hier geen oog voor gehad en lijkt alleen zijn persoonlijke (financiële) belangen voor ogen te hebben gehad. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.
De reclassering heeft in haar rapporten van 23 september 2025 en 16 januari 2026 beschreven dat er bij verdachte sprake is van een hardnekkig patroon van het plegen van vermogensdelicten. Op verschillende leefgebieden is er sprake van problemen. Verdachte leeft een zwervend bestaan en heeft geen inkomsten, maar wel forse schulden. Hij heeft geen zinvolle dagbesteding, er is sprake van ADHD en middelengebruik speelt een centrale rol in zijn leven.
Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog, evenals het risico op onttrekking aan voorwaarden. De reclassering ziet geen mogelijkheden meer om in een voorwaardelijk kader het recidiverisico in te perken. De reclassering adviseert daarom om een onvoorwaardelijke isd-maatregel op te leggen. De reclassering stelt dat eerdere interventies en voorwaarden onvoldoende effect hebben gehad. In het verleden ingezette trajecten vanuit de reclassering zijn voortijdig negatief afgebroken en/of hebben er niet toe geleid dat het risico op recidive is gedaald of de aanwezige problematiek van verdachte is aangepakt. Om dit te onderbouwen heeft de reclassering een overzicht van eerdere interventies toegevoegd.
De isd-maatregel kan worden opgelegd als aan een aantal voorwaarden is voldaan. De rechtbank stelt vast dat wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 38m, eerste lid, onder 1° en 2°, van het Wetboek van Strafrecht en de voorwaarden zoals die zijn opgenomen in de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers.
De rechtbank stelt vast dat het door verdachte begane feit een misdrijf is waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. Uit de justitiële documentatie van 5 januari 2025 blijkt dat verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan het plegen van dit feit ten minste drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf veroordeeld is. Het bewezenverklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en/of maatregelen.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders noodzakelijk en gewenst is. Door het gedwongen kader van de isd-maatregel wordt enerzijds de maatschappij beveiligd en krijgt anderzijds verdachte een kans om zich op verschillende gebieden te ontwikkelen en te werken aan zijn verslaving en andere problematiek.
De rechtbank is van oordeel dat uit het laatste rapport van de reclassering, d.d. 16 januari 2025, voldoende blijkt waarom een onvoorwaardelijke isd-maatregel de enige overgebleven optie (een ultimum remedium) is. Verdachte kampt met een verslaving, heeft een jarenlang delictpatroon en gebleken is dat hij niet of beperkt wil meewerken aan toezicht of behandeling. Er moet dan ook rekening mee worden gehouden dat verdachte, als hij na een detentie zou vrijkomen, direct terugvalt in zijn oude patroon en opnieuw een misdrijf zal plegen. Dit betekent dat (opnieuw) de veiligheid van goederen in het geding komt. De rechtbank merkt daarbij op dat als verdachte er binnen het kader van de isd-maatregel in slaagt om vooruitgang te boeken, deze maatregel voorziet in voldoende perspectief op het geleidelijk verkrijgen van meer vrijheden, waarbij verdachte tevens steun en begeleiding zal kunnen krijgen om zijn leefgebieden beter op orde te krijgen.
De rechtbank ziet geen aanleiding de isd-maatregel in voorwaardelijke vorm op te leggen, zoals door en namens verdachte is bepleit. De rechtbank kent in dit verband doorslaggevende betekenis toe aan het advies van de reclassering waaruit blijkt dat eerdere ingezette interventies niet geslaagd zijn en dat de kans hoog is dat verdachte zich niet aan voorwaarden houdt.
De rechtbank zal de isd-maatregel opleggen voor de duur van twee jaar.
Om de behandelmogelijkheden in het kader van de op te leggen maatregel niet te doorkruisen, zal de rechtbank de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht hierop niet in aftrek brengen.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partijen [bedrijf] ., [bedrijf] . en [bedrijf] ., vertegenwoordigd door [benadeelde] hebben in verband met het feit een (gezamenlijke) vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 3.567,01 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Overweging van de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.
De schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor.
Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering van € 3.567,01 kan worden toegewezen.
Verdachte is vanaf 20 juli 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9.De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal de teruggave van de goederen op de beslaglijst aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.
Deze goederen zijn:
Lederen laptoptas van Spikes&Sparros (voorwerpnummer G3498794);
Zware schakelketting met twintig schakels (voorwerpnummer G3498818);
Noxxa ringslot met twee sleutels (voorwerpnummer G3498822);
Een sleutelbos (voorwerpnummer G3498827);
Een fietsaccu, zwart, van Bafang Bt (voorwerpnummer G3499764);
Een fietsaccu, zwart, van Edrive 36v (voorwerpnummer G3499767);
Een fietscomputer, zwart, van Bosch (voorwerpnummer G3499768);
Een fietscomputer, zwart, van Bosch (voorwerpnummer G3499769);
Een fietsmethulpmotor E-step (voorwerpnummer G3499776).

10. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummers 10.173751.24, 10.226074.24 en 05.324043.24)

De politierechter heeft verdachte op 22 november 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met een proeftijd van 3 jaren.
De officier van justitie heeft bij vordering van 9 september 2025 gevorderd dat deze straf ten uitvoer wordt gelegd. Echter, tijdens de zitting heeft de officier van justitie gevraagd deze vordering af te wijzen, gelet op de gevorderde isd-maatregel.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden afgewezen gelet op de op te leggen onvoorwaardelijke isd-maatregel. Bovendien heeft verdachte in deze zaak geruime tijd doorgebracht in voorarrest, terwijl dat voorarrest niet wordt afgetrokken van de 2 jaar die de isd-maatregel zal duren.

11.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 38m, 38n, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

12.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar;
 gelast de teruggave van de genoemde voorwerpen (onder kop 9) aan verdachte;
 wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 22 november 2024 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 3 maanden af (parketnummers 10.173751.24, 10.226074.24 en 05.324043.24);
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen [bedrijf] ., [bedrijf] . en [bedrijf] . (gezamenlijk), van € 3.567,01 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juli 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partijen [bedrijf] ., [bedrijf] . en [bedrijf] . (gezamenlijk) een bedrag te betalen van € 3.567,01 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juli 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 35 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin (voorzitter), mr. W.H.S. Duinkerke en mr. C.L.A. van der Veeken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2026.
Mr. C.L.A. van der Veeken en mr. W.H.S. Duinkerke zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025345765, gesloten op 21 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.