ECLI:NL:RBGEL:2026:1226

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
C/05/457563 / HA ZA 25-408
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.13 Landelijk procesreglement
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan van oproeping derden in vrijwaringsincident in civiele procedure

In deze civiele procedure tussen Tennis- en Padelvereniging Columbae en Padelfactory B.V. heeft de rechtbank Gelderland op 11 februari 2026 uitspraak gedaan in een vrijwaringsincident. Padelfactory B.V. verzocht om twee andere vennootschappen in vrijwaring op te roepen. De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde gronden voor deze vordering voldoende waren en niet weersproken door Columbae.

De rechtbank besloot daarom de incidentele vordering toe te wijzen en stond toe dat de twee vennootschappen door Padelfactory B.V. worden gedagvaard tegen de rolzitting van 25 maart 2026. De beslissing over de kosten van het incident werd aangehouden tot de beslissing in de hoofdzaak.

Verder werd de zaak verwezen naar de rolzitting van 25 maart 2026 voor beraad van de rolrechter, waarbij verdere beslissingen werden aangehouden. Het vonnis werd gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

Uitkomst: De rechtbank staat toe dat Padelfactory B.V. twee vennootschappen in vrijwaring oproept en verwijst de zaak naar de rolzitting van 25 maart 2026.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/457563 / HA ZA 25-408
Vonnis in incident van 11 februari 2026
in de zaak van
de vereniging
TENNIS- EN PADELVERENIGING COLUMBAE,
gevestigd te Duiven,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Columbae,
advocaat: mr. A. Robustella,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.
PADELFACTORY B.V.,
gevestigd te Elst, gemeente Overbetuwe,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
2.
[naam gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
hierna te noemen: Padelfactory en [gedaagde] ,
advocaat: mr. G.E. Tip.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de oorspronkelijke dagvaardingen van 22 en 23 september 2025;
- de rolbeslissing van 7 oktober 2025, waarin is meegedeeld dat de omvang van de dagvaarding niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2.13 van het Landelijk procesreglement;
- de vervangende dagvaarding van 14 oktober 2025;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;
- de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident.
1.2.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.

2.De beoordeling in het incident

2.1.
Padelfactory vordert dat haar wordt toegestaan [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. in vrijwaring op te roepen. Columbae refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
2.3.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3.De beslissing

De rechtbank
in het incident
3.1.
staat toe dat [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. door Padelfactory worden gedagvaard tegen de rolzitting van 25 maart 2026,
3.2.
houdt de beslissing omtrent de kosten aan,
in de hoofdzaak
3.3.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 25 maart 2026 voor beraad rolrechter,
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
592 / 2075