ECLI:NL:RBGEL:2026:1234

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
C/05/461117 / HA ZA 25-542
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWWet op de omzetbelasting 1968Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing btw op buitengerechtelijke incassokosten en veroordeling tot betaling hoofdsom en kosten

In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een openstaande hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en rente van gedaagde. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank beoordeelt de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten aan de hand van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Hoewel eiser voldoende heeft gesteld dat incassowerkzaamheden zijn verricht, wordt de gevorderde btw op deze kosten afgewezen omdat eiser niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn of een vrijgestelde prestatie te hebben verricht.

De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom van € 73.580,00, exclusief btw-incassokosten van € 1.510,80, wettelijke rente over deze bedragen, en proceskosten van € 4.684,35. Tevens wordt bepaald dat bij niet-betaling binnen twee weken eiser wordt bevrijd van haar leveringsverplichting van het voertuig. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten exclusief btw, rente en proceskosten; btw op incassokosten wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/461117 / HA ZA 25-542
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam eiser] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. T.C. de Roon te Zoetermeer,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
[eiser] vordert vergoeding van € 1.828,07 aan buitengerechtelijke incassokosten. Die vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht en heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. De door [eiser] gevorderde btw zal echter worden afgewezen, omdat zij niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie te hebben verricht. Daarom zal een bedrag van € 1.510,80 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
2.4.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
3.083,00
- salaris advocaat
1.290,00
(1 punt × € 1.214,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.684,35
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] , tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 73.580,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente conform artikel 6:119a BW over een bedrag van € 70.725,00 vanaf 18 juni 2025, tot de dag van algehele voldoening, en over een bedrag van € 2.855,00 vanaf 20 juni 2025, tot de dag der algehele voldoening,
3.2.
bepaalt dat, voor zover [gedaagde] niet binnen twee weken na betekening van het vonnis tot volledige betaling van het onder 3.1 genoemde bedrag aan [eiser] zal zijn overgegaan en/of de noodzakelijke medewerking niet heeft verleend die nodig is voor het wijzigen van de tenaamstelling van het voertuig van het merk Carthago C-Tourer type 143-LE met kenteken [kenteken] en/of de noodzakelijke medewerking niet heeft verleend ter zake de afgifte van het vrijwaringsbewijs en/of de noodzakelijke medewerking niet heeft verleend voor het (feitelijk) afnemen van het voertuig, [eiser] zal zijn bevrijd van haar verplichting/verbintenis om het overeengekomen voertuig aan [gedaagde] te leveren,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] , tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 1.510,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.684,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.K.J. Steketee en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.