ECLI:NL:RBGEL:2026:1279

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
460951
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:276 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing eigenbeslag op loonvordering na belangenafweging in kort geding

Eiser was commercieel manager bij Bakkerij Schuld en voerde daarnaast bemiddelingswerkzaamheden uit via zijn vennootschap en mogelijk een eenmanszaak. Na een ontslag op staande voet dat door de kantonrechter werd vernietigd, werd Bakkerij Schuld veroordeeld tot betaling van loon aan eiser. Bakkerij Schuld legde conservatoir eigenbeslag op deze loonvordering.

Eiser vorderde opheffing van het beslag, stellende dat het leggen van eigenbeslag misbruik van recht oplevert en dat de vordering van Bakkerij Schuld ondeugdelijk is. Bakkerij Schuld voerde aan dat het beslag rechtmatig was en dat eiser meerdere partijen diende, waardoor de vordering niet ondeugdelijk is.

De voorzieningenrechter oordeelde dat geen sprake was van misbruik van recht of summierlijke ondeugdelijkheid van de vordering. Wel werd op grond van een belangenafweging het beslag opgeheven, mede vanwege het bestaan van een executoriale titel en het loonkarakter van de vordering. De proceskosten werden aan Bakkerij Schuld opgelegd.

Uitkomst: Het conservatoir eigenbeslag op de loonvordering wordt opgeheven na belangenafweging.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/460951 / KZ ZA 25-210
Vonnis in kort geding van 3 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. F.B.A.M. van Oss,
tegen
BAKKERIJ SCHULD B.V.,
te Oldebroek,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Bakkerij Schuld,
advocaat: mr. J. Smit

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de producties 1 tot en met 4 van [eiser]
- de producties 1 en 2 van Bakkerij Schuld
- de mondelinge behandeling van 20 januari 2026
- de pleitnota van Bakkerij Schuld

2.De feiten

2.1.
[eiser] was sinds 1 juni 2024 in dienst bij Bakkerij Schuld in de functie van commercieel manager.
2.2.
[eiser] voerde daarnaast bemiddelingswerkzaamheden uit voor Bakkerij Schuld op basis van een overeenkomst van opdracht. Deze werkzaamheden werden al uitgevoerd voordat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is gesloten. De bemiddelingswerkzaamheden werden door [eiser] uitgevoerd via zijn besloten vennootschap, [bedrijf 1] , en al dan niet via zijn eenmanszaak [bedrijf 2] (hierna: de eenmanszaak). Dat laatste staat tussen partijen ter discussie.
2.3.
[eiser] bemiddelde onder andere bij het tot stand brengen van overeenkomsten met leveranciers en afnemers van Bakkerij Schuld. [eiser] bemiddelde daarnaast ook ten behoeve van overname van andere bakkerijen door Bakkerij Schuld.
2.4.
In een door [eiser] opgesteld concept van de overeenkomst van opdracht, door Bakkerij Schuld ingediend als bijlage 6 bij het beslagrekest ingediend als productie 1, staat het volgende:

Overeenkomst
De ondergetekenden:
Bakkerij Schuld
(…)
Partij 1
en
[bedrijf 1] [kvk-nummer] , [bedrijf 2]
Rechtsgeldig vertegenwoordigd door:
[naam 1]
Partij 2
Verklaren een overeenkomst te zijn aangegaan onder de navolgende bepalingen en bedingen.
Partij 2 verzorgt voor Schuld invulling en begeleiding van bakkerswinkels en bakkerijen.
(…)
Partij 2 heeft naast het begeleiden een provisie overeenkomst met Schuld bakkerij en winkels van 5% Afgesproken van de inkoopwaarde die door [bedrijf 1] / [bedrijf 2] is verworven. Om verwarring te voorkomen worden de bestaande bedrijven waar de provisie voor geldt hieronder benoemd.
De provisie geldt niet voor bedrijven waar “Schuld” al afspraken mee heeft lopen zoals AH of Plus Supermarkten die op datum van ondertekening worden geleverd.
Maar wel voor nieuwe bedrijven die [bedrijf 1] / [bedrijf 2] binnenhaald zoals Best Backery Company/ van Looijengoed of Jumbo winkels of bijvoorbeeld Horecabedrijven die zich via [bedrijf 1] hebben gemeld.
(…)
Partij 1 is er mee bekend dat partij voor meerdere bedrijven werkzaam is.
2.5.
[eiser] heeft op enig moment tijdens de overleggen over de (voortzetting van) de overeenkomst van opdracht per e-mail een prijslijst naar Bakkerij Schuld gestuurd. In de prijslijst staat de volgende regel: “
Bemiddeling tot stand komen levering derden / betaling door zowel leverancier als wederverkoper (detailhandel)”.
2.6.
[eiser] voerde ook bemiddelingswerkzaamheden uit voor HVB B.V., een zustermaatschappij van Best Bakery. In een schriftelijke overeenkomst afgesloten op 5 november 2024 staat, voor zover in deze zaak van belang, het volgende;
Partijen:
[bedrijf 1] / [bedrijf 2](…),
hierna te noemen intermediair”
en
HVB BV ,(…)
hierna te noemen ‘opdrachtgever;
(…)
Zijn overeengekomen:
Artikel 1 – Aanvang, duur en opzegging
De opdrachtgevers heeft met ingang van 16-10-2024 een opdracht gegeven aan de intermediair, die deze opdracht aanvaardt, voor het onderzoeken de haalbaarheid voor het realiseren van overeenkomsten betreffende levering tussen retailers en mogelijke verkoop van de vennootschap.
De overeenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd, deze is gekoppeld voor de duur van levering tussen partijen.
Artikel 2 – Bemiddeling en gebied
1.
De intermediair zal voor de opdrachtgever bemiddelen met partijen in de tot stand koming van een overeenkomst voor de opdrachtgever;

Dienst(en): Bemiddeling tot het tot stand komen van opdracht of het realiseren van overeenkomst tot verkoop van HVB B.V. aan een derde partij.

Opdrachtgever zal intermediair voorzien van informatie om zijn producten aantebieden, zodat intermediair kan en mag optreden namens opdrachtgever.

opdrachtgever bepaald uiteindelijk zelf de verkoopprijs van het bedrijf
Artikel 3 – Provisie
Opdrachtgever betaald hiervoor een provisie
Intermediair ontvangt een vergoeding van € 80.000,00 excl. Btw
(…)
bestaande afspraken met HVB B.V. blijven van kracht.
deze overeenkomst komt te vervallen als de deal met bakkerij Schuld B.V. niet doorgaat.
2.7.
Bakkerij Schuld, althans een aan Bakkerij Schuld verwante vennootschap, heeft op enig moment een samenwerkingsovereenkomst gesloten met ‘4 Looijengoed B.V.’s’(HVB B.V., Zagerij B.V., BVL B.V. en Bas B.V.) ten aanzien van een doorstart voor deze vennootschap. In de samenwerkingsovereenkomst zijn een aantal scenario’s benoemd. Bij Scenario 3 is onder andere het volgende opgenomen:

Scenario 3
Schuld bakkerij de Veluwe neemt bij geen deal curator de winkels en klanten over,
onder begeleiding van [naam 2] / [naam 3] / [eiser] .”
2.8.
Op 15 december 2024 heeft Bakkerij West Veluwe B.V. (een zustermaatschappij van Bakkerij Schuld) de activa en activiteiten van Van Looijengoed (een dochter van HBV B.V.) overgenomen.
2.9.
Per brief van 11 maart 2025 is [eiser] door Bakkerij Schuld op staande voet ontslagen.
2.10.
Bij beschikking van 10 oktober 2025 is het ontslag op staande voet door de kantonrechter vernietigd. Bakkerij Schuld is veroordeeld om [eiser] € 3.000,00 bruto aan loon te betalen vanaf 1 maart 2025 tot de dag van de uitspraak, vermeerderd met vakantietoeslag vanaf 1 juni 2024 tot de datum uitspraak, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 10%, en vermeerderd met de wettelijke rente. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst in de uitspraak ontbonden per datum uitspraak (10 oktober 2025).
2.11.
Aan het ontbinden van de arbeidsovereenkomst heeft de voorzieningenrechter onder andere ten grondslag gelegd dat sprake was van ontoelaatbare belangenverstrengeling omdat [eiser] twee heren dienden door zowel voor Bakkerij Schuld als de wederpartij (bijvoorbeeld van HVB B.V.) op te treden terwijl niet is gebleken dat Bakkerij Schuld daarmee had ingestemd.
2.12.
Op 7 november 2025 heeft Bakkerij Schuld verlof gevraagd voor het leggen van conservatoir eigenbeslag op de betalingen die zij aan [eiser] moet doen op grond van de beschikking van 10 oktober 2025. Het verlof is verstrekt en Bakkerij Schuld heeft het beslag gelegd.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert- samengevat - de opheffing van het beslag dat gelegd is op grond van het op 7 november 2025 verstrekte verlof.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. In beginsel levert het leggen van eigenbeslag op een executoriale titel misbruik van procesrecht op. De executoriale kracht van de uitspraak voor wat betreft de veroordeling jegens Bakkerij Schuld wordt weggenomen door het leggen van eigenbeslag. Dat kan misbruik van procesrecht opleveren, tenzij sprake is van een uitzonderingssituatie. Een uitzonderingssituatie kan bijvoorbeeld zijn als het executeren van een uitspraak zelf misbruik van procesrecht oplevert. Daarvan is in dit geval geen sprake. Daarnaast ziet de executoriale titel op een loonvordering van [eiser] terwijl de vordering van Bakkerij Schuld ziet op betaalde facturen aan [bedrijf 1] . Dit is een andere rechtspersonen dan [eiser] zelf. Bakkerij Schuld heeft niet gecontracteerd met de eenmanszaak. De eenmanszaak heeft geen facturen opgesteld en er is niet betaald aan de eenmanszaak. Bakkerij Schuld had onder [bedrijf 1] beslag moeten leggen. Bakkerij Schuld vermengt de partijen om een grondslag voor een schadevergoeding te construeren die niet bestaat. De vordering van Bakkerij Schuld is verder ondeugdelijk. De relevante commerciële werkzaamheden van [eiser] waren bij Bakkerij Schuld bekend en de werkzaamheden waren expliciet overeen gekomen. Er zijn verschillende stukken en geluidsopnames waar dat uit blijkt.
3.3.
Bakkerij Schuld voert verweer. Bakkerij Schuld concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Bakkerij Schuld voert het volgende aan. Door de Hoge Raad is bepaald dat ook voor eigenbeslag als uitgangspunt geldt dat in beginsel beslag ter verzekering van het verhaal van een vordering mogelijk is op alle goederen van de schuldenaar. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan beslag misbruik van recht opleveren. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is geen sprake. De door [eiser] aangehaalde uitspraken zien op de situatie dat in eerste aanleg was beslist op de vordering die ook aan het eigenbeslag ten grondslag lag. Daarvan is in dit geval geen sprake. De vordering van Bakkerij Schuld heeft niet veel van doen met de arbeidsrechtelijke vordering. Er is geen sprake van misbruik van recht. Bakkerij Schuld vreest dat [eiser] geen verhaal gaat bieden. De woning waar [eiser] woont staat op naam van zijn vrouw. [bedrijf 1] is één van de negen (klein)dochterondernemingen van een stichting waarvan [eiser] enig bestuurder is. Omdat sprake is van een stichting, en [eiser] dus geen aandeelhouder is, is niet uit te sluiten dat [eiser] deze boom aan ondernemingen gebruikt om verhaal te voorkomen. Er is geen sprake van een ondeugdelijke vordering. Bakkerij Schuld huurde [bedrijf 1] en de eenmanszaak gezamenlijk in voor de bemiddelingswerkzaamheden. Dat blijkt uit de conceptovereenkomst die partijen hebben gewisseld. Daar staat de eenmanszaak ook als partij genoemd. Daarnaast handelen de eenmanszaak en [bedrijf 1] nagenoeg altijd als één, dat blijkt ook uit de overeenkomst met HVB B.V., waarbij ook beide vennootschappen partij zijn. Op de prijslijst wordt verder verwezen naar de algemene voorwaarden van beide vennootschappen. Er was feitelijk geen verschil tussen [bedrijf 1] en de eenmanszaak.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, als het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld. Daarnaast dient er altijd een belangenafweging gemaakt te worden.
4.2.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er geen sprake van misbruik van recht of een summierlijk ondeugdelijke vordering. Een belangenafweging brengt echter mee dat de vordering tot opheffing van het beslag wordt toegewezen. Hieronder wordt dit nader toegelicht.
er is geen sprake van misbruik van recht
4.3.
Als uitgangspunt geldt op grond van artikel 3:276 BW Pro in beginsel beslag ter verzekering van het verhaal van een vordering mogelijk is op alle goederen van de schuldenaar. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan het leggen van beslag misbruik van recht opleveren (vgl. Hoge Raad 27 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ8836 r.o. 3.4. Ook in die zaak lag de vraag voor of de beslaglegger eigenbeslag mocht leggen op een vordering van de gerekwestreerde op de beslaglegger voortvloeiend uit een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis). Het enkele feit dat door het beslag de executie van een vonnis wordt gefrustreerd, maakt dus niet dat sprake is van misbruik van recht. [eiser] heeft geen andere feiten ten grondslag gelegd aan zijn vordering dat sprake is van misbruik van recht.
de vordering is niet summierlijk ondeugdelijk
4.4.
Evenmin is sprake van een summierlijk ondeugdelijke vordering. [eiser] erkent dat hij ook voor andere partijen zoals Best Backery heeft bemiddeld. Volgens [eiser] wist Bakkerij Schuld hiervan en waren partijen dit expliciet overeen gekomen. Dit is een bevrijdend verweer waarvoor [eiser] in de bodemprocedure de stelplicht en bewijslast draagt. Uit geen van de producties blijkt een expliciet akkoord van Bakkerij Schuld. Het feit dat Bakkerij Schuld wist dat [eiser] voor andere partijen werkzaamheden verrichtte (2.4), betekent niet dat zij akkoord is gegaan met de werkwijze dat Bakkerij Schuld voor het tot stand brengen van één overeenkomst door twee partijen werd betaald. De enkele regel in de prijslijst (2.5) is voor die conclusie ook niet voldoende. De prijslijst is als bijlage bijgevoegd bij een e-mail, opgesteld door [eiser] en bevat geen verdere toelichting. Volgens Bakkerij Schuld zijn de prijzen van de prijslijst ook niet de tarieven die tussen partijen overeen zijn gekomen. Dit standpunt is door [eiser] niet betwist.
Ten slotte kan evenmin uit de geluidsopnamen zonder context, die door [eiser] niet is gegeven, worden opgemaakt dat Bakkerij Schuld wist en/of akkoord is gegaan met het dienen van twee heren door [eiser] . De stelling dat [eiser] via de eenmanszaak tevens partij was bij de vordering is ook niet summierlijk ondeugdelijk. Het enkele feit dat [bedrijf 1] factureerde en de betalingen ontving is onvoldoende om te concluderen dat uitsluitend [bedrijf 1] partij is. Het is niet ongebruikelijk dat als meerdere partijen verplicht zijn om uitvoering te geven aan een overeenkomst, de facturering en betaling aan één partij gedaan wordt. Bakkerij Schuld heeft verder stukken overgelegd waaruit blijkt dat [eiser] vaker met zowel [bedrijf 1] als de eenmanszaak contracteerde. Er is daarom geen sprake van een summier ondeugdelijke vordering van Bakkerij Schuld.
een belangenafweging brengt mee dat het beslag wordt opgeheven
4.5.
[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter het op 7 november 2025 verleende verlof opheft. Door [eiser] is echter niet gesteld dat er gebreken kleven aan het verlof. De voorzieningenrechter heeft de vordering daarom zo gelezen dat wordt bedoeld dat de voorzieningenrechter het beslag dat naar aanleiding van het verlof is gelegd, wordt opgeheven.
4.6.
Voorgaande laat onverlet dat bij de beoordeling van een verzoek om opheffing van beslag altijd een belangenafweging plaats dient te vinden. Bij het verlenen van het verlof is [eiser] niet gehoord. De belangenafweging heeft bij de verlofverlening daarom maar beperkt plaats in gevonden. In het kader van de belangenafweging wordt extra gewicht toegekend aan het feit dat [eiser] een executoriale titel heeft. De vordering is in rechte vastgesteld en uitvoerbaar bij voorraad. Ook extra gewicht wordt toegekend aan het feit dat het een loonvordering betreft. Daar komt bij dat het in dit stadium van de procedure nog onvoldoende aannemelijk is dat de vordering van Bakkerij Schuld in de bodemprocedure wordt toegewezen. Er dient nader feitenonderzoek plaats te vinden naar de vraag of [eiser] in persoon partij was bij de overeenkomst, of Bakkerij Schuld wist dat [eiser] meerdere heren diende en, indien dat niet het geval is, of wel het volledig bedrag dat aan [bedrijf 1] is betaald teruggevorderd kan worden. De bemiddeling vond immers plaats ten behoeve van nog meer partijen dan alleen Best Backery. Voorgaande belangenafweging maakt dat de vordering om het beslag op te heffen wordt toegewezen.
de vordering om het beslag op te heffen op straffen van een dwangsom wordt afgewezen
4.7.
Het beslag wordt opgeheven door de voorzieningenrechter. [eiser] heeft daarom geen belang meer bij de vordering om Bakkerij Schuld op straffe van een dwangsom te veroordelen het beslag op te heffen.
proceskosten
4.8.
Bakkerij Schuld is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
341,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.774,04

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
heft op het ten laste van [eiser] gelegde beslag dat op grond van het op 7 november 2025 verleende verlof is gelegd,
5.2.
veroordeelt Bakkerij Schuld in de proceskosten van € 1.774,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Bakkerij Schuld niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.
LS/Vg