ECLI:NL:RBGEL:2026:1317

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
AWB-23_6124
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Ziektewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging ziekengeld door UWV na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek bevestigd

Eiser is sinds november 2020 arbeidsongeschikt verklaard en ontving ziekengeld. Het UWV beëindigde dit ziekengeld per 16 april 2022 op grond van een medisch en arbeidsdeskundig onderzoek waaruit bleek dat eiser meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met zijn lichamelijke en psychische klachten.

De rechtbank oordeelt dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig is uitgevoerd, inclusief dossieronderzoek, anamnese en fysiek onderzoek. De verzekeringsarts heeft ook informatie van de huisarts betrokken. De conclusies over de beperkingen zijn inzichtelijk en voldoende gemotiveerd. Eiser heeft niet concreet toegelicht welke klachten onvoldoende zijn meegewogen en heeft zijn stellingen niet met medische stukken onderbouwd.

De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser 93,49% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en dat hij de geselecteerde voorbeeldfuncties kan vervullen. De rechtbank vindt de rapportages consistent en voldoende onderbouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt het griffierecht niet terug.

Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het ziekengeld wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 23/6124

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. Y. Eryilmaz),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: R.V. Gerritsen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van eisers ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW) per 16 april 2022. Eiser is het niet eens met de beëindiging van het ziekengeld. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht het ziekengeld heeft beëindigd. Eiser krijgt geen gelijk. Het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 15 maart 2022 heeft het UWV eisers ziekengeld met ingang van 16 april 2022 beëindigd. Met het bestreden besluit van 4 augustus 2023 op het bezwaar van eiser is het UWV bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
Het onderzoek ter zitting heeft gevoegd met de zaken 24/3136 en 24/8921 plaatsgevonden op 9 februari 2026. Aan de zitting heeft de gemachtigde van het UWV deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen ter zitting. Na de zitting zijn de zaken weer gesplitst en wordt in alle zaken afzonderlijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

De feiten
3. Eiser is op 10 november 2020 uitgevallen voor zijn werk als magazijnmedewerker wegens gezondheidsklachten. Hij werkte gemiddeld 30,44 uur per week. Aan eiser is per 12 november 2020 ziekengeld toegekend, omdat hij arbeidsongeschikt wordt geacht voor zijn arbeid.
Totstandkoming van het (bestreden) besluit
4. Met het besluit van 15 maart 2022 is het ziekengeld van eiser met ingang van 16 april 2022 beëindigd, omdat hij meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd (het maatmaninkomen). Aan het besluit ligt een theoretische schatting ten grondslag gebaseerd op een medisch onderzoek van de verzekeringsarts en een arbeidsdeskundig onderzoek van de arbeidsdeskundige. De verzekeringsarts heeft zijn bevindingen vastgelegd in de medische rapportage van 24 februari 2022. De verzekeringsarts heeft de aangenomen beperkingen vertaald in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 24 februari 2022. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens geconcludeerd dat eiser 93,49% kan verdienen van het maatmaninkomen.
4.1.
Met het bestreden besluit van 4 augustus 2023 is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Aan het besluit ligt een theoretische schatting ten grondslag gebaseerd op een medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en een arbeidsdeskundig onderzoek van de arbeidsdeskundige b&b. De verzekeringsarts b&b heeft verslag gedaan van zijn medisch onderzoek in de rapportage van 21 juni 2023. De verzekeringsarts b&b ziet aanleiding om de beperkingen iets aan te scherpen en stelt de nieuwe FML van 22 juni 2023 op. De arbeidsdeskundige b&b concludeert vervolgens dat eisers resterende verdienvermogen onverminderd 93,49% van het maatmaninkomen bedraagt.
Gronden bezwaar herhaald en ingelast
5. Allereerst merkt de rechtbank op dat eiser in beroep aanvoert dat de gronden van het bezwaar als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van bezwaargronden is niet af te leiden in welk opzicht de reactie van het UWV in het bestreden besluit op die bezwaargronden in de visie van eiser ontoereikend is. Naar het oordeel van de rechtbank wordt met het enkel herhalen en inlassen van de gronden van bezwaar onvoldoende uiteengezet op welke punten het bestreden besluit volgens eiser onjuist of onvolledig is en waarom.
Is het onderzoek zorgvuldig?
6. Eiser stelt dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. De rapportages van de verzekeringsarts b&b en de arbeidsdeskundige b&b zijn onjuist. Door het UWV is onvoldoende rekening is gehouden met gewijzigde lichamelijke en psychische stoornissen, aldus eiser.
6.1.
De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank is het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen (b&b) zorgvuldig geweest. Het primaire onderzoek is gebaseerd op dossieronderzoek, anamnese en een fysiek spreekuur met de verzekeringsarts, die eiser psychisch en lichamelijk heeft onderzocht. Ook de verzekeringsarts b&b heeft kennisgenomen van het dossier en van hetgeen op de telefonische hoorzitting naar voren is gebracht. De door eiser naar voren gebrachte klachten zijn op een zorgvuldige en duidelijke wijze betrokken bij de medische beoordeling. De verzekeringsarts b&b heeft informatie opgevraagd bij de huisarts en deze informatie (brief van 21 april 2023) betrokken in zijn beoordeling. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat de verzekeringsartsen aspecten van de gezondheidstoestand van eiser hebben gemist.
6.2.
De rechtbank is verder van oordeel dat de rapporten van de verzekeringsartsen (b&b) geen tegenstrijdigheden bevatten en dat de conclusies van de rapporten over de beperkingen van eiser inzichtelijk en voldoende gemotiveerd zijn. Eiser heeft niet toegelicht welke klachten en beperkingen onvoldoende zijn betrokken bij de medische beoordeling. Noch is toegelicht of de ‘gewijzigde lichamelijke en psychische stoornissen’ zien op de datum in geding en welke dat dan zijn. De rechtbank stelt vast dat eiser zijn stellingen niet met medische stukken heeft onderbouwd. De rechtbank heeft daarom geen aanleiding om te twijfelen aan de beoordeling van de verzekeringsartsen (b&b).
6.3.
Gelet op het voorgaande moet eiser in staat worden geacht op de datum in geding arbeid te verrichten die past bij de voor hem vastgestelde medische belastbaarheid, zoals verwoord in de FML. Uitgaande van de juistheid van de FML, heeft het UWV vervolgens terecht geconcludeerd dat eiser de geselecteerde voorbeeldfuncties kan vervullen. De arbeidsdeskundigen (b&b) hebben in hun rapportages de medische geschiktheid van deze voorbeeldfuncties voor eiser voldoende toegelicht. De enkele niet onderbouwde stelling van eiser dat de rapporten van de arbeidsdeskundigen onjuist zijn is onvoldoende. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Ook bestaat er geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van
mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.