Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:1349

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
05/001370-26
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 lid 4 WVW 1994Art. 164 lid 8 WVW 1994Art. 8 lid 2 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Teruggave rijbewijs na alcoholinname met toepassing militaire clausule

Klager, werkzaam als chauffeur van een gevechtsvoertuig binnen de Koninklijke Landmacht, werd op 2 januari 2026 betrapt op rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 710 microgram per liter, wat leidde tot invordering van zijn rijbewijs op 3 januari 2026. De officier van justitie besloot het rijbewijs zes maanden in te houden tot 2 juli 2026.

Klager diende een klaagschrift in met het verzoek om teruggave van zijn rijbewijs, omdat hij dit dringend nodig heeft voor zijn militaire werkzaamheden en woon-werkverkeer. De officier van justitie verzette zich tegen directe teruggave, maar stelde voor het rijbewijs na vier maanden terug te geven.

De militaire raadkamer oordeelde dat de inhouding rechtmatig is vanwege het gevaarlijk rijgedrag en het hoge alcoholgehalte, maar erkende ook de persoonlijke en militaire belangen van klager. Daarom werd besloten het rijbewijs terug te geven per 2 mei 2026, met toepassing van de militaire clausule die klager toestaat zijn militair rijbewijs te gebruiken voor bijzondere militaire voertuigen tijdens dienstwerkzaamheden en met toestemming van zijn commandant.

Deze beslissing laat de mogelijkheid open dat in de strafzaak een langere ontzegging kan worden opgelegd. De militaire clausule waarborgt dat klager zijn functie als chauffeur van het gevechtsvoertuig kan blijven vervullen, wat essentieel is voor de operationele inzet van de krijgsmacht.

Uitkomst: Het rijbewijs wordt per 2 mei 2026 teruggegeven met toepassing van de militaire clausule voor gebruik tijdens dienstwerkzaamheden onder toestemming van de commandant.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
parketnummer : 05-001370-26
raadkamernummer : 26-001055
datum : 18 februari 2026
beslissing van de meervoudige militaire raadkamer op het beklag op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994) van:

[klager] ,

geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] ,
hierna te noemen: klager.
Advocaat: mr. A.H. Staring, advocaat te Arnhem.

Feiten

Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 8, tweede lid, WVW 1994, gepleegd te Amsterdam op 2 januari 2026. Het proces-verbaal houdt onder meer in dat het alcoholgehalte in zijn adem hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, te weten 710 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht.
Op 3 januari 2026 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd.
De officier van justitie heeft vervolgens binnen tien dagen beslist het rijbewijs onder zich te houden voor een periode van 6 maanden, tot en met 2 juli 2026.
Klager is opgeroepen voor een OM-hoorgesprek op 19 maart 2026.

Procedure

Het klaagschrift is op 14 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het openbaar ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De militaire raadkamer heeft op 18 februari 2026 het beklag in openbare raadkamer behandeld.
De militaire raadkamer heeft klager, de advocaat en de officier van justitie op zitting gehoord.

Beklag

Het beklag strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Namens klager is aangevoerd dat klager zijn rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk bij defensie. Klager is werkzaam bij een gevechtseenheid binnen de Koninklijke Landmacht, gespecialiseerd in gemotoriseerde infanterie, waar hij chauffeur is van een gevechtsvoertuig (de [model] ). Dat klager niet over zijn rijbewijs kan beschikken, zorgt voor problemen in het peloton. Er is sprake van een tekort aan chauffeurs.
Klager heeft zijn rijbewijs ook nodig voor woon-werkverkeer. Hij woont in [plaats] en moet naar de kazerne in [plaats] reizen. Het openbaar vervoer is vanwege de reistijd geen redelijk alternatief.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft verklaard zich tot 2 mei 2026 te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs. Klager is een beginnend bestuurder en gelet op het hoge alcoholgehalte in zijn adem is directe teruggave van het rijbewijs niet gerechtvaardigd. Klager heeft wel een bijzondere functie omdat hij een van de weinigen is die een [model] kan en mag besturen. Gelet daarop stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat het rijbewijs aan klager kan worden teruggegeven op het moment dat het rijbewijs 4 maanden ingevorderd en ingehouden is geweest.

Beoordeling

De militaire raadkamer acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW Pro 1994 rechtmatig. De officier van justitie heeft in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.
Klager heeft een blanco strafblad.
Op grond van hetgeen in het klaagschrift en bij het onderzoek in raadkamer naar voren is gebracht omtrent de belangen van klager bij het kunnen beschikken over het rijbewijs, wordt geoordeeld dat het persoonlijk belang op dit moment niet zo groot is dat dit zwaarder moet wegen dan het belang van voortduring van de inhouding. Klager heeft gereden terwijl hij te veel had gedronken en hij heeft gevaarlijk rijgedrag vertoond. Hij heeft hierdoor de verkeersveiligheid in gevaar gebracht. Dit rechtvaardigt een langere inhouding van zijn rijbewijs. Daar staat tegenover dat klager niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werkzaamheden binnen zijn eenheid en om van en naar de kazerne te kunnen rijden.
De persoonlijke belangen van klager gaan zwaarder wegen op het moment dat het rijbewijs 4 maanden ingevorderd en ingehouden is geweest. De militaire raadkamer zal dan ook de teruggave van het rijbewijs gelasten met ingang van 2 mei 2026.
Dit laat overigens onverlet dat de officier van justitie, dan wel de rechter te zijner tijd in de strafzaak een ontzegging van de rijbevoegdheid kan opleggen voor een langere periode dan de periode die het rijbewijs reeds ingevorderd of ingehouden is geweest.
Klager is een militair en beschikt naast het civiele rijbewijs ook over een militair rijbewijs. Omdat ook dat rijbewijs is ingenomen kan klager zijn functie als bestuurder van de [model] niet meer uitoefenen, terwijl dat voertuig op korte termijn wordt ingezet bij belangrijke militaire oefeningen in Duitsland. Doordat klager een van de weinigen is die de [model] kan besturen, kan één [model] niet deelnemen aan de oefeningen. Ook de commandant van klager heeft het belang van het vervullen van de functie benadrukt.
Omdat de functie en werkzaamheden van klager van groot belang zijn voor het goed en doelmatig functioneren van de krijgsmacht, ziet de militaire raadkamer hierin een zwaarwegend belang en zal zij toepassing geven aan de militaire clausule zodat klager zijn werkzaamheden voor defensie kan blijven uitvoeren. Dat betekent dat klager alleen in het kader van zijn dienstwerkzaamheden en alleen met toestemming van zijn commandant het bijzonder voertuig, de [model] en andere militaire voertuigen, mag blijven besturen.

Beslissing

De meervoudige militaire raadkamer:
  • verklaart het beklag gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 1 mei 2026 en gelast de teruggave van het rijbewijs met het nummer [nummer] aan klager met ingang van 2 mei 2026;
  • gelast dat de rijbevoegdheid van klager niet geheel wordt ontzegd met dien verstande dat het klager uitsluitend wordt toegestaan zijn militair rijbewijs te gebruiken voor het rijden in de [model] en andere militaire voertuigen:
Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, voorzitter, mr. P.J. Verbeek, rechter, en kolonel mr. M. Hoedeman, als militair lid, in tegenwoordigheid van G.C.FJ. Derkx, griffier, en uitgesproken op 18 februari 2026.
Tegen de beslissing van de meervoudige militaire raadkamer staat voor het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van rechtbank, binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van deze beslissing.