Klager, werkzaam als chauffeur van een gevechtsvoertuig binnen de Koninklijke Landmacht, werd op 2 januari 2026 betrapt op rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 710 microgram per liter, wat leidde tot invordering van zijn rijbewijs op 3 januari 2026. De officier van justitie besloot het rijbewijs zes maanden in te houden tot 2 juli 2026.
Klager diende een klaagschrift in met het verzoek om teruggave van zijn rijbewijs, omdat hij dit dringend nodig heeft voor zijn militaire werkzaamheden en woon-werkverkeer. De officier van justitie verzette zich tegen directe teruggave, maar stelde voor het rijbewijs na vier maanden terug te geven.
De militaire raadkamer oordeelde dat de inhouding rechtmatig is vanwege het gevaarlijk rijgedrag en het hoge alcoholgehalte, maar erkende ook de persoonlijke en militaire belangen van klager. Daarom werd besloten het rijbewijs terug te geven per 2 mei 2026, met toepassing van de militaire clausule die klager toestaat zijn militair rijbewijs te gebruiken voor bijzondere militaire voertuigen tijdens dienstwerkzaamheden en met toestemming van zijn commandant.
Deze beslissing laat de mogelijkheid open dat in de strafzaak een langere ontzegging kan worden opgelegd. De militaire clausule waarborgt dat klager zijn functie als chauffeur van het gevechtsvoertuig kan blijven vervullen, wat essentieel is voor de operationele inzet van de krijgsmacht.