ECLI:NL:RBGEL:2026:1405

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
ARN 25_4817 e.a.
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij extra jeugdhulp vakanties 2024

Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Arnhem om extra uren jeugdhulp in de vorm van een persoonsgebonden budget voor de meivakantie en zomervakantie 2024. Het college kende deels 7,5 uur per week toe, maar wees de extra gevraagde uren af. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten.

De rechtbank oordeelde dat eiseres geen procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep. Dit omdat zij bewust heeft afgezien van het aanvragen van extra jeugdhulp voor opvolgende vakantieperiodes en geen urenregistratie of facturen kan overleggen waaruit blijkt dat zij meer uren heeft ingekocht dan toegekend. Hierdoor kan zij geen schade aannemelijk maken.

De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en ging niet inhoudelijk in op de geschilpunten. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug en er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter H.J. Klein Egelink en griffier K.V. van Weert op 26 februari 2026.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij de aanvraag van extra jeugdhulp voor de vakanties in 2024.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: ARN 25/4817 en ARN 25/4820

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaken tussen

[eiseres] uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. K. Wevers),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, het college

(gemachtigde: mr. B. Klomp).

Procesverloop

1. Eiseres heeft het college verzocht aan haar extra jeugdhulp voor begeleiding individueel in de vorm van een persoonsgebonden budget toe te kennen over de perioden van 29 april 2024 tot en met 10 mei 2024 (de meivakantie, ARN 25/4820) en 6 juli 2024 tot en met 18 augustus 2024 (de zomervakantie, ARN 25/4817). Het college heeft deze aanvragen met de besluiten van 9 juli 2024 deels toegewezen en per week 7,5 uur extra [1] aan jeugdhulp in de vorm van een pgb toegekend. De per week méér verzochte uren extra jeugdhulp [2] zijn afgewezen. Met de bestreden besluiten van 18 september 2025 op de bezwaren van eiseres is het college gebleven bij deze besluiten.
1.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Het college heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft de beroepen op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. In geschil is of het college over de meivakantie 2024 en de zomervakantie 2024 per week méér extra uren jeugdhulp voor individuele begeleiding (door eiseres in te kopen bij haar vader) in de vorm van een persoonsgebonden budget aan eiseres moet toekennen dan zij al heeft ontvangen van het college.
3. Voordat de rechtbank het geschil inhoudelijk kan beoordelen, moet de rechtbank ambtshalve beoordelen of eiseres procesbelang heeft. Er is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat eiseres met het indienen van beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor eiseres feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als zoals hier, sprake is van periodes die al verstreken zijn, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade als gevolg van de besluitvorming is geleden. [3] Als procesbelang ontbreekt, dan is het beroep niet-ontvankelijk.
3.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen procesbelang bij een beoordeling van het beroep door de rechtbank. De rechtbank licht dat hierna toe.
3.2.
Tijdens de zitting is opgemerkt dat door en namens eiseres [4] er bewust van afgezien is om voor de (opvolgende) vakantieperiodes in 2024 én in 2025 én in 2026 het college te verzoeken haar extra uren aan jeugdhulp voor die vakantieperiodes toe te kennen, ook nadat het college bij de primaire besluiten in ieder geval 7,5 uur per week extra jeugdhulp heeft toegekend. Evenmin heeft eiseres dit verzoek gedaan voor lesvrije schooldagen of feestdagen, die vallen buiten de reguliere schoolvakanties. Dagen waarop zij dan extra thuis zit en dan aangewezen is, aldus eiseres, op extra begeleiding.
Daarmee dient een inhoudelijk oordeel over de meivakantie 2024 en zomervakantie 2024 klaarblijkelijk geen enkel belang voor de opvolgende vakanties.
3.3.
Daar komt nog bij dat tijdens de zitting ook naar voren is gebracht dat eiseres over de meivakantie en zomervakantie 2024 geen urenregistratie heeft bijgehouden, waaruit volgt dat aan haar meer dan 7,5 uur extra per week aan jeugdhulp is verleend. De rechtbank neemt daarbij aan dat zij over die periodes ook geen facturen van haar zorgverlener heeft ontvangen, nu haar zorgverlener, zoals tijdens de zitting is opgemerkt, haar hoe dan ook geen facturen toezendt voor de door hem verleende zorg. Wat hier verder (rechtens) ook van zij, en afgezien van het feit dat eiseres niet om schadevergoeding heeft verzocht, kan eiseres vooralsnog dan ook niet aannemelijk maken dat zij schade als gevolg van de besluitvorming, waarbij het college aan haar over de genoemde periodes al 7,5 uur per week extra aan jeugdhulp heeft toegekend, heeft geleden. Ook daarom ontbreekt procesbelang.

Conclusie en gevolgen

4. Uit wat onder 3.2. en 3.3. is overwogen volgt dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn, omdat procesbelang ontbreekt. De rechtbank beoordeelt de zaken om die reden dan ook niet inhoudelijk. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Klein Egelink, rechter, in aanwezigheid van
mr. K.V. van Weert, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Bovenop de ruim 17 uur die eiseres over die periode al aan jeugdhulp voor begeleiding (door haar vader) in de vorm van een persoonsgebonden budget heeft ontvangen.
2.Voor eiseres is, tezamen met haar jongste broer, verzocht om 45 uur extra jeugdhulp per week, waarvan tenminste 3 uur voor eiseres en de overige 42 uur te verdelen over hen beiden.
3.Zie onder andere de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 december 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2347.
4.Omdat eiseres pas op [geboortedatum] 2025 16 is geworden, lag het voor de vakanties tot die tijd de risicosfeer van haar ouders als haar wettelijk vertegenwoordigers om die aanvraag te doen. Vanaf