ECLI:NL:RBGEL:2026:1407

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
ARN 25_4971
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij extra jeugdhulp meivakantie 2024

Eisers, als wettelijk vertegenwoordigers van hun zoon, hebben het college van Arnhem verzocht om extra uren jeugdhulp in de meivakantie 2024 toe te kennen. Het college kende deels 5 uur per week extra toe, maar wees verdere uren af. Eisers gingen in beroep tegen dit besluit.

De rechtbank beoordeelde eerst of eisers voldoende procesbelang hadden om het geschil inhoudelijk te behandelen. Procesbelang ontbrak omdat eisers bewust geen extra uren voor opvolgende vakantieperiodes of lesvrije dagen hadden aangevraagd, waardoor een uitspraak over de meivakantie 2024 geen relevantie heeft voor toekomstige perioden.

Daarnaast konden eisers niet aannemelijk maken dat zij meer dan de toegekende 5 uur per week hadden ingekocht of dat zij schade hadden geleden, mede doordat geen urenregistratie of facturen waren overlegd.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De zaak is niet inhoudelijk beoordeeld.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/4971

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiseres]in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van
[eiser 2], allen uit [plaats], eisers
(gemachtigde: mr. K. Wevers),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, het college

(gemachtigde: mr. B. Klomp).

Procesverloop

1. Eisers hebben ten behoeve van hun jongste zoon [eiser 2] het college verzocht aan hun zoon extra jeugdhulp voor begeleiding individueel in de vorm van een persoonsgebonden budget toe te kennen over de periode van 29 april 2024 tot en met 10 mei 2024 (de meivakantie). Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 9 juli 2024 deels toegewezen en per week 5 uur extra [1] aan jeugdhulp in de vorm van een pgb toegekend. De per week méér verzochte uren extra jeugdhulp [2] zijn afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 september 2025 op de bezwaren van eisers is het college gebleven bij dit besluit.
1.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft de beroepen op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser (vader, tevens zorgverlener), de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van het college deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. In geschil is of het college over de meivakantie 2024 per week méér extra uren jeugdhulp voor individuele begeleiding (door zoon [eiser 2] in te kopen bij eiser) in de vorm van een pgb aan eisers moet toekennen dan eisers al hebben ontvangen van het college.
3. Voordat de rechtbank het geschil inhoudelijk kan beoordelen, moet de rechtbank ambtshalve beoordelen of eisers procesbelang hebben. Er is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat eisers met het indienen van beroep nastreven, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor eiseres feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als zoals hier, sprake is van een periodes die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade als gevolg van de besluitvorming is geleden. [3] Als procesbelang ontbreekt, dan is het beroep niet-ontvankelijk.
3.1.
Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers geen procesbelang bij een beslissing van de rechtbank. De rechtbank licht dat hierna toe.
3.2.
Tijdens de zitting is opgemerkt dat eisers bewust ervan afgezien hebben om voor de (opvolgende) vakantieperiodes in 2024 [4] én in 2025 én in 2026 het college te verzoeken, ten behoeve van zoon [eiser 2], extra uren aan jeugdhulp voor die vakantieperiodes toe te kennen, ook nadat het college bij het primaire besluit in ieder geval 5 uur per week extra jeugdhulp heeft toegekend. Evenmin hebben eisers dit verzoek gedaan voor lesvrije schooldagen of feestdagen, die vallen buiten de reguliere schoolvakanties. Dagen waarop de jongste zoon [eiser 2] extra thuis zit en dan aangewezen is, aldus eisers, op extra begeleiding.
Daarmee dient een inhoudelijk oordeel over de meivakantie 2024 klaarblijkelijk geen enkel belang voor de opvolgende vakanties.
3.3.
Daar komt nog bij dat tijdens de zitting ook naar voren is gebracht, dat eisers over de meivakantie 2024 geen urenregistratie hebben bijgehouden, waaruit volgt dat aan hen meer dan 5 uur extra per week aan jeugdhulp is verleend. De rechtbank neemt verder aan dat eisers over die periode ook geen facturen van de zorgverlener hebben ontvangen, nu de zorgverlener heeft opgemerkt dat hij hoe dan ook geen facturen toezendt voor de door hem verleende zorg. Wat hier verder (rechtens) ook van zij, en afgezien van het feit dat eisers niet om schadevergoeding hebben verzocht, kunnen eisers vooralsnog dan ook niet aannemelijk maken dat zij schade als gevolg van de besluitvorming, waarbij het college aan hen over de genoemde periodes al 5 uur per week extra aan jeugdhulp heeft toegekend, hebben geleden. Ook daarom ontbreekt procesbelang.

Conclusie en gevolgen

4. Uit wat onder 3.2. en 3.3. is overwogen, volgt dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat procesbelang ontbreekt. De rechtbank beoordeelt de zaak om die reden dan ook niet inhoudelijk. Eisers krijgen het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Klein Egelink, rechter, in aanwezigheid van
mr. K.V. van Weert, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Bovenop de ruim 11 uur die zoon [eiser 2] over die periode al aan jeugdhulp voor begeleiding (door zijn vader) in de vorm van een persoonsgebonden budget heeft ontvangen.
2.Eisers hebben over deze periode voor hun zoon [eiser 2] en dochter tezamen om 45 uur extra jeugdhulp per week verzocht, waarvan tenminste 3 uur voor de dochter en de overige 42 uur te verdelen over zoon [eiser 2] en dochter beiden.
3.Zie onder andere de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 december 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2347.
4.Met uitzondering van de zomervakantie 2024. Het beroep met zaaknummer ARN 25/4969, dat eisers tegen die beslissing hebben ingesteld, is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet is betaald.