AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit productie en handel in harddrugs
De rechtbank Gelderland behandelt de ontnemingsvordering tegen veroordeelde, die eerder is veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van productie en handel in harddrugs. De ontnemingsvordering is losgekoppeld van de strafzaak en schriftelijk voorbereid, waarna op 14 januari 2026 een openbare terechtzitting plaatsvond.
De officier van justitie vordert betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €257.144,25, gebaseerd op een rapport met diverse drugsgerelateerde transacties en andere strafbare feiten. De verdediging betwist het voordeel en vraagt om matiging, onder meer vanwege onvolledige chatgesprekken en onvoldoende rekening met kosten.
De rechtbank analyseert per post het voordeel, waarbij het grootste deel voortkomt uit de productie en verkoop van MDMA in verschillende partijen, met een intensieve samenwerking tussen veroordeelde en medeveroordeelden. De berekening houdt rekening met verkoopprijzen, productiekosten, en verdelingen van winst. Daarnaast worden posten witwassen en contante uitgaven meegenomen.
Uiteindelijk stelt de rechtbank het totale wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €284.445,60, legt veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat en bepaalt de maximale gijzelingstermijn op 1095 dagen. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en uitgebreid bewijs uit processen-verbaal en rapporten.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €284.445,60 en veroordeelt veroordeelde tot betaling aan de Staat met een maximale gijzelingstermijn van 1095 dagen.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer: 05/298028-22
Datum uitspraak : 25 februari 2026
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde],
geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] .
Raadsman: mr. L.M. van Spanjen, advocaat in 's-Hertogenbosch.
1.De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 257.144,25.
2.De procedure
De rechtbank heeft voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak in overleg met partijen beslist de behandeling van de ontnemingsvordering los te koppelen van de strafzaak en gebruik te maken van schriftelijke rondes. De rechtbank heeft in de strafzaak uitspraak gedaan op 4 juli 2024. De griffier heeft per e-mail van 6 oktober 2025 aan de raadsman verzocht het standpunt omtrent de ontnemingsvordering kenbaar te maken.
De verdediging heeft per e-mail van 10 november 2025 een schriftelijk standpunt ingenomen. Hierop is door de officier van justitie gereageerd per e-mail van 4 december 2025. Er heeft geen tweede schriftelijke ronde plaatsgevonden.
De zaak is vervolgens op de openbare terechtzitting van 14 januari 2026 onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering, met bepaling dat bij uitblijven van betaling de rechtbank gijzeling zal bevelen voor de duur van 720 dagen. Zij baseert haar vordering op het hierna te noemen rapport, waarin een aantal (A, B en D t/m K) drugsgerelateerde transacties beschreven worden waarmee veroordeelde het gevorderde voordeel zou hebben behaald, en voorts de posten L1 en L2 die zien op voordeel dat veroordeelde uit andere strafbare feiten zou hebben genoten.
De verdediging heeft primair verzocht om de ontnemingsvordering af te wijzen omdat het onvoldoende aannemelijk is geworden dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Subsidiair heeft de verdediging verzocht het bedrag fors te matigen. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat behoedzaam moet worden omgegaan met conclusies van verbalisanten, met name omdat de (geselecteerde) chatgesprekken mogelijk geen volledig beeld geven van de betrokken personen en de context waarin een gesprek is gevoerd. De verdediging heeft daarnaast per post naar voren gebracht waarom niet of onvoldoende duidelijk is geworden of daadwerkelijk voordeel is genoten, hoeveel dat dan was en wat de verdeelsleutel daarbij zou moeten zijn. Bovendien is meermalen niet of onvoldoende rekening gehouden met de kosten die met de productie gemoeid zijn. Op enig moment zou mogelijk zelfs verlies zijn gedraaid. Bij post D is geen rekening gehouden met de kosten van een chauffeur, terwijl dat wel besproken is in de chatberichten. Ten aanzien van post L1 heeft de verdediging aangevoerd dat deze is gestoeld op de veroordeling voor witwassen en dat de verdediging zich daarmee niet kan verenigingen. Ten aanzien van post L2 geldt dat de legale inkomsten van veroordeelde en zijn partner ook de contante uitgaven kunnen verklaren.
3.De beoordeling van de vordering
Bij vonnis van deze rechtbank van 4 juli 2024 is veroordeelde ter zake van (onder meer)
het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onderPro A, B, C en D van de Opiumwet gegeven verbod veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaren.
Dat veroordeelde het bewezenverklaarde heeft begaan, blijkt uit de in dat vonnis gebezigde bewijsmiddelen. [1] De rechtbank ontleent aan de inhoud van die bewijsmiddelen het oordeel dat de veroordeelde voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft verkregen door middel van - kort gezegd - het medeplegen van de productie van en handel in harddrugs.
De verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en die door dat feit of andere feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan of uit de baten daarvan voordeel heeft verkregen (artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr)), of, bij veroordeling voor een feit waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, indien aannemelijk is dat andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft gekregen (artikel 36e lid 3 Sr). De rechtbank zal het geschatte voordeel van veroordeelde berekenen op basis van artikel 36e lid 2 (posten A, B en D t/m K) en artikel 36e lid 3 (posten L1 en L2) Sr. Het voordeel zal worden berekend over de bewezenverklaarde strafbare feiten en soortgelijke strafbare feiten.
De berekening van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel [2]
Ter berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten behoeve van de ontnemingsvordering is door de politie een berekening wederrechtelijk voordeel (hierna: het rapport) opgesteld. De politie heeft in het rapport per post aangegeven hoeveel voordeel veroordeelde zou hebben genoten. De rechtbank neemt het rapport als uitgangspunt en zal per post beoordelen of veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen.
Samenwerking [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1]
Uit het vonnis en de daarin genoemde bewijsmiddelen [3] blijkt dat sprake was van een intensieve samenwerking tussen [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] . Dit volgt onder meer uit berichten waarin wordt gesproken over de samenwerking en rolverdeling. Zo stuurde [medeveroordeelde 1] (met account [accountnaam] ) aan het niet geïdentificeerde account [accountnaam] via Encrochat: “Dat is [alias] zijn kant maat (.,..) Ik heb de droge kant, pillen speed coke” en had [veroordeelde] (met account [alias] ) met het niet geïdentificeerde account [accountnaam] via Encrochat het volgende gesprek:
2022-11-17 15:10:24
[alias]
Moei ff met sus oppakkdn
2022-11-17 15:11:18
[accountnaam]
Dus met sus alles oppakken?
2022-11-17 15:11:22
[alias]
Ja
2022-11-17 15:11:32
[alias]
Hij weet ervan
2022-11-17 15:11:40
[accountnaam]
Maakt geen kut uit
Jullie zijn 1
2022-11-17 15:11:44
[alias]
Die ka dan met [alias] oppakke
2022-11-17 15:11:48
[alias]
Precies
Het wederrechtelijk verkregen voordeel per postIn het rapport zijn 12 posten beschreven waaruit veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel zou hebben verkregen:
Partij 187,2 kilogram MDMA (België)
Partij 186 kilogram MDMA (België)
Voor 9 september 2022: 62,4 kilogram MDMA
Voor 14 oktober 2022: 68 kilogram MDMA op basis van 50/50 = 34 kilogram
Na 22 oktober 2022: 51 liter – 30 kilogram MDMA
Rond 21 november 2022: 34 kilogram helft/helft = 17 kilogram
22 november 2022: 25 kilogram
Rond 7 december 2022: 19 kilo nat = 15,882 kilogram droge MDMA
Rond 10 december 2022: 53 liter = 56,312 kilogram MDMA
Op/rond 23 april 2022: verkoop 100.000 pillen voor € 25.000,00
Uit de chatgesprekken volgt dat op 14 september 2022 een partij van 187,2 kilogram MDMA voor “de organisatie rondom [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] ” en voor [medeveroordeelde 2] en onder begeleiding van [medeveroordeelde 3] samen met een andere partij (139,732 kilogram) vanuit België naar Nederland werd getransporteerd.
De grondstoffen (300 kilogram van een pre-precursor) voor de productie van 187,2 kilogram MDMA werden via ‘mensen van’ (hierna: toeleveranciers) [medeveroordeelde 2] ( [alias] ) aangeleverd. Uit deze 300 kilogram kwam 157 liter (vermoedelijk PMK-olie), die werd omgezet naar 187,2 kilogram MDMA. [veroordeelde] ( [alias] ) regelde de verdeling en de verkoop van (een deel van) deze partij en had hierover berichtenverkeer met onder andere [medeveroordeelde 3] ( [alias] ) en [medeveroordeelde 2] .
[medeveroordeelde 2] had contact met [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] ( [alias] ) om (een deel van) de geproduceerde MDMA, die op 14 september 2022 aankwam in Doetinchem, op 15 september 2022 op te halen. Uit de berichten kan worden opgemaakt dat de 187,2 kilogram MDMA verdeeld werd tussen verschillende personen/groeperingen, te weten:
- de organisatie rondom [veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 3] ;
- [medeveroordeelde 2] ;
- toeleveranciers via [medeveroordeelde 2] ;
- anderen (helpers/chauffeur).
Op 14 september 2022 vanaf 13:12 uur hadden [veroordeelde] en [medeveroordeelde 3] een gesprek over de hoeveelheid en een verdeling van de partij van 187,2 kilogram. [medeveroordeelde 3] : ‘187,20 kg, waarop [veroordeelde] reageerde met: ‘Geven we 90 terug 5 naar [alias] en 2 is voor [naam] enzo’ Vervolgens stuurde [veroordeelde] naar [medeveroordeelde 2] : ‘90kg gaan naar je mensen terug’, ‘5kg is er voor jou’ en ‘en 90 voor hier’. Wat later stuurt [veroordeelde] naar [medeveroordeelde 3] : ‘Had 5% met [alias] afgezproken’, ‘Dus 10% van 185 is 18,5’, ‘Daar zit hun deel wat hij moet kringen ook bij’, ‘Heb gezegd dat we die 18 voor hem meteen hier er afhalen’. Daarna zegt [veroordeelde] : ‘En hen misschien alles al verkocht’.
Op basis van dit berichtenverkeer acht de rechtbank het volgende aannemelijk. Er ging (van de totale productie van 187,2 kilogram) 2 kilogram naar chauffeurs en al 5 kilogram naar [medeveroordeelde 2] . De afspraak was dat (van wat over was) 5% van zowel het aandeel van de toeleveranciers als van het aandeel van de groep rondom [veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 3] naar [medeveroordeelde 2] ging, dus in totaal 10% van het geheel van (nog) 180 kilogram, dus 18 kilo. Dat de afspraak en praktijk was dat [medeveroordeelde 2] van beiden kanten 5% ontving, wordt ook bevestigd in het gesprek van 12 november 2022 12:34 uur tussen [veroordeelde] en [medeveroordeelde 2] , kennelijk over de hierna nader besproken partij B van 186 kilogram, en het bericht daarin van [veroordeelde] aan [medeveroordeelde 2] “jij hebt jou 5% van ons en 5% van hun gehad” [5] .
[veroordeelde] zou er 18 af halen voor [medeveroordeelde 2] . Op die manier bleef voor de leveranciers van hun aandeel van 90 kilo 81 kilogram over (90 minus 9 kilogram). Vanuit de kant van [veroordeelde] had [medeveroordeelde 2] al uit het totaal van 187,2 de eerste 5 kilogram gekregen. Van de overige 90 kilogram, het aandeel van de groep [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] ging nog 4 kilogram naar [medeveroordeelde 2] . Voor de organisatie van [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] bleef daardoor 86 kilogram over.
Op 14 september 2022 werd een aantal berichten gestuurd over de waarde van de MDMA op dat moment. [veroordeelde] vroeg aan [alias] ( [medeveroordeelde 1] ): ‘Waar staat de m op’. Waarop [medeveroordeelde 1] antwoordde: ‘26 en 25 op aantallen’. [veroordeelde] heeft hierover ook contact met [medeveroordeelde 2] en zegt dat het 25 of 26 is, ligt eraan hoe mooi en hoeveel. De rechtbank acht het op basis van dit berichtenverkeer aannemelijk dat op het moment van de verkoop van deze partij MDMA, de prijs € 2.500 per kilo was. Dat er in de jurisprudentie andere bedragen worden genoemd, doet daar niet aan af. De prijs van MDMA fluctueert en wat hierover in de chatberichten is gezegd rondom de daadwerkelijke verkoop, is leidend.
Voor [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 3] geldt daarom een opbrengst van € 215.000,00 (86 kilogram x € 2.500,00).
[veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 3] realiseerden 86 kilogram MDMA voor henzelf door 187,2 kilogram MDMA te produceren. Er wordt vanuit gegaan dat de opbrengst van 86 kilogram MDMA enkel gerealiseerd kon worden als de volledige 187,2 kilogram MDMA werd geproduceerd. Daarom wordt voor de berekening van de kosten uitgegaan van de kosten voor de productie van de volledige 187,2 kilogram MDMA.
Het is niet bekend wat de exacte productiekosten voor deze 187,2 kilogram waren. Daarom wordt uitgegaan van de kostprijs uit het in het rapport opgenomen proces-verbaal (26DLR26090185-Y-108) dat is opgesteld door een expert op het gebied van synthetische drugs en precursoren bij de Nationale Politie. In dat rapport is rekening gehouden met de kosten voor conversie van de PMK-glicidezuur naar PMK, synthese en kristallisatie naar MDMA en kosten voor hardware. De kostprijs per kilogram MDMA is volgens die berekening € 584,31.
In de gevallen waarbij PMK is aangeleverd en de toeleveranciers hiervoor een vergoeding krijgen in de vorm van het eindproduct MDMA, vervalt de kostenpost voor de PMK. In dat geval is er sprake van een kostprijs per kilogram MDMA van € 221,47.
In het lab in België werden de precursoren voor PMK aangeleverd en kon gebruik worden gemaakt van de hardware (ketels, vriezers e.d.) in het lab. De kosten voor hardware komen in dat geval te vervallen. In dat geval is sprake van een kostprijs per kilogram MDMA van € 204,20.
In het geval van de productie van de 187,2 kilogram MDMA wordt uitgegaan van een kostprijs van € 204,20. De pre-precursoren werden via [medeveroordeelde 2] aangeleverd, de productie vond plaats in eigen beheer (met [medeveroordeelde 3] als laborant) en er werd gebruik gemaakt van het drugslab in België, waardoor ook de kosten van de hardware komen te vervallen. De wekelijkse kosten voor de helpers, huur, afval en gas werden betaald door de beheerders, aangezien uit de chatgesprekken blijkt dat [medeveroordeelde 3] hiervoor het geld ging ophalen in Tilburg. De helpers en chauffeur werden betaald met een deel (2 kg) van de geproduceerde drugs. Rekening houdende met voornoemde punten wordt ervan uitgegaan dat de kosten per kilogram geproduceerde MDMA € 204,20 en in totaal voor deze 187,2 kilogram € 38.226,24 waren.
Kostensoort
Prijs
Precursor voor PMK (ethylester van PMK-glicidezuur) € 0,00 i.v.m.
teruggave deel eindproductie aan toeleveranciers
-
Conversie: Overige kosten (€ 24 + € 2,4) x 2,0833)
€ 55,00
Synthese en Kristallisatie PMK naar MDMA
€ 190,04
Hardware
-
Kosten per liter PMK
€ 245,04
Omrekenfactor PMK -> MDMA
1,2
Kosten per kilogram MDMA
€ 204,20
Aantal kilogram geproduceerd
187,2
Subtotaal kosten
€ 38.226,24
Locatie (gratis gebruik lab België)
-
Totaal kosten
€ 38.226,24
Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit deze transactie wordt voor [veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 3] geschat op: € 215.000,00 - € 38.226,00 = € 176.774,00.
Het dossier bevat aanwijzingen dat [medeveroordeelde 3] enerzijds en de organisatie van [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] anderzijds de winst 50/50 verdeelden. Dit kwam onder meer naar voren in berichten tussen [medeveroordeelde 3] en [accountnaam] (niet-geïdentificeerde gebruiker), waarin [medeveroordeelde 3] stuurde: ‘Heb sinds 3 mnd afspraak 59-50’en ‘Als hij de helft terug geeft’, ‘Delen wij andere helft’, ‘Minus kosten’ (18 september 2022). Ook in berichtenverkeer tussen [veroordeelde] en [medeveroordeelde 3] stuurde [veroordeelde] ( [accountnaam] ): ‘5 kilogram verkocht’, ‘Kring morgen gekd voor’, ‘25’, ‘Geef ik je meteen de helft van’ (17 september 2022).
Gezien het vorenstaande wordt ervan uitgegaan dat [medeveroordeelde 3] 50% van de winst kreeg en de overige 50% voor [veroordeelde] overbleef. Gezien de eerder geconcludeerde intensieve samenwerking tussen [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] acht de rechtbank het aannemelijk dat [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] hun winsten (de overige 50%) samen pondspondsgewijs (elk 25%) verdeelden.
Op basis hiervan wordt ervan uitgegaan dat [veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 3] het wederrechtelijk verkregen voordeel van in totaal € 176.774,00 uit deze transactie op de navolgende wijze verdeelden:
Uit gesprekken vanaf 14 september 2022 tot en met 3 november 2022 (proces-verbaal nr. 1242) volgt dat met een nieuwe hoeveelheid (pre-)precursor (“p-poeder”), aangeleverd door [medeveroordeelde 2] , nieuwe MDMA werd gedraaid.
Uit proces-verbaal 1494 maakt de rechtbank, samengevat, op dat:
eerder 300 was afgegeven waar 185 (c.q. 187,2 kilogram MDMA) uit was gekomen;
die andere meer moest zijn, omdat er nu (kennelijk door de toeleveranciers van [medeveroordeelde 2] ) 325 was afgegeven;
op 14 september 2022 (een deel van) die 325 was omgezet, afgekookt werd en de week erna de vriezer in zou gaan;
op 22 september 2022 [medeveroordeelde 2] aan [medeveroordeelde 1] vroeg om foto's van de olie te sturen,
kennelijk omdat die gasten van de 'p' (poeder) [medeveroordeelde 2] beschuldigden van stelen;
[medeveroordeelde 1] hierna foto's van jerrycans met donkere vloeistof stuurde en aangaf dat ze ook 100 liter terug konden geven en ze het zelf maar af moesten draaien, omdat dit alleen maar gezeur opleverde;
er kennelijk problemen waren met waterstofflessen/meters, waardoor een en ander langer duurde;
[medeveroordeelde 2] meerdere malen informeerde hoever ze waren en hierover contact had met [veroordeelde] , [medeveroordeelde 3] en [medeveroordeelde 1] ;
op 30 september 2022 foto's werden verzonden van zeven jerrycans met mogelijk PMK-olie die nog afgedraaid moest worden;
het 4 oktober 2022 de vriezer inging;
op 6 oktober 2022 werd doorgegeven dat de olie die dag gedraaid was;
op 7 oktober 2022 werd doorgegeven dat van 100 liter olie 127 base was gekomen;
op 12 oktober 2022 werd doorgegeven dat het 101,45 kilogram was en het die dag vervoerd werd vanuit België naar Nederland;
[medeveroordeelde 2] (een deel van) de partij ophaalde en kennelijk aan de toeleveranciers van de p-poeder leverde;
[medeveroordeelde 2] onenigheid had met de toeleveranciers van de p-poeder en de toeleveranciers hadden verwacht dat ze 70 uit 100 zouden krijgen;
[medeveroordeelde 2] op 12 oktober 2022 aangaf: "168 )literuit";
[medeveroordeelde 3] aangaf dat hij die andere (vermoedelijk de overgebleven 68 liter) de week erna ging wegdraaien;
[medeveroordeelde 2] (bijnaam [alias] ) volgens [medeveroordeelde 3] (maar) 65 teruggaf aan die Marokkaan;
ze met [medeveroordeelde 3] een afspraak wilden, maar [medeveroordeelde 3] eerst die laatste olie wilde afdraaien, zodat hij wist wat daaruit zou komen;
de onenigheid met de toeleveranciers bleef doorgaan;
[medeveroordeelde 3] aangaf dat 60 uit 100 al een mooi gemiddelde was;
[veroordeelde] op 12 oktober 2022 aangaf dat de verkoopprijs van M “23” (vermoedelijk € 2.300,00) per kilo was;
[medeveroordeelde 2] op 21 oktober 2022 aangaf dat uit 325, 168 liter kwam;
[medeveroordeelde 2] op 24 oktober 2022 informeerde of er nog wat over was van die 68, maar [medeveroordeelde 3] deze olie nog moest schoonmaken;
[veroordeelde] op 3 november 2022 bij [medeveroordeelde 2] aangaf dat hij hoorde dat niks was afgesproken over die 6 kilogram en wie die mensen waren die zeggen dat ze zoveel terug krijgen van k..s (vermoedelijk [medeveroordeelde 1] - [alias] );
[medeveroordeelde 2] op 3 november 2022 aangaf dat er 186 uit kwam en ze 84 terug hadden gehad en dus geen 90 zoals [veroordeelde] vroeg;
ze volgens [veroordeelde] normaal 25 kilogram (eindproduct) op 100 kilogram poeder terugkregen;
[medeveroordeelde 2] van beide kanten 5% had gehad.
De rechtbank leidt uit het berichtenverkeer af dat er 186 kilogram MDMA is geproduceerd en baseert dat met name op de berichten dat er 325 kilogram (pre-)precursor was aangeleverd, dat daar in de loop van het proces eerst 101,45 kilogram uit was gekomen en dat de overige 68 liter nog gedraaid moest worden. Het eindresultaat was volgens [medeveroordeelde 2] 186 kilogram. Vanwege de opvolgende chats en de bij elkaar aansluitende hoeveelheden, acht de rechtbank het aannemelijk dat er 186 kilogram MDMA is geproduceerd.
Uit de chats volgt vervolgens dat er opnieuw 5% (aan beide kanten) naar [medeveroordeelde 2] ging: op 12 november 2022 stuurde [veroordeelde] aan [medeveroordeelde 2] : ‘Jij hebt jou 5% van ons en 5% van hun gehad’.
Naar beneden afgerond zou dit nu ook (net als bij de onder A besproken partij van 187,2 kilogram) 18 kilogram zijn. Er resteerde dan nog 168 (186-18) kilogram. Bij een verdeling van de partij in tweeën, was voor de groepering rond [veroordeelde] en voor de toeleveranciers van de precursoren elk 84 (168/2) kilogram over. Dit kwam overeen met het bericht van [medeveroordeelde 2] dat ze 84 terug hadden gekregen. Daarom wordt bij de partij van 186 kilogram uitgegaan van de volgende verdeling: 84 kilogram voor de organisatie [veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 3] , 84 kilogram voor de toeleveranciers en 18 kilogram voor [medeveroordeelde 2] .
Gelet op het bericht van [veroordeelde] op 12 oktober 2022 dat de ‘m’ op 23 zat, acht de rechtbank het aannemelijk dat de waarde op dat moment € 2.300,00 per kilogram was.
De opbrengst voor [veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 3] komt daarmee op 84 x € 2.300,00 = € 193.200,00.
[veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 3] realiseerden 84 kilogram MDMA voor henzelf door 186 kilogram MDMA te produceren. Het is niet bekend wat de exacte productiekosten voor deze
186 kilogram waren. Voor het bepalen van de kosten wordt van dezelfde uitgangspunten uitgegaan, zoals vermeld bij de productie van 187,2 kilogram (post A). Op basis hiervan worden de kosten per kilogram geproduceerde MDMA geschat op € 204,20 en in totaal op € 37.981,20 voor 186 kilogram.
Kostensoort
Prijs
Precursor voor PMK (ethylester van PMK-glicidezuur) € 0,00 i.v.m.
teruggave deel eindproductie aan toeleveranciers
-
Conversie: Overige kosten (€ 24 + € 2,4) x 2,0833)
€ 55,00
Synthese en Kristallisatie PMK naar MDMA
€ 190,04
Hardware
-
Kosten per liter PMK
€ 245,04
Omrekenfactor PMK -> MDMA
1,2
Kosten per kilogram MDMA
€ 204,20
Aantal kilogram geproduceerd
186
Subtotaal kosten
€ 37.981,20
Locatie (gratis gebruik lab België)
-
Totaal kosten
€ 37.981,20
Het wederrechtelijk verkregen voordeel dat [veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 3] uit deze productie hebben verkregen wordt geschat op € 193.200,00 - € 37.981,00 = € 155.219,00.
Op grond van de onder post A besproken verdeling acht de rechtbank het aannemelijk dat [veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 3] het wederrechtelijk verkregen voordeel van in totaal € 155.219,00 uit deze transactie op de navolgende wijze verdeelden:
[medeveroordeelde 3] 50% = € 77.609,00
[veroordeelde] 25% = € 38.805,00
[medeveroordeelde 1] 25% =€ 38.805,00.
Het verweer van de verdediging dat deze opbrengst met meer mensen gedeeld zou zijn, volgt de rechtbank niet. De rechtbank gaat er vanuit dat vergoeding voor andere betrokken personen vervat zijn in de hierboven genoemde productiekosten.
In chatberichten tussen [medeveroordeelde 3] en [veroordeelde] van 9 september 2022 wordt de vergoeding besproken voor de mensen die helpen met krissen, in vriezer zetten, uithalen en inpakken. Die berichten zagen op de vergoeding voor de productie en het vervoer van 187,2 kilogram MDMA (post A). [veroordeelde] stelt voor ze ‘2k’ te geven. [medeveroordeelde 3] stuurt: ‘Zat te denken aan zelfde als hengelo’, ‘Alleen is dit nu 3x zo veel’. Gelet op deze berichten ziet de rechtbank voldoende aanwijzingen dat [medeveroordeelde 3] en [veroordeelde] , en daarmee ook [medeveroordeelde 1] , ergens voor 9 september 2022 productie hebben gedraaid (in Hengelo) van 187,2 / 3 = 62,4 kilogram MDMA.
Op 14 september 2022 werd een kiloprijs van € 2.500,00 gehanteerd (zie post A). Daarom is het geschatte voordeel van deze partij MDMA 62,4 x € 2.500,00 = € 156.000,00.
Aangezien niet bekend was hoeveel de productie van 62,4 kilogram MDMA kostte, wordt uitgegaan van een kostprijs van € 584,31 per kilogram MDMA. Deze kostprijs is gebaseerd op het in het rapport opgenomen proces-verbaal (26DLR26090185-Y-108) dat is opgesteld door een expert op het gebied van synthetische drugs en precursoren bij de Nationale Politie. In dat rapport is rekening gehouden met de kosten voor conversie van de PMK-glicidezuur naar PMK, synthese en kristallisatie naar MDMA en kosten voor hardware.
Op grond van de chatberichten waarin werd gesproken over de personen die hielpen op de locatie in Hengelo waarvoor (ongeveer) € 10,00 zou worden betaald per kilogram, neemt de rechtbank een aanvullende kostenpost van € 10,00 per geproduceerde kilogram MDMA mee in de berekening.
Omdat niet bekend is wat de locatie in Hengelo kostte, wordt uitgegaan van de huurkosten zoals deze berekend zijn aan de hand van de jaarhuur van de productielocatie op de [adres] , namelijk € 148,80 euro per geproduceerde partij (zie hierna bij post G t/m J).
De kosten van de chauffeur à € 2.000,00 zijn niet in het rapport meegenomen. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten ook voor aftrek in aanmerking komen.
De totale kosten voor 62,4 kilogram komen daarmee op:
Kostensoort
Prijs
Kosten per kilogram MDMA
€ 584,31
+
Loonkosten helper per kg MDMA
€ 10,00
Kosten per kg MDMA (inclusief kosten helpers)
€ 594,31
x
Aantal kg geproduceerd
62,4
Productiekosten MDMA
€ 37.084,94
+
Locatie
€ 148,80
Chauffeur
€ 2.000,00
Totaal kosten
€ 39.233,74
Het wederrechtelijk verkregen voordeel voor [medeveroordeelde 3] , [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] samen komt daarmee op € 156.000,00 - € 39.234,00 = € 116.766,00.
Op 14 oktober 2022 stuurde [accountnaam] (één van de beheerders van het drugslab in België) een bericht naar [accountnaam] ( [medeveroordeelde 3] ) waarin stond dat hij zich zwaar genaaid voelde door [alias] ( [veroordeelde] ) uit Doetinchem, omdat hij met [alias] de afspraak 50/50 terug had.
Volgens [accountnaam] werd kennelijk maar 25 kg teruggegeven, terwijl hij van de draaier wist dat er 68 kg was uitgekomen.
[accountnaam] gaf aan dat [accountnaam] het even zou nakijken. Ongeveer 9 minuten later stuurde [accountnaam] : “Hij liegt maat, ze hebben alles netjes verdeeld weet ik, hij heeft meer dan 30 gehad en de poeders waren uit verschillende fabrieken zei hij tegdn mij”.
Gezien de inhoud van deze berichten is er vermoedelijk 68 kilogram MDMA geproduceerd, die werd verdeeld volgens een 50/50 verdeling tussen de organisatie [veroordeelde] , [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 3] en de wederpartij (België). Zij zouden daarmee een opbrengst van 34 kilogram MDMA hebben behaald.
Gezien het eerdergenoemde chatbericht van [veroordeelde] op 12 oktober 2023 dat de ‘m’ op ‘23’ stond, gaat de rechtbank uit van een verkoopwaarde van € 2.300,00 per kilogram.
34 kilogram x € 2.300,00 = € 78.200,00.
Aangezien voor het beschikbaar krijgen van deze 34 kilogram MDMA in totaal 68 kilogram geproduceerd moest worden, wordt uitgegaan van de kosten die gemaakt werden voor de volledig geproduceerde 68 kilogram. Omdat niet bekend was hoeveel de productie van 68 kilogram MDMA kostte, wordt uitgegaan van een kostprijs van € 221,47 per kilogram MDMA. De kosten van de pre-precursoren worden niet meegenomen in de kostprijs, omdat deze werden aangeleverd in ruil voor een deel van de geproduceerde MDMA. Het is niet bekend waar deze MDMA werd geproduceerd en wat deze locatie kostte. De kosten voor de huur worden op basis van de berekende kosten voor het lab in [adres] per partij (zie hierna bij post G t/m J) geschat op € 148,80.
De totale kosten voor de productie van 68 kilogram MDMA komen daarmee uit op:
€ 221,47 x 68 kilogram plus locatiekosten à € 148,80 = € 15.208,76.
Het voordeel dat met deze productie is behaald voor [medeveroordeelde 3] , [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] samen wordt geschat op € 78.000,00 - € 15.208,76 = € 62.991,00.
Op 22 oktober 2022 stuurde [medeveroordeelde 3] dat er mooie olie (51 liter) omgezet was. De wederpartij, [accountnaam] (beheerder drugslab België) zei daarop dat hij het zo weinig niet de moeite waard vond en of [veroordeelde] dat 50/50 deed. [medeveroordeelde 3] gaf aan dat hij er niks van hoefde te hebben en dat ‘hij’ ( [veroordeelde] ) alles mocht hebben. [medeveroordeelde 3] bevestigde dat [alias] het 50/50 deed.
De rechtbank volgt de door de verdediging ingenomen stelling - dat niet is gebleken dat hiermee daadwerkelijk MDMA is geproduceerd - niet. Het enkele feit dat daar geen nadere chatberichten over zijn, doet daar niet aan af. De olie was op het moment van de berichten klaar en de rechtbank gaat ervan uit dat dat tot resultaat heeft geleid.
De rechtbank acht het aannemelijk dat [medeveroordeelde 3] in de week voor 22 oktober 2022 voor [alias] [veroordeelde] 100 kilogram pre-precursor had omgezet naar 51 liter PMK-olie (51%). Op 22 oktober 2022 was [accountnaam] kennelijk bezig om deze 51 liter te “draaien" (naar uiteindelijk MDMA). Volgens [medeveroordeelde 3] was een opbrengst van 60 kilogram MDMA uit 100 kilogram pre-precursor een mooi gemiddelde. Dit wordt bevestigd door de opbrengst van 187,2 kilogram uit 300 kilogram pre-precursor (62,4%) (post A). Bij deze omzetting was 157 liter tussenproduct (PMK-olie) uit 300 gekomen (52,3%).
Daarom wordt aangenomen dat door de “organisatie rondom [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] ” en [medeveroordeelde 3] vlak na 22 oktober 2022 uit 100 kilogram pre-precursor ongeveer 60 kilogram MDMA geproduceerd werd. Aangezien uit de berichten kon worden opgemaakt dat op basis van een verdeling van 50/50 werd gewerkt, is het aannemelijk dat voor de “organisatie rondom [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] ” en [medeveroordeelde 3] 30 kilogram MDMA beschikbaar kwam (60 kilogram MDMA uit 100 kilogram pre-precursor. Verdeling 50/50: 50% van 60 kilogram = 30 kilogram).
Gezien het eerdergenoemde chatbericht van [veroordeelde] op 12 oktober 2023 dat de ‘m’ op ‘23’ stond, gaat de rechtbank uit van een verkoopwaarde van € 2.300,00 per kilogram zodat deze productie € 69.000,00 (30 kilogram x € 2.300,00) opgebracht heeft.
Aangezien voor het beschikbaar krijgen van deze 30 kilogram MDMA in totaal 60 kilogram geproduceerd moest worden, wordt uitgegaan van de kosten die gemaakt werden voor de volledig geproduceerde 60 kilogram. Omdat niet bekend was hoeveel de productie van 60 kilogram MDMA kostte, wordt uitgegaan van een kostprijs van € 221,47 per kilogram MDMA. De kosten van de pre-precursoren worden niet meegenomen in de kostprijs, omdat deze werden aangeleverd in ruil voor een deel van de geproduceerde MDMA. Het is niet bekend waar deze MDMA werd geproduceerd en wat deze locatie kostte. De kosten voor de huur op basis van de kosten voor het lab in [adres] per partij geschat op € 148,80.
De totale kosten voor de productie van 60 kilogram MDMA komen daarmee uit op:
€ 221,47 x 60 kilogram plus locatiekosten à € 148,80 = € 13.437,00.
Het voordeel dat met deze productie is behaald wordt geschat op € 69.000,00 - € 13.437,00 = € 55.563,00.
Verdeling posten D tot en met F
De opbrengsten van D, E en F voor [medeveroordeelde 3] , [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] samen zijn dus als volgt:
D: € 116.766,00
E: € 62.991,00
F: € 55.563,00
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van post A houdt de rechtbank (ook) voor de posten D en E een verdeling aan van 50% voor [medeveroordeelde 3] , 25% voor [medeveroordeelde 1] en 25% voor [veroordeelde] .
Voor post F houdt de rechtbank een 50/50 verdeling tussen [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] aan, omdat [medeveroordeelde 3] in de chats (22 oktober 2022) [10] heeft gezegd dat hij van deze partij niks hoefde te hebben.
Dat betekent voor [veroordeelde] :
D: 25% van € 116.766,00 = € 29.191,50
E: 25% van € 62.991,00 = € 15.747,75
F: 50% van € 55.563,00 = € 27.781,50
Posten G – J (diverse producties “vanuit de [adres] ”)
In de strafzaak is al, op basis van de daarin genoemde bewijsmiddelen [11] , vastgesteld dat veroordeelde als medepleger betrokken is geweest bij – onder meer – de productie van MDMA in de periode vanaf september 2022 tot het aantreffen van het lab op 10 januari 2023 op de productielocatie [adres] . Tevens is door de rechtbank vastgesteld dat [alias] gebruik maakte van het Threema-account ‘ [accountnaam] ’ en dat hij ‘ [alias] ’ en ‘ [alias] ’ werd genoemd. Daarnaast is vastgesteld dat [medeveroordeelde 3] de gebruiker was van het Exclu-account ‘ [alias] ’ ( [accountnaam] ), [medeveroordeelde 1] de gebruiker van het Exclu-account ‘ [alias] ’ ( [accountnaam] ) en [veroordeelde] de gebruiker van de Exclu-accounts ‘ [alias] ’ ( [accountnaam] ) en ‘ [alias] ’ ( [accountnaam] ).
G – Er is 34 kg uitgekomen (21-11-2022) = 34 kg [12]
[veroordeelde] laat op 19 november 2022 in een chatgesprek via account [alias] aan de gebruiker van het account [accountnaam] (niet geïdentificeerd in onderzoek Picture) weten: ‘gewicht krijg je nog door’, ‘morgen weet ik gewicht’ en ‘ligt te drogen’.
Op 21 november 2022 geeft [medeveroordeelde 1] via het account [alias] door aan [veroordeelde] ( [alias] ): ‘Er was 34 uitgekomen’ en ‘ [alias] heeft net gebeld’.
Op 21 november 2022 laat [veroordeelde] via het account [alias] aan de gebruiker van het account [accountnaam] weten: ‘Er is 34kg uit gekomen mamma’ en ‘We gaan nog een keer maken met schonere olie’. [veroordeelde] ( [alias] ) verstuurt vervolgens later die middag een bericht aan [medeveroordeelde 1] ( [alias] ) met de inhoud: ‘Morgen word er dus geld gebra ht Twee tels En er moet 21 kg m mee’.
[medeveroordeelde 1] heeft vervolgens op 22 november 2022 via account [alias] het volgende chatgesprek met de gebruiker van het account [accountnaam] :
2022-11-22 13:17:02
(de in het proces-verbaal weergegeven UTC-tijd steeds omgezet in Nederlandse tijd)
[accountnaam]
[naam] had niet alle mama mee gehad
2022-11-22 13:17:12
[accountnaam]
Klopt dat?
2022-11-22 13:17:28
[accountnaam]
Hij zei ze moeder er om 21 uur was
2022-11-22 13:17:47
[accountnaam]
Maar dan was 13 uur er nog toch?
2022-11-22 13:18:17
[alias]
Klopt
(…)
2022-11-22 13:28:44
[alias]
lk begreep van [alias] 21 weg 13 is voor onkosten
2022-11-22 13:29:44
[accountnaam]
Haha nee maat
2022-11-22 13:29:55
[accountnaam]
Het was helft helft
2022-11-22 13:30:16
[accountnaam]
Maar hij had 25k nodig voor onkosten
2022-11-22 13:30:22
[accountnaam]
En fos
(…)
2022-11-22 13:32:36
[alias]
Ok er staat nu nog 12.2 om precies te zijn , ik ga [alias] ff berichten
Direct na het voorgaande gesprek stuurt [medeveroordeelde 1] op 22 november 2022 via het account [alias] aan ‘ [alias] ’, het account [veroordeelde] : ‘Loyalty wil nu ook de rest vd m ophalen’.
Uit de voorgaande chats leidt de rechtbank af dat ‘ [alias] ’, waarvan door de rechtbank eerder is vastgesteld dat dit [medeveroordeelde 3] betreft, op 21 november 2022 aan [medeveroordeelde 1] doorgeeft dat er 34 kg MDMA is geproduceerd. Hiervan werd vermoedelijk 21 kilogram direct verkocht aan [accountnaam] en de dag erna (door iemand uit zijn organisatie) opgehaald/betaald. Ook werden er berichten gestuurd over het ophalen van de overige 13 kilogram. Door [accountnaam] werd op 22 november 2022 een bericht gestuurd wanneer het gaat over de betaling (‘Het was helft helft’), waaruit kan worden opgemaakt dat de afspraak was dat -net als bij andere in deze ontnemingsrapportage beschreven transacties- de toeleveranciers van de pre-precursoren 50% van de geproduceerde MDMA kregen. Daarom wordt, in het voordeel van veroordeelde, ervan uitgegaan dat voor de organisatie rondom [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] de verkoopwaarde van 17 kilogram MDMA overbleef.
Gezien de tijdsperiode en de verzonden chatberichten wordt ervan uitgegaan dat in ieder geval [medeveroordeelde 3] , [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] bij de productie van deze partij betrokken waren.
De betrokkenheid van die personen en de periode waarin de gesprekken en kennelijk de productie plaatsvonden zijn een aanwijzing dat de drugs werden geproduceerd in het lab aan de [adres] . Dat dit daadwerkelijk het geval was, kan echter niet enkel op basis van hun betrokkenheid en die periode worden aangenomen.
Voor wat betreft de opbrengsten neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Het rapport gaat in het voordeel van veroordeelde uit van een verkoopprijs die is gebaseerd op de verstuurde berichten van [medeveroordeelde 1] . Op 21 november 2022 geeft [medeveroordeelde 1] aan dat de prijs voor ‘steen’ op “19” zat (de rechtbank begrijpt dat hiermee € 1.900,00 per kilo wordt bedoeld). De inschatting van de prijs van MDMA-kristallen volgens het drugsprijzenoverzicht van 2022 hoger ligt namelijk aanzienlijk hoger op € 2.300,00 per kg.
De totale opbrengst komt aldus, in het voordeel van veroordeelde, uit op € 32.300,00 (17 kg x € 1.900,00).
Voor wat betreft de kosten neem de rechtbank het volgende in aanmerking. Voor het beschikbaar krijgen van deze 17 kilogram MDMA moest in totaal 34 kilogram worden geproduceerd. Daarom gaat de rechtbank uit van de kosten die werden gemaakt voor de volledig geproduceerde 34 kilogram. Aangezien niet bekend was hoeveel de productie van 34 kilogram MDMA kostte, wordt uitgegaan van de kostprijs van € 221,47 per kilogram zoals in het rapport onderbouwd. De productiekosten komen uit op een bedrag van (34 kg x € 221,47) € 7.529,98.
De rechtbank volgt de verdediging niet in het verweer dat de ‘25k’ aan onkosten in mindering moet worden gebracht, nu uit de berichten volgt dat dit kosten zijn die door de wederpartij zijn gemaakt en zijn verrekend met de helft van de MDMA.
Ten aanzien van de huurkosten overweegt de rechtbank dat in het rapport de huurkosten per geproduceerde partij G t/m J als volgt zijn berekend:
Uit de huurovereenkomst van de productielocatie aan de [adres] volgt dat de huur van die ruimte per jaar € 3.504,00 bedroeg, per maand € 292,00.
Met betrekking tot de periode van de huurkosten gaat het rapport uit van een productie-periode van 9 november 2022 tot 10 januari 2023 (de dag van de inval). De huur over die periode is € 595,20 (62 dagen : 365 dagen x € 3.504,00).
De huurkosten voor ieder van de geproduceerde partijen G t/m J wordt dan geschat op € 148,80 (€ 595,20 : 4).
De rechtbank overweegt dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat partij G op de [adres] is geproduceerd en dat – zoals hierna aan de orde komt – dat evenmin kan worden vastgesteld ten aanzien van partij H, zodat de berekening in die zin niet kloppend is. Anderzijds geldt dat er geen reden is om per geproduceerde partij meer dan een halve maand aan huurkosten te rekenen wat dan neer komt op € 145,50 (€ 292,00 /2) aan huurkosten per geproduceerde partij. Nu dit lager is dan het bedrag dat in het rapport is berekend, gaat de rechtbank in het voordeel van veroordeelde uit van dat bedrag van € 148,80 aan huurkosten per partij die in de [adres] is geproduceerd.
Verder geldt dat nu onvoldoende duidelijk is of partij G is geproduceerd op de [adres] , ook dat bedrag aan huurkosten van € 148,80 daarvoor niet vaststaat. Echter ook als die partij elders is geproduceerd, kan ervan worden uitgegaan dat er kosten zijn gemaakt voor het huren, althans gebruiken van een vergelijkbare ruimte en dat de kosten daarvoor vergelijkbaar zijn met de in het rapport berekende huurkosten per partij. De rechtbank gaat er daarom van uit dat ook voor partij G een bedrag van € 148,80 aan kosten is gemaakt voor het gebruik van een productieruimte.
De totale kosten komen uit op: € 7.678,78.
Het gezamenlijke voordeel dat de betrokkenen met deze productie hebben behaald wordt geschat op € 32.300,00 - € 7.678,78 = € 24.621,22.
H – 25 kg
Uit de chatberichten die in het rapport zijn opgenomen (p. 738 ontnemingsdossier) volgt dat [alias] ( [accountnaam] ) op 22 november 2022 aan [medeveroordeelde 3] ( [alias] ) vraagt ‘Heb je 25 mooie m’. [medeveroordeelde 3] ( [alias] ) reageert daarop met ‘Kun je bij chemelot pakken’. Uit deze berichten volgt slechts dat [alias] vraagt om ‘M’ (vermoedelijk MDMA) en niet dat hij deze daadwerkelijk heeft gepakt, noch dat dit in een transactie heeft geresulteerd. Het is de rechtbank onvoldoende aannemelijk geworden dat het hier gaat om eerder geproduceerde MDMA rondom de organisatie van [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] . De rechtbank acht derhalve niet aannemelijk dat [veroordeelde] hieruit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
I – 19 kg nat in emmers (7-12-2022) > omgerekend naar droog = 15,882 kg [13]
[medeveroordeelde 3] heeft met het account [alias] via Threema een gesprek gehad met de gebruiker van het account [accountnaam] ( [alias] ):
7-12-2022 07:53:21
[alias]
Gm maat
(…)
7-12-2022 07:54:18
[alias]
Bijna alleen maar poeier
(…)
7-12-2022 07:54:43
[accountnaam]
Okay ja beter met de rest weg doen
7-12-2022 07:55:08
[alias]
Ja zal drogen gooien
7-12-2022 07:55:24
[alias]
Maar zou ook ff testen voor je weg doet
(…)
7-12-2022 07:55:53
[accountnaam]
Hoeveel zou t zijn
7-12-2022 07:59:08
Dan weten jullie ook wat je te wachten staat
7-12-2022 07:59:17
[alias]
19kg nat in emmers
7-12-2022 07:59:20
[alias]
Allemaal poeder
(…)
7-12-2022 07:593
[accountnaam]
Kkzooi
7-12-2022 07:59:4
[alias]
Scheelt dat veel weg kunne tikken
De rechtbank leidt hieruit af dat [medeveroordeelde 3] en [alias] elkaar op 7 december 2022 berichten stuurden, waaruit kan worden afgeleid dat een hoeveelheid van in totaal ongeveer 19 kg vermoedelijk MDMA “nat in emmers” zat en nog moest drogen, wat, als daarvoor nog 2 x 0,5 kilo gewicht van 2 emmers wordt afgehaald netto resulteert in tenminste 18 kilo “natte MDMA”. Het rapport vermeld dat 18 kg natte MDMA omgerekend minimaal 15,882 kg droge MDMA (170/150 x 18 kg nat) oplevert. Gelet op de inhoud van het gesprek gaat de rechtbank ervan uit dat dit om een eigen productie gaat vanuit de organisatie van [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] , waarbij [medeveroordeelde 3] en [alias] in de uitvoering betrokken waren.
Voor wat betreft de opbrengsten neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Het rapport gaat in het voordeel van veroordeelde uit van een verkoopprijs die is gebaseerd op de verstuurde berichten van [medeveroordeelde 1] . Op 10 december 2022 geeft [medeveroordeelde 1] aan dat de prijs voor ‘steen’ op “15” (de rechtbank begrijpt dat hiermee € 1.500,00 wordt bedoeld) “zat”. De inschatting van de prijs van MDMA-kristallen volgens het drugsprijzenoverzicht van 2022 hoger ligt namelijk aanzienlijk hoger, op € 2.300,00 per kg. De totale opbrengst komt uit op € 23.823,00 (15,882 kg x € 1.500,00).
Voor wat betreft de kosten neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Aangezien niet bekend was hoeveel de productie van 15,882 kg MDMA kostte, wordt uitgegaan van de kostprijs van € 584,31 per kilogram zoals in het rapport onderbouwd. De productiekosten komen uit op een bedrag van € 9.280,01 (15,882 kg x € 584,31).
Zoals hiervoor overwogen onder post G gaat de rechtbank voorts uit van een bedrag van € 148,80 aan huurkosten.
De totale kosten komen daarmee uit op: € 9.428,81.
Het gezamenlijke voordeel dat de betrokkenen met deze productie hebben behaald wordt geschat op € 23.823,00 - € 9.428,81 = € 14.340,19.
J - er is 53 uitgekomen en vrijdag draaien (9-12-2022) > omgerekend = 56,312 kg [14]
Op 6 december 2022 hebben [alias] ( [medeveroordeelde 3] ) en [accountnaam] ( [alias] ) via Threema een gesprek waarbij [accountnaam] vraagt of er nog wat is uitgekomen en [alias] aangeeft ‘53 bij elkaar’ en dat hij ‘vrijdag pas kan draaien’.
De rechtbank vindt het gezien de context van het gesprek aannemelijk dat het gaat om de omzetting van 53 liter PMK naar MDMA. Het rapport vermeldt dat na het afdraaien de MDMA kan kristalliseren in een vriezer, waarna het wordt gedroogd. Daarom is het aannemelijk dat de nog te draaien 53 liter een andere is dan de hiervoor genoemde natte 19 kilo die al lag te drogen.
Op 10 december 2022 kreeg [accountnaam] ( [medeveroordeelde 1] ) de vraag van [accountnaam] of het mogelijk was dat nog 10k van 300 geslagen werd. Hierop gaf [accountnaam] ( [medeveroordeelde 1] ) aan dat dit wel ging lukken en de m ligt te drogen. De prijs van M zat ‘op 16 en 15 op aantallen’.
Op 12 december 2022 vroeg [accountnaam] ( [medeveroordeelde 1] ) aan [accountnaam] welke stempel en kleur en gaf hij aan dat hij ze morgen kon maken. Hierop werd door [accountnaam] 320 (MB) Mybrand oranje doorgegeven. Ook vroeg [accountnaam] of hij er 500g steen/m bij kon doen. Later stuurde [accountnaam] ( [medeveroordeelde 1] ) dat het woensdagochtend klaar zou zijn.
Op 13 december 2022 werd tussen [accountnaam] ( [medeveroordeelde 1] ) en [accountnaam] voor de volgende dag een afspraak gemaakt bij de tiptopcarwash aan [adres] . Er werd “15” afgesproken. Gezien de context van het gesprek gaat de rechtbank ervan uit dat hiermee € 1.500,00 wordt bedoeld.
Op basis van een eerder verstuurd bericht van [accountnaam] ( [veroordeelde] ) aan 38094 op 21 november 2022 waarin hij stuurt ‘er is 34kg uit gekomen mama’ (…) ‘uit 31 lit’ wordt gesteld dat met de geproduceerde 53 (liter), die op vrijdag 9 december 2022 kon worden gedraaid en waarover [alias] ( [medeveroordeelde 3] ) het tegen [accountnaam] ( [alias] ) had, omgerekend/geschat 56,312 kilogram MDMA kon worden geproduceerd.
Gezien het vorenstaande vindt de rechtbank aannemelijk dat de partij van 53 (liter) door [medeveroordeelde 3] omgezet werd naar MDMA, waarna [medeveroordeelde 1] regelde dat (een deel) werd verwerkt tot xtc-pillen. Gelet op de inhoud van het gesprek vindt de rechtbank aannemelijk dat dit om een eigen productie gaat vanuit de organisatie van [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] , voor wie [medeveroordeelde 3] en [alias] in de uitvoering werkten in het lab in [adres] .
Voor wat betreft de opbrengsten neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Het rapport gaat in het voordeel van veroordeelde uit van een verkoopprijs die is gebaseerd op de verstuurde berichten van [medeveroordeelde 1] . Op 10 december 2022 geeft [medeveroordeelde 1] aan dat de prijs voor “steen” op “15” (de rechtbank begrijpt dat hiermee € 1.500,00 per kilo wordt bedoeld) “zat”. De inschatting van de prijs van MDMA-kristallen volgens het drugsprijzenoverzicht van 2022 ligt namelijk aanzienlijk hoger op € 2.300,00 per kg.
De totale opbrengst komt derhalve uit op € 84.468,00 (56,312 kg x € 1.500,00).
Voor wat betreft de kosten neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Aangezien niet bekend was hoeveel de productie van 15,882 kg MDMA kostte, wordt uitgegaan van de kostprijs van € 584,31 per kilogram zoals in het rapport onderbouwd. De productiekosten komen uit op een bedrag van € 32.903,66 (56,312 kg x € 584,31).
Zoals hiervoor overwogen onder post G gaat de rechtbank voorts uit van een bedrag van € 148,80 aan huurkosten.
De totale kosten komen daarmee uit op: € 33.052,46.
Het gezamenlijke voordeel dat de betrokkenen met deze productie hebben behaald wordt geschat op € 84.468,00 - € 33.052,00 = € 51.416,00.
Verdeling G t/m J
De totale opbrengsten van G, I en J zijn dus als volgt:
G: € 24.621,22
I: € 14.340,19
J: € 51.416.00
Vastgesteld is dat [alias] , [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 3] verantwoordelijk zijn voor de exploitatie van het drugslab aan de [adres] . Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat [alias] betrokken is geweest bij de onder post G) genoemde productie. Wel zijn er voldoende aanwijzingen dat er een vierde persoon betrokken is geweest. Er zijn geen concrete aanwijzingen over hoe het wederrechtelijk verkregen voordeel tussen de veroordeelden (en/of de onbekend gebleven vierde persoon met betrekking tot post G) werd verdeeld. De rechtbank zal het totale wederrechtelijk verkregen voordeel per veroordeelde daarom vaststellen op 25% van het totaalbedrag.
In de hoofdzaak is vastgesteld dat [veroordeelde] in de periode april 2020 tot en met juni 2020 de gebruiker was van het Encrochat-account ‘ [alias] ’ en [medeveroordeelde 1] in de periode maart 2020 tot en met juni 2020 de gebruiker was van het Encrochat-account ’ [accountnaam] ’.
Op 23 april 2020 heeft het account [accountnaam] via Encrochat een gesprek met [accountnaam] ( [medeveroordeelde 1] ). [accountnaam] vraagt of de 100k eerder kan worden opgehaald. Er wordt vervolgens een ophaal afspraak gemaakt. [accountnaam] geeft aan dat hij (chauffeur) 25k heeft betaald en [alias] ervan af weet. [accountnaam] laat weten dat hij hun geld, 6k, ervan afhaalt.
Tegelijkertijd heeft het account [accountnaam] ( [medeveroordeelde 1] ) ook contact met het account [alias] ( [veroordeelde] ). [alias] stuurt ‘M gekd moet naar mij’ ‘heb 650 gerekend’ ‘6k voor jou’ ‘als je je gekd er af hebt gooi rest bij mij af’.
[accountnaam] laat vervolgens aan [accountnaam] weten ‘het is al geregeld ik breng het zo naar [alias] ’.
De rechtbank leidt uit de chats tussen [accountnaam] en [accountnaam] ( [medeveroordeelde 1] ) af dat de 100 K eerder kan worden opgehaald. Gelet op de inhoud en het verdere verloop van het gesprek vindt de rechtbank aannemelijk dat dit gesprek niet ging over een geldbedrag van € 100.000,00, maar over 100.000 xtc-pillen, waarvoor de chauffeur van [accountnaam] € 25.000,00 (25k) betaalde. [medeveroordeelde 1] ( [accountnaam] ) hield hiervan kennelijk € 6.000,00 en de rest ging naar [veroordeelde] ( [alias] ). Hierbij gaf [veroordeelde] ( [alias] ) aan dat hij het geld voor de “M” (MDMA) moest hebben en hij hiervoor ‘650’ (€ 650,00) rekende.
Gezien de samenwerking tussen [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] wordt verondersteld dat [veroordeelde] ( [alias] ) en [medeveroordeelde 1] ( [accountnaam] ) ieder € 6.000,00 overhielden aan deze transactie. De overige € 13.000,00 zou dan voor de (inkoop en/of productie van de) M kunnen zijn geweest. Dit is aannemelijk aangezien voor 100.000 pillen van 200 mg twintig kilogram MDMA nodig is. Bij een prijs van (destijds) € 650,00 per kilogram zou de (kost)prijs voor twintig kilogram "M" € 13.000,00 zijn geweest. Gelet op het is aannemelijk dat [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] bij deze transactie € 12.000,00 overhielden en dus ieder € 6.000,00 aan wederrechtelijk verkregen voordeel hadden.
Op grond van voornoemde is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 6.000,00.
[veroordeelde] is veroordeeld voor misdrijven die naar de wettelijke omschrijving worden bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie. De rechtbank acht het aannemelijk dat deze strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, onder andere de misdrijven waaruit het witgewassen geld afkomstig is. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit het rapport volgt dat hij in de onderzochte periode grote contante uitgaven heeft gedaan, terwijl hij in deze periode geen of slechts beperkt legale inkomsten had.
Volgens artikel 36e lid 3 van het Wetboek van Strafrecht kan in dit geval aan veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank is niet gehouden te concretiseren welke "andere strafbare feiten" op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen en of betrokkene die strafbare feiten zelf heeft gepleegd.
Op basis van het onder a en b in artikel 36e lid 3 Wetboek van Strafrecht bepaalde kan worden vermoed dat uitgaven en voorwerpen die in een periode van zes jaren voorafgaand aan het plegen van het misdrijf zijn gedaan respectievelijk verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel belichamen, tenzij aannemelijk is dat aan deze uitgaven en voorwerpen een legale bron van inkomsten ten grondslag ligt.
Uit het vonnis volgt dat in de omschrijvingen van de 29 betalingen (ter hoogte van € 48.627,00) in de periode 2 oktober 2020 tot en met 9 september 2022 van (de eenmanszaak van) [bedrijf] naar (de eenmanszaak van) [veroordeelde] en in de facturen die daarmee correspondeerden, werd verwezen naar per week geleverde “diensten”, die in werkelijkheid niet werden of zouden worden verricht. Er werd gebruik gemaakt van een constructie waarbij [bedrijf] op verzoek van [veroordeelde] geld overmaakte en daarna het geld contant van hem terugkreeg. Mede gelet op de bewezenverklaring van, kort gezegd, de productie en handel in harddrugs door [veroordeelde] (in vereniging) in de periode vanaf 1 maart 2020 en het feit van algemene bekendheid dat daarmee grote, vaak contante, geldbedragen worden verdiend, werd met deze constructie contant geld uit illegale bron omgezet in giraal geld met een ogenschijnlijk legale herkomst.
Correctie
Nu een van de betalingen door [bedrijf] gedaan op 8 september 2022 ter hoogte van € 1.900,00 binnen dezelfde periode valt als de feiten A tot en met J, zal dit bedrag in het voordeel van veroordeelde in mindering worden gebracht. Dit om een eventuele dubbeltelling vanwege een overlappende periode te voorkomen.
De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, vaststellen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op € 46.727,00.
Het rapport vermeldt dat tijdens onderzoek duidelijk is geworden dat [veroordeelde] en zijn partner [naam] de woning [adres] in de periode 2019 tot en met 2021 voor een groot deel verbouwden en/of lieten verbouwen en dat in 2022 een Mercedes werd aangeschaft.
De navolgende contante uitgaven werden bekend:
In de woning [adres] werd een nieuwe keuken geplaatst. In totaal werd € 29.510,00 betaald, waarvan € 8.400,00 is betaald via bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] ( [veroordeelde] ) en € 21.110,00 contant, door middel van drie betalingen in de periode 6 maart 2020 tot en met 14 augustus 2020 aan [bedrijf] [18]
Bij de doorzoeking in de woning aan de [adres] op 3 februari 2023 werd een factuur voor de aankoop van een bank-meubel aangetroffen. Op de factuur stond vermeld dat € 2.295,00 contant betaald was middels twee betalingen op 28 september 2021 en 19 oktober 2021. [19]
Op 31 oktober 2022 werd een Mercedes met kenteken [kenteken] aangekocht, waarbij
Uit fiscale gegevens van de Belastingdienst van [veroordeelde] en [naam] over de jaren 2019-2021 blijkt het volgende.
De aangifte inkomstenbelasting vermeld het volgende met betrekking tot de eenmanszaak van [veroordeelde] genaamd ‘ [naam] ’
2019
2020
2021
Winst uit onderneming voor ondernemersaftrek
€ 31.624,00
€ 37.286,00
€ 12.469,00
Uit de onderneming werden de navolgende bedragen onttrokken: 2019 € 36.173; 2020 € 43.042 en in 2021 € 33.930.
Verder blijkt dat de onderneming ‘ [bedrijf] ’, waarvan [veroordeelde] , directeur en enig aandeelhouder is, over de jaren 2018, 2020 en 2021 een negatief eigen vermogen heeft en jaarlijks een negatief resultaat uit gewone bedrijfsvoering heeft.
De aangifte inkomstenbelasting vermeld het volgende met betrekking tot de eenmanszaak van [naam] genaamd ‘ [naam] administratie’:
2019
2020
2021
Winst uit onderneming voor ondernemersaftrek
€ 5.017,00
€ 6.312,00
€ 10.303,00
In 2020 en 2021 onttrok (privé onttrekkingen) [naam] respectievelijk € 9.298,00 en € 10.110,00 aan de onderneming. [21]
Uit voornoemde fiscale gegevens volgt dat [veroordeelde] (evenals zijn partner [naam] ) in de jaren 2019 tot en met 2021 minimale inkomsten hadden. [veroordeelde] hield zich wel bezig met de handel in verdovende middelen zoals door de rechtbank in de strafzaak bewezen is verklaard. Het is dan ook aannemelijk dat deze contant gedane uitgaven afkomstig waren vanuit enig door [veroordeelde] gepleegd strafbaar feit. Een concrete en verifieerbare verklaring die deze grote contante uitgaven verklaart, ontbreekt immers.
Derhalve wordt aangenomen dat de hiervoor genoemde contant gedane uitgaven afkomstig waren vanuit enig door [veroordeelde] gepleegd misdrijf over de periode 6 maart 2020 tot en met 31 oktober 2022 en wederrechtelijk verkregen voordeel belichamen.
Correcties
Nu de contante betaling van € 10.000,00 voor de aanschaf van de Mercedes binnen dezelfde periode valt als de feiten A tot en met J, zal dit bedrag in het voordeel van veroordeelde in mindering worden gebracht. Dit om een eventuele dubbeltelling vanwege een overlappende periode te voorkomen.
Eveneens zal een bedrag van € 6.000,00 ten behoeve van de verkoop van 100.000 xtc-pillen (post K, deze hierna zal worden besproken) op 23 april 2020 in het voordeel van veroordeelde in mindering worden gebracht. Dit voordeel gaat namelijk (deels) vooraf aan de hiervoor genoemde contante uitgaven en zouden in theorie met die verkoopwinst kunnen zijn betaald.
De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, vaststellen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op € 17.405,00.
Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel
Al het voorgaande brengt met zich mee dat de rechtbank van oordeel is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 284.445,60en zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat
Duur gijzeling
Ingevolge artikel 36e, elfde lid, Sr zal de rechtbank de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 vanPro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd, vaststellen. De rechtbank hanteert bij de berekening van de duur het meest recente LOVS-oriëntatiepunt, inhoudende dat voor iedere volle € 100,00 van het opgelegde bedrag één dag gijzeling wordt gerekend, met een maximum van 1095 dagen. Daarbij overweegt de rechtbank dat dit maximum hier geldt nu van het te ontnemen voordeel een bedrag van € 214.313,60 ziet op een wederrechtelijk voordeel dat is behaald ná 25 juli 2020.
4.De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
5.De beslissing
De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 284.445,60;
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;
- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 vanPro het Wetboek van Strafvordering op 1095 dagen.
Aldus gegeven door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. A. Bonder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M. van der Velden, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 februari 2026.
Voetnoten
1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ONRAA22047 (Picture), gesloten op 3 oktober 2023, en in de bijbehorende in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld.
2.Het bewijs van het voordeel dat is verkregen is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ONRAA22047 (Picture), gesloten op 3 oktober 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, alsmede in het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict’ opgemaakt door een rechercheur van de politie Eenheid Oost-Nederland/Team Opsporing, gesloten op 28 februari 2025 met bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier dan wel, met de vermelding “(ontnemingsdossier)” naar die van het Rapport berekening wederrechtelijk voordeel, tenzij anders vermeld.
3.Proces-verbaal bevindingen PVB17, p. 3432 (map 9); proces-verbaal bevindingen JM 145, p. 2383 (map 7).
4.PV bevindingen 1242 p. 641 e.v. (ontnemingsdossier); PV bevindingen PVB103 p. 4285 e.v. (map 11); PV bevindingen 1494 p. 417 e.v. (ontnemingsdossier).
5.PV bevindingen 1494 p. 497 (ontnemingsdossier).
6.PV bevindingen 1242 p. 641 e.v. (ontnemingsdossier); PV bevindingen 1494 p. 417 e.v. (ontnemingsdossier).
7.PV bevindingen 1538, p. 681 e.v. (ontnemingsdossier).
8.PV bevindingen 1538, p. 681 e.v. (ontnemingsdossier).
9.PV bevindingen 1538, p. 681 e.v. (ontnemingsdossier).
10.PV bevindingen 1494 p. 513 (ontnemingsdossier).
11.Proces-verbaal van bevindingen 66, p. 5242 (map 14); proces-verbaal van bevindingen PVB100, p. 3546-3547 (map 9); proces-verbaal bevindingen 826, p. 3611 (map 9).
12.Relaas pv, p. 45-46, PV1515 (ontnemingsdossier), p. 718-728 (ontnemingsdossier).
13.Relaas, p. 47-48 (ontnemingsdossier)PV1515, p. 718-728 (ontnemingsdossier); PV1253 (bijlage 1), p. 729 e.v. (ontnemingsdossier).
14.Relaas pv, p. 48-49 (ontnemingsdossier); PV1515, p. 718-728 (ontnemingsdossier).
15.Relaas, p. 51-54; bijlage 13, p. 745-749; PVB17, p. 751-754 (ontnemingsdossier)
16.Relaaspv, p. 59-62 en 65; zaaksdossier 6 witwassen, p. 348-415 (ontnemingsdossier).
17.Relaas pv, p. 63-65 (ontnemingsrapport).
18.PVB 1043, p. 1064-1074 (ontnemingsrapport).
19.Een schriftelijk bescheid, te weten een factuur MSM uitverkoop, p. 898-899 (ontnemingsrapport).