ECLI:NL:RBGEL:2026:144

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
009070/24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 38v SrArt. 38w Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplichtigheid aan gewapende woningoverval met geweld en bedreiging

In de nacht van 3 op 4 januari 2024 vond een gewapende woningoverval plaats in een woning te [plaats 1]. Vier gemaskerde mannen drongen de woning binnen, bedreigden en mishandelden de bewoners, en namen diverse waardevolle goederen mee. Verdachte fungeerde als chauffeur en uitkijk, haalde de overvallers op in Rotterdam en [plaats 2], bracht hen naar de woning en zette hen na de overval weer af.

De rechtbank oordeelde dat verdachte niet als medepleger kon worden aangemerkt vanwege het ontbreken van nauwe en bewuste samenwerking, maar wel schuldig was aan medeplichtigheid. Verdachte had opzet, al dan niet voorwaardelijk, op het plegen van de woningoverval, aangezien hij wist van het plan en het geweld dat daarbij werd gebruikt.

De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het gebruik van geweld, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een licht verminderde toerekeningsvatbaarheid en een matig hoog recidiverisico. De straf werd vastgesteld op 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van drie jaar. Tevens werd een contactverbod opgelegd voor drie jaar met vervangende hechtenis bij overtreding.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens medeplichtigheid aan een gewapende woningoverval met geweld en bedreiging.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05-009070/24
Datum uitspraak : 7 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2003 te Curaçao,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. M.J.F. Zoeteweij, advocaat in Vlissingen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 januari 2024 te [plaats 1] , althans in Nederland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen sieraden en/of horloges en/of zonnebrillen en/of kleding en/of schoenen en/of tassen en/of geld en/of een playstation en/of airpods en/of een of meer andere goederen die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachten toebehoorden, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
en/of met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer horloges en/of sieraden en/of zonnebrillen en/of kleding en/of schoenen en/of tassen en/of geld en/of een playstation en/of airpods en/of een of meer andere goederen die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toebehoorde(n), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachten, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het
- zich onverhoeds via een kapotgeslagen ruit de toegang tot die woning verschaffen en met gezichtsbedekkende kleding en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tegemoet treden en/of
- dreigend aan/op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tonen en/of richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of
- vastpakken en/of naar de grond brengen/duwen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of dwingen/sommeren (op hun buik) op de grond te gaan/blijven liggen en/of
- dwingen/sommeren van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] oogcontact te vermijden en/of voor zich uit te kijken en/of
- onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dwingen/sommeren naar de kluisruimte in de kelder en/of de in de slaapkamer gesitueerde kluis te lopen en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] daarbij vast te pakken en/of te duwen en/of
- een of meermalen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toevoegen: ‘waar is de kluis’ en/of “wat is de code” en/of “als je nu het wachtwoord niet geeft dan gebeurt er wat, dan schiet ik je in je been’ en/of ‘als je niet mee werkt maken we je af’ en/of “dan schieten we je in je hoofd “ en/of “moet ik je door je kankerkop schieten” en/of “moet ik een gaatje maken”' en/of “je moet je mond houden”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- op dreigende toon in aanwezigheid van die [slachtoffer 1] onderling tegen elkaar zeggen: “heb je hem geen schot in het been gegeven’ en/of “waarom heb je hem nog niet geschoten” en/of “hij gaat mee, hij gaat mee”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- overhalen van de haan van een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, terwijl dat vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] wordt gehouden/gezet en/of
- slaan (met de hand/vuist) in het gezicht en/of op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of slaan met een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp danwel een ander hard voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of
- vastbinden van de handen en/of enkels van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
- over de grond slepen van die [slachtoffer 2] terwijl zij vastgebonden is en/of
- met een dreigende houding in de directe nabijheid van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te blijven en/of aldus toezicht op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te houden terwijl de woning door een of meer medeverdachten doorzocht werd en/of
- in de kluisruimte opsluiten van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] door het barricaderen van de deur van de kluisruimte, in welke ruimte die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (vastgebonden) op de grond liggen, en/of aldus beletten dat zij zich vrij konden bewegen in een richting die zij zelf wensten en/of
- vernielen/onbruikbaar maken van meerdere telefoons, althans gegevensdragers, teneinde te voorkomen dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hulp zouden inschakelen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 4 januari 2024 te [plaats 1] , althans in Nederland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met een of meer andere tot op heden onbekend gebleven verdachten, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen sieraden en/of horloges en/of zonnebrillen en/of kleding en/of schoenen en/of tassen en/of geld en/of een playstation en/of airpods en/of een of meer andere goederen die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte(n) en/of zijn /hun medeverdachten toebehoorden, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren
en/of
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer horloges en/of sieraden en/of zonnebrillen en/of kleding en/of schoenen en/of tassen en/of geld en/of een playstation en/of airpods en/of een of meer andere goederen die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toebehoorde(n), en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het:
- zich onverhoeds via een kapotgeslagen ruit de toegang tot die woning verschaffen en met gezichtsbedekkende kleding en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tegemoet treden en/of
- dreigend aan/op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tonen en/of richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of
- vastpakken en/of naar de grond brengen/duwen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of dwingen/sommeren (op hun buik) op de grond te gaan/blijven liggen en/of
- dwingen/sommeren van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] oogcontact te vermijden en/of voor zich uit te kijken en/of
- onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dwingen/sommeren naar de kluisruimte in de kelder en/of de in de slaapkamer gesitueerde kluis te lopen en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] daarbij vast te pakken en/of te duwen en/of
- een of meermalen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toevoegen: ‘waar is de kluis’ en/of “wat is de code” en/of “als je nu het wachtwoord niet geeft dan gebeurt er wat, dan schiet ik je in je been’ en/of ‘als je niet mee werkt maken we je af’ en/of “dan schieten we je in je hoofd “ en/of “moet ik je door je kankerkop schieten” en/of “moet ik een gaatje maken”' en/of “je moet je mond houden”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- op dreigende toon in aanwezigheid van die [slachtoffer 1] onderling tegen elkaar zeggen: “heb je hem geen schot in het been gegeven’ en/of “waarom heb je hem nog niet geschoten” en/of “hij gaat mee, hij gaat mee”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- overhalen van de haan van een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, terwijl dat vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] wordt gehouden/gezet en/of
- slaan (met de hand/vuist) in het gezicht en/of op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of slaan met een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp danwel een ander hard voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of
- vastbinden van de handen en/of enkels van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
- over de grond slepen van die [slachtoffer 2] terwijl zij vastgebonden is en/of
- met een dreigende houding in de directe nabijheid van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te blijven en/of aldus toezicht op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te houden terwijl de woning door een of meer medeverdachten doorzocht werd en/of
- in de kluisruimte opsluiten van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] door het barricaderen van de deur van de kluisruimte, in welke ruimte die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (vastgebonden) op de grond liggen, en/of aldus beletten dat zij zich vrij konden bewegen in een richting die zij zelf wensten en/of
- vernielen/onbruikbaar maken van meerdere telefoons, althans gegevensdragers, teneinde te voorkomen dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hulp zouden inschakelen;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 3 januari 2024 tot en met 4 januari 2024 te [plaats 2] en/of te [plaats 1] en/of te Rotterdam, en/of elders in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- een voertuig als vluchtauto ter beschikking te stellen en/of
- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven verdachten in Rotterdam en/of [plaats 2] en/of elders op te halen en/of naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of
- zich in de nabijheid van de plaats van het misdrijf in genoemd voertuig op te houden en/of aldaar op de uitkijk te staan en/of
- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven verdachten en/of de buit van de plaats van het misdrijf naar [plaats 2] en/of Rotterdam en/of elders te vervoeren.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
In de nacht van 3 op 4 januari 2024 vond een gewapende woningoverval plaats in de woning aan de [adres 2] te [plaats 1] (hierna: de woning). Aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben verklaard dat omstreeks 00:05 uur vier gemaskerde mannen de woning binnendrongen.
Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op de bank zat toen hij een knal hoorde uit de richting van de hal en de slaapkamer. [slachtoffer 1] liep in de richting van de knal en pakte de klink om de deur van de slaapkamer te openen. [slachtoffer 1] voelde dat de deur geopend werd. Er werden direct vuurwapens op hem gericht. [slachtoffer 1] ging direct onder dwang en met contact van de mannen op de grond liggen. Hij moest gelijk zijn horloge afdoen. Het horloge werd uit zijn handen gegrist. [slachtoffer 1] hoorde meerdere stemmen roepen
“Waar is de kluis?”en
“Wat is die code?” [2] Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij in de hal op de grond moesten gaan liggen. [slachtoffer 1] vertelde de mannen waar de kluis was. Toen het de mannen niet lukte om de kluis te openen, kwamen zij naar boven en riepen
: “als je nu het wachtwoord niet geeft dan gebeurt er wat, dan schiet ik je in je been”,en
“als je niet meewerkt maken we je af”of
“(…) schieten we in je hoofd”. Tegen [slachtoffer 2] zeiden ze vooral dat ze haar mond moest houden. [3] [slachtoffer 1] zei dat hij wel meeging en liep onder bedreiging met een vuurwapen de trap af naar de kluis in de kelder. Bij aankomst bij de kluis moest [slachtoffer 1] weer op de grond gaan liggen. [slachtoffer 1] kreeg de kluis ook niet open. Een man riep:
“hij houdt ons voor de gek”, en
“denk je dat ik dom ben, broer?!”. De mannen zeiden tegen elkaar dat [slachtoffer 1] in zijn been geschoten moest worden. De mannen zeiden tegen [slachtoffer 1]
“Geef gewoon de code jongen, wij willen weg!”en gaven hem klappen in zijn gezicht en op zijn lichaam. [slachtoffer 1] werd ook met voorwerpen geslagen. Hij kreeg een harde klap op zijn hoofd met iets zwaars en metaalachtigs en voelde het bloed over zijn hoofd stromen. De mannen haalden aangeefster [slachtoffer 2] erbij. [4] [slachtoffer 2] lag op de grond en werd door één man bij haar bovenarmen vast gepakt. De man trok haar overeind en duwde haar richting de trap naar de kelder. Op de trap gaf de man haar wat duwtjes in haar rug. [slachtoffer 2] zag dat één van de mannen een revolver vast had. De revolver was zand- en metaalkleurig. [slachtoffer 2] hoorde dat de mannen met het wapen op het hoofd van [slachtoffer 1] aan het klikken waren. [5] [slachtoffer 1] verklaarde hierover dat het vuurwapen op zijn hoofd werd gezet en dat de haan werd overgehaald. [6] [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] mochten niet kijken naar de mannen. Zij moesten naar de kluis of de grond kijken. [slachtoffer 2] zag dat één van de mannen een donker vuurwapen vast had. Boven op de slaapkamer stond nog een kluis en lagen sieraden in een lade. [slachtoffer 2] werd weer mee naar boven getrokken. Zij moest laten zien waar haar sieraden lagen. [7] De mannen haalden de Rolex op en namen wat sieraden mee. Terwijl zij boven waren, lag [slachtoffer 1] beneden in de kelder op de grond met de twee andere mannen. [slachtoffer 1] hoorde de mannen constant zeggen
“Jij houdt ons voor de gek!”en er werd gedreigd [slachtoffer 1] in zijn been te schieten. De mannen zeiden
“Moet ik je door je kankerkop schieten?”en
“Moet ik een gaatje maken?!”. Eén van de mannen kwam naar beneden en vroeg aan een ander:
“Heb je hem nog geen schot in het been gegeven?”Eén van de jongens zei:
“waarom heb je hem nog niet geschoten?”. [8] Er werd meerdere malen gezegd
“Hij gaat mee, hij gaat mee!”. [slachtoffer 1] hoorde dat boven in de woning van alles doorzocht werd. Op een gegeven moment voelde [slachtoffer 1] dat hij vastgebonden werd. Er werd een dun draad om zijn enkels gewikkeld, en later werden ook zijn handen vastgebonden. Vervolgens werd [slachtoffer 1] verder de kelder in geschoven en werd [slachtoffer 2] bij hem gelegd. [9] De handen van [slachtoffer 2] waren vastgebonden met telefoondraad. Om haar voeten zat een haspel. [10] Op door de politie beschreven beelden van de camera van de hal in de kelder is te zien dat één van de mannen (aangeduid als NN3) de vastgebonden [slachtoffer 2] vastpakte en haar de kluisruimte in sleurde. [11] [slachtoffer 1] hoorde dat de deur van de kelder gesloten werd en dat de mannen deze probeerden te barricaderen door er een stok tegenaan te plaatsen. [12]
Bij de woningoverval zijn de volgende goederen weggenomen:
  • Eén Rolex Daytona horloge;
  • Eén Rolex Day Date horloge;
  • Twee Cartier Just Un Clou armbanden;
  • Twee Bulgari ringen;
  • Eén Rolex ring;
  • Eén Playstation 5;
  • Vier verschillende Louis Vuitton tassen;
  • Eén Call of Duty spel;
  • Eén Louis Vuitton jas;
  • Eén Louis Vuitton rugzak;
  • Eén North Face rugzak;
  • Twee Cartier Panthere brillen;
  • Apple Airpods Pro;
  • Eén Cartier zonnebril;
  • Eén slof sigaretten;
  • Eén Apple airtag;
  • Drie Love bracelets;
- Een geldbedrag van rond de 5000 euro.
Een iPhone 8, een iPhone 12, een iPhone 14 Pro en een iPad Pro waren door de overvallers vernield. [14]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, omdat er geen bewijs is dat verdachte bij de woningoverval betrokken was als medepleger. De officier van justitie heeft verder gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan afpersing en diefstal met geweld.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte niet kan worden aangemerkt als medepleger van de woningoverval, nu de vereiste nauwe en bewuste samenwerking niet uit het dossier volgt. Verdachte heeft enkel gereden, is niet binnen geweest en is na de woningoverval nergens meer bij betrokken geweest. Het belang van zijn rol was daarmee relatief beperkt. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde.
Beoordeling door de rechtbank
Op beelden van een camera die bij de poort voor de woning in [plaats 1] is gesitueerd, was te zien dat er op 3 januari 2024 om 23:56:19 uur voor de eerste maal een voertuig met het kenteken [kenteken] werd geregistreerd. Op de camerabeelden van 4 januari 2024 om 00:01:18 uur was te zien dat dit voertuig met alle lampen uit op een zandpad werd geparkeerd met de neus richting de woning en weg. Om 01:07:24 en 01:07:56 uur werd er geseind met de voorlampen en daar tussendoor reed de auto met gedoofde lampen recht het pad op. Om 01:08:11 uur was vervolgens te zien dat er vier personen aan de zijkant van dit voertuig instapten, waarna het voertuig vervolgens om 01:08:27 uur zonder verlichting wegreed. [15] Het voertuig betrof een witte Peugeot Partner, met boven de voorruit de tekst ‘ [tekst] ’. [16] Verdachte heeft verklaard dat hij op 3 januari 2024 ’s avonds en in de nacht van 3 op 4 januari 2024 de bestuurder is geweest van het voertuig dat vier overvallers heeft afgezet bij de woning in [plaats 1] . Twee van de overvallers heeft hij in Rotterdam opgehaald en twee van de overvallers in [plaats 2] , waarna hij richting Apeldoorn en vervolgens naar de woning in [plaats 1] is gereden. Na de overval stapten de vier jongens weer achterin het voertuig en is verdachte weer naar [plaats 2] gereden om mensen af te zetten en vervolgens naar Rotterdam. [17]
Verdachte heeft over de verdere gang van zaken betreffende die avond en nacht het volgende verklaard. Een oude vriend vroeg hem op 3 januari 2024 om mensen te rijden en af te zetten. Als alles klaar was, zou verdachte contact moeten opnemen met de opdrachtgever over de betaling. Verdachte dacht dat er iets gestolen zou gaan worden en wilde wel snel geld verdienen. Hij moest naar adressen in Rotterdam en [plaats 2] rijden en daar zouden dan, voor hem onbekende, personen klaar staan. Vervolgens werd gezegd dat hij naar Apeldoorn moest rijden en dat hij daar het adres zou krijgen. In [plaats 1] kwam er toen een persoon voorin zitten. Deze persoon zette een bivakmuts op en laadde een pistool door. Achterin de bus hoorde verdachte toen het geluid van jassen. Verdachte moest blijven wachten op een onverharde weg voor de woning in [plaats 1] . [18] Er brandde licht in de woning en verdachte zag op een gegeven moment dat in de woning een pistool tegen het hoofd van een vrouw werd gericht. [19] De mannen stapten op een gegeven moment weer in en verdachte reed weg. Tien minuten na de overval belde de opdrachtgever. Verdachte heeft toen geroepen naar de mannen met de vraag wat de buit was. De mannen riepen terug dat het ging om twee Rolexen en een beetje geld. [20]
Verdachte (de rechtbank: hieronder aangeduid als: ‘P’) kreeg op 12 december 2024 bezoek van [naam 1] (de rechtbank: hieronder aangeduid als: ‘A’) in de P.I. Deze gesprekken zijn opgenomen en uitgewerkt (de rechtbank: voor zover relevant opgenomen).
(…)
08:31 min:
P:
Ik ga eerlijk met jou zijn ook. Ik denk dat ik minimaal twee zomers binnen zit.
(…)
A:
Twee zomers?
P:
Minimaal. Er is sowieso grof geweld gebruikt.
A:
Wil je mij van A tot Z vertellen wat er is gebeurd?
P:
Woningoverval.
A:
Van A tot Z.
P:
Een woningoverval
A:
Waarom doe je dat?
P:
Ik ben niet naar binnen gegaan. Ik was alleen chauffeur.Daarom denk ik dat ik misschien twee jaar of drie jaar ga krijgen. Die jongens krijgen sowieso meer krijgen NTV sjouwen. Of die man geslagen met pistool.
15:24 min:
P:
Ik moet misschien anderhalve ton gaan terug betalen.Wat ze buit gemaakt hebben.
A:
Wat?
P:
Anderhalve ton.
A:
Voor wat?
P:
Niet eens geld, spullen en een beetje geld. Twee Rolexen, sieraden, alles in totaal is anderhalve ton.
(…)
A:
Die advocaat doet sowieso niks. Want als ze NTV verlengen? NTV. Hij moet zeggen dat ze niet genoeg hebben om jou hier te houden.
P:
Jawel. Ze hebben mijn telefoon gevolgd precies dezelfde route als het busje. En toen ik daar was, bij die huis, mijn broertje heeft mij gebeld, dus mijn telefoon heeft contact gemaakt met die zendmast.
A:
Maar een villa, heeft die geen camera's of zo?
P:
Twintig camera's hebben die jongens opgenomen en samen met mij buiten. Maar ik zat in die auto, maar ze weten dat ik daar was want mijn telefoon heeft contact gemaakt met de zendmast. ANPR camera. Als je thuis bent, ga je beter begrijpen. Je kunt op Youtube kijken. Woningoverval in [plaats 1] . Daar zie je een busje met ' [tekst] ’. En sorry daarvoor, echt.
(…)
P:
Die tijd was ook fucked up. Bijna een maand.. twee maanden geen geld gekregen. Was echt een fucked up tijd. En uiteindelijk die man. We moesten die kluis pakken toch. Die man heeft het niet open gemaakt. Die kluis met tijdslot.
A:
NTV voor niks.
P:
Ik was ook gewoon boos op die jongens om eerlijk te zijn. Ik was boos op die jongens man, ik zeg eerlijk, als je iets slechts gaat doen doe het dan gelijk goed ook man.
A:
Als je dan een jaar of twee moet zitten, maar je hebt waarvoor je kwam. NTV.
P:
We moesten miljoenen eruit halen. We moesten een paar miljoenen eruit halen. Hij wist wat hij daar had, daarom heeft hij hem niet opengemaakt. Die man werd geslagen met een pistool alles. Vrouw was vastgebonden op de grond.Ik vroeg aan de recherche ook, waren er kinderen bij betrokken? Zij waren wel open. Vrouw met kinderen, uh, ik hou er niet van. Toevallig die kinderen waren die dag niet thuis geweest.
(…) [21]
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij met een hamer het raam van de woning kapot heeft geslagen. Via het raam kwamen hij en de andere jongens de woning binnen. [22] [medeverdachte 1] verklaarde dat hij voor de overval werd opgehaald bij de [locatie] , gelegen aan de [adres 3] in [plaats 2] . [23] Deze locatie bevindt zich hemelsbreed op 100 meter van de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] . [24] [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de gestolen goederen in de kelder werden verzameld en in tassen werden meegenomen. [25]
Verdachte heeft verklaard dat hij zag dat er na de overval twee jongens uitstapten in [plaats 2] . [26] Verdachte heeft over de locatie waar hij jongens had opgehaald in [plaats 2] verklaard dat er een school was met bomen en klinkers. Medeverdachte [medeverdachte 2] is woonachtig aan de [adres 4] te [plaats 2] en deze woning ligt precies tegenover een school, waarbij aan beide kanten van de weg bomen staan. [27] Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van verdachte is gebleken dat het telefoontoestel om 21:12 uur in [plaats 2] aanstraalde en daarbij binnen het bereik van de zendmast aan de [adres 5] te [plaats 2] was. Na onderzoek bleek dat deze telefoonmast gesitueerd is op een afstand van hemelsbreed 281,51 meter vanaf het woonadres van medeverdachte [medeverdachte 2] . [28]
Op 5 november 2024 werd de woning aan de [adres 4] te [plaats 2] doorzocht. Tijdens de doorzoeking werden onder andere de volgende goederen in beslag genomen:
  • Een zonnebril van Cartier, met blauw geslepen glas;
  • een Olympic .22 revolver, bruine kolf, incl. 7 patronen;
  • een Heckler en Koch 9.mm gaspistool en
  • een zwarte bivakmuts waar een vuurwapen in zat.
Verbalisanten hebben foto’s van goederen naar de aangevers gestuurd. De aangevers herkenden de Cartier bril, met blauw geslepen glas en de Playstation 5, met serienummer E4390122X11410737. Aangevers hebben opgemerkt dat het serienummer overeenkomt met de bij hen weggenomen Playstation. [30]
Er zijn gegevens uitgevraagd bij Sony met betrekking tot de aangetroffen Playstation 5. Tussen 5 januari 2024 om 15:02:00 uur en 7 januari 2024 om 22:37:19 is er internetactiviteit op de Playstation gelogd. Op 5 januari 2024 om 15:12 uur werd een gebruiker aangemaakt. Aan deze gebruiker werd het e-mailadres [e-mailadres] gekoppeld. [31] De roepnaam van medeverdachte [medeverdachte 2] is [medeverdachte 2] . [32]
Het signalement van de overvallers dat naar voren komt uit de camerabeelden van de kelder van de woning, is door de politie uitgewerkt. De persoon aangeduid als NN3 wordt als volgt beschreven. NN3 had een donkergekleurde capuchon op en droeg een donkergekleurde bivakmuts. NN3 droeg daarnaast een donkergekleurde jas met op de linkerborst het logo van Under Armour. [33]
Op 20 november 2024 vond het volgende tapgesprek plaats tussen het P.I.-telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) en het telefoonnummer van de ouders van [medeverdachte 2] , waarbij hij onder meer spreekt met zijn moeder ( [naam 2] ) (vetgedrukte passages zijn markeringen van de rechtbank).
(…)
[naam 2] :
ahh die was in januari, je hebt ons ter schande gebracht in heel [plaats 2] , weet je dat [medeverdachte 2] ! De mensen willen niet eens met ons praten. De dingen zijn heel slecht [medeverdachte 2] . Heel slecht. Je was net uit de gevangenis [medeverdachte 2] , heb je nog een grote ramp veroorzaakt. Je was net de gevangenis uit, [medeverdachte 2] ! Waarom schat, doe je mensen dat aan. Zou je het goed vinden als dat met mij of met jou vader gebeurd? Deze dingen gaan je naar de klote brengen [medeverdachte 2] , met pistolen en met ehhh... je bent verloren [medeverdachte 2] . Je bent verloren schat (geëmotioneerd)
(…)
[naam 2] :
ik zweer het dat wij niet kunnen slapen mijn zoon. Wij zijn allemaal kapot, zelfs de mensen zitten de les voor te lezen, [naam 3] kwam ons de les voorlezen, ze hebben allemaal jou op de televisie gezien.
[medeverdachte 2] :
hoe weten ze het?
[naam 2] :
hoe ze het weten, heel [plaats 2] weet het.... Hij kwam tegen mij en tegen jou vader zeggen: "Heel [plaats 2] weet het, ga maar thuis zitten en voed jou kinderen op."
(…)
[naam 2] :
het is een grote schande, had je gevochten met iemand, hij heeft jou geslagen of jij hebt hem geslagen, of iets eervol,maar dit is een grote schande, is een grote schande dat wij huizen van mensen aanvallen, hun bestelen, we stelen hun geld en goud. Ik was toen ingestort [medeverdachte 2] , toen ik de video zag, ik heb je direct herkend, en ik herkende de jas en alles. De jas is bij mij. Ze hebben deze niet meegenomen, Under Armour, grijs met zwart.
(…) [34]
Tussenconclusie van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat in de nacht van 3 op 4 januari 2024 een gewapende woningoverval heeft plaatsgevonden in de woning aan de [adres 2] in [plaats 1] . Op camerabeelden opgenomen vanaf de poort van de woning, was het voertuig van verdachte te zien rond het tijdstip dat de overval plaatsvond. Uit de verklaring van verdachte volgt dat hij is gevraagd om mensen te rijden en af te zetten. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de personen zijn die verdachte heeft opgehaald en na de woningoverval weer heeft afgezet in [plaats 2] . Medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn in [plaats 1] samen met twee onbekend gebleven mannen de woning van aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] binnen gegaan. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft daarbij met een hamer een raam ingeslagen, waarna hij en de medeovervallers de woning betraden. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft in ieder geval het vastgebonden slachtoffer [slachtoffer 2] de kluisruimte ingesleurd. Enkele goederen van de aangevers zijn vervolgens bij medeverdachte [medeverdachte 2] thuis aangetroffen.
De vraag die de rechtbank nu dient te beantwoorden, is of de handelingen van verdachte kunnen worden gekwalificeerd als het ten laste gelegde medeplegen dan wel als medeplichtigheid aan deze woningoverval.
Primair - vrijspraak medeplegen
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de personen die betrokken waren bij de woningoverval op 4 januari 2024 in [plaats 1] , niet is komen vast te staan. Uit het dossier volgt niet dat verdachte een dusdanig significante materiële of intellectuele bijdrage heeft geleverd aan de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van de woningoverval, dat kan worden gesproken van medeplegen. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde.
Subsidiair – bewezenverklaring medeplichtigheid
Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of verdachte verweten kan worden dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid bij de woningoverval.
De rechtbank stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige als bedoeld in art. 48, aanhef en onder 1° of 2º Sr, maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader(s) gepleegde misdrijf (het gronddelict). Bij de bewezenverklaring en kwalificatie van de medeplichtigheid moet worden uitgegaan van de door de dader(s) verrichte handelingen, ook als het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan. Het opzet van de medeplichtige behoeft niet te zijn gericht op de precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan. Onder die precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan, is ook begrepen of het gronddelict al dan niet in deelneming wordt begaan; op die deelnemingsvorm behoeft het opzet van de medeplichtige dus niet te zijn gericht.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte door vier personen op te halen in Rotterdam en [plaats 2] en hen vervolgens te brengen naar [plaats 1] , op hen te wachten en hen weer mee te nemen en af te zetten, behulpzaam is geweest bij de woningoverval. Immers, als verdachte niet als chauffeur had gereden, had de woningoverval niet op dat moment kunnen plaatsvinden of was de woningoverval en de vlucht van de plaats delict in ieder geval bemoeilijkt. Ook blijkt wat de rechtbank betreft uit het gedrag van verdachte tijdens het delict dat hij op de uitkijk heeft gestaan. Verdachte blijft immers in de auto met gedoofde lichten op het zandpad tegenover de woning staan en seint na iets minder dan een uur twee maal met de koplampen van de auto. Vlak daarna stappen de mannen in.
De volgende vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of verdachte opzet (al dan niet in voorwaardelijke zin) heeft gehad op het plegen van de woningoverval.
Verdachte heeft verklaard dat hij van tevoren wel wist dat er iets gestolen zou worden, maar dat hij dacht dat het om ‘iets simpels’ zou gaan. Verdachte heeft echter ook verklaard dat vóór de overval, toen men in [plaats 1] was aangekomen, één van de latere overvallers bij hem voorin het voertuig is gaan zitten, een bivakmuts opzette en een wapen doorlaadde. Door op dat moment toch verder te gaan door tegenover de woning te blijven wachten op de overvallers, op de uitkijk te staan en de overvallers daarna van de plek van het delict weg te rijden, heeft verdachte in ieder geval de aanmerkelijke kans aanvaard dat er in de woning geweld zou worden gebruikt; opzet in voorwaardelijke zin dus. Het geweld en de bedreiging met geweld heeft zich daarna in de woning ook voorgedaan. Verdachte heeft dat ook gezien; hij zag door het raam van de woning namelijk dat er iemand een pistool op het hoofd van één van de slachtoffers zette. Verdachte is het geweld van de overvallers daadwerkelijk blijven accepteren met het verder behulpzaam zijn aan de overval op de hiervoor vermelde wijze.
De rechtbank acht het bovendien ook om een andere reden onaannemelijk dat verdachte dacht dat het ging om een simpele inbraak of scooterdiefstal. Verdachte moest namelijk het hele land doorrijden om personen in Rotterdam en in [plaats 2] op te halen, hen vervolgens naar [plaats 1] rijden en daarna de personen ook weer afzetten in [plaats 2] en Rotterdam. Dat staat niet in verhouding tot de door verdachte genoemde vergoeding van 200 euro die hij voor het rijden van deze personen zou krijgen, het voorschieten van het tanken en de wijze waarop verdachte betaald zou krijgen (geen concrete afspraken over betaling, maar zelf contact opnemen met opdrachtgever). Dat verdachte wist dat er een woningoverval zou plaatsvinden, leidt de rechtbank bovendien af uit de opname van het gesprek dat verdachte met [naam 1] voerde. Uit dit gesprek volgt voor de rechtbank dat verdachte wist wat er in de woning te halen was en dat er een kluis was. Verdachte verklaarde in dit gesprek: “
We moesten die kluis pakken toch.”en “
We moesten miljoenen eruit halen. We moesten een paar miljoenen eruit halen.”Uit het voorgaande volgt voor de rechtbank dat verdachte op de hoogte was van hetgeen er in de woning kon en moest worden gehaald. De rechtbank leidt daarnaast uit het gesprek af dat verdachte steeds in de wij-vorm sprak wanneer hij sprak over de woningoverval.
De rechtbank komt, op grond van al het voorgaande, tot de conclusie dat verdachte wist dat er een woningoverval gepleegd zou worden en werd en dus dat verdachte, door te handelen zoals hij heeft gedaan, eveneens opzet had op het plegen van dit feit.
Conclusie van de rechtbank
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zowel opzet heeft gehad op het behulpzaam zijn bij, als op de woningoverval zelf en daarmee de ten laste gelegde medeplichtigheid. De rechtbank acht daarmee medeplichtigheid aan het medeplegen van diefstal met geweld in de woning van aangevers, bewezen. De rechtbank is anders dan de officier van justitie van oordeel dat ten aanzien van het horloge dat aangever [slachtoffer 1] droeg ook sprake was van diefstal met geweld, nu de overvallers het horloge uiteindelijk uit de handen van [slachtoffer 1] hebben gegrist. Ook ten aanzien van de overige goederen is sprake van diefstal met geweld omdat de overvallers deze goederen zelf wegnamen. Daarbij was ook sprake van braak en inklimming, nu de overvallers zich de toegang tot de woning hebben verschaft door met een hamer een ruit in te slaan en vervolgens via dit raam de woning te betreden. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het wegnemen van schoenen, nu uit de verklaringen van aangevers niet is gebleken dat dergelijke goederen zijn weggenomen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
[medeverdachte 1] en
/of[medeverdachte 2] op
of omstreeks4 januari 2024 te [plaats 1] ,
althans in Nederland,gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 2] tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen sieraden en
/ofhorloges en
/ofeenzonnebril
lenen
/ofkleding
en/of schoenenen
/oftassen en
/ofgeld en
/ofeen Playstation en
/ofairpods en
/ofeen of meer andere goederen die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachtentoebehoorden, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft
en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebrachtdoor middel van braak en
/ofinklimming, welke diefstal werd voorafgegaan
envergezeld
en/of gevolgdvan geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden,gemakkelijk te maken en
/ofom bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en
/ofbedreiging met geweld bestond(en) uit het
- zich onverhoeds via een kapotgeslagen ruit de toegang tot die woning verschaffen en met gezichtsbedekkende kleding en
/ofeen vuurwapen,
althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] tegemoet treden en
/of
- dreigend aan/op die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] tonen en
/ofrichten van een vuurwapen
, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerpen
/of
- vastpakken en
/ofnaar de grond brengen/duwen van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] en
/ofdwingen/sommeren (op hun buik) op de grond te gaan/blijven liggen en
/of
- dwingen/sommeren van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] oogcontact te vermijden en
/ofvoor zich uit te kijken en
/of
- onder bedreiging van een vuurwapen,
althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ,die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] dwingen/sommeren naar de kluisruimte in de kelder en
/ofde in de slaapkamer gesitueerde kluis te lopen en
/ofdie [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] daarbij vast te pakken en/of te duwen en
/of
- een of meermalen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toevoegen: “waar is de kluis” en
/of“wat is de code” en
/of“als je nu het wachtwoord niet geeft dan gebeurt er wat, dan schiet ik je in je been’ en
/of‘als je niet mee werkt maken we je af’ en
/of“dan schieten we je in je hoofd” en
/of“moet ik je door je kankerkop schieten” en
/of“moet ik een gaatje maken” en
/of“je moet je mond houden”,
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekkingen
/of
- op dreigende toon in aanwezigheid van die [slachtoffer 1] onderling tegen elkaar zeggen: “heb je hem geen schot in het been gegeven’ en
/of“waarom heb je hem nog niet geschoten’’ en
/of“hij gaat mee, hij gaat mee”,
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekkingen
/of
- overhalen van de haan van een vuurwapen,
althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp,terwijl dat vuurwapen,
althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] wordt gehouden/gezet en
/of
- slaan
(met de hand/vuist)in het gezicht en
/ofop het lichaam van die [slachtoffer 1] en
/ofslaan met een vuurwapen,
althans een daarop gelijkend voorwerp danwel een ander hard voorwerpop/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en
/of
- vastbinden van de handen en
/ofenkels van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] en
/of
- over de grond slepen van die [slachtoffer 2] terwijl zij vastgebonden is en
/of
- met een dreigende houding in de directe nabijheid van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] te blijven en
/ofaldus toezicht op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te houden terwijl de woning door
een of meermedeverdachten doorzocht werd en
/of
- in de kluisruimte opsluiten van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] door het barricaderen van de deur van de kluisruimte, in welke ruimte die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] (vastgebonden) op de grond liggen, en
/ofaldus beletten dat zij zich vrij konden bewegen in een richting die zij zelf wensten en
/of
- vernielen/onbruikbaar maken van meerdere telefoons, althans gegevensdragers, teneinde te voorkomen dat die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] hulp zouden inschakelen,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in
of omstreeksde periode van 3 januari 2024 tot en met 4 januari 2024 te [plaats 2] en
/ofte [plaats 1] en
/ofte Rotterdam,
en/of elders in Nederland,opzettelijk behulpzaam is geweest
en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- een voertuig als vluchtauto ter beschikking te stellen en
/of
- die [medeverdachte 1] en
/of[medeverdachte 2] en
/of een of meeronbekend gebleven verdachten in Rotterdam en
/of[plaats 2]
en/of eldersop te halen en
/ofnaar de plaats van het misdrijf te vervoeren en
/of
- zich in de nabijheid van de plaats van het misdrijf in genoemd voertuig op te houden en
/ofaldaar op de uitkijk te staan en
/of
- die [medeverdachte 1] en
/of[medeverdachte 2] en
/of een of meeronbekend gebleven verdachten en
/ofde buit van de plaats van het misdrijf naar [plaats 2] en/of Rotterdam en/of elders te vervoeren.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
medeplichtigheid aan diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en de bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming en het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, meermalen gepleegd

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wegens het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaren met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, met uitzondering van het contact- en locatieverbod. Er dient een proeftijd van 3 jaren aan het voorwaardelijk strafdeel te worden gekoppeld. De tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, moet van de straf worden afgetrokken. Ook heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een vrijheidsbenemende maatregel ex. art. 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt opgelegd voor de duur van drie jaren, inhoudende een contactverbod met de medeverdachten. De officier van justitie heeft gevorderd dat vervangende hechtenis van twee weken met een maximum van zes maanden wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet, en dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte dacht dat het om een diefstal zou gaan en hij niet heeft gewild dat het onderhavige strafbare feit plaats zou vinden. De raadsman is van mening dat een gevangenisstraf gelijk aan de voorlopige hechtenis en een aanzienlijke voorwaardelijke straf met de door de reclassering genoemde bijzondere voorwaarden recht doet aan het gepleegde delict. Verder heeft de raadsman verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen, gelet op het persoonlijke belang van verdachte bij een zo spoedig mogelijke opname in FPA De Boog in Warnsveld.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een gewapende woningoverval, die begin van de nacht heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft als chauffeur zijn medeverdachten opgehaald in Rotterdam en [plaats 2] en naar de woning gebracht waar de overval zou plaatsvinden. Hij heeft op de uitkijk gestaan en na afloop heeft hij de medeverdachten weer opgepikt en op verschillende plekken afgezet. Verdachte heeft gezien dat de medeverdachten wapens bij zich hadden en deze ook op het hoofd van het vrouwelijke slachtoffer hebben gericht. Bij de overval is een ruit ingeslagen, zijn de slachtoffers vastgebonden en bedreigd en zelfs op de grond in hun eigen kluisruimte gelegd, waarbij de deur is gebarricadeerd. Verder is het mannelijke slachtoffer mishandeld en bedreigd met een vuurwapen. De medeverdachten hebben het Rolex horloge van het mannelijke slachtoffer afgepakt en hebben, toen het hen niet lukte de kluis te openen, waardevolle spullen in de woning gezocht en vervolgens meegenomen. Verdachte heeft dit alles mogelijk gemaakt door als chauffeur en uitkijk te fungeren. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geen rekening heeft gehouden met de gevolgen van zijn handelen.
Persoon van verdachte
Verdachte is door drs. W. Groen, GZ-psycholoog, onderzocht. In de Pro Justitia-rapportage d.d. 3 februari 2025 heeft de deskundige gerapporteerd dat bij verdachte sprake is van een disharmonisch intelligentieprofiel die op een beneden gemiddeld tot gemiddeld niveau functioneert. Er is sprake van een belaste voorgeschiedenis en verdachte heeft PTSS. Alle omstandigheden in het leven van verdachte hebben geleid tot een scheefgroei in zijn persoonlijkheid. Er is sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken. Het risico op recidive wordt ingeschat als matig hoog. Om dit risico te verlagen, is het van belang dat verdachte een klinische behandeling volgt.
Door de deskundige is gerapporteerd dat de gebrekkige impulscontrole, de directe behoeftebevrediging en de gebrekkige remming vanuit de gewetensfunctie (voortkomend uit de andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline kenmerken) in enige mate hebben doorgewerkt in de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten aanzien van het feit. Daarom wordt geadviseerd om hem het feit in licht verminderde mate toe te rekenen. Gelet op de aard van het feit en de persoon van verdachte, zal de rechtbank deze conclusie overnemen en verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar verklaren.
De reclassering onderschrijft in haar advies het belang van een passende (klinische) behandeling. Daarnaast acht zij ook meerdere andere bijzondere voorwaarden nodig ten behoeve van recidiverisicobeheersing. Gelet op de complexe en uitgebreide
delictgerelateerde problematiek, is een uitgebreid en strak gekaderd forensisch zorgkader geïndiceerd, met een proeftijd van drie jaren. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waaronder opname in een zorginstelling, op te leggen.
Strafoplegging
De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geeft als oriëntatiepunt voor een woningoverval met ander dan licht geweld of bedreiging een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren. Hoewel de rechtbank het belang van een passende (klinische) behandeling ziet, is zij van oordeel dat voor het onderhavige feit gelet op de ernst daarvan niet met een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest kan worden volstaan en slechts een langdurige gevangenisstraf passend is. Gelet op de rol van verdachte in het geheel en zijn persoonlijke omstandigheden, acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden. De rechtbank zal dus een gevangenisstraf opleggen van 30 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met de in het dictum genoemde bijzondere voorwaarden.
Tenuitvoerlegging van die gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Het verzoek van de raadsman om de voorlopige hechtenis van verdachte te schorsen, zal gelet op het voorgaande worden afgewezen.
Artikel 38v Sr
Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte voor de duur van 3 jaren geen contact mag hebben met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .
De rechtbank zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet. Deze hechtenis bedraagt twee weken per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
Omdat er, mede gelet op het matig hoge recidiverisico, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zal de rechtbank bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 48, 49, 57, 63, en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit;
 verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
30 maanden;
  • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
  • verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich (telefonisch) binnen 3 dagen nadat de proeftijd is ingegaan (Reclassering Nederland op het adres Houtwal 16A te Zutphen);
  • verdachte zich tijdens de proeftijd voor drie jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door GGNet, op de forensische psychiatrische afdeling De Boog of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start aansluitend op de gevangenisstraf dan wel zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
  • verdachte gedurende de proeftijd in overleg met de reclassering een zinvolle dagbesteding heeft;
  • verdachte aan het reeds ingezette bewind traject of, als dat meer passend is, aan schuldhulpverlening in het kader van de WSNP, blijft meewerken en de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden geeft;
  • verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en drugs. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek, ademonderzoek of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
stelt als overige voorwaarden dat:
  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende een contactverbod, namelijk dat verdachte gedurende drie jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met medeverdachten:
o [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2005 te [plaats 3] (Egypte);
o [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2006 in [plaats 2] ;
 beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op;
 beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
 wijst af het verzoek tot schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Jansen (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. M. Rietveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 januari 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ON3R024002, gesloten op 27 maart 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 481-482.
3.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 492- 493.
4.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 482.
5.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 493.
6.Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 1] , p. 525.
7.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 493.
8.Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 1] , p. 525.
9.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 483.
10.Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangeefster [slachtoffer 2] , p. 489.
11.Proces-verbaal van bevindingen, p. 658, 660 en 684.
12.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 482-483.
13.Bijlage bij aangifte [slachtoffer 2] , p. 497-501.
14.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 483-484.
15.Proces-verbaal van bevindingen, p. 609, 611-614 en 708.
16.Proces-verbaal van bevindingen, p. 724 en 726.
17.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 december 2025.
18.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 december 2025.
19.Proces-verbaal verhoren verdachte, p. 97 en 114.
20.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 december 2025.
21.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1428-1431.
22.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 242.
23.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 238-240 en 242.
24.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1397.
25.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 245-246.
26.Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 109-111.
27.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1396-1397.
28.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1392-1393.
29.Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 1293-1294, met lijst, p. 1295-1298, in samenhang met proces-verbaal Onderzoek Wapen, p. 1312-1313 en proces-verbaal Onderzoek Wapen, p. 1324-1325.
30.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1360, met bijlagen, p. 1361, 1368-1369.
31.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1373-1374.
32.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 296.
33.Proces-verbaal van bevindingen, p. 694, p. 700-702.
34.Tapgesprek sessienummer 1, p. 1485-1488.