ECLI:NL:RBGEL:2026:1458

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
05/124494-23 ont.
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • M.A. van Leeuwen
  • T.P.E.E. van Groeningen
  • A. Bonder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 2 OpiumwetArt. 6:6:25 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel uit productie en handel in harddrugs

De rechtbank Gelderland heeft op 25 februari 2026 uitspraak gedaan over de ontnemingsvordering tegen veroordeelde, die eerder veroordeeld was voor medeplegen van productie en handel in harddrugs. De ontnemingsvordering is losgekoppeld van de strafzaak en schriftelijk behandeld.

De politie stelde een rapport op waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd berekend op basis van vijf partijen verdovende middelen, waaronder MDMA geproduceerd op een locatie in Didam en de handel in 5 kg heroïne. De rechtbank beoordeelde per post of veroordeelde voordeel had verkregen. Voor een partij MDMA van 34 kg kon geen betrokkenheid worden vastgesteld, maar voor 72,194 kg MDMA en 5 kg heroïne werd vastgesteld dat veroordeelde voordeel had genoten.

De totale opbrengst uit MDMA werd geschat op €108.291,00 met kosten van €42.481,28, wat resulteert in een netto voordeel van €65.809,72. Dit bedrag werd verdeeld over vier betrokkenen, waardoor veroordeelde een aandeel van €16.452,43 werd toegerekend. Voor heroïne werd het voordeel vastgesteld op €35.000,00. De rechtbank legde veroordeelde op het totaalbedrag van €51.452,43 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen.

De rechtbank bepaalde tevens de duur van de gijzeling op 514 dagen, gebaseerd op het LOVS-oriëntatiepunt van één dag gijzeling per €100 van het bedrag. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €51.452,43 en legt veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat met een maximale gijzeling van 514 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer: 05/124494-23
Datum uitspraak : 25 februari 2026
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde],
geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsman: mr. R.D.A. van Boom, advocaat in Utrecht.

1.De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 65.793,60.

2.De procedure

De rechtbank heeft voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak in overleg met partijen beslist de behandeling van de ontnemingsvordering los te koppelen van de strafzaak en gebruik te maken van schriftelijke rondes. De rechtbank heeft in de strafzaak uitspraak gedaan op 4 juli 2024. De rechtbank heeft in de hoofdzaak uitspraak gedaan op 4 juli 2024. De griffier heeft per e-mail van 6 oktober 2025 aan de raadsman verzocht het standpunt omtrent de ontnemingsvordering kenbaar te maken. Hierop is van de verdediging ondanks een rappel geen reactie van de verdediging gekomen.
De zaak is vervolgens op de openbare terechtzitting van 14 januari 2026 onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat bewijs voor het – na het produceren ook – verkopen van MDMA ontbreekt. Daarnaast wordt betwist dat veroordeelde beschikkingsmacht had over de heroïne. Er kan dan ook geen voordeel worden vastgesteld.

3.De beoordeling van de vordering

Bij vonnis van deze rechtbank van 4 juli 2024 is veroordeelde er zake van het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro A, B, C en D van de Opiumwet gegeven verbod en het opzettelijk handelen met een in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren.
Dat veroordeelde het bewezenverklaarde heeft begaan, blijkt uit de in dat vonnis gebezigde bewijsmiddelen. [1] De rechtbank ontleent aan de inhoud van die bewijsmiddelen het oordeel dat de veroordeelde voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft verkregen door middel van - kort gezegd - het medeplegen van de productie van en handel in harddrugs.
De grondslag voor de ontnemingsvordering is een veroordeling voor strafbare feiten. Voor de ontnemingsvordering betekent dit dat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden gelet op voordeel dat afkomstig is uit de strafbare feiten die veroordeelde heeft begaan en strafbare feiten waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door veroordeelde zijn begaan (artikel 36e, lid 2 Wetboek van Strafrecht).
De berekening van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel [2]
Ter berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten behoeve van de ontnemingsvordering is door de politie een berekening wederrechtelijk voordeel (hierna: het rapport) opgesteld. De politie heeft in het rapport per post aangegeven hoeveel voordeel veroordeelde zou hebben genoten. De rechtbank neemt het rapport als uitgangspunt en zal per post (/partij verdovende middelen) beoordelen of veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen.
In het rapport zijn 5 posten beschreven waaruit veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel zou hebben verkregen:
  • (3.1) vier partijen MDMA (34 kg, 25 kg, 15,882 kg en 56,312 kg) geproduceerd vanaf de [adres] en
  • (3.2) het verhandelen van 5 kg heroïne.
De rechtbank zal de afzonderlijke posten waarop het voordeel is berekend hierna achtereenvolgens bespreken aan de hand van genoemd kader.
3.1
MDMA (productielocatie [adres] )
In de strafzaak is bewezen verklaard dat veroordeelde als medepleger betrokken is geweest bij – onder meer – de productie van MDMA op de productielocatie [adres] . [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] waren werkzaam in het lab in Didam, waarvan [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 3] de organisatoren waren.
Tevens is door de rechtbank vastgesteld dat [veroordeelde] gebruik maakte van het Threema-account ‘ [alias] ’ en dat hij ‘ [alias] ’ en ‘ [alias] ’ werd genoemd. Daarnaast is vastgesteld dat [medeveroordeelde 1] de gebruiker was van het Excluu-account ‘ [alias] ’ ( [accountnaam] ), [medeveroordeelde 2] de gebruiker van het Exclu-account ‘ [alias] ’ ( [accountnaam] ) en [medeveroordeelde 3] de gebruiker van de Exclu-accounts ‘ [alias] ’ ( [accountnaam] ) en ‘ [alias] ’ ( [accountnaam] ).
De onderzoeksperiode voor deze voordeelberekening is in lijn met de strafzaak bepaald op 1 september 2022 tot en met 10 januari 2023.
1.
Er is 34 kg uitgekomen (21-11-2022) = 34 kg
[medeveroordeelde 3] laat op 19 november 2022 in een chatgesprek via account [alias] aan de gebruiker van het account [accountnaam] (niet geïdentificeerd in onderzoek Picture) weten: ‘gewicht krijg je nog door’, ‘morgen weet ik gewicht’ en ‘ligt te drogen’.Op 21 november 2022 geeft [medeveroordeelde 2] via het account [alias] door aan [medeveroordeelde 3] ( [alias] ): ‘Er was 34 uitgekomen’ en ‘Bier heeft net gebeld’.
Hoewel uit deze berichten in verband met daaropvolgende berichten afgeleid kan worden dat de organisatie van [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 3] in deze periode 34 kg MDMA heeft geproduceerd, kan de rechtbank op basis van deze berichten niet vaststellen dat dit op de productielocatie [adres] te Didam is gebeurd. De rechtbank ziet daarom, en nu zijn betrokkenheid ook verder niet kan worden vastgesteld, onvoldoende aanwijzingen dat [veroordeelde] bij deze productie betrokken is geweest. De rechtbank acht het daarom niet aannemelijk geworden dat hij hieruit voordeel heeft verkregen.
25 M kun je pakken bij Chemelot (22-11-2022) = 25 kg
Uit de chatberichten die in het rapport zijn opgenomen (p. 738) volgt dat [veroordeelde] ( [alias] ) aan [medeveroordeelde 1] ( [alias] ) vraagt ‘Heb je 25 mooie m’. [medeveroordeelde 1] ( [alias] ) reageert daarop met ‘Kun je bij chemelot pakken’. Uit deze berichten volgt slechts dat [veroordeelde] om ‘M’ (vermoedelijk MDMA) vraagt en daaruit blijkt niet zonder meer dat hij deze daadwerkelijk heeft gepakt, noch dat dit in een transactie heeft geresulteerd. Ook valt deze hoeveelheid niet te linken aan de productielocatie in Didam. De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat [veroordeelde] hieruit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
19 kg nat in emmers (7-12-2022) > omgerekend naar droog = 15,882 kg [3]
[medeveroordeelde 1] heeft met het account [alias] via Threema een gesprek gehad met de gebruiker van het account [alias] ( [veroordeelde] ): [4]
7-12-2022 07:53:21
[alias]
Gm maat
(…)
7-12-2022 07:54:18
[alias]
Bijna alleen maar poeier
(…)
7-12-2022 07:54:43
[alias]
Okay ja beter met de rest weg doen
7-12-2022 07:55:08
[alias]
Ja zal drogen gooien
7-12-2022 07:55:24
[alias]
Maar zou ook ff testen voor je weg doet
(…)
7-12-2022 07:55:53
[alias]
Hoeveel zou t zijn
7-12-2022 07:59:08
Dan weten jullie ook wat je te wachten staat
7-12-2022 07:59:17
[alias]
19kg nat in emmers
7-12-2022 07:59:20
[alias]
Allemaal poeder
(…)
7-12-2022 07:593
[alias]
Kkzooi
7-12-2022 07:59:4
[alias]
Scheelt dat veel weg kunne tikken
De rechtbank leidt hieruit af dat [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] elkaar op 7 december 2022 berichten stuurden, waaruit kan worden afgeleid dat een hoeveelheid van in totaal ongeveer 19 kg vermoedelijk MDMA “nat in emmers” zat en nog moest drogen, wat, als daarvoor nog 2 x 0,5 kilo gewicht van 2 emmers wordt afgehaald netto resulteert in tenminste 18 kilo “natte MDMA”. Het rapport vermeld dat 18 kg natte MDMA omgerekend minimaal 15,882 kg droge MDMA (170/150 x18 kg nat) oplevert (p. 290-291). Gelet op de inhoud van het gesprek vindt de rechtbank aannemelijk dat dit om een eigen productie gaat vanuit de organisatie van [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 3] , voor wie [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] in de uitvoering werkten in het lab in Didam.
4.
Er is 53 uitgekomen en vrijdag draaien (9-12-2022) > omgerekend = 56,312 kg [5]
Op 6 december 2022 hebben [alias] ( [medeveroordeelde 1] ) en [alias] ( [veroordeelde] ) via Threema een gesprek waarbij [alias] vraagt of er nog wat is uitgekomen en [alias] aangeeft ‘53 bij elkaar’ en dat hij ‘vrijdag pas kan draaien’. [6]
De rechtbank vindt het gezien de context van het gesprek aannemelijk dat het gaat om de omzetting van 53 liter PMK naar MDMA. Het rapport vermeldt dat na het afdraaien de MDMA kan kristalliseren in een vriezer, waarna het wordt gedroogd. Daarom is het aannemelijk dat de nog te draaien 53 liter een andere is dan de eerdergenoemde natte 19 kilo die al lag te drogen.
Op 10 december 2022 kreeg [accountnaam] ( [medeveroordeelde 2] ) de vraag van [accountnaam] of het mogelijk was dat nog 10k van 300 geslagen werd. Hierop gaf [accountnaam] ( [medeveroordeelde 2] ) aan dat dit wel ging lukken en de m ligt te drogen. De prijs van M zat ‘op 16 en 15 op aantallen’.
Op 12 december 2022 vroeg [accountnaam] ( [medeveroordeelde 2] ) aan [accountnaam] welke stempel en kleur en gaf hij aan dat hij ze morgen kon maken. Hierop werd door [accountnaam] 320 (MB) Mybrand oranje doorgegeven. Ook vroeg [accountnaam] of hij er 500g steen/m bij kon doen. Later stuurde [accountnaam] ( [medeveroordeelde 2] ) dat het woensdagochtend klaar zou zijn.
Op 13 december 2022 werd tussen [accountnaam] ( [medeveroordeelde 2] ) en [accountnaam] voor de volgende dag een afspraak gemaakt bij de tiptopcarwash aan [adres] . Er werd “15" afgesproken. Gezien de context van het gesprek gaat de rechtbank ervan uit dat hiermee € 1.500,00 wordt bedoeld.
Op basis van een eerder verstuurd bericht van [accountnaam] ( [medeveroordeelde 3] ) aan 38094 op 21 november 2022 waarin hij stuurt ‘er is 34kg uit gekomen mama’ (…) ‘uit 31 lit’ wordt gesteld dat met de geproduceerde 53 (liter), die op vrijdag 9 december 2022 kon worden gedraaid en waarover [alias] ( [medeveroordeelde 1] ) het tegen [alias] ( [veroordeelde] ) had, omgerekend/geschat 56,312 kilogram MDMA kon worden geproduceerd.
Gezien het vorenstaande vindt de rechtbank aannemelijk dat de partij van 53 (liter) door [medeveroordeelde 1] omgezet werd naar MDMA, waarna [medeveroordeelde 2] regelde dat (een deel) werd verwerkt tot xtc-pillen. Gelet op de inhoud van het gesprek vindt de rechtbank aannemelijk dat dit om een eigen productie gaat vanuit de organisatie van [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 3] , voor wie [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] in de uitvoering werkten in het lab in Didam.
Nu de hiervoor genoemde geproduceerde hoeveelheden MDMA, waarover in de chats werd gesproken, niet zijn aangetroffen op de productielocatie, acht de rechtbank het aannemelijk dat deze in de tussenliggende periode reeds zijn verhandeld. Het doel van de productie van dergelijke hoeveelheden verdovende middelen is immers het te gelde maken daarvan, terwijl eigen gebruik in dit verband onaannemelijk is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat aan het voorhanden hebben van het geproduceerde eindproduct aanzienlijke risico’s zijn verbonden, zoals verlies, diefstal en inbeslagname, hetgeen de aannemelijkheid vergroot dat het eindproduct zo spoedig mogelijk na productie op de markt is gebracht.
Opbrengst
Voor wat betreft de opbrengsten neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
[veroordeelde] heeft voordeel genoten uit productie 3 en 4. Daaruit is in totaal 72,194 kg (15,882 kg + 56,312 kg) MDMA gekomen.
Het rapport gaat in het voordeel van veroordeelde uit van een verkoopprijs die is gebaseerd op de verstuurde berichten van medeveroordeelde [medeveroordeelde 2] , die op 10 december 2022 aangaf dat de prijs voor ‘steen’ op “15” (de rechtbank begrijpt dat hiermee € 1.500,00 wordt bedoeld) zat. De inschatting van de prijs van MDMA-kristallen volgens het drugsprijzenoverzicht van 2022 hoger ligt namelijk aanzienlijk hoger, op € 2.300,00 per kg.
Derhalve komt de totale opbrengst uit op 72,194 x € 1.500,00 = € 108.291,00.
Kosten
Voor wat betreft de kosten neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Kostensoort
Prijs
Conversie: ethylester van PMK-glicidezuur naar PMK (2,0833 x € 209)
€ 435,41
Conversie: overige kosten (€ 24 + € 2,4) x 2,0833)
€ 55,00
Synthese en Kristallisatie PMK naar MDMA
€ 190,04
Hardware
€ 20,72 +
Kosten per liter PMK
€ 701,17
Omrekenfactor
1,2 /
Kosten per kg MDMA
€ 584,31
De productiekosten voor grondstof en hardware per geproduceerde kilogram MDMA komen volgens het rapport uit op € 584,31 per kilogram, dus in totaal € 42.183,68 (72,194 kg x € 584,31).
Er is geen rekening gehouden met loonkosten, omdat uit het onderzoek volgt dat een groot deel van de productie in eigen beheer werd gedaan met gebruikmaking van een eigen laborant die meedeelde in de eindopbrengst.
Daarnaast werd het pand aan de [adres] (op naam van [veroordeelde] ) gehuurd. Uit de huurovereenkomst volgt dat de huur per jaar € 3.504,00 bedroeg. De twee producties van samen 72,194 kilo vonden beiden plaats in dezelfde periode, begin december 2022 en daarvoor zal de gehuurde productielocatie, in het voordeel van veroordeelde ruim berekend, niet meer dan een maand van 31 dagen nodig zijn geweest. Dit leidt dan tot een kostenpost van € 297,60 (365 dagen x € 3.504,00/365 = € 9,60 per dag x 31 dagen) aan huurkosten.
Uit het onderzoek zijn geen aanwijzingen naar voren gekomen dat er naast deze kosten ook nog andere kosten zijn gemaakt.
De totale kosten komen daarmee uit op € 42.481,28 (€ 42.183,68 + € 297,60).
Het totaal wederrechtelijk verkregen bedraagt € 65.809,72 (€ 108.291,00 – 42.481,28).
Verdeling wederrechtelijk verkregen voordeel
Vastgesteld is dat [veroordeelde] , [medeveroordeelde 2] , [medeveroordeelde 3] en [medeveroordeelde 1] verantwoordelijk zijn voor de exploitatie van het drugslab aan de [adres] . Er zijn geen concrete aanwijzingen over hoe het wederrechtelijk verkregen voordeel tussen de veroordeelden werd verdeeld. De rechtbank zal het totale wederrechtelijk verkregen voordeel per veroordeelde daarom vaststellen op 25% van het totaalbedrag.
Op grond van voornoemde is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van
€ 16.452,43(€ 65.809,72 / 4).
3.2
Heroïne
In de strafzaak is bewezen verklaard dat [veroordeelde] in het bezit is geweest van heroïne in de periode april tot juni 2020.
Het wederrechtelijk voordeel van veroordeelde is door de politie berekend voor de verkoop van heroïne. De transacties die door de politie zijn meegenomen in het bepalen van het voordeel door de verkoop zijn in de hoofdzaak niet meegenomen. Dat betekent dat het hier om zogenaamde ‘andere strafbare feiten’ gaat. De rechtbank zal daarom, alvorens het voordeel te schatten, eerst moeten vaststellen of er ‘voldoende aanwijzingen’ zijn dat veroordeelde deze andere strafbare feiten heeft begaan. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is er alleen sprake van ‘voldoende aanwijzingen’ als de rechter buiten redelijke twijfel kan vaststellen dat die andere strafbare feiten door veroordeelde zijn begaan. Zij baseert zich daarbij op de volgende bewijsmiddelen
[veroordeelde] heeft met account [accountnaam] via Encrochat een gesprek gehad met de gebruiker van het account [accountnaam] . [veroordeelde] ( [accountnaam] ) stuurt de volgende berichten [7] :
2020-04-07 20:03:46
[accountnaam]
Ice kan hij me geld terug verdienen
2020-04-07 21:01:00
[accountnaam]
Het zit zo ik krijg geld van hem! Maar opzich altijd goeie klant geweest
2020-04-07 21:01:18
[accountnaam]
Maar nu heb hij dus nog dit
2020-04-07 21:01:40
[accountnaam]
Als ik t kan ruilen kanndie gewoon blijven werken
2020-04-07 21:01:48
[accountnaam]
en mij snel betalen
[veroordeelde] heeft met account [accountnaam] via Encrochat een gesprek gehad met de gebruiker van het account Happyslipper. [veroordeelde] ( [accountnaam] ) stuurt op 9 april 2020: ‘Okay ja want ik heb nu 5 kg bruin liggen die ik aan t verkopen ben maar heb 7kg ice nodig’. [8]
[veroordeelde] heeft met account [accountnaam] via Encrochat een gesprek gehad met de gebruiker van het account [accountnaam] : [9]
2020-04-10 09:09:11
[accountnaam]
Hee maat
2020-04-10 09:09:12
[accountnaam]
Hee maat
2020-04-10 09:09:37
[accountnaam]
Heh jij in jou netwerk mensen die bruin kopen
2020-04-10 09:58:48
[accountnaam]
Ga ik vragen voor je
je
2020-04-10 10:13:18
[accountnaam]
Ga ik vragen voor Je
2020-04-10 14:04:55
[accountnaam]
Ja heb je foto
2020-04-10 14:17:09
[accountnaam]
[afbeelding]
2020-04-10 14:17:12
[accountnaam]
[afbeelding]
2020-04-10 14:35:35
[accountnaam]
Halve kilo blokken ?
2020-04-10 14:35:43
[accountnaam]
Yes
2020-04-10 14:35:53
[accountnaam]
Heb laten roken is top
2020-04-10 14:36:39
[accountnaam]
[afbeelding]
2020-04-10 14:38:17
[accountnaam]
Kosten
2020-04-10 14:38:27
[accountnaam]
Ik stuut prijs zo door
2020-04-10 14:38:37
[accountnaam]
Dan kan je zo regelen met die jomhen
2020-04-10 14:47:16
[accountnaam]
Heb er 5
2020-04-10 14:38:38
[accountnaam]
Is voor 1/ of
2020-04-10 14:48:04
[accountnaam]
Allemaal
2020-04-10 15:51:24
[accountnaam]
7500 ps
(…)
2020-04-16 14:46:59
[accountnaam]
Kan je 5 gram mee nemen na daan ?
(…)
2020-04-16 14:48:07
[accountnaam]
Minimaal 3
(…)
2020-04-16 14:48:44
[accountnaam]
Okat
2020-04-16 14:48:46
[accountnaam]
Ik neem mee
[veroordeelde] heeft met account [accountnaam] via Encrochat in dezelfde periode een gesprek gehad met [medeveroordeelde 3] , via account [accountnaam] . Op 10 april 2020 vraagt [accountnaam] of [accountnaam] mensen kent die 'bruin' (mogelijk heroïne) kopen. [accountnaam] reageert met 'Goeie?' 'Prijs?'. [accountnaam] bevestigd met 'Ja goeie'. Op 16 april 2020 stuurt [accountnaam] dat hij misschien de 'bruin' van [accountnaam] kwijt kan. [accountnaam] vraagt hoeveel [accountnaam] er voor wil hebben, want 'zij' kopen zelf voor '7500' (mogelijk € 7.500,00 per kilo). [accountnaam] stuurt '35 k' (waarschijnlijk € 35.000,00) voor wat er ligt en stuurt hierna een afbeelding waarop waarschijnlijk (de) drugs te zien is. [10]
Op 18 april 2020 stuurt [veroordeelde] ( [accountnaam] ) aan de gebruiker van het account [accountnaam] : ‘Maar maat heb je toevallig 1 imand die een kg bruin kan pakken heb er nog 1’. [11] De rechtbank leidt hieruit af dat er kennelijk van de eerdere vijf kilo nog maar één kilo over is.
Uit de inhoud van de chatberichten leidt de rechtbank af dat [veroordeelde] kennelijk een vordering had op een derde ter hoogte van € 35.000,00 en dat ter aflossing van (een deel van) deze schuld een hoeveelheid heroïne met een daarmee overeenkomende waarde aan [veroordeelde] is verstrekt. Voorts volgt uit deze chatberichten dat [veroordeelde] in de periode van 28 maart 2020 tot en met mei 2020 de beschikking had over vijf stuks ‘bruin’ (heroïne), die hij aan verschillende contacten te koop aanbood voor bedragen variërend tussen € 7.000,00 en € 8.000,00 per kilo, waarbij ook ruilen tegen ‘ice’ (crystal meth) werd besproken. Deze ruilconstructie tegen ‘ice’ had tot doel dat de schuldenaar kon blijven werken en aldus zijn schuld af kon lossen. Op 18 april 2020 beschikte [veroordeelde] kennelijk nog maar over één kilo heroïne.
De rechtbank is gelet op de chatberichten van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de door [veroordeelde] ontvangen heroïne strekte tot (gedeeltelijke) aflossing van een opgebouwde schuld die haar oorsprong vond in de drugshandel. Het verweer van de verdediging dat [veroordeelde] geen beschikkingsmacht had wordt verworpen, nu uit de door hem verstuurde berichten zoals “ik heb nu 5 kg bruin liggen die ik aan t verkopen ben”, “heb laten roken aan 2 junks” en het bericht dat hij een paar gram kan meenemen voor [accountnaam] , volgt dat hij de deze heroïne daadwerkelijk in zijn bezit had en daarover beschikkingsmacht had. De vijf stuks heroïne zijn vervolgens daadwerkelijk door [veroordeelde] verkocht tegen ten minste € 7.000,00 per stuk en omgezet in verkoopwinst dat als wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden beschouwd uit de handel in heroïne.
Er zijn geen inkoopkosten of andere kosten bekend geworden die hierop in mindering zouden kunnen worden gebracht.
Op grond van voornoemde is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van
€ 35.000,00.
3.3
Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel
Al het voorgaande brengt met zich mee dat de rechtbank van oordeel is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van
€ 51.452,43(€ 16.452,43 + € 35.000,00) en zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat
Duur gijzeling
Ingevolge artikel 36e, elfde lid, Sr zal de rechtbank de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd, vaststellen. De rechtbank hanteert bij de berekening van de duur het meest recente LOVS-oriëntatiepunt, inhoudende dat voor iedere volle € 100,00 van het opgelegde bedrag één dag gijzeling wordt gerekend.

4.De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5.De beslissing

De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van
€ 51.452,43;
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;
- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering op 514 dagen.
Aldus gegeven door mr. M.A. van Leeuwen (voorzitter), T.P.E.E. van Groeningen en mr. A. Bonder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M. van der Velden, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 februari 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ONRAA22047 (Picture), gesloten op 3 oktober 2023, en in de bijbehorende in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld.
2.Het bewijs van het voordeel dat is verkregen, is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ONRAA22047 (Picture), gesloten op 3 oktober 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, alsmede in het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict’ opgemaakt door een rechercheur van de politie Eenheid Oost-Nederland/Team Opsporing, gesloten op 4 maart 2025 met bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier dan wel, met de vermelding “(ontnemingsdossier)” naar die van het Rapport berekening wederrechtelijk voordeel, tenzij anders vermeld.
3.Proces-verbaal van bevindingen PV 1515, p. 284-294 (ontnemingsdossier).
4.Proces-verbaal van bevindingen PV 1253, p. 306-308 (ontnemingsdossier).
5.Proces-verbaal van bevindingen PV 1515, p. 284-294 (ontnemingsdossier).
6.Proces-verbaal van bevindingen PV 1253, p. 305 (ontnemingsdossier).
7.PV 1506 Analyse chatberichten (Encrochat en Sky) [veroordeelde] i.v.m. berekening wederrechtelijk verkregen voordeel p. 333-334 (ontnemingsdossier).
8.PV 1506 Analyse chatberichten (Encrochat en Sky) [veroordeelde] i.v.m. berekening wederrechtelijk verkregen voordeel , p. 330 (ontnemingsdossier).
9.PV 1506 Analyse chatberichten (Encrochat en Sky) [veroordeelde] i.v.m. berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 249-253 (ontnemingsdossier).
10.Proces-verbaal zaaksdossier 8 p. 6607-6608; Proces-verbaal van bevindingen JM 46, p. 6680 e.v. (map 8).
11.PV 1506 Analyse chatberichten (Encrochat en Sky) [veroordeelde] i.v.m. berekening wederrechtelijk verkregen voordeel p. 333-334 (ontnemingsdossier).