ECLI:NL:RBGEL:2026:146

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
133498-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38v SrArt. 47 SrArt. 63 SrArt. 77a SrArt. 77g Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Minderjarige veroordeeld voor medeplegen gewapende woningoverval met geweld en bedreiging

Op 4 januari 2024 vond een gewapende woningoverval plaats waarbij vier overvallers, waaronder de minderjarige verdachte, de bewoners met geweld en bedreiging overvallen. Verdachte liep voorop, sloeg een raam in en betrad als eerste de woning. De slachtoffers werden bedreigd met een vuurwapen, vastgebonden en opgesloten in de kluisruimte. Diverse waardevolle goederen werden gestolen en telefoons vernield om hulp te voorkomen.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleegde aan diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door meerdere personen, met braak en inklimming. Verdachte werd verminderd toerekeningsvatbaar verklaard vanwege een licht verstandelijke beperking en ernstige gedragsstoornis. Het jeugdstrafrecht werd toegepast.

De officier van justitie eiste 16 maanden jeugddetentie en een PIJ-maatregel, maar de rechtbank zag af van een nieuwe PIJ-maatregel omdat er al een lopende maatregel is. Wel werd een contactverbod opgelegd voor drie jaar met vervangende jeugddetentie bij overtreding. De rechtbank legde 16 maanden onvoorwaardelijke jeugddetentie op, met aftrek van voorarrest, en wees het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis af.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 16 maanden onvoorwaardelijke jeugddetentie en een contactverbod van drie jaar, afzien van nieuwe PIJ-maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/133498-24
Datum uitspraak : 7 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2006 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres 1], [postcode] [woonplaats],
op dit moment gedetineerd in het Justitieel Complex [verblijfplaats] in [plaats 1].
Raadsvrouw: mr. M.J. van de Laar, advocaat in Eindhoven.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen achter gesloten deuren.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 januari 2024 te [plaats 2], althans in Nederland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft weggenomen sieraden en/of horloges en/of zonnebrillen en/of kleding en/of schoenen en/of tassen en/of geld en/of een playstation en/of airpods en/of een of meer andere goederen die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachten toebehoorden, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer horloges en/of sieraden en/of zonnebrillen en/of kleding en/of schoenen en/of tassen en/of geld en/of een playstation en/of airpods en/of een of meer andere goederen die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toebehoorde(n), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachten, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het
- zich onverhoeds via een kapotgeslagen ruit de toegang tot die woning verschaffen en met gezichtsbedekkende kleding en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tegemoet treden en/of
- dreigend aan/op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tonen en/of richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of
- vastpakken en/of naar de grond brengen/duwen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of dwingen/sommeren (op hun buik) op de grond te gaan/blijven liggen en/of
- dwingen/sommeren van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] oogcontact te vermijden en/of voor zich uit te kijken en/of
- onder bedreiging van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp , die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dwingen/sommeren naar de kluisruimte in de kelder en/of de in de slaapkamer gesitueerde kluis te lopen en/of die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] daarbij vast te pakken en/of te duwen en/of
- een of meermalen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toevoegen: 'waar is de kluis’ en/of “wat is de code” en/of “als je nu het wachtwoord niet geeft dan gebeurt er wat, dan schiet ik je in je been’ en/of ‘als je niet mee werkt maken we je af’ en/of “dan schieten we je in je hoofd “ en/of “moet ik je door je kankerkop schieten” en/of “moet ik een gaatje maken” en/of “je moet je mond houden”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- op dreigende toon in aanwezigheid van die [slachtoffer 1] onderling tegen elkaar zeggen: “heb je hem geen schot in het been gegeven’ en/of “waarom heb je hem nog niet geschoten’’ en/of “hij gaat mee, hij gaat mee”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- overhalen van de haan van een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, terwijl dat vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] wordt gehouden/gezet en/of
- slaan (met de hand/vuist) in het gezicht en/of op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of slaan met een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp danwel een ander hard voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of
- vastbinden van de handen en/of enkels van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
- over de grond slepen van die [slachtoffer 2] terwijl zij vastgebonden is en/of
- met een dreigende houding in de directe nabijheid van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te blijven en/of aldus toezicht op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te houden terwijl de woning door een of meer medeverdachten doorzocht werd en/of
- in de kluisruimte opsluiten van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] door het barricaderen van de deur van de kluisruimte, in welke ruimte die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (vastgebonden) op de grond liggen, en/of aldus beletten dat zij zich vrij konden bewegen in een richting die zij zelf wensten en/of
- vernielen/onbruikbaar maken van meerdere telefoons, althans gegevensdragers, teneinde te voorkomen dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hulp zouden inschakelen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat in de nacht van 3 op 4 januari 2024 een gewapende woningoverval heeft plaatsgevonden op de [adres 2] in [plaats 2]. Daarbij hebben vier overvallers de aanwezige bewoners met geweld en onder dreiging met geweld overvallen. Bij de overval zijn diverse waardevolle goederen buitgemaakt en vernield.
Verdachte heeft bekend deze woningoverval in [plaats 2] te hebben gepleegd. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
  • het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], p. 481-484;
  • het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2], p. 492-493, met bijlage p. 497-501;
  • het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 525;
  • het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangeefster [slachtoffer 2], p. 489;
  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 619-631;
  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 658, 660 en 684;
  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 632-693;
  • de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 4 december 2025.
Nadere overwegingen
De rechtbank concludeert mede op basis van de door de politie uitgekeken camerabeelden dat verdachte (door de politie aangeduid als NN1) een grote rol bij de woningoverval heeft gehad. Verdachte heeft met een hamer het raam van de woning ingeslagen, zodat hij en zijn mededaders de woning konden betreden. Verdachte liep daarbij voorop en stapte als eerste de woning binnen. Verdachte heeft samen met zijn mededaders goederen uit de woning verzameld en in tassen gestopt. Verdachte heeft uiteindelijk samen met de persoon aangeduid als NN2 een stok tegen de deur gezet, die de aangevers moest beletten om uit de ruimte van de kluis te komen. Gelet op deze gang van zaken was er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders, waardoor verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de woningoverval.
De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde in de vorm van het medeplegen van diefstal met geweld in de woning van aangevers. De rechtbank is anders dan de officier van justitie van oordeel dat ten aanzien van het horloge dat aangever [slachtoffer 1] droeg ook sprake was van diefstal met geweld, nu de overvallers het horloge uiteindelijk uit de handen van [slachtoffer 1] hebben gegrist. Ook ten aanzien van de overige goederen is sprake van diefstal met geweld omdat de overvallers deze goederen zelf wegnamen.
Bij dit alles was sprake van braak en inklimming, omdat de overvallers zich de toegang tot de woning hebben verschaft door met een hamer een ruit in te slaan en vervolgens via dit raam de woning te betreden. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het wegnemen van schoenen, omdat uit de verklaringen van aangevers niet is gebleken dat er schoenen zijn weggenomen.

3.De bewezenverklaring

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Bewezen kan worden dat:
hij op
of omstreeks4 januari 2024 te [plaats 2],
althans in Nederland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 2] tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen sieraden en
/ofhorloges en
/ofeenzonnebril
lenen
/ofkleding
en/of schoenenen
/oftassen en
/ofgeld en
/ofeen Playstation en
/ofairpods en
/ofeen of meer andere goederen die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2],
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachtentoebehoorden, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft
en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebrachtdoor middel van braak en
/ofinklimming, welke diefstal werd voorafgegaan
envergezeld
en/of gevolgdvan geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden,gemakkelijk te maken en
/ofom bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en
/ofbedreiging met geweld bestond(en) uit het
- zich onverhoeds via een kapotgeslagen ruit de toegang tot die woning verschaffen en met gezichtsbedekkende kleding en
/ofeen vuurwapen,
althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] tegemoet treden en
/of
- dreigend aan/op die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] tonen en
/ofrichten van een vuurwapen
, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerpen
/of
- vastpakken en
/ofnaar de grond brengen/duwen van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] en
/ofdwingen/sommeren (op hun buik) op de grond te gaan/blijven liggen en
/of
- dwingen/sommeren van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] oogcontact te vermijden en
/ofvoor zich uit te kijken en
/of
- onder bedreiging van een vuurwapen,
althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ,die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] dwingen/sommeren naar de kluisruimte in de kelder en
/ofde in de slaapkamer gesitueerde kluis te lopen en
/ofdie [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] daarbij vast te pakken en/of te duwen en
/of
- een of meermalen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toevoegen: “waar is de kluis” en
/of“wat is de code” en
/of“als je nu het wachtwoord niet geeft dan gebeurt er wat, dan schiet ik je in je been’ en
/of‘als je niet mee werkt maken we je af’ en
/of“dan schieten we je in je hoofd” en
/of“moet ik je door je kankerkop schieten” en
/of“moet ik een gaatje maken” en
/of“je moet je mond houden”,
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekkingen
/of
- op dreigende toon in aanwezigheid van die [slachtoffer 1] onderling tegen elkaar zeggen: “heb je hem geen schot in het been gegeven’ en
/of“waarom heb je hem nog niet geschoten’’ en
/of“hij gaat mee, hij gaat mee”,
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekkingen
/of
- overhalen van de haan van een vuurwapen,
althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp,terwijl dat vuurwapen,
althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] wordt gehouden/gezet en
/of
- slaan
(met de hand/vuist)in het gezicht en
/ofop het lichaam van die [slachtoffer 1] en
/ofslaan met een vuurwapen,
althans een daarop gelijkend voorwerp danwel een ander hard voorwerpop/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en
/of
- vastbinden van de handen en
/ofenkels van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] en
/of
- over de grond slepen van die [slachtoffer 2] terwijl zij vastgebonden is en
/of
- met een dreigende houding in de directe nabijheid van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] te blijven en
/ofaldus toezicht op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te houden terwijl de woning door
een of meermedeverdachten doorzocht werd en
/of
- in de kluisruimte opsluiten van die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] door het barricaderen van de deur van de kluisruimte, in welke ruimte die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] (vastgebonden) op de grond liggen, en
/ofaldus beletten dat zij zich vrij konden bewegen in een richting die zij zelf wensten en
/of
- vernielen/onbruikbaar maken van meerdere telefoons, althans gegevensdragers, teneinde te voorkomen dat die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] hulp zouden inschakelen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en de bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming en het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, meermalen gepleegd

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is strafbaar.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van 16 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. Daarnaast heeft zij oplegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) geëist. Ook heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een vrijheidsbenemende maatregel ex. art. 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt opgelegd voor de duur van drie jaren, inhoudende een contactverbod met de medeverdachten. De officier van justitie heeft gevorderd dat vervangende hechtenis van twee weken met een maximum van zes maanden wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet, en dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat de rechtbank volstaat met het opleggen van jeugddetentie gelijk aan het voorarrest. De raadsvrouw heeft betoogd dat het opleggen van jeugddetentie langer dan het voorarrest niet passend is, omdat artikel 63 Sr Pro van toepassing is. Een jeugddetentie van een langere duur is om die reden niet passend gelet op de maximale jeugddetentie en de jurisprudentie. De raadsvrouw wijst erop dat verdachte een extra zwaar voorarrest heeft doorgemaakt, omdat hij tot juni 2025 niet in de voor hem juiste setting verbleef. De raadsvrouw heeft de rechtbank gevraagd af te zien van het opleggen van een nieuwe PIJ-maatregel. Hoewel verdachte begeleiding en behandeling nodig heeft en wil, heeft hij recentelijk nog een PIJ-maatregel opgelegd gekregen door de rechtbank Midden-Nederland. Verder lag er nog een PIJ-maatregel van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Bij het ondergaan van deze PIJ-maatregel(en) wordt het gehele delictgedrag besproken, zodat ook het onderhavige feit zal worden meegenomen. De raadsvrouw is het met de officier van justitie eens dat de art. 38v-maatregel dient te worden opgelegd, nu contact tussen verdachte en de medeverdachten niet gewenst is.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf en/of maatregel die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dat is begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
  • het uittreksel Justitiële Documentatie van 2 december 2025 (het strafblad);
  • het psychologisch onderzoek Pro Justitia van 28 maart 2025 opgesteld door drs. H. Schoenmaker, GZ-psycholoog;
  • het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 29 maart 2025, opgesteld door dr. H.M. van der Most van Spijk, forensisch jeugdpsychiater;
  • het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 31 oktober 2025, en
  • het advies van Reclassering Nederland van 5 november 2025.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
De ernst van het feit
Verdachte heeft samen met zijn mededaders een gewapende woningoverval gepleegd die in het begin van de nacht plaatsvond. Bij het binnendringen van de woning, gedroeg verdachte zich als de leider van de groep. Hij liep voorop door de tuin, sloeg met een hamer een raam in en ging als eerste de woning in. Beide slachtoffers zijn vervolgens onder meer bedreigd met een vuurwapen en vastgebonden. Het was duidelijk dat verdachte en zijn mededaders voor de kluis in de kelder kwamen. Toen het hen niet lukte deze te openen, werd het Rolex horloge van het mannelijke slachtoffer afgepakt en werd de woning overhoop gehaald waarbij meerdere waardevolle spullen werden weggenomen. Het mannelijke slachtoffer is ook met een vuurwapen geslagen en bedreigd. Ten slotte zijn de slachtoffers op het moment dat de overvallers besloten te vertrekken, in hun eigen kluisruimte vastgebonden op de grond gelegd waarbij de deur is gebarricadeerd. Telefoons en een tablet zijn door de overvallers vernield om te verhinderen dat de slachtoffers hulp konden inschakelen.
Verdachte heeft ervoor gezorgd dat de slachtoffers in een enorm beangstigende situatie terecht zijn gekomen. Dat terwijl hun huis juist een plek is waar zij zich veilig zouden moeten voelen. Verdachte heeft geen enkel respect getoond voor andermans eigendommen en heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Dat de woning van de slachtoffers kennelijk specifiek is gekozen door de overvallers, omdat zij wisten dat er goederen van waarde in huis zouden zijn, maakt het feit des te meer intimiderend. Ook is het een toevallig geluk geweest dat het zoontje van de slachtoffers niet in de woning aanwezig was. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geen rekening heeft gehouden met de gevolgen van zijn handelen.
Strafblad
Uit het strafblad van verdachte volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor verschillende strafbare feiten, waaronder een overval op een winkel. Dit heeft hem er niet van weerhouden onderhavig feit te plegen. Ook is gebleken dat verdachte op 11 november 2025 is veroordeeld voor het veroorzaken van een ontploffing bij een woning in september 2024. Aan verdachte is toen een jeugddetentie en PIJ-maatregel voor de duur van 3 jaren opgelegd. Dit vonnis is onherroepelijk geworden. Gelet hierop is artikel 63 Sr Pro van toepassing.
De persoon van de verdachte
Verdachte is door een psycholoog en psychiater onderzocht. De Raad voor de Kinderbescherming heeft niet met verdachte gesproken, maar heeft zich op basis van de rapporten geschaard achter het advies van deze deskundigen. Ook de reclassering onderschrijft dat advies.
De deskundigen hebben gerapporteerd dat verdachte licht verstandelijk beperkt is, met een achterstand in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling, waarbij sprake is van een ernstige normoverschrijdende gedragsstoornis die de afgelopen jaren ernstiger is geworden. Er is sprake van disfunctioneren op alle levensterreinen. Zonder behandeling en beveiliging wordt de kans op recidive als (zeer) hoog ingeschat. Gelet hierop is langdurige intensieve behandeling geïndiceerd. Een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel is de laatste kans voor verdachte om beter in de maatschappij terecht te komen.
Door de deskundigen is gerapporteerd dat bij de gepleegde strafbare feiten het gebrek aan probleemoplossende vaardigheden, samen met de licht verstandelijke beperking en de achterstand in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling, een rol hebben gespeeld, en verdachte maar zeer beperkt de mogelijkheid ervaarde om ‘nee’ te zeggen. Daarom wordt geadviseerd om hem het onderhavige feit verminderd toe te rekenen. Gelet op de aard van het feit en de persoon van de verdachte, zal de rechtbank deze conclusie overnemen en verdachte verminderd toerekeningsvatbaar verklaren.
Toepassing jeugdstrafrecht
Verdachte was ten tijde van het strafbare feit minderjarig. Het uitgangspunt is om dan het jeugdstrafrecht toe te passen. De deskundigen adviseren dit ook. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten om van dit uitgangspunt af te wijken.
Strafoplegging
Op 11 november 2025 is door de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis een PIJ-maatregel aan verdachte opgelegd. Dit vonnis is onherroepelijk geworden en daarom gaat die PIJ-maatregel op voorzienbare termijn worden uitgevoerd. De rechtbank gaat ervan uit dat bij de tenuitvoerlegging daarvan de problematiek die ten grondslag ligt aan het onderhavig delict ook wordt besproken en behandeld, inclusief het doorlopen van een delictscenario-analyse van het onderhavige delict. Oplegging van een nieuwe PIJ-maatregel is om die reden niet meer in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte, ook al is aan de overige voorwaarden voor een (verlengbare) PIJ-maatregel zoals bedoeld in de artikelen 77s eerste lid Sr en 6:6:31 derde lid Sv voldaan. Dit gelet op de vastgestelde stoornis en het hoge risico op hernieuwd gewelddadig delictgedrag zoals bewezen verklaard. Het opnieuw opleggen zou in feite ‘dubbelop’ zijn met als enige verschil een ingangsdatum van de termijn van de PIJ-maatregel een paar maanden later dan die van de PIJ-maatregel die er nu al ligt. De rechtbank ziet dan ook geen reden om weer een PIJ-maatregel aan verdachte op te leggen.
De rechtbank is van oordeel dat in dit geval het opleggen van een straf wel passend en geboden is. De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) jeugd geeft als oriëntatiepunt voor een woningoverval ‘vanaf 6 maanden jeugddetentie’. Strafverzwarende omstandigheden die daarbij worden genoemd die in dit geval aan de orde zijn, zijn fysiek geweld, letsel, bedreiging met een wapen en het georganiseerde karakter van de groep. In dit geval is sprake geweest van een gewelddadige overval, waarbij de overvallers (waaronder verdachte) berekenend en georganiseerd te werk zijn gegaan. Het doel was de kluis in de woning leeg te halen, waarbij men met bivakmutsen en meerdere wapens de woning is binnengedrongen. Ondanks het feit dat de overvallers er niet in zijn geslaagd de kluis te openen, is er sprake van een kostbare buit die door de overvallers is meegenomen. Naast het voorgaande weegt de rechtbank verder in strafverzwarende zin mee dat sprake is van recidive, nu verdachte onherroepelijk is veroordeeld voor een overval op een winkel. Gelet op alles wat hiervoor is overwogen, zal de rechtbank aan verdachte opleggen een jeugddetentie voor de duur van 16 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank merkt daarbij op dat dit niet betekent dat verdachte zijn straf ‘kaal uitzit’, nu ook jeugddetentie een pedagogisch karakter heeft en behandeling bij binnenkomst in de jeugdinrichting in het groepsgebonden behandelklimaat aldaar, al direct van start gaat. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat verdachte spoedig na het onherroepelijk worden van dit vonnis door de Dienst Individuele Zaken (DIZ) van het Ministerie van Justitie, (hoofd)verantwoordelijk voor de plaatsing van gedetineerden, zal worden geplaatst in een jeugdinrichting vanuit zijn huidige (volwassen) detentiesetting.
Het verzoek van de raadsvrouw om de voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen of te schorsen, zal vanwege het bovenstaande worden afgewezen.
Artikel 38v Sr
Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte voor de duur van 3 jaren geen contact mag hebben met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Verdachte verkeert, gelet op zijn strafblad en het type delicten dat hij heeft gepleegd, al langere tijd in een crimineel circuit. De rechtbank acht het van belang dat hij niet langer contact heeft met de mensen uit dit netwerk.
De rechtbank zal daarbij bevelen dat vervangende jeugddetentie wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet. Deze jeugddetentie bedraagt twee weken per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
Omdat er, gelet op het (zeer) hoge recidiverisico, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zal de rechtbank bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Verdachte heeft ondanks zijn jonge leeftijd een uitgebreid strafblad en heeft ter terechtzitting zelf aangegeven dat als hij onbehandeld weer naar ‘buiten’ zou gaan, hij opnieuw de fout in zal gaan.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 38v, 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77we en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van
16 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
 legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende een contactverbod, namelijk dat verdachte gedurende drie jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met medeverdachten:
o [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2003 te Curaçao;
o [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2005 te [plaats 3] (Egypte);
 beveelt dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende jeugddetentie bedraagt ten hoogste twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op;
 beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
 wijst af het verzoek tot opheffing en schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Rietveld (voorzitter en kinderrechter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. S. Jansen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop en mr. S. Benbouazza, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 januari 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ON3R024002, gesloten op 27 maart 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.