Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
[de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ]. [6] [verdachte] vroeg aangever of hij zijn bodywarmer mocht passen, omdat zijn vriend deze mooi vond. Hij heeft de bodywarmer aangetrokken en daarna wilde hij hem niet teruggeven. [7]
[de rechtbank begrijpt: [verdachte] en [medeverdachte 1] ]. [medeverdachte 1] had een lange jas aan en hij had een kruk vast. [verdachte] zei tegen een jongen dat hij zijn jas mooi vond en hij vroeg of hij deze jas mocht proberen. Dat mocht van de jongen en [verdachte] zei dat hij de jas niet terug zou krijgen. Er ontstond een woordenwisseling en ze gingen vechten. [medeverdachte 1] heeft het slachtoffer met de kruk op zijn been geslagen. [8]
3.De bewezenverklaring
of omstreeks7 november 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,een
jas/bodywarmer,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan, vergezeld en/ofgevolgd van geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om
die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad,
aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzijhet bezit van het gestolene te verzekeren, door
jas/bodywarmer te vragen en
/of (vervolgens
)weg te lopen met die
jas/bodywarmer en
/of
althans eenmaal,(met kracht) met een kruk
, althans met een soortgelijk voorwerp, op/tegen het lichaam te slaan en
/of
meermalen, althans eenmaal,(met kracht) bij de nek
/keelte pakken en
/ofin een zogeheten wurggreep te houden en
/of
tegen en/ofin de buurt van die [slachtoffer]
,
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
jeugddetentie voor de duur van 44 dagen;
- bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, te weten 30 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de hierna te melden voorwaarden:
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat:
- verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;
een werkstraf van 60 uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;
- veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 600,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 600,00 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;