ECLI:NL:RBGEL:2026:1467

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
05.195972.25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 38v SrArt. 38w Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot gevangenisstraf voor bedreiging en belaging van ex-verhuurster

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld voor bedreiging en belaging van zijn voormalige verhuurster in de periode van april tot juni 2025. Verdachte stuurde meerdere dreigende mailberichten en brieven, waarin hij onder meer dreigde haar persoonlijk te schaden.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan ernstige bedreigingen en langdurige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verhuurster. Verdachte lijdt aan schizofrenie en een lichte verstandelijke beperking, wat de toerekeningsvatbaarheid vermindert, maar sluit de strafbaarheid niet uit.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 138 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals reclasseringstoezicht en behandeling. Daarnaast werd een contact- en locatieverbod van vijf jaar opgelegd met vervangende hechtenis bij overtreding. De civiele schadevordering van de verhuurster werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf waarvan 138 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een contact- en locatieverbod van vijf jaar.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05-195972-25
Datum uitspraak : 23 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] ,
Raadsman: mr. S. Kriekaard, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 15 juni 2025 tot
en met 26 juni 2025, te Ederveen, gemeente Ede, althans in Nederland, ten
overstaan van een of meerdere werknemers van [bedrijf]
, (telkens) [aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven
gericht en/of met zware mishandeling door een of meerdere mailberichten te
sturen inhoudende
- " "Want ik ben het spuug zat met die leugens, van haar want ik ben in staat om met vonis en bewys gewoon by haar langs te gaan en kan zy het niet bewyzen dan ga ik
een chaos aanrichten of ik sleur dr aan de haren naar de pin automaat en schop en
totdat die 2080 uit de muur is want ze heeft gewoon de boel belazert en gelogen in de rechtbank" en/of
  • "Hier nog een keer myn borgsom van 495 had al op myn rekening moeten staan we zyn nu 4 maanden dus trek die er ook maar vanaf want ik heb de gemaakte schade al betaald dus en voor de duidelykheid myn geduld is op met haar dus als de fouten woensdag niet verrekend zyn zit ik op de fiets naar mevrouw en ik sleur haar aan de haren naar het pinautomaat dus by deze" en/of
  • "Hee het is zelf zo erg by my dat ik nu nog geen gelyk kryg dat ik persoonlyk een
pistool koopt ja zo erg en ik schiet er persoonlyk hartstikke dood met dat gelieg en
belazerd iemand met rotzooie besmeuren en.zelf nergens te vinden nou das
afgelopen want ik schiet haar gewoon plat zo en ik neem de straf op de koop toe
echt dus maak my niet meer uit" en/of
- " "ookal ben je de paus of rechter scheelt me geen donder ja en als jy denk dat dat
niet zo is kom jy ala min met bewyzen ja want anders maak ik je persoonlyk wel af" en/of
  • "En by deze my hoor niet meer heb ik woensdag geen antwoord op myn aangetekende brieven ga ik persoonlyk naar haar toe en geef haar de genade klap recht op de bek zo dood mors dood" en/of
  • "Zo kan het ook vraag haar gewoon hee heb jy dat gezegd als ze zegt ja hee trap haar helemaal kapot en als ze my wat vragen zeg ik gewoon ja ze zy dat toch boeit my geen reet"
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, van welke bedreiging(en)/dreigende woorden voornoemde [aangever 1] kennis heeft genomen;
2.
hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 18 april 2025 tot
en met 26 juni 2025, te Ederveen, gemeente Ede, althans in Nederland, wederrechtelijk
stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever 1] , door
  • een of meerdere mailberichten te sturen naar [bedrijf] aangaande die [aangever 1] , waarvan die [aangever 1] kennis heeft genomen en/of
  • een of meerdere brieven te sturen aan die [aangever 1]
met het oogmerk die [aangever 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
T.a.v. feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 30-35;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , met proces-verbaalnummer PL0600-2025300385-3 (aanvullend proces-verbaal);
- het proces-verbaal van bevindingen van 28 juni 2025, p. 125-125 (met bijlagen, p. 126-158);
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 februari 2026.
T.a.v feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 38-42;
- het proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie, p. 43;
- het proces-verbaal van bevindingen van 27 juni 2025, p. 58-61 (met bijlagen, p. 63-118);
- het proces-verbaal van bevindingen van 28 juni 2025, p. 125-125 (met bijlagen, p. 126-158);
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 februari 2026.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
1.
hij, op
een ofmeerdere tijdstippen, in
of omstreeksde periode van 15 juni 2025 tot
en met 26 juni 2025, te Ederveen, gemeente Ede, althans in Nederland, ten
overstaan van een of meerdere werknemers van [bedrijf]
, (telkens) [aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven
gericht en
/ofmet zware mishandeling door
een ofmeerdere mailberichten te
sturen inhoudende
- " "Want ik ben het spuug zat met die leugens, van haar want ik ben in staat om met vonis en bewys gewoon by haar langs te gaan en kan zy het niet bewyzen dan ga ik
een chaos aanrichten of ik sleur dr aan de haren naar de pin automaat en schop en
totdat die 2080 uit de muur is want ze heeft gewoon de boel belazert en gelogen in de rechtbank" en
/of
  • "Hier nog een keer myn borgsom van 495 had al op myn rekening moeten staan we zyn nu 4 maanden dus trek die er ook maar vanaf want ik heb de gemaakte schade al betaald dus en voor de duidelykheid myn geduld is op met haar dus als de fouten woensdag niet verrekend zyn zit ik op de fiets naar mevrouw en ik sleur haar aan de haren naar het pinautomaat dus by deze" en
  • "Hee het is zelf zo erg by my dat ik nu nog geen gelyk kryg dat ik persoonlyk een
pistool koopt ja zo erg en ik schiet er persoonlyk hartstikke dood met dat gelieg en
belazerd iemand met rotzooie besmeuren en.zelf nergens te vinden nou das
afgelopen want ik schiet haar gewoon plat zo en ik neem de straf op de koop toe
echt dus maak my niet meer uit" en
/of
- " "ookal ben je de paus of rechter scheelt me geen donder ja en als jy denk dat dat
niet zo is kom jy ala min met bewyzen ja want anders maak ik je persoonlyk wel af" en
/of
  • "En by deze my hoor niet meer heb ik woensdag geen antwoord op myn aangetekende brieven ga ik persoonlyk naar haar toe en geef haar de genade klap recht op de bek zo dood mors dood" en
  • "Zo kan het ook vraag haar gewoon hee heb jy dat gezegd als ze zegt ja hee trap haar helemaal kapot en als ze my wat vragen zeg ik gewoon ja ze zy dat toch boeit my geen reet"
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, van welke bedreiging
(en
)/dreigende woorden voornoemde [aangever 1] kennis heeft genomen;
2.
hij, op
een ofmeerdere tijdstippen, in
of omstreeksde periode van 18 april 2025 tot
en met 26 juni 2025, te Ederveen, gemeente Ede, althans in Nederland, wederrechtelijk
stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever 1] , door
  • een ofmeerdere mailberichten te sturen naar [bedrijf] aangaande die [aangever 1] , waarvan die [aangever 1] kennis heeft genomen en
    /of
  • een ofmeerdere brieven te sturen aan die [aangever 1]
met het oogmerk die [aangever 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en
/ofvrees aan te jagen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
eendaadse samenloop van:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
en
belaging

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 138 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht zoals door de reclassering geadviseerd, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd om eveneens een vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op te leggen, inhoudende een contact- en locatieverbod, met per overtreding 2 weken hechtenis.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de eis van de officier van justitie moet worden gematigd en dat de rechtbank er rekening mee houdt dat het grootste deel van de feiten met name in een periode van drie weken in juni 2025 heeft plaatsgevonden. De raadsman heeft voorts bepleit dat oplegging van een maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr niet nodig is, nu er geen reden is om aan te nemen dat verdachte contact zal opnemen met aangeefster.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging en meerdere ernstige bedreigingen van zijn voormalige huurbaas. Hij heeft veelvuldig en aanhoudend op verschillende manieren contact met haar gezocht. Ook een eerder gevoerd stopgesprek heeft verdachte er niet van weerhouden zijn voormalige huurbaas te (blijven) belagen. Hierdoor heeft hij op een indringende wijze langdurig inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Daarnaast heeft verdachte haar ook meerdere malen bedreigd met de dood. Slachtoffers van belaging en bedreiging kunnen doorgaans nog lang gevoelens van angst, onzekerheid en onveiligheid ondervinden. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van aangeefster blijkt dat zij dat ook zo heeft ervaren. Zij is nog steeds angstig, wil haar leven terug en wil dat haar (minderjarige) zoon een moeder heeft die zich veilig voelt.
Blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 januari 2026 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft kennis genomen van het pro Justitia rapport van psychiater N. van de Weg van 28 oktober 2025. Verdachte lijdt aan schizofrenie, een lichte stoornis in cannabisgebruik en een andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis. Voorts zijn duidelijke aanwijzingen voor een lichtelijk verstandelijke beperking. Deze stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van het plegen van de feiten. De vermoedelijke intellectuele beperking en verminderde emotieregulatie- en agressieregulatievaardigheden hebben, tezamen met de psychotische kwetsbaarheid en langdurige hoge stress in belangrijke mate bijgedragen aan het plegen van het ten laste gelegde, zodanig dat de rapporteur adviseert hem dit in verminderde mate toe te rekenen.
De rechtbank neemt de conclusie van de psychiater ten aanzien van de toerekenbaarheid van de verdachte over en maakt die tot de hare.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de rapporten van de Reclassering Nederland, het laatste rapport dateert van 17 november 2025. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag-gemiddeld. Verdachte kampt met stemmen in zijn hoofd die triggeren tot bepaalde uitspraken. Naar aanleiding van zijn aanhouding heeft er een verandering in zijn medicatie plaatsgevonden waardoor de stemmen in zijn hoofd nu sterk zijn afgenomen. Om hem te kunnen ondersteunen bij zijn onderliggende problematiek acht de reclassering thans een reclasseringstoezicht met bijzondere voorwaarden van belang om recidive te voorkomen. Verdachte woont momenteel begeleid bij Zorgtrium. Verder moet de ambulante behandeling worden voortgezet ter voorkoming van psychische verslechtering. In het pro Justitia rapport van 28 oktober 2025 wordt geadviseerd een intelligentieonderzoek te doen, inclusief beoordeling van adaptief functioneren, en afhankelijk daarvan passende ondersteuning te bieden. Mogelijk is er een blijvende indicatie voor begeleid wonen. Verder wordt geadviseerd verdachte een behandeling aan te bieden gericht op delict-analyse, en verbeteren van emotie- en agressieregulatievaardigheden. Het is daarbij van belang dat er de mogelijkheid is om betrokkene direct klinisch op te laten nemen op het moment dat er opnieuw sprake is van psychiatrische ontregeling. Dit om te voorkomen dat hij opnieuw overschrijdend gedrag zal vertonen dat kan leiden tot delictgedrag. De reclassering acht elektronische monitoring niet noodzakelijk, omdat er geen aanwijzingen zijn die erop duiden dat verdachte contact wil of zal zoeken met aangeefster. Tot op heden heeft hij zich gehouden aan de geldende verboden. Ook door de verbeterde psychische toestand ziet de reclassering minder risico’s op contactpogingen van verdachte. Volgens de reclassering voldoet een locatieverbod met politieopvolging.
Ter terechtzitting heeft verdachte te kennen gegeven dat hij zich aan de geadviseerde voorwaarden van de reclassering zal houden.
De op te leggen straf
Anders dan de raadsman heeft betoogd ziet de rechtbank, daarbij de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte reeds in acht genomen, geen aanleiding om de geëiste straf te matigen. De rechtbank neemt daarbij mee dat verdachte in de periode voorafgaand aan de ten laste gelegde periode ook al meerdere berichten naar aangeefster heeft gestuurd en zij zich over het geheel al langere tijd bedreigd voelde door verdachte.
Al het voorgaande in overweging genomen, is de rechtbank van oordeel dat de geëiste straf recht doet aan de aard en de ernst van de feiten, en de volharding van verdachte in het plegen daarvan. De rechtbank zal aan verdachte dan ook – in overeenstemming met de eis van de officier van justitie – een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 138 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren opleggen. Aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf zal de rechtbank de geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden, om ervoor te zorgen dat verdachte passende behandeling en begeleiding zal krijgen.
Voorts acht de rechtbank het noodzakelijk dat het geadviseerde locatie- en contactverbod wordt opgelegd. Echter zal zij dit niet als bijzondere voorwaarde opleggen, maar als maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid zoals bedoeld in artikel 38v lid 1 Sr. De maatregelen zijn noodzakelijk omdat er – gelet op de problematiek bij verdachte en de wijze waarop hij volhardt in zijn bejegeningen jegens aangeefster – ernstig rekening mee moet worden gehouden, dat verdachte zich in de toekomst wederom belastend zal gedragen jegens aangeefster of opnieuw strafbare feiten pleegt. Daarom beveelt de rechtbank dat de maatregelen dadelijk uitvoerbaar zijn.
In de vorm van de vrijheidsbeperkende maatregel zal worden opgelegd een contactverbod, in die zin dat verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact mag opnemen met
[aangever 1] , geboren op [geboortedag] 1964, voor een periode van 5 jaar.
In de vorm van de vrijheidsbeperkende maatregel zal eveneens worden opgelegd een locatieverbod voor het gebied rond de woning van het slachtoffer en verdachtes voormalige huurwoning, voor een periode van 5 jaar.
De rechtbank zal bevelen dat 2 weken vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met de feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend. De totale schade kan worden begroot op een bedrag van
€ 6.237,53, waarvan een bedrag van € 1.182.14 reeds is vergoed. De benadeelde partij vordert daarom een bedrag van € 5.055,14 aan materiële schade en een door de rechtbank te bepalen bedrag aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Subsidiair heeft de officier van justitie verzocht dat als de rechtbank aanleiding ziet om de vordering wel toe te wijzen, dit met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel te doen.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.
Overweging van de rechtbank
Hoewel voorstelbaar is dat de benadeelde partij schade en/of nadeel heeft ondervonden in verband met de feiten, zijn de schadeposten onvoldoende onderbouwd. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. De benadeelde partij kan de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 55, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
  • veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen;
  • beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 138 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 stelt als bijzondere voorwaarden dat:
  • verdachte zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland op het adres Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
  • verdachte zich laat behandelen door Pro Persona of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start direct na het ingaan van de proeftijd. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een verslechtering van het psychiatrisch ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, stabilisatie of observatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;
  • verdachte verblijft, indien de reclassering dit nodig acht, bij een instelling voor beschermd wonen zoals het RIBW of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zodra er een plek beschikbaar is. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
  • verdachte, indien de reclassering dit nodig acht, meewerkt met de ambulante begeleiding. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding;
 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
 beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
 legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende:
- een gebiedsverbod. Het gebiedsverbod houdt in dat verdachte zich gedurende vijf jaren niet bevindt rond de woning van [aangever 1] (
[adres]) en zijn voormalige huurwoning (
[adres]),
en
- een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende vijf jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met
[aangever 1] , geboren op [geboortedag] 1964;
 beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op.
 beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
 heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs en
mr. J.L. Wesstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Brouwer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 februari 2026.
mr. Y.H.M. Marijs is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025304046, gesloten op 29 juni 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.