Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie] ,
2.
[naam procederende in persoon / gedaagde in conventie],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
In deze civiele bodemzaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland geoordeeld over een geschil tussen verhuurder en huurder betreffende huurachterstand en ontbinding van de huurovereenkomst.
De procedure omvatte deskundigenonderzoek, getuigenverhoren en bewijsopdrachten. Uit het deskundigenrapport bleek dat niet kon worden bewezen dat de verhuurder de door de huurder overgelegde kwitanties had ondertekend. De huurder stelde contante betalingen te hebben gedaan, maar deze werden niet voldoende ondersteund door aanvullend bewijs, waardoor de kantonrechter deze betalingen niet aannam.
De kantonrechter stelde vast dat de huurachterstand tot 1 augustus 2021 € 18.922,29 bedroeg, met een huurkorting van 70% vanaf 1 augustus 2021. De huurder werd veroordeeld tot betaling van het grootste deel van deze achterstand, terwijl een medehuurder werd veroordeeld tot betaling van de helft van de achterstallige huur tot en met maart 2018.
Gezien de huurachterstand van ruim zestien maanden achtte de kantonrechter dit ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden en bepaalde een ontruimingstermijn van twee maanden na betekening van het vonnis. De gevorderde wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens gebrek aan grondslag. Beide gedaagden werden veroordeeld in de proceskosten, waarbij ook de kosten van de deskundige aan de huurder werden opgelegd.
In reconventie werd de vordering tot betaling wegens onverschuldigde huur afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De kantonrechter verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van een huurachterstand van zestien maanden.