Uitspraak
1.[naam bedrijf 1] C.V.,
2.
[naam bedrijf 2] , BEHEREND VENNOOT VAN[naam bedrijf 1] C.V.,
3.
[naam vennoot] , BEHEREND VENNOOT VAN [naam bedrijf 1] C.V.,
1.De procedure
- de akte van EUC van 3 december 2025 met productie 51;
- de akte van [gedaagden in conventie] van 17 december 2025;
- de akte van EUC van 28 januari 2026.
2.De verdere beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie
5 november 2025 een tweede en derde kans is gegeven om haar conventionele vordering te onderbouwen. Daarnaast verzoekt [gedaagden in conventie] terug te komen op het eindoordeel dat EUC niet zal worden veroordeeld in de volledige proceskosten.
NL-groen B.V.) GVO’s voor [bedrijf 1] heeft verkocht. Dat EUC drie kansen heeft gekregen om haar vordering in conventie te onderbouwen, zoals [gedaagden in conventie] stelt, is evenmin het geval.
[gedaagden in conventie] gaat er daarbij aan voorbij dat de in de tussenvonnissen van 27 november 2024 en
5 november 2025 gevraagde onderbouwingen zien op de waardevergoeding die bepaald dient te worden in verband met de door haarzelf ingestelde reconventionele vordering en niet op de door EUC ingestelde vordering in conventie. Die is immers reeds in het tussenvonnis van 27 november 2024 afgewezen (rov. 4.10.). De kantonrechter blijft aldus bij hetgeen is overwogen in het tussenvonnis van 5 november 2025.
- als intermediair RVO,
- in het kader van de verkoop van GVO’s en het sluiten van de contracten, en
- de inspecties van 1 februari 2022 en 19 juli 2022.
€ 91.722,83. Rekening houdend met gemiddelde advieskosten van 10% betreft de waardevergoeding dan het genoemde bedrag.
2 x € 95,00 = € 190,00.
4 februari 2025 genoemde inspecties hebben plaatsgevonden. Nu zij dit eerder bijvoorbeeld in haar akte van 5 of 26 maart 2025 niet heeft betwist is deze betwisting tardief. EUC kan hier immers thans niet meer op reageren. Anderzijds komt het de kantonrechter in het licht van de eerder door EUC als productie 46 in het geding gebrachte agenda van de servicemonteur onaannemelijk voor dat de inspecties de gehele dag hebben geduurd, nu daarin voor de inspecties slechts een uur is ingeroosterd (op 1 februari 2022 van 14.30 tot 15.30 uur en op 19 juli 2022 van 13.00 tot 14.00 uur), terwijl op geen enkele wijze is onderbouwd dat de inspecties langer hebben geduurd. De kantonrechter zal in verband met de inspecties daarom een waardevergoeding van (2x € 95,00 =) € 190,00 toekennen.
€ 6.889,04.
20 september 2023 tot de dag van algehele betaling.
3.De beslissing
20 september 2023 tot de dag van volledige betaling;