ECLI:NL:RBGEL:2026:1570

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
C/05/459741 / JE RK 25-1188
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator ter behartiging belangen minderjarige kinderen bij ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

De rechtbank Gelderland heeft op 27 februari 2026 een beschikking gegeven waarin een bijzondere curator is benoemd voor twee minderjarige kinderen die onder toezicht zijn gesteld en uit huis geplaatst. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, maar er bestaat een ernstige belangenstrijd en gebrekkige samenwerking tussen de vader en de jeugdbeschermers, waardoor de belangen van de kinderen in het gedrang komen.

De kinderen hebben zelf verzocht om een bijzondere curator omdat zij vinden dat hun wensen niet goed worden weergegeven en zij onvoldoende ruimte krijgen om hun eigen mening te vormen. De rechtbank acht het noodzakelijk dat een onafhankelijke bijzondere curator wordt benoemd die de kinderen vertegenwoordigt en als vertrouwenspersoon fungeert.

Drs. D. Pront is bereid gevonden deze rol te vervullen. Hij zal onderzoeken wat de werkelijke wensen en behoeften van de kinderen zijn met betrekking tot contact met ouders en woonplek, en hoe loyaliteitsconflicten kunnen worden voorkomen. Tevens zal hij aanbevelingen doen over de benodigde hulpverlening en communicatieverbetering tussen ouders en jeugdbeschermers.

De bijzondere curator moet uiterlijk 30 juni 2026 schriftelijk verslag uitbrengen. De rechtbank zal daarna bepalen hoe de procedure wordt voortgezet. De ouders zijn verplicht de instructies van de bijzondere curator op te volgen. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door drie rechters van de rechtbank Gelderland.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige kinderen te behartigen tijdens de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/459741 / JE RK 25-1188 (ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing)
C/05/459845 / FA RK 25-3968 (eigen rechtsingang)
Datum uitspraak: 27 februari 2026
beschikking benoeming bijzondere curator
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Gelderland(hierna de GI),
gevestigd in Arnhem,
voor welke instelling het Landelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (het LET JB, hierna het LET) op dit moment is belast met de feitelijke uitvoering van de beschermingsmaatregel,
over
[naam kind 1], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [kind 1] ,
[naam kind 2], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [kind 2] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. F. van den Heuvel uit Arnhem,
[naam vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaatsnaam] , gemeente [gemeentenaam] ,
advocaat mr. M. Nentjes uit Rotterdam,
mede naar aanleiding van het verzoek van [kind 1] , bij de rechtbank binnengekomen op
14 november 2025.

1.Het verloop van de procedures

1.1.
Het procesverloop van zaaknummer C/05/459741 / JE RK 25-1188 (ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing) blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift ingekomen bij de griffie op 26 november 2025;
- het verweerschrift ingekomen bij de griffie op 2 januari 2026;
- de beschikking van deze rechtbank van 9 januari 2026.
1.2.
Het procesverloop van zaaknummer C/05/459845 / FA RK 25-3968 (eigen rechtsingang) blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoek om benoeming van een bijzondere curator van [kind 1] van 14 november 2025.
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling van 7 januari 2026 zijn gehoord:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- twee vertegenwoordigers van het LET.
1.4.
[kind 1] heeft haar verzoek in een gesprek met de kinderrechter toegelicht op
7 januari 2026. Daarbij heeft zij haar verzoek om benoeming van een bijzondere curator herhaald. Beide kinderen hebben op 7 januari 2026 in het gesprek met de kinderrechter ook verteld wat zij vinden van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [kind 1] en [kind 2] .
2.2.
Bij beschikking van deze rechtbank van 11 januari 2024 zijn [kind 1] en [kind 2] (na een eerdere ondertoezichtstelling die op 2 mei 2022 is geëindigd) opnieuw onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling is telkens verlengd, voor het laatst bij beschikking van
9 januari 2026, tot 11 januari 2027.
2.3.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij beschikking van 23 september 2025 een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor [kind 1] en [kind 2] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder tot 11 januari 2026.
2.4.
Bij beschikking van deze rechtbank van 9 januari 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 11 juli 2026.

3.Het verzoek van [kind 1]

3.1.
heeft bij brief van 14 november 2025 verzocht om benoeming van een bijzondere curator (eigen rechtsingang).

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) benoemt de rechtbank – wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding, de belangen van de met het gezag belaste ouders of een van hen in strijd zijn met die van de minderjarigen – indien hij dit in het belang van de minderjarigen noodzakelijk acht, daarbij in het bijzonder de aard van deze belangenstrijd in aanmerking genomen, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve, een bijzondere curator om de minderjarige ter zake, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen.
4.2.
De rechtbank overweegt dat zich in de procedure(s) over [kind 1] en [kind 2] in het kader van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing een belangenstrijd in de zin van artikel 1:250 BW Pro voordoet. De ouders blijken niet in staat te zijn om in onderling overleg overeenstemming te bereiken over wat goed is voor de kinderen en daarbij rekening te houden met de wensen en behoeftes van [kind 1] en [kind 2] . Er is van de zijde van de vader daarnaast sprake van een moeizame samenwerking met de jeugdbeschermers, zodanig dat de belangen van [kind 1] en [kind 2] in het gedrang komen. [kind 1] en [kind 2] krijgen in de ontstane situatie namelijk niet de ruimte om zich een eigen mening te vormen en voor hun eigen belangen op te komen. De uiteenlopende visies van de volwassenen om hen heen en het gebrek aan samenwerking en overeenstemming leidt tot ernstige loyaliteitsproblemen en die leiden ertoe dat de kinderen klem dreigen te komen te zitten. Hoewel de jeugdbeschermers in het kader van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing tot taak hebben om het belang van de kinderen voorop te stellen en in hun belang te handelen, leiden het gebrek aan samenwerking met de vader en de uiteenlopende visies tussen het LET (en de moeder) enerzijds en de vader anderzijds met enige regelmaat tot strijd over wat goed is voor de kinderen en wat de (werkelijke) wensen van de kinderen zijn, terwijl de kinderen zich in een situatie bevinden waarin ze zich onvoldoende vrij kunnen uitspreken over wat zij werkelijk vinden en willen. De rechtbank vindt het daarom belangrijk dat er een bijzondere curator komt die de belangen van de kinderen behartigt en fungeert als vertrouwenspersoon voor hen. [kind 1] heeft hier zelf ook om verzocht via een informele rechtsingang, omdat zij meent dat haar woorden worden verdraaid en dingen anders worden opgeschreven dan dat zij vertelt. Door benoeming van een bijzondere curator moet duidelijk worden wat de wensen en behoeften zijn van de kinderen ten aanzien van het contact met hun ouders en waar zij wonen. Daarnaast vindt de rechtbank het noodzakelijk dat diegene ook voor de wensen en behoeften van de kinderen op kan komen nu er nog steeds geen samenwerking is tussen de vader en het LET en de ouders onderling.
4.3.
Drs. D. Pront, klinisch- en ontwikkelingspsycholoog werkzaam bij Flevomediation in Almere, is bereid om als bijzondere curator op te treden. De rechtbank benoemt hem dan ook als bijzondere curator over [kind 1] en [kind 2] .
4.4.
De bijzondere curator wordt met het oog op de verdere uitvoering van de ondertoezichtstelling en een eventuele vervolgbeslissing over de uithuisplaatsing verzocht te onderzoeken:
  • op welke manier de belangen van [kind 1] en [kind 2] het best worden gediend,
  • wat de werkelijke wensen en behoeften van [kind 1] en [kind 2] zijn ten aanzien van het contact met beide ouders en hun woonplek,
  • hoe het contact met ieder van de ouders vorm kan krijgen zonder dat [kind 1] en [kind 2] in een loyaliteitsconflict komen, of dit wordt vergroot,
  • welke hulp de kinderen daar mogelijk bij nodig hebben,
  • wat tegen deze achtergrond de meest passende woonplek voor de kinderen is,
  • wat nodig is ter verbetering van de communicatie tussen de ouders onderling en met de GI/het LET.
4.5.
Wanneer de bijzondere curator dat nodig vindt, staat het hem vrij een advies uit te brengen over de benodigde hulpverlening voor [kind 1] en [kind 2] .
4.6.
De bijzondere curator wordt verzocht gesprekken te voeren met [kind 1] , [kind 2] en de ouders. Daarnaast geeft de rechtbank de bijzondere curator in overweging te spreken met andere betrokken volwassenen zoals de school, de betrokken jeugdbeschermers en woonbegeleiding. Het staat de bijzondere curator uiteraard vrij om daarnaast gesprekken te voeren met andere betrokkenen die hem mogelijk van nuttige informatie over de kinderen kunnen voorzien en waar nodig in een vervolgprocedure voor de belangen van de kinderen op te komen.
4.7.
De rechtbank wijst de ouders er op dat zij de verplichting hebben de door de bijzondere curator gegeven instructies op te volgen.
4.8.
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator om uiterlijk op 30 juni 2026 schriftelijk verslag te doen en daarbij concrete aanbevelingen te doen over de te nemen vervolgstappen die het meest recht doen aan de positie van de kinderen en hun belangen. Na ontvangst van het verslag zal de rechtbank ervoor zorgen dat (de advocaten van) de ouders en de Raad hiervan een afschrift krijgen. De bijzondere curator wordt verzocht zijn werkzaamheden te verrichten volgens de ‘Leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek’.
4.9.
Het verslag wordt zonder voorafgaande goedkeuring van belanghebbenden aangeboden aan de rechtbank. De rechtbank bepaalt dat (de advocaten van) partijen binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator hierop schriftelijk mogen reageren. Na ontvangst van voornoemde reacties zal de rechtbank bepalen op welke wijze de procedure met betrekking tot de informele rechtsingang (de procedure met zaaknummer 459741 komt met deze benoeming tot een einde) een vervolg moet krijgen, al dan niet in combinatie met een dan lopende andere procedure. Partijen wordt verzocht hierover een standpunt in te nemen tegelijk met hun reactie op het rapport van de bijzondere curator.

5.De beoordeling

De rechtbank
5.1.
benoemt tot bijzondere curator, voor de duur van de ondertoezichtstelling, over de minderjarige kinderen:
  • [naam kind 1], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , en
  • [naam kind 2], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
    drs. D. Pront, Flevomediation, kantoorhoudende in Almere;
5.2.
verzoekt de bijzondere curator uiterlijk 30 juni 2026 aan de rechtbank schriftelijk verslag te doen van zijn bevindingen, een en ander zoals weergegeven in r.o. 4.4 tot en met 4.6;
5.3.
beveelt dat de griffier van deze rechtbank een afschrift van deze beschikking en van de dossierstukken aan de bijzondere curator toestuurt;
5.4.
bepaalt dat (de advocaten van) partijen en het LET uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van het schriftelijk verslag van de bijzondere curator, hierop schriftelijk mogen reageren;
5.5.
na ontvangst zal de rechtbank bepalen op welke wijze de procedure met betrekking tot de informele rechtsingang een vervolg moet krijgen, al dan niet in combinatie met een dan lopende procedure. Partijen krijgen de gelegenheid hierover en standpunt in te nemen tegelijk met hun reactie op het rapport van de bijzondere curator.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S.S. van Nijen (voorzitter), A.E.M. Overkamp en
J.L.F. van den Tooren, rechters, in tegenwoordigheid de griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.