Partijen sloten op 31 juli 2023 een huurkoopovereenkomst voor een Mercedes-Benz C 350 E met een looptijd van 60 maanden en maandelijkse leasetermijnen van € 375,85. De algemene voorwaarden financiële lease (huurkoop) zijn van toepassing, waaronder bepalingen over vervroegde opeisbaarheid bij betalingsachterstand.
De gedaagde liet de leasetermijnen van oktober 2023 tot en met juni 2024 onbetaald, wat leidde tot een achterstand van € 3.382,65. De eiser ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk op 28 mei 2025 en nam de auto in, die vervolgens werd verkocht voor € 11.200,00.
De eiser vordert onder meer een verklaring voor recht van ontbinding, betaling van achterstallige leasetermijnen, toekomstige leasetermijnen als schadevergoeding, incassokosten en contractuele rente. De gedaagde betwist onder meer dat hij de overeenkomst zakelijk is aangegaan en de verschuldigdheid van toekomstige leasetermijnen.
De rechtbank oordeelt dat de gedaagde de overeenkomst zakelijk is aangegaan, dat de ontbinding rechtsgeldig is en dat de gedaagde de achterstallige en toekomstige leasetermijnen verschuldigd is. De gevorderde innamekosten worden deels toegewezen, de verkoopopbrengst wordt in mindering gebracht, en de contractuele rente en redelijke incassokosten worden toegewezen. De proceskosten worden aan de gedaagde opgelegd.