ECLI:NL:RBGEL:2026:1610

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
C/05/453028 / HZ ZA 25-162
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 118 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling nalatenschap met verkoop woning en verdeling inboedel vastgesteld

De rechtbank Gelderland behandelde een geschil over de verdeling van de nalatenschap van erflaatster, waarbij eisers vorderden dat de woning verkocht wordt en de inboedel verdeeld volgens een lijst. Gedaagde stelde een reconventionele vordering tot benoeming van een boedelafwikkelaar en verdeling, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet in het geding roepen van een mede-erfgenaam.

De rechtbank oordeelde dat de verkoop van de woning via Domicilie Makelaars te Ede zal plaatsvinden en dat de verkoopopbrengst op een ervenrekening wordt gestort. De inboedel wordt verdeeld conform de door eisers overgelegde lijst, aangevuld met ontbrekende trouwringen, waarbij goederen die niemand wenst aan eisers worden toegewezen voor aanbieding aan kleinkinderen of afvoer.

Eisers werden gemachtigd de aangifte inkomstenbelasting 2023 in te dienen en de kosten daarvan en van het energielabel vanuit de nalatenschap te voldoen. De bankrekeningen worden na verkoop en afwikkeling door gedaagde 2 opgeheven en het saldo gelijkelijk verdeeld. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij eigen kosten draagt.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot verkoop woning, verdeling inboedel en afwikkeling nalatenschap toe en verklaart de reconventionele vordering niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/453028 / HZ ZA 25-162
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van

1.[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 1] ,

te [woonplaats] ,
hierna afzonderlijk te noemen: [eiser in conventie 1] ,
2.
[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2],
te [woonplaats] ,
hierna afzonderlijk te noemen: [eiser in conventie 2] ,
3.
[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 3],
te [woonplaats] ,
hierna afzonderlijk te noemen: [eiser in conventie 3]
4.
[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 4],
te [woonplaats] ,
hierna afzonderlijk te noemen: [eiser in conventie 4] ,
eisers in conventie,
verweerders in reconventie,
hierna samen te noemen: [eisers in conventie] ,
advocaat: mr. D.M. Cats,
tegen

1.[naam gedaagde in conventie 1 / eiser in reconventie] ,

te [woonplaats] ,
advocaat: mr. L. Bosch,
gedaagde in conventie
eiser in reconventie,
hierna afzonderlijk te noemen: [gedaagde in conventie 1]
2.
[naam gedaagde in conventie 2],
te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
hierna afzonderlijk te noemen: [gedaagde in conventie 2] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 8 oktober 2025,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn de kinderen van de heer [naam erflater] , geboren te [geboorteplaats]
op [geboortedatum] en overleden te [plaatsnaam] op [overlijdingsdatum] (hierna: erflater)
en mevrouw [naam erflaatster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
en overleden te [plaatsnaam] (gemeente [gemeentenaam] ) op [overlijdingsdatum]
(hierna: erflaatster).
2.2.
Het huwelijk van erflater en erflaatster is ontbonden door het overlijden van
erflater in 2021. Op de nalatenschap van erflater was blijkens het testament van
11 november 1992 een ouderlijke boedelverdeling van toepassing.
2.3.
Erflaatster heeft op 6 november 2023 over haar nalatenschap beschikt. In het testament zijn partijen tot (enig) erfgenamen benoemd, ieder voor gelijke delen. Partijen hebben allen de nalatenschap zuiver aanvaard. In het testament zijn voorts [eiser in conventie 1] , [eiser in conventie 2] en [eiser in conventie 4] tot executeurs en afwikkelingsbewindvoerders benoemd. Zij hebben deze benoeming allen niet aanvaard.
2.4.
Tot de nalatenschap van erflaatster behoren, onder meer, een woning, inboedel en saldi van verschillende bankrekeningen. Partijen hebben initieel contact gelegd met [bedrijfsnaam] makelaardij voor de verkoop van de tot de nalatenschap behorende woning. In dit kader hebben partijen afgesproken dat de makelaar op 18 april 2024 om 19.00 uur langskomt in de woning. [gedaagde in conventie 1] kon hierbij niet aanwezig zijn en laat daarover op 18 april 2024 om 18.55 uur bij whatsappbericht, voor zover relevant, het volgende weten:
“Ik kan er helaas niet bij zijn vanavond. Regen jullie het maar met de makelaar, ik hoor later wel welke keuzes er zijn gemaakt”
2.5.
Tijdens de bespreking met de makelaar wordt afgesproken dat de woning in de verkoop wordt geplaatst en dat de makelaar de contactgegevens van [eiser in conventie 1] doorgeeft aan het bedrijf dat een energielabel kan afgeven.
2.6.
Na deze bespreking laat [gedaagde in conventie 1] weten niet in te kunnen stemmen met het verlenen van de opdracht aan [bedrijfsnaam] makelaardij en met de afspraak voor het verkrijgen van het energielabel voor de woning.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eisers in conventie] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. ter zake de woning aan de [adres] te [plaatsnaam] (gemeente [gemeentenaam] ), [gedaagde in conventie 1] en [gedaagde in conventie 2] te veroordelen:
a. volledige medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning door [bedrijfsnaam] makelaardij te [plaatsnaam] voor een door de makelaar te bepalen vraagprijs;
b. niet in of rond de woning aanwezig te zijn bij de bezichtiging door aspirant-kopers;
c. medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning als de makelaar schriftelijk heeft verklaard dat het bod, gezien de vraagprijs, redelijk is en wel door al datgene te doen wat nodig is zoals het tekenen van de koopovereenkomst;
d. medewerking te verlenen aan de levering van de woning op de door de koper(s) gewenste termijn;
e. de woning leeg en ontruimd te houden;
f. medewerking te verlenen aan alle administratieve zaken rondom de levering van de woning waaronder begrepen het opzeggen van het energiecontract en de verzekering per datum levering woning;
alsmede
primair:te bepalen dat het in dezen te wijzen vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte en zo nodig in de plaats treedt van de handtekeningen en medewerking van [gedaagde in conventie 1] en [gedaagde in conventie 2] ,
dan wel
subsidiair:te bepalen dat [gedaagde in conventie 1] en [gedaagde in conventie 2] een dwangsom van € 10.000,00 verbeuren voor elke dag dat zij of één van hen aan de veroordelingen geen gehoor geven/geeft;
alsmede te bepalen dat de verkoopopbrengst (verkoopprijs na aflossing van de hypotheek en na aftrek van de kosten van de makelaar en andere kosten met betrekking tot de verkoop) wordt gestort op de ervenrekening;
II. de inboedel te verdelen op de als productie 17 overgelegde wijze zonder nadere verrekening met machtiging aan [eisers in conventie] om, nadat de niet in de lijst opgenomen inboedelgoederen aangeboden zijn aan alle kleinkinderen, de inboedel die zich vier weken voor de leveringsdatum van de woning nog in de woning bevindt, te mogen afvoeren op een door hen te bepalen wijze;
III. [eisers in conventie] te machtigen om de aangifte IB 2023 van erflaatster zoals opgesteld door de heer [accountant] in te dienen bij de Belastingdienst;
IV. een verklaring voor recht dat de factuur van de heer [accountant] voor de aangifte IB 2023 ad € 100,00 en de factuur van Susteen voor het energielabel ad € 299,00 voor rekening komen van de nalatenschap en [eisers in conventie] te machtigen de bedragen vanuit de ervenrekening te voldoen aan de persoon die de facturen heeft voorgeschoten;
V. [eisers in conventie] te machtigen om, na ontvangst van de verkoopopbrengst van de woning en de teruggave van de Belastingdienst, de bankrekeningen op te heffen en het saldo gelijkelijk onder de erfgenamen te verdelen;
met hoofdelijke veroordeling van [gedaagde in conventie 1] en [gedaagde in conventie 2] in de proceskosten.
3.2.
[gedaagde in conventie 1] voert verweer. [gedaagde in conventie 1] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers in conventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers in conventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers in conventie] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig voor de beoordeling, ingegaan.
in reconventie
3.4.
[gedaagde in conventie 1] vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
1. te bepalen dat mr. M. de Waij, verbonden aan MDW notareas & estate planning te Arnhem wordt benoemd tot boedelafwikkelaar in de nalatenschap van erflaatster overleden te 15 december 2023,
subsidiair
2. de (wijze van) verdeling van de nalatenschapsboedel vast te stellen, als volgt:
A. te bepalen dat de woning aan de [adres] te Lunteren door Domicilie Makelaars te Ede verkocht zal worden, dan wel hiertoe een in goede justitie aan te wijzen NVM makelaar te benoemen, waarbij de makelaar de opdracht krijgt de woning te verkopen onder de in de dagvaarding onder I sub b-f genoemde voorwaarden;
B. partijen onder ede te laten verklaren dat zij niets uit de boedel hebben onttrokken dan wel hiervan kennis hebben en vervolgens te bepalen dat uiterlijk 4 weken voor de datum van levering van de woning aan de kopers alle inboedel verdeeld dient te zijn als aangegeven onder punt 47 van de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie;
C. te bepalen dat de kosten van de IB aangifte 2023 van de ervenrekening voldaan kan worden;
D. te bepalen dat, nadat alle schulden en kosten van de nalatenschap zijn betaald en de netto verkoopopbrengst van de woning op de ervenrekening is gestort, het alsdan resterende saldo aan alle erfgenamen gelijkelijk toekomt, waarbij [gedaagde in conventie 2] wordt gemachtigd deze betalingen te verrichten en vervolgens de rekeningen te laten opheffen;
dan wel een in goede justitie te bepalen (wijze van) verdeling van nalatenschap vast te stellen.
kosten rechtens.
3.5.
[eisers in conventie] voert verweer. [eisers in conventie] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde in conventie 1] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde in conventie 1] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde in conventie 1] in de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig voor de beoordeling, ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en reconventie
Vooraf
4.1.
De kern van het geschil betreft de afwikkeling en de verdeling van de nalatenschap van erflaatster. [eisers in conventie] vordert in conventie – zo heeft zij tijdens de mondelinge behandeling toegelicht – als wijze van verdeling van de nalatenschap dat de woning verkocht wordt aan een derde en dat de inboedelgoederen verdeeld worden onder de erfgenamen en kleinkinderen conform een door haar overgelegde lijst. Voorts vordert zij in dit kader een machtiging om de aangifte IB 2023 van erflaatster in te dienen, om twee facturen te betalen vanuit de ervenrekening en om het saldo van de ervenrekening gelijkelijk te verdelen onder de erfgenamen en deze bankrekening vervolgens op te zeggen.
4.2.
[gedaagde in conventie 2] is niet in de procedure verschenen. Tegen haar is verstek verleend. [gedaagde in conventie 1] is wel in de procedure verschenen en heeft een vordering in reconventie ingesteld. [gedaagde in conventie 1] vordert in reconventie primair de benoeming van een boedelafwikkelaar in de nalatenschap van erflaatster, dan wel subsidiair de verdeling van de nalatenschap. Deze vorderingen in reconventie hebben aldus betrekking op de nalatenschap van erflaatster waartoe alle partijen gerechtigd zijn. Daarmee is sprake van een processueel ondeelbare rechtsverhouding, zodat deze vorderingen ingesteld moeten worden tegen alle partijen die bij deze rechtsverhouding betrokken zijn, op straffe van niet-ontvankelijkheid. [1] Een vordering in reconventie kan echter als uitgangspunt slechts ingesteld worden tegen de eisende partij ( [eisers in conventie] ) en niet ook tegen een medegedaagde ( [gedaagde in conventie 2] ). [2] Bij een processueel ondeelbare rechtsverhouding geldt een uitzondering op deze regel. De reconventionele vordering kan dan ook worden ingesteld tegen de andere personen die bij de rechtsverhouding betrokken zijn. [3] [gedaagde in conventie 2] is echter niet in de procedure verschenen en [gedaagde in conventie 1] heeft verzuimd haar in het kader van zijn vordering in reconventie alsnog in het geding te roepen. De rechtbank zal [gedaagde in conventie 1] niet ambtshalve in de gelegenheid stellen [gedaagde in conventie 2] alsnog in de procedure te roepen en daartoe is het volgende redengevend.
4.3.
Ten aanzien van zijn vordering tot benoeming van een boedelafwikkelaar heeft de rechtbank [gedaagde in conventie 1] in het tussenvonnis voorafgaand aan de mondelinge behandeling reeds voorgehouden dat hiervoor geen grondslag is aangedragen. Van een grondslag is evenmin gebleken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Bosch namens [gedaagde in conventie 1] erkend dat deze vordering niet toegewezen kan worden. Voor wat betreft de (subsidiair) gevorderde verdeling van de nalatenschap van erflaatster geldt dat het standpunt van [gedaagde in conventie 1] over hoe er verdeeld zou moeten worden bij de beoordeling van de vordering in conventie betrokken zal worden. Hiervoor is geen vordering in reconventie nodig. [4] Voor beide vorderingen geldt derhalve dat [gedaagde in conventie 1] geen belang heeft bij het alsnog in het geding roepen van [gedaagde in conventie 2] . Een en ander leidt ertoe dat [gedaagde in conventie 1] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vorderingen.
Verdeling
4.4.
Vooropgesteld wordt dat in zaken zoals deze, waarbij de rechtbank op vordering van een of meerdere partijen de verdeling vaststelt of een bepaalde wijze van verdeling gelast, de rechtbank een grote mate van vrijheid toekomt en daarbij zelfs mag afwijken van de standpunten van partijen. Tegen deze achtergrond oordeelt de rechtbank over de gevorderde verdeling als volgt.
a)
Woning
4.5.
Alle verschenen partijen staan voor de woning, als wijze van verdeling, te verkopen en de netto-verkoopopbrengst gelijkelijk onder de erfgenamen te verdelen. Hiertoe willen zij de netto-verkoopopbrengst laten storten op de ervenrekening. Het saldo van de ervenrekening dient vervolgens, nadat alle schulden zijn betaald, gelijkelijk onder de erfgenamen verdeeld te worden. De verschenen partijen kunnen zich voorts allen vinden in het voorstel van [gedaagde in conventie 1] om de verkoopopdracht te verstrekken aan Domicili Makelaars te Ede. Over de voorwaarden waaronder de verkoop dient plaats te vinden – zoals door [eisers in conventie] gevorderd onder I, sub B tot en met F (zie r.o. 3.1.) – bestaat tussen partijen evenmin een geschil. Dit deel van de vordering van [eisers in conventie] zal daarom toegewezen worden, met dien verstande dat de verkoopopdracht niet aan [bedrijfsnaam] makelaardij verstrekt zal moeten worden, maar aan Domicili Makelaars te Ede.
4.6.
De (primaire) vordering van [eisers in conventie] dat de rechtbank bepaalt dat het vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte en zo nodig in de plaats treedt van de handtekeningen en medewerking van [gedaagde in conventie 1] en [gedaagde in conventie 2] , zal eveneens toegewezen worden. Reeds in het tussenvonnis voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft de rechtbank partijen voorgehouden dat ten aanzien van de verdeling van de woning geen geschil bestaat. Tijdens de mondelinge behandeling is partijen daarom gevraagd of zij in kunnen stemmen met het gezamenlijk buiten rechte verstrekken van de verkoopopdracht aan Domicili Makelaars. Slechts [gedaagde in conventie 1] gaf aan daartoe niet bereid te zijn, echter zonder hiervoor een inhoudelijk argument te geven. Gelet op deze houding acht de rechtbank de gevorderde mogelijkheid voor reële executie gewenst. Met de toewijzing van dit deel van de vordering wordt niet toegekomen aan de beoordeling van de subsidiair door [eisers in conventie] gevorderde dwangsom.
b)
Inboedel
4.7.
De verschenen partijen zijn het erover eens dat de inboedelgoederen verdeeld moeten worden onder de erfgenamen en de kleinkinderen. Partijen hebben hiertoe buiten rechte allen een lijstje gemaakt met de inboedelgoederen die zij toebedeeld wensen te krijgen. [eisers in conventie] heeft als productie 17 een lijst overgelegd, die volgens haar is samengesteld uit deze individuele lijstjes. Hierin is aangekruist welke erfgenaam welk inboedelgoed toebedeeld wenst te krijgen. [eisers in conventie] vordert dat de inboedelgoederen conform die lijst verdeeld worden. Daarnaast vordert [eisers in conventie] dat zij gemachtigd wordt de goederen die geen van de partijen toebedeeld wenst te krijgen, af te mogen voeren nadat deze aan de kleinkinderen zijn aangeboden. [gedaagde in conventie 1] kan zich niet vinden in deze wijze van verdeling. Volgens hem is de lijst van [eisers in conventie] niet te verifiëren, omdat de individuele lijstjes ontbreken. Ook ontbreken volgens [gedaagde in conventie 1] inboedelgoederen op de lijst van [eisers in conventie] [gedaagde in conventie 1] wil daarom, kort gezegd, dat [eisers in conventie] alle ontbrekende goederen terugbrengt naar de woning, dat partijen vervolgens een wensenlijstje maken en dat bij een dubbeling in de wensenlijstjes er wordt geloot. Vervolgens dienen de kleinkinderen een wensenlijst te maken waarbij er bij een dubbeling wederom wordt geloot.
4.8.
Aangezien het partijen tot op heden niet is gelukt om gezamenlijk tot een verdeling van de inboedel te komen, acht de rechtbank het voorstel van [gedaagde in conventie 1] – dat overigens naar de kern grotendeels overeenkomt met de wijze waarop [eisers in conventie] haar lijst heeft opgesteld – niet wenselijk. Zijn voorstel leidt er immers toe dat partijen opnieuw zelf buiten rechte tot een verdeling van de inboedel moeten komen. Daar komt bij dat [gedaagde in conventie 1] in zijn geheel niet heeft onderbouwd welke
concretegoederen ontbreken of welke wensen niet correct zijn opgenomen in de lijst van [eisers in conventie] Desgevraagd heeft [gedaagde in conventie 1] tijdens de mondelinge behandeling slechts aangegeven dat de trouwringen van erflaatster en de grootouders ontbreken op de lijst. Deze stelling is niet betwist door [eisers in conventie] zodat de rechtbank van de juistheid ervan uitgaat. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank (zo veel als mogelijk) de inboedelgoederen verdelen conform de lijst van [eisers in conventie] , aangevuld met de trouwringen van erflaatster en de grootouders van partijen. Anders dan [eisers in conventie] vordert, zullen de inboedelgoederen in de lijst die geen van de partijen toebedeeld wenst te krijgen, toebedeeld worden aan [eisers in conventie] teneinde deze aan te kunnen bieden aan de kleinkinderen en de dan overblijvende inboedelgoederen af te kunnen voeren. In de vordering van [eisers in conventie] zouden deze goederen onverdeeld blijven, hetgeen gelet op de verhoudingen tussen partijen onwenselijk is. Het voorgaande resulteert in de volgende verdeling.
4.9.
Aan dit vonnis zal de hiervoor genoemde lijst worden aangehecht. De inboedelgoederen op die lijst worden toebedeeld aan de partij(en) wiens naam of wiens namen aangekruist zijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat het “schilderij [naam] ” en de “Hagedis koper” aan [gedaagde in conventie 2] en [eiser in conventie 4] gezamenlijk worden toebedeeld en de “familiefoto [naam] ” aan [gedaagde in conventie 2] en [eiser in conventie 1] gezamenlijk wordt toebedeeld. In de lijst zijn twee inboedelgoederen opgenomen die – zo begrijpt de rechtbank – onder alle partijen verdeeld moeten worden, te weten: “Parelketting echte parels verdelen over” en “diverse overige sierraden”. Voor wat betreft deze inboedelgoederen geldt dat de gewenste wijze van verdeling onvoldoende gespecificeerd en daarmee te onbepaald is om door de rechtbank vast te stellen. De rechtbank is echter ook niet in staat gesteld om zelf een wijze van verdeling vast te stellen. Partijen hebben namelijk geen enkele concrete stelling over deze sierraden ingenomen, bijvoorbeeld over om hoeveel sieraden het gaat of over de vraag of de sieraden een noemenswaardige economische waarde vertegenwoordigen. Deze inboedelgoederen zullen daarom buiten de verdeling blijven en zodoende onverdeeld blijven. De inboedelgoederen die door geen van de partijen zijn aangekruist, worden toebedeeld aan [eisers in conventie] , teneinde deze aan te kunnen bieden aan de kleinkinderen of, voor zover de kleinkinderen bepaalde goederen evenmin willen, deze af te kunnen voeren. De trouwringen van erflaatster en de grootouders van partijen, die niet in de lijst zijn opgenomen, worden toebedeeld aan [gedaagde in conventie 1] .
4.10.
Bij gebreke van enig standpunt van partijen over de waarde van de te verdelen inboedelgoederen, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat bij de hiervoor omschreven verdeling sprake is van enige onder- of overbedeling. Deze verdeling vindt daarom plaats zonder dat een van de erfgenamen jegens de anderen een vergoeding verschuldigd is of hierop aanspraak kan maken.
c)
Aangifte IB en energielabel
4.11.
[eisers in conventie] vordert dat zij gemachtigd wordt om de aangifte IB 2023 van erflaatster, zoals opgesteld door de heer [accountant] , in te dienen bij de belastingdienst. Daarnaast vordert zij een verklaring voor recht dat de factuur van € 100,00 voor het opstellen van de aangifte voor rekening komt van de nalatenschap en dat zij gemachtigd wordt dit bedrag te voldoen vanuit de ervenrekening aan diegene die de factuur heeft voorgeschoten. [gedaagde in conventie 1] heeft geen bezwaar tegen het indienen van de aangifte en het voldoen van de factuur vanuit de ervenrekening. Deze vorderingen zullen daarom toegewezen worden.
4.12.
[eisers in conventie] vordert voorts een verklaring voor recht dat de factuur voor het verkrijgen van het energielabel van de woning van € 299,00 voor rekening komt van de nalatenschap en dat zij gemachtigd wordt dit bedrag te voldoen vanuit de ervenrekening aan diegene die de factuur heeft voorgeschoten. [gedaagde in conventie 1] maakt bezwaar tegen deze kosten, omdat hij geen toestemming heeft gegeven voor de aanvraag van het energielabel. Als het energielabel in het aankomende verkooptraject van de woning nog gebruikt kan worden, heeft [gedaagde in conventie 1] geen bezwaar tegen deze kosten.
4.13.
De vraag of het energielabel nog gebruikt kan worden voor de verkoop van de woning kan in het midden blijven. In het Whatsappbericht van [gedaagde in conventie 1] voorafgaand aan de afspraak met de makelaar (zie r.o. 2.5.) heeft hij immers toestemming gegeven aan de overige erfgenamen om afspraken te maken met de makelaar voor de verkoop van de woning. In dat kader zijn de contactgegevens van [eiser in conventie 1] doorgegeven aan het bedrijf dat een energielabel kan afgeven en is het energielabel aangevraagd. De overige erfgenamen waren dus bevoegd deze kosten ten behoeve van de tot de nalatenschap behorende woning te maken. Deze vorderingen zullen daarom toegewezen worden.
d)
Uitbetalen saldo ervenrekening en opzeggen van de ervenrekening
4.14.
De verschenen partijen zijn het erover eens dat het saldo van de ervenrekening, nadat de woning is verkocht en alle schulden zijn betaald, gelijkelijk uitgekeerd moet worden aan de erfgenamen en dat de rekening vervolgens opgeheven moet worden. De verschenen partijen kunnen zich voorts vinden in het voorstel van [gedaagde in conventie 1] om [gedaagde in conventie 2] hiertoe te machtigen. De gevorderde machtiging zal daarom toegewezen worden, met dien verstande dat niet [eisers in conventie] gemachtigd zal worden, maar [gedaagde in conventie 2] .
Proceskosten
4.15.
[eisers in conventie] vordert tot slot dat [gedaagde in conventie 1] en [gedaagde in conventie 2] worden veroordeeld in de proceskosten, omdat zij onnodig de afwikkeling van de nalatenschap hebben verhinderd. De rechtbank ziet hierin echter onvoldoende aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van artikel 237 Rv Pro bij familierelaties, te weten compensatie van de proceskosten. De proceskosten in conventie en reconventie zullen daarom gecompenseerd worden, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie
5.1.
veroordeelt [gedaagde in conventie 1] en [gedaagde in conventie 2] ter zake de woning aan de [adres] te [plaatsnaam] (gemeente [gemeentenaam] ):
5.1.1.
volledige medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning door Domicilie Makelaars te Ede voor een door de makelaar te bepalen vraagprijs,
5.1.2.
niet in of rond de woning aanwezig te zijn bij de bezichtiging door aspirant-kopers,
5.1.3.
medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning als de makelaar schriftelijk heeft verklaard dat het bod, gezien de vraagprij, redelijk is en wel door al datgene te doen wat nodig is, zoals het tekenen van de koopovereenkomst,
5.1.4.
medewerking te verlenen aan de levering van de woning op de door de koper(s) gewenste termijn,
5.1.5.
de woning na de verkoop leeg en ontruimd te houden,
5.1.6.
medewerking te verlenen aan alle administratieve zaken rondom de levering van de woning waaronder begrepen het opzeggen van het energiecontract en de verzekeringen per datum levering woning,
5.2.
bepaalt dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte en zo nodig in de plaats treedt van de handtekeningen en medewerking van [gedaagde in conventie 1] en [gedaagde in conventie 2] ,
5.3.
bepaalt dat de verkoopopbrengst (verkoopprijs na aflossing van de hypotheek en na aftrek van de kosten van de makelaar en andere kosten met betrekking tot de verkoop) wordt gestort op de ervenrekening,
5.4.
stelt de wijze van verdeling van de inboedelgoederen vast zoals overwogen in
r.o. 4.9. en 4.10.,
5.5.
machtigt [eisers in conventie] om de aangifte IB 2023 van erflaatster zoals opgesteld door de heer [accountant] in te dienen bij de Belastingdienst,
5.6.
verklaart voor recht dat de factuur van de heer [accountant] voor de aangifte IB 2023 van € 100,00 en de factuur van Susteen voor het energielabel van € 299,00 voor rekening komen van de nalatenschap,
5.7.
machtigt [eisers in conventie] de bedragen zoals genoemd in r.o. 5.6. vanuit de ervenrekening te voldoen aan de persoon die de facturen heeft voorgeschoten,
5.8.
machtigt [gedaagde in conventie 2] om, na ontvangst van de verkoopopbrengst van de woning en de teruggave van de Belastingdienst, de bankrekeningen op te heffen en het saldo gelijkelijk onder de erfgenamen te verdelen,
5.9.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de beslissingen onder 5.1. tot en met 5.5. en 5.7 tot en met 5.8. uitvoerbaar bij voorraad,
5.10.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.11.
verklaart [gedaagde in conventie 1] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen,
in conventie en reconventie
5.12.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.13.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Schippers en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
JH/ES

Voetnoten

1.HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411.
2.HR 23 april 1971, ECLI:NL:PHR:1971:AC5107.
3.HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411.
4.Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 16 593, nr. 3, p. 110 en Hoge Raad 17 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2631.