Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:1616

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
C/05/461737 / HA ZA 26-22
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:428 BWArt. 6:119 BWArt. 25 lid 1 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 3 lid 1 Verordening (EG) nr. 593/2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging distributieovereenkomst en proceskostenveroordeling tussen CRV en Inseminar de Colombia

CRV B.V. heeft een procedure aangespannen tegen Inseminar de Colombia wegens een geschil over een distributieovereenkomst gesloten in februari 2022. Inseminar de Colombia is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank moest beoordelen of zij rechtsmacht had en welk recht van toepassing was.

De rechtbank oordeelde dat op grond van de forumkeuze in de overeenkomst en de EU-verordening Brussel I bis zij bevoegd was om kennis te nemen van het geschil. Tevens is op grond van de rechtskeuze in de overeenkomst en de Rome I-verordening Nederlands recht van toepassing.

De rechtbank verklaarde dat de distributieovereenkomst kwalificeert als een onbenoemde distributieovereenkomst en niet als een agentuurovereenkomst. Verder werd geoordeeld dat CRV de overeenkomst rechtsgeldig heeft beëindigd per 31 mei 2025. Inseminar de Colombia werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de distributieovereenkomst rechtsgeldig beëindigd en veroordeelt Inseminar de Colombia tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/461737 / HA ZA 26-22
Vonnis van 25 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CRV B.V.,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: CRV,
advocaat: mr. L. te Linde,
tegen
de rechtspersoon naar het recht van Colombia
INSEMINAR DE COLOMBIA G S COMPAÑIA LIMITADA,
gevestigd te Chía (Cundinamarca, Colombia),
gedaagde partij,
hierna te noemen: Inseminar de Colombia,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen Inseminar de Colombia verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.1.
Inseminar de Colombia is gevestigd in Colombia. Daardoor is sprake van een geschil met internationale aspecten en ligt de vraag voor of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op het geschil van toepassing is.
2.2.
CRV beroept zich op een distributieovereenkomst van 2/4 februari 2022. In artikel 19 lid 2 van Pro die overeenkomst is een expliciete forumkeuze voor de rechtbank te Arnhem opgenomen. Op grond van artikel 25 lid 1 van Pro de Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis) is de rechtbank daarom bevoegd om van dit geschil kennis te nemen.
2.3.
Artikel 19 lid 1 van Pro de Distributieovereenkomst bevat een rechtskeuze voor Nederlands recht. Op grond van artikel 3 lid 1 van Pro de Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I) is daarom Nederlands recht op deze zaak van toepassing.
De vorderingen
2.4.
CRV heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.5.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.6.
Inseminar de Colombia is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CRV worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
653,00
(1 punt × € 653,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.696,40
2.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart voor recht dat de Distributieovereenkomst kwalificeert als (onbenoemde) distributieovereenkomst (en niet als agentuurovereenkomst in de zin van artikel 7:428 BW Pro),
3.2.
verklaart voor recht dat de Distributieovereenkomst op 27 februari 2025 met effect per 31 mei 2025 rechtsgeldig door CRV is beëindigd,
3.3.
verklaart voor recht dat CRV noch aansprakelijk noch schadeplichtig is jegens Inseminar de Colombia in verband met de op 27 februari 2025 gedane opzegging van de distributieovereenkomst met effect per 31 mei 2025,
3.4.
veroordeelt Inseminar de Colombia in de proceskosten van € 1.696,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Inseminar de Colombia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
veroordeelt Inseminar de Colombia tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.K.J. Steketee en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.