ECLI:NL:RBGEL:2026:1619

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
C/05/458753 / HA ZA 25-455
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing oproeping in vrijwaring vennootschap onder firma in civiele procedure

In deze civiele procedure bij de rechtbank Gelderland heeft de gedaagde partij in de hoofdzaak een incidentele vordering ingediend tot oproeping van de vennootschap onder firma [firma], handelend onder de naam [bedrijf], in vrijwaring. De eiser in het incident verwees naar het eerdere oordeel van de rechtbank.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de aangevoerde en niet weersproken gronden voldoende zijn om de vordering toe te wijzen. De oproeping in vrijwaring wordt daarom toegestaan, zodat de vennootschap onder firma als partij kan worden betrokken bij de procedure.

De beslissing over de kosten van het incident wordt aangehouden totdat in de hoofdzaak een uitspraak wordt gedaan. Tevens is de zaak verwezen naar de rolzitting van 8 april 2026 voor de conclusie van antwoord in de hoofdzaak, en worden verdere beslissingen aangehouden.

Het vonnis is gewezen door rechter S.H. Keijzer en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot oproeping in vrijwaring toe en houdt de beslissing over de kosten aan tot de hoofdzaak.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/458753 / HA ZA 25-455
Vonnis in incident van 25 februari 2026
in de zaak van
[naam eiser in hoofdzaak / verweerder in incident],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [eiser in hoofdzaak / verweerder in incident] ,
advocaat: mr. J. Blakborn,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam gedaagd bedrijf in hoofdzaak / eisend in het incident] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [gedaagde in hoofdzaak / eiser in het incident] ,
advocaat: mr. M.B. Esseling.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;
- de conclusie van antwoord in oproeping in vrijwaring.
1.2.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.

2.De beoordeling in het incident

2.1.
[gedaagde in hoofdzaak / eiser in het incident] vordert dat haar wordt toegestaan de vennootschap onder firma [firma] tevens handelend onder de naam [bedrijf] te [vestigingsplaats] in vrijwaring op te roepen. [eiser in hoofdzaak / verweerder in incident] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
2.3.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1.
staat toe dat de vennootschap onder firma [firma] tevens handelend onder de naam [bedrijf] te [vestigingsplaats] door [gedaagde in hoofdzaak / eiser in het incident] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 8 april 2026,
3.2.
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,
in de hoofdzaak
3.3.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 8 april 2026 voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak,
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Keijzer en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.
822/2075