ECLI:NL:RBGEL:2026:1645

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
ARN 24_7361
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2024
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verlaging maximum toevoegingseenheden 2024

Eiser, werkzaam als advocaat, stelde beroep in tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand om het maximum aantal toevoegingseenheden voor 2024 te verlagen van 250 naar 236 vanwege een hoge declaratie in voorgaande jaren.

De rechtbank beoordeelde ambtshalve of eiser procesbelang had bij een inhoudelijke behandeling van het beroep. Hoewel eiser een principieel belang aanvoerde vanwege vermeende onzorgvuldigheid en willekeur van de Raad, stelde de rechtbank vast dat eiser feitelijk geen nadelige financiële gevolgen ondervond omdat het aantal daadwerkelijk afgegeven toevoegingseenheden ruim onder het maximum bleef.

De rechtbank oordeelde dat een louter principieel belang onvoldoende is voor procesbelang en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S. Kompier en griffier I.H. Verzijl-Stoop.

Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van het maximum aantal toevoegingseenheden is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/7361

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand

(gemachtigde: mr. M. Rutten).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van de Raad om het maximum aantal aan eiser te verstrekken toevoegingseenheden voor het jaar 2024 lager vast te stellen. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiser procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Het beroep is dus niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. In het besluit van 9 februari 2024 heeft de Raad het maximum aantal aan eiser te verstrekken toevoegingseenheden voor het jaar 2024 vastgesteld op 236. Met het bestreden besluit van 14 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is de Raad bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Raad heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de Raad.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit
3. Eiser is werkzaam als advocaat. De Raad heeft op grond van artikel 5, onder e, van de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2024 het maximum aantal aan eiser te verstrekken toevoegingseenheden voor het jaar 2024 verlaagd van 250 naar 236. Eiser heeft namelijk in de twee voorafgaande jaren (2022 en 2023) gemiddeld meer dan 2.000 punten gedeclareerd.
Heeft eiser procesbelang?
4. De rechtbank beoordeelt allereerst of eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep tegen het bestreden besluit.
4.1.
Procesbelang is het belang dat een belanghebbende heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de belanghebbende voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de belanghebbende van feitelijke betekenis is. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang.
4.2.
Op de zitting heeft de rechtbank met partijen vastgesteld dat de Raad in 2024 118,83 toevoegingseenheden aan eiser heeft afgegeven. Ondanks dat de toevoegingseenheden voor 2024 dus zijn verlaagd van 250 naar 236, is eiser met de afgegeven 118,83 toevoegingseenheden ruim onder dat aantal gebleven.
Eiser heeft op de zitting nog toegelicht dat het aantal gedeclareerde punten over 2023, dat hij in deze procedure ter discussie heeft gesteld, ook van belang is voor het maximum aantal aan eiser te verstrekken toevoegingseenheden voor 2025, en dat daar voor hem een belang zit bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep. Dat volgt de rechtbank echter niet, omdat de Raad het maximum aantal toevoegingseenheden voor eiser over 2025 niet naar beneden heeft bijgesteld. Op de zitting heeft de Raad bevestigd dat dit ook niet zal gaan gebeuren. Eiser heeft op de zitting ook erkend dat dit betekent dat het bestreden besluit, inclusief de vaststelling van het aantal in 2023 gedeclareerde punten, voor hem geen nadelige financiële gevolgen heeft (gehad).
4.3.
Eiser betoogt dat hij desondanks belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Eiser heeft een principieel belang, omdat de Raad volgens hem onzorgvuldig en willekeurig heeft gehandeld, en misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid. Volgens eiser had de Raad met hem in overleg moeten treden, hem vooraf moeten waarschuwen over het naderen van de grens van gemiddeld 2.000 punten en rekening moeten houden met de omstandigheden dat er een beginnende advocaat-stagiaire werkzaam was op het kantoor van eiser, dat eiser bewerkelijke zaken behandelde die meerdere jaren duurden en die pas aan het eind konden worden gedeclareerd, en dat per 1 januari 2022 het puntenaantal per zaaksoort omhoog is gegaan. Eiser vindt het systeem niet eerlijk en hoopt met zijn beroep een lans te kunnen breken voor de sociale advocatuur.
4.4.
De rechtbank is van oordeel dat hieruit geen procesbelang voor eiser voortvloeit. Het doel dat eiser met het beroep voor ogen staat is voor hem niet van feitelijke betekenis. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor het betoog van eiser, is een principieel belang onvoldoende voor het aannemen van procesbelang. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.H. Verzijl-Stoop, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.