ECLI:NL:RBGEL:2026:1665

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
05/059152-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 321 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken oplichtingsmiddel bij Marktplaatsoplichting

De rechtbank Gelderland heeft verdachte vrijgesproken van oplichting met betrekking tot de verkoop van een zijden Hermes sjaal via Marktplaats. Verdachte bood de sjaal aan, accepteerde biedingen en vroeg betaling op zijn eigen bankrekening, maar leverde de sjaal niet. Hoewel verdachte bekend heeft dat hij de sjaal niet bezat en niet van plan was te leveren, is niet bewezen dat hij gebruikmaakte van een oplichtingsmiddel zoals een valse naam, listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels.

De rechtbank overwoog dat het enkel niet leveren van een gekocht goed, ook al is er geen intentie om te leveren, doorgaans civielrechtelijk wanprestatie betreft en niet zonder meer strafbare oplichting. Verdachte gebruikte zijn eigen bankrekening en slechts in één geval een valse gebruikersnaam, maar dit was niet doorslaggevend voor het overmaken van geld door de benadeelden. De gedragingen van verdachte waren kenmerkend voor een normale Marktplaatstransactie.

Vervolgens verklaarde de rechtbank de civiele vorderingen van vijf benadeelden tot schadevergoeding niet-ontvankelijk in deze strafzaak, met de mogelijkheid deze vorderingen bij de burgerlijke rechter aan te brengen. De rechtbank sprak verdachte vrij en wees de vorderingen af wegens gebrek aan bewezen oplichting.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van een oplichtingsmiddel; civiele vorderingen worden niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.059152.24
Datum uitspraak : 3 maart 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsman: mr. R. Oude Breuil, advocaat in Enschede.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting
van 17 februari 2026.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 augustus 2023 tot en met 3 januari 2024 in de gemeente(n) Zutphen en/of Rockanje en/of Alphen aan den Rijn en/of Haarlem en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland,
(telkens) met het oogmerk om zich en/of een of meer anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam, een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels,
5 personen heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, waaronder de navolgende personen, voor de navolgende geldbedragen:
1: [aangever 1] , tot de afgifte van 50,- euro, op of omstreeks 18 augustus 2023 en/of
2: [aangever 2] , tot de afgifte van 105, euro, op of omstreeks 28 december 2023 en/of
3: [aangever 3] , tot de afgifte van 94,35 euro, op of omstreeks 31 december 2023 en/of
4: [aangever 4] , tot de afgifte van 120,- euro, op of omstreeks 1 januari 2024 en/of
5: [aangever 5] , tot de afgifte van 160,- euro, op of omstreeks 3 januari 2024
door
- al dan niet gebruik te maken van een of meer (gedeeltelijk) valse namen, te weten [naam] (zaak 2) en/of [naam] (zaak 1, 4 en 5) en/of
- ( vervolgens) al dan niet met gebruikmaking van deze namen op het internet, te weten op de website www.marktplaats.nl een of meer advertenties te plaatsen waarin (telkens) een (zijden) Hermes sjaal te koop werden aangeboden en/of
- met een of meer van voornoemde personen via Marktplaats.nl gechat/contact te onderhouden en/of overleg te voeren en/of informatie te verschaffen over de wijze van en/of het tijdstip van levering en/of betaling van die aangeboden sjaal en/of
- daarbij toe te zeggen dat deze sjaal na ontvangst van betaling zouden worden toegezonden en/of geleverd, dan wel dat het geldbedrag zou worden teruggegeven en/of
- daarbij een bankrekening, te weten [rekeningnummer] t.n.v. [naam] / [verdachte] op/door te geven, waarop de te betalen aankoopbedragen (inclusief verzendkosten) konden worden overgeboekt en/of gestort en over welke rekening hij, verdachte, de beschikking had en/of
- daarbij zich voor te doen als eigenaar/bezitter van te koop aangeboden sjaal en/of als bonafide/betrouwbare verkoper van die sjaal en/of
- de indruk en/of het vertrouwen te wekken bij voornoemde personen dat hij, verdachte, de te koop aangeboden sjaal na betaling daadwerkelijk zou toezenden/leveren.

2.De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals die zijn geadviseerd door de reclassering.
De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit omdat een oplichtingsmiddel niet bewezen kan worden.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Niet ter discussie staat dat verdachte via Marktplaats een zijden Hermes sjaal heeft aangeboden. Verdachte heeft biedingen van verschillende aangevers op de sjaal geaccepteerd en hij zou de sjaal, na overschrijving van het geld op het door hem verstrekte bankrekeningnummer, per post opsturen. De benadeelden hebben betaald, maar hebben de sjaal vervolgens nooit ontvangen. Verdachte heeft bekend dat hij de sjaal niet in zijn bezit had en nooit van plan was de sjaal te leveren. Door vijf benadeelden is aangifte gedaan.
De vraag die aan de rechtbank voorligt, is of verdachte de benadeelden door aanwending van een of meer oplichtingsmiddelen (het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid, het toepassen van listige kunstgrepen en/of het gebruik maken van een samenweefsel van verdichtsels) heeft bewogen tot de afgifte van het overeengekomen geldbedrag. Deze zogenoemde oplichtingsmiddelen zijn (onder andere) in de wet opgenomen om te voorkomen dat iedere tekortkoming in civielrechtelijke zin binnen het bereik van het strafrecht wordt gebracht. In zijn algemeenheid kan gezegd worden dat een relatief groot deel van de zaken waarin aangifte wordt gedaan van internetfraude geen sprake is van strafrechtelijke oplichting maar van civielrechtelijke wanprestatie.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad levert het enkel zich in strijd met de waarheid voordoen als bonafide verkoper die in staat en voornemens is het goed te leveren– ook als de verkoper al voorzag niet aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen -, niet het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van dit artikel op. Als iemand niet van plan is om een goed te leveren, ondanks dat de koopprijs wordt betaald, kan sprake zijn van civielrechtelijk niet-nakomen, maar er is daarmee niet zonder meer sprake van oplichting. Dat hangt af van de bijkomende omstandigheden van het concrete geval. Daarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld het gebruiken van een gefingeerde naam of het opzettelijk hanteren van een bankrekening dat niet naar verdachte te herleiden is.
Verdachte heeft niet steeds zijn eigen of volledige naam bij de advertenties op Marktplaats geplaatst. In een van de gevallen gebruikte hij de username ‘ [naam] ’, in drie gevallen de username ‘ [naam] ’ (de voorletters van verdachte) en in een geval de naam [verdachte] . Redelijkerwijs zou daarvan alleen de naam ‘ [naam] ’ als valse naam beschouwd kunnen worden. Echter, niet is gebleken dat de betreffende benadeelde ( [aangever 2] ) door die valse naam is bewogen tot de afgifte van gelden. Uit de aangiftes blijkt immers alleen dat alle benadeelden de wens hadden het aangeboden goed te kopen en niet dat zij tot het overmaken van de koopsom zijn gekomen door de door verdachte gebruikte naam. Bovendien gebruikte verdachte in alle gevallen - ook in het geval van [aangever 2] - steeds zijn eigen bankrekeningnummer op zijn eigen naam. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat niet bewezen kan worden dat verdachte een andere naam heeft aangenomen met het doel hen tot afgifte te bewegen, of dat de benadeelde(n) door die valse naam zijn bewogen tot de afgifte van geld.
De rechtbank overweegt dat evenmin sprake is van listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels.
In het onderhavige geval houdt de tenlastelegging in dat verdachte (telkens) op de website Marktplaats.nl goederen te koop heeft aangeboden, dat hij het bod van de koper heeft geaccepteerd en dat hij de koper heeft gevraagd om het overeengekomen bedrag op zijn rekeningnummer over te maken, waarna hij het goed zou opsturen. Dit gedrag is kenmerkend voor elke normale transactie op Marktplaats.
Uit het dossier blijkt niet dat verdachte méér heeft gedaan dan dat.
Het ten laste gelegde handelen van verdachte kan daarom niet als oplichting worden gekwalificeerd en verdachte zal van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

4.De beoordeling van de civiele vorderingen

Er hebben vijf benadeelde partijen vorderingen tot schadevergoeding ingediend.
  • De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 56,95 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
  • De benadeelde partij [aangever 2] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 105,- aan materiële schade en € 100,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
  • De benadeelde partij [aangever 5] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 160,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
  • De benadeelde partij [aangever 3] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 94,35 aan materiële schade en € 200,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
  • De benadeelde partij [aangever 4] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 120,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Overweging van de rechtbank
Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zullen de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in de vorderingen. De vorderingen kunnen bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

5.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;
 verklaart de benadeelde partijen [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 5] , [aangever 3] en [aangever 4] niet-ontvankelijk in hun vorderingen;
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin (voorzitter), mr. J.S.W. Lucassen en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 maart 2026.
Mr. G.L.C. van den Bosch is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.