ECLI:NL:RBGEL:2026:1680

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
ARN 24_893
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMVerordening (EU) nr. 1178/2011Artikel MED.A.025 Verordening 1178/2011Artikel MED.B.001 Verordening 1178/2011Artikel MED.B.075 Verordening 1178/2011
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag medisch certificaat klasse 2 zonder VCL bevestigd met schadevergoeding wegens termijnoverschrijding

Eiser heeft een medisch certificaat klasse 2 zonder VCL aangevraagd, maar dit werd door de minister afgewezen vanwege onvoldoende kleurwaarneming, vastgesteld met diverse kleurentests waaronder de Ishihara- en CAD-testen. De minister baseerde het besluit op een zorgvuldige procedure met onafhankelijke medische adviseurs (OMA’s) die concludeerden dat eiser niet kleurveilig is voor niet-daglichtsituaties.

Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder onduidelijkheid over de kwalificaties van de medisch beoordelaar, vermeende onzorgvuldigheid en onobjectiviteit van de OMA’s, en het negeren van positieve kleurentests. De rechtbank verwierp deze gronden omdat de procedure correct was gevolgd, alle relevante tests waren meegewogen en de medisch beoordelaar bevoegd was.

Hoewel eiser later positieve CAD-testen en een medisch certificaat klasse 1 in Spanje ontving, deed dit niet af aan het bestreden besluit. Wel stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn voor de beroepsprocedure met zeven maanden was overschreden, waardoor eiser recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €1.000.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om materiële schadevergoeding af, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van immateriële schade wegens de termijnoverschrijding.

Uitkomst: De afwijzing van het medisch certificaat klasse 2 zonder VCL wordt bevestigd, met een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/893

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister

(gemachtigde: mr. H.J. ‘t Hart).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
de Staat der Nederlanden(de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser. Eiser heeft de afgifte van een medisch certificaat klasse 2 zonder VCL (valid by day only) aangevraagd. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister terecht de afgifte van het medisch certificaat heeft geweigerd. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep slaagt in zoverre niet. Wel is sprake van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Aan eiser wordt daarom een schadevergoeding toegekend. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor de afgifte van een medisch certificaat klasse 2 zonder VCL. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 27 juli 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 januari 2024 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 1 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en zijn oom, G. Hoogerduijn, deelgenomen. De gemachtigde van de minister was zonder afmelding afwezig.
2.3.
Na de zitting heeft de rechtbank bericht van de gemachtigde van de minister ontvangen met uitleg over zijn afwezigheid bij de zitting. Hij heeft daarbij gevraagd om heropening van het onderzoek. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek heropend en de minister verzocht enkele vragen te beantwoorden. Eiser heeft hierop enkele vragen aan de rechtbank over de procedure voorgelegd. De rechtbank heeft deze vragen beantwoord. Bij brief van 12 juni 2025 heeft de minister de vragen van de rechtbank beantwoord. Hierop heeft eiser bij brief van 22 juli 2025 gereageerd.

Beoordeling door de rechtbank

De totstandkoming van het bestreden besluit
3. Op 29 maart 2022 heeft eiser van Aeglia Aeronautical Medical Center (AeMC) een besluit ontvangen waarbij aan hem een medisch certificaat klasse 2 wordt toegekend met een VCL-aantekening. De VCL-aantekening heeft tot gevolg dat eiser slechts bij daglicht mag vliegen. Eiser krijgt deze aantekening in verband met de vastgestelde verminderde kleurvisie. Eiser was niet geslaagd voor de Ishihara-test.
3.1.
Eiser heeft hierna nog meerdere malen kleurentests gedaan bij verschillende instanties. Dit heeft geleid tot tussenbeoordelingen op 8 december 2022 en 4 april 2023. Deze tussenbeoordelingen hebben niet geleid tot een ander besluit. Op 9 juni 2023 heeft eiser het besluit betwist in een brief aan de minister. Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de minister het verzoek om afgifte van een medisch certificaat klasse 2 zonder VCL afgewezen. De minister legt – verkort weergegeven – het volgende aan zijn besluit ten grondslag:
  • Bij de Ishihara-test op 29 maart 2022 heeft u 14 fouten gemaakt.
  • Nader kleurenonderzoek was geïndiceerd maar heeft niet plaatsgevonden; een medisch certificaat klasse 2 met VCL is afgegeven;
  • Op 8 december 2022 heeft een assessment bij Sky Medical Center plaatsgevonden; bij de Ishihara-test heeft u 0 fouten gemaakt;
  • Op 24 februari 2023 heeft u een CAD-test gedaan met de uitslag PASS/5,34. U heeft alleen het voorblad aangeleverd; het is onduidelijk wie de test bij u heeft afgenomen;
  • Op 17 maart 2023 heeft u opnieuw een CAD-test gedaan met de uitslag PASS/5,12 deutandeficiëntie;
  • Na langdurig aandringen door de medisch beoordelaar om nadere informatie te verkrijgen betreffende de complete uitslag van de CAD-test van 24 februari 2023 heeft de keuringsarts van Sky Medical Center op 18 maart 2023 de complete uitslag van de optometrist van Aeglia ontvangen. Het blijkt dat de uitslag van de test was: FAIL/7,34. Er is sprake van fraude;
  • Op 23 maart 2023 geeft de medisch beoordelaar het advies aan de keuringsarts om nog één keer een CAD-test te doen bij [persoon A] (in België) vanwege de verschillende uitkomsten van de testen;
  • Op 25 april 2023 is de CAD-test gedaan bij [persoon B], een collega van [persoon A], met de uitslag FAIL/9,83, er is sprake van deuteranomalie;
  • U heeft op eigen initiatief andere onderzoeken door [persoon B] laten uitvoeren;
  • Het is aan de medisch beoordelaar om te beoordelen of iemand kleurveilig is;
  • De conclusie is dat u bij twee verschillende onderzoekscentra de CAD-test niet heeft gehaald. Beide keren was er sprake van een deutandeficiëntie met een drempel van meer dan zes standaardnormaal units. Er is sprake van een frauduleuze uitslag van een van de CAD-testen. Aanvragers die de aanvullende kleurwaarnemingstests niet met goed gevolg afleggen, worden als kleuronveilig beoordeeld.
3.2.
Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. De minister heeft het bezwaar voorgelegd aan onafhankelijke medische adviseurs (de OMA’s). De OMA’s hebben eiser ook gehoord. Het advies van de OMA’s is door de minister aan een medisch beoordelaar voorgelegd. De medisch beoordelaar heeft zich ervan vergewist dat de door de OMA’s gevolgde procedure in overeenstemming is met de daarvoor geldende eisen en dat het onderzoek op een zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. De medische beoordelaar concludeert dat het advies op een deugdelijke wijze is onderbouwd en in lijn is met de vigerende wet- en regelgeving. De minister legt daarom het advies van de OMA’s ten grondslag aan zijn besluit.
3.3
In hun advies concluderen de OMA’s dat de vraag of de stoornis in het kleurenzien van eiser een negatief effect heeft op de vliegveiligheid wanneer niet bij daglichtcondities wordt gevlogen niet met zekerheid valt te beantwoorden gelet op de tegenstrijdige uitkomsten van de diverse uitgevoerde en herhaalde tests. De OMA’s stellen ten aanzien van de conclusie van [persoon B] dat eiser kleurveilig is dat de AMC2 MED.B.075 (c) geen keuzemenu is waaruit door onderzoekers naar eigen inzicht gekozen kan worden om te beoordelen of iemand al dan niet kleurveilig is. De beslissing over de kleurveiligheid op grond van vervolgtests wordt uiteindelijk genomen door de medisch beoordelaar van de CAA-NL, [1] die daarmee ook bepaalt welk vervolgonderzoek daaraan ten grondslag moet liggen. In deze bezwaarzaak is door de medisch beoordelaar gevraagd om in Brussel een CAD-test te doen. Dat [persoon B] ervoor kiest ook een aantal andere onderzoeken te doen staat hem vrij, maar dan mag wel verwacht worden dat beargumenteerd wordt waarom het resultaat van het gevraagde onderzoek wordt genegeerd. Alles overwegende komen de OMA’s tot de conclusie dat de uitkomsten van de diverse uitgevoerde tests onvoldoende garantie bieden dat de stoornis in het kleurenzien bij bezwaarmaker geen gevaar vormt voor de vliegveiligheid in niet-daglicht situaties.
Wat heeft eiser tegen het bestreden besluit aangevoerd?
4. Eiser heeft in zijn beroepschrift, dat hij meerdere keren heeft aangevuld – verkort weergegeven – de volgende beroepsgronden aangevoerd:
1. Onduidelijk is of de medisch beoordelaar aan de gestelde voorwaarden voldoet;
2. De minister en de OMA’s hebben zich niet aan de geldende Europese wet- en regelgeving gehouden;
3. Het verslag van de hoorzitting is te summier. Alleen zaken die voor mij negatief zijn, zijn opgenomen;
4. De OMA’s waren niet objectief. Het negeren van de door mij positief afgelegde lantaarntests is in strijd met de regelgeving;
5. Naar aanleiding van de positieve Ishihara test op 8 december 2022 en de verklaring van [persoon B] dat ik ‘colour safe’ was, had een medisch certificaat verstrekt moeten worden;
6. Het is onzorgvuldig dat de OMA’s, ondanks de daartoe verleende toestemming, geen informatie hebben opgevraagd bij [persoon B];
7. Uit contact met de Medical examiner is mij gebleken dat de CAD-test als aanvullende test is toegestaan, maar ook de lantaarntest;
8. Inmiddels heb ik nog twee keer een CAD-test met goed gevolg afgelegd. Ook is aan mij in Spanje een klasse 1 medisch certificaat zonder beperkingen afgegeven. Dit is door de minister ingetrokken;
9. Op 10 oktober 2024 is aan mij een medisch certificaat klasse 1 uitgereikt. Ik heb aan de minister om schadevergoeding verzocht als voorwaarde om dit beroep in te trekken.
Toetsingskader
5. De voor deze zaak van belang zijnde wet- en regelgeving staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Algemene overwegingen
6. De regelgeving over de medische geschiktheid van piloten is opgenomen in Europese Verordeningen. In de Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening 216/2008 (hierna: Verordening 1178/2011) heeft de Europese Commissie uitvoeringsregels vastgesteld voor wat betreft de eisen voor het certificeren van piloten en personen die betrokken zijn bij de opleiding, het beoordelen van piloten op hun vaardigheid en bekwaamheid, het afgeven van een verklaring van geschiktheid aan cabinepersoneel en de beoordeling van de medische geschiktheid. Volgens artikel 3 van Pro de Verordening 1178/2011 moeten piloten voldoen aan de technische eisen en administratieve procedures die in bijlage I en bijlage IV zijn vastgesteld.
6.1
In bijlage IV van de Verordening 1178/2011 zijn regels gesteld omtrent het verkrijgen van een medisch certificaat (PART.MED subdeel A) en de eisen die daarvoor gelden (PART.MED subdeel B). PART.MED subdeel B schrijft onder meer voor dat als een aanvrager niet voldoet aan de eisen voor het medisch certificaat, maar het niet waarschijnlijk wordt geacht dat de veilige uitoefening van de bevoegdheden daardoor in gevaar komt, beoordeeld moet worden of de aanvrager in staat is om zijn taken veilig uit te voeren met inachtneming van een of meer beperkingen op het medisch certificaat (MED.B.001 sub a onder i).
6.2
In bijlage VI van de Verordening 1178/2011 zijn regels gesteld omtrent de eisen van de autoriteit met betrekking tot boordpersoneel. In subdeel MED zijn specifieke eisen inzake luchtvaartgeneeskundige certificering opgenomen. In artikel ARA.MED.325 is bepaald dat de bevoegde autoriteit een procedure dient in te voeren om grensgevallen en betwiste gevallen opnieuw te bekijken met onafhankelijke medische adviseurs die ervaren zijn in de uitoefening van de luchtvaartgeneeskunde teneinde de geschiktheid van een aanvrager voor medische certificering te beoordelen en advies daarover te geven.
6.3
Het Europees Agentschap voor de Veiligheid van de Luchtvaart (EASA) geeft AMC’s uit. AMC’s zijn niet bindende standaarden die kunnen worden gebruikt door personen en organisaties om aan te tonen dat ze voldoen aan de bepalingen van en bijlagen bij de verordeningen.
6.4
De rechtbank stelt vast dat de minister overeenkomstig het bepaalde in Verordening 1178/2011 een procedure heeft vastgesteld waarbij een medische beoordeling plaatsvindt door een gecertificeerde keuringsarts dan wel een gecertificeerd geneeskundig centrum. Als deze arts of het centrum geen medisch certificaat afgeeft, kan dit besluit betwist worden bij het bevoegd gezag, in dit geval de minister. Ter invulling van ARA.MED.325 is vervolgens voorzien in een procedure waarbij in eerste instantie een besluit wordt genomen waarbij een medisch adviseur in dienst van de minister (in het bijzonder de Inspectie Leefomgeving en Transport) adviseert. Dit levert een besluit in primo op waar bezwaar tegen openstaat. In de bezwaarprocedure vraagt de minister advies aan onafhankelijke medisch adviseurs, de reeds genoemde OMA’s, waarna hij een besluit op bezwaar neemt.
6.5
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de in paragraaf 3 beschreven totstandkoming van het besluit dat de procedure, zoals die uit Verordening 1178/2011 volgt, correct is gevolgd. In zoverre slaagt de beroepsgrond van eiser niet dat de minister zich niet heeft gehouden aan de Europese wet- en regelgeving.
Voldoet de medisch beoordelaar aan de gestelde voorwaarden?
7. Eiser stelt dat onduidelijk is of de medisch beoordelaar aan de gestelde voorwaarden voldoet. Hij onderbouwt echter op geen enkele wijze waarom de medisch beoordelaar niet aan de gestelde eisen voldoet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om aan de gekwalificeerdheid van de medisch beoordelaar te twijfelen. De beroepsgrond genoemd in paragraaf 4. onder 1 slaagt daarom niet.
Is het hoorgesprek te summier?
8. Het verslag van het hoorgesprek is een zakelijke weergave van wat daar besproken is. Voor zover eiser van mening is dat het verslag onvolledig is, is hij in de gelegenheid geweest aan te geven wat er nog meer besproken is. Dat heeft eiser ook gedaan. De rechtbank begrijpt dat de OMA’s tijdens het hoorgesprek eiser de indruk hebben gegeven dat hun advies anders zou luiden dan het uiteindelijk luidde. Wat daar verder ook van zij, dit is verder niet van invloed op de beoordeling van het bestreden besluit. De beroepsgrond genoemd in paragraaf 4. onder 3 slaagt niet.
Is het advies van de OMA’s objectief en zorgvuldig?
9. De OMA’s hebben in hun advies alle door eiser afgelegde kleurentesten meegenomen en komen op grond daarvan tot de conclusie dat er onvoldoende garanties zijn dat de stoornis in het kleurenzien bij bezwaarmaker geen gevaar vormt voor de vliegveiligheid in niet-daglicht situaties. De rechtbank is van oordeel dat hieruit niet blijkt dat de OMA’s niet objectief en onzorgvuldig zouden hebben gehandeld. Het zou juist onzorgvuldig zijn geweest als zij alleen naar positieve tests zouden hebben gekeken en de negatieve tests zouden hebben genegeerd. Ook het feit dat de OMA’s verder geen contact hebben opgenomen met [persoon B] acht de rechtbank niet onzorgvuldig. De uitkomsten van de afgelegde tests, alsmede zijn conclusie was helder. De beroepsgrond genoemd in paragraaf 4. onder 2 slaagt niet.
Voldoen het advies en het bestreden besluit aan de geldende regelgeving?
10. De rechtbank is verder van oordeel dat het advies en het daaropvolgende besluit ook in overeenstemming is met de geldende regelgeving. Uit artikel MED.B.075 volgt dat aanvragers die de Ishiharatest niet met goed gevolg afleggen, verdere kleurwaarnemingstests moeten doen om vast te stellen of ze kleurveilig zijn. Eiser heeft de eerste Ishiharatest niet met goed gevolg afgelegd en hij heeft daarop, deels op eigen initiatief, meerdere andere tests afgelegd. Op verzoek van de medisch beoordelaar heeft eiser in Brussel de CAD-test nogmaals afgelegd. Deze was wederom negatief, maar andere daar afgelegde tests waren positief. Anders dan eiser stelt volgt uit de regelgeving niet dat als er maar één keer een positieve test wordt afgelegd deze bepalend is. Het is ook niet aan eiser om te bepalen welke test doorslaggevend moet zijn. Het bepaalde in AMC1 MED.B.075 dat ingaat op de verschillende soorten tests, is daarbij een richtlijn uitgevaardigd door de EASA en als zodanig niet bindend. Het is aan de medisch beoordelaar om te bepalen welke aanvullende test(s) hij wil laten uitvoeren.
De beroepsgronden vermeldt onder 4, 5, 6 en 7 slagen niet.
Is er reden om tot schadevergoeding over te gaan?
11. Uit het voorgaande volgt dat de beroepsgronden niet slagen. Dat eiser later nog twee keer een positieve CAD-test heeft afgelegd, dat aan hem in Spanje een klasse 1 medisch certificaat zonder beperkingen is afgegeven en dat de minister op 10 oktober 2024 aan hem een medisch certificaat klasse 1 heeft uitgereikt, doet daar verder niet aan af. Omdat het bestreden besluit daarom niet onrechtmatig is, is er geen aanleiding het verzoek om materiële schadevergoeding toe te kennen.
Is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn?
12. Eiser heeft met enige regelmaat geïnformeerd naar de stand van zaken. De rechtbank begrijpt dit zo dat hij van mening is dat de procedure te lang heeft geduurd en dat derhalve sprake is van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het EVRM.
12.1.
Op grond van artikel 6 van Pro het EVRM heeft eenieder recht op behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn. Wordt die termijn geschonden, dan kan recht bestaan op een financiële compensatie van de als gevolg daarvan ervaren spanning en onzekerheid, de immateriële schadevergoeding.
12.2.
Of de redelijke termijn is overschreden, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij zijn van belang de ingewikkeldheid van de zaak, de wijze waarop de zaak door het bestuursorgaan en de rechter is behandeld, het processuele gedrag van betrokkene gedurende de hele procesgang en de aard van de maatregel en het daardoor getroffen belang van betrokkene.
12.3.
Volgens vaste rechtspraak bedraagt in procedures zoals deze de redelijke termijn in beginsel twee jaar, uitgesplitst naar de behandeling van het bezwaar (half jaar) en de behandeling van de daarop volgende beroepsprocedure (anderhalf jaar). Overschrijding in de ene fase kan gecompenseerd worden door de andere fase. De redelijke termijn begint te lopen vanaf het moment dat het bezwaarschrift is ontvangen. De redelijke termijn eindigt op het moment dat op het beroep is beslist.
12.4.
Voor de beoordeling van het verzoek om schadevergoeding zal moeten worden beoordeeld of de redelijke termijn is overschreden. Voor de beantwoording van die vraag zal eerst moeten worden beoordeeld wanneer de redelijke termijn is begonnen.
De rechtbank ziet aanleiding om de redelijke termijn te laten beginnen op 30 augustus 2023, de dag waarop het bezwaarschrift tegen het primaire besluit door de minister is ontvangen. Omdat de minister op 8 januari 2024 een besluit op het bezwaar heeft genomen, is de redelijke termijn in de bestuurlijke fase niet overschreden. Vervolgens is de vraag of de redelijke termijn in de rechterlijke fase is overschreden. De rechtbank kan die vraag kort en bondig met ja beantwoorden.
12.5.
De rechtbank had uiterlijk op 30 augustus 2025 moeten beslissen. Omdat de rechtbank in maart 2026 uitspraak doet, is de beslistermijn met zeven maanden overschreden. Eiser heeft daarom recht op een vergoeding voor de door hem geleden immateriële schade. Die bedraagt (2x € 500 per (gedeelte van een) half jaar =) € 1.000. Omdat deze overschrijding geheel aan de beroepsfase is toe te rekenen, moet de Staat de door eiser geleden immateriële schade vergoeden.

Conclusie en gevolgen

13. Uit het voorgaande volgt dat de minister op goede gronden de afgifte van een medisch certificaat klasse 2 zonder VCL heeft geweigerd. Het beroep is daarom ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Ook is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Wel is sprake van overschrijding van de redelijke termijn. Aan eiser wordt een schadevergoeding van € 1000 toegekend.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om materiële schadevergoeding af;
  • veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.000.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, rechter, in aanwezigheid van mr. N. ter Horst griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke regelgeving

Gebaseerd op Verordening (EU) nr. 1178/2011
Artikel MED.A.025
a. a) Bij het uitvoeren van medische onderzoeken en/of beoordelingen moeten luchtvaartgeneeskundige centra, bevoegde keuringsartsen, huisartsen en bedrijfsartsen:
1) ervoor zorgen dat de communicatie met de persoon zonder taalbarrières tot stand kan komen;
2) de persoon wijzen op de gevolgen van het afgeven van onvolledige, inaccurate of valse verklaringen over hun medische geschiedenis.
b) Na afronding van de luchtvaartmedische onderzoeken en/of beoordeling moeten het luchtvaartgeneeskundig centrum, de bevoegde keuringsarts, huisarts en bedrijfsarts:
1) de persoon adviseren of deze geschikt of ongeschikt is of doorverwijzen naar de autoriteit die het bewijs van bevoegdheid afgeeft het luchtvaartgeneeskundig centrum of de bevoegde keuringsarts voor zover van toepassing;
2) de persoon op de hoogte stellen van een eventuele beperking die de vliegopleiding of de bevoegdheden verbonden aan het bewijs van bevoegdheid of het attest voor cabinebemanning kan beperken;
3) personen die ongeschikt zijn bevonden in kennis stellen van hun recht op een tweede beoordeling; en
4) in het geval van aanvragers van een medisch certificaat, direct een ondertekend of elektronisch gewaarmerkt verslag, met inbegrip van het beoordelingsresultaat en een kopie van het medisch certificaat, indienen bij de autoriteit die het bewijs van bevoegdheid afgeeft.
(…)
Artikel MED.B.001 Beperkingen van medische certificaten
a. a) Beperkingen van medische certificaten van klasse 1 en klasse 2
1) Als de aanvrager niet volledig voldoet aan de eisen voor het medisch certificaat van de betreffende klasse maar het niet waarschijnlijk wordt geacht dat de veilige uitoefening van de bevoegdheden van het desbetreffende bewijs van bevoegdheid daardoor in gevaar komt, moet het luchtvaartgeneeskundig centrum of de bevoegde keuringsarts:
i. i) in het geval van aanvragers van een medisch certificaat van klasse 1, de beslissing over geschiktheid van de aanvrager overeenkomstig dit subdeel doorverwijzen naar de medische beoordelaar van de autoriteit die het bewijs van bevoegdheid heeft afgegeven;
(…)
Artikel MED.B.075 Kleurwaarneming
a. a) Van aanvragers wordt verlangd dat ze kunnen aantonen in staat te zijn gemakkelijk de kleuren waar te nemen die nodig zijn voor de veilige uitvoering van hun taken.
b) Onderzoek
1) Aanvragers moeten voor de eerste afgifte van een medisch certificaat de Ishiharatest met goed gevolg afleggen.
2) Aanvragers die de Ishiharatest niet met goed gevolg afleggen, moeten verdere kleurwaarnemingstests doen om vast te stellen of ze kleurveilig zijn.
c) In het geval van medische certificaten klasse 1, moeten aanvragers normale waarneming van kleuren hebben of kleurveilig zijn. Aanvragers die aanvullende kleurwaarnemingstests niet met goed gevolg afleggen, worden als ongeschikt beoordeeld. Aanvragers van een medisch certificaat klasse 1 worden doorverwezen naar de autoriteit die het bewijs van bevoegdheid afgeeft.
d) In het geval van medische certificaten klasse 2 worden de vliegrechten beperkt tot uitsluitend overdag, wanneer de aanvrager geen voldoende waarneming van kleuren heeft.
ARA.MED.325 Tweede beoordelingsprocedure
De bevoegde autoriteit dient een procedure in te voeren om grensgevallen en betwiste gevallen opnieuw te bekijken met onafhankelijke medische adviseurs die ervaren zijn in de uitoefening van de luchtvaartgeneeskunde teneinde de geschiktheid van een aanvrager voor medische certificering te beoordelen en advies daarover te geven.
EASA AMC1
AMC1 MED.B.075 Colour vision
( a) At revalidation and renewal examinations, colour vision should be tested on clinical indication.
( b) The Ishihara test (24 plate version) is considered passed if the first 15 plates, presented in a
random order, are identified without error.
( c) Those failing the Ishihara test should be examined either by:
(1) anomaloscopy (Nagel or equivalent). This test is considered passed if the colour match is
trichromatic and the matching range is 4 scale units or less, or if the anomalous quotient
is acceptable; or by
(2) lantern testing with a Spectrolux, Beynes or Holmes-Wright lantern. This test is
considered passed if the applicant passes without error a test with accepted lanterns.
(3) Colour Assessment and Diagnosis (CAD) test. This test is considered passed if the
threshold is less than 6 standard normal (SN) units for deutan deficiency, or less than 12
SN units for protan deficiency. A threshold greater than 2 SN units for tritan deficiency
indicates an acquired cause which should be investigated.

Voetnoten

1.Nederlandse Luchtvaartautoriteit.