Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De zaak in het kort
3.De feiten
pro seeen overeenkomst met MKOW gesloten op grond waarvan hij een recht op koop van het kasteel verkreeg voor de WOZ-waarde, verhoogd met € 20.000,00.
17 mei 2020, niet gewijzigd.
29 maart 2021 gerapporteerd over de bevindingen van [gedaagde] . In haar rapport bevestigt TFS dat [gedaagde] de in 3.14. bedoelde (reken)fouten heeft gemaakt.
22 september 2021 aan [ambtenaar] ter hand is gesteld een kopie van de koopovereenkomst tussen MKOW en CRE betreffende het kasteel van 14 juli 2021, waarin de koopprijs van € 3.500.000,00 niet was weggelakt.
10 oktober 2021 staat dat MKOW volgens haar statuten niet bevoegd is het kasteel te verkopen en dat de eigendomsoverdracht daarom nietig is, en voorts dat de gemeente al beschikt over een advies om de bestuurder van MKOW te ontslaan.
4.Het geschil
5.De beoordeling
condicio sine qua nonverband rusten, heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om vast te kunnen stellen dat het anders zou zijn gelopen als de fouten van [gedaagde] die in dit vonnis zijn komen vast te staan, worden weggedacht. [eiser] stelt weliswaar dat zonder het onrechtmatig optreden van [gedaagde] het intrekkingsbesluit niet zou zijn genomen, hij niet uit het bestuur van MKOW zou zijn verwijderd en hij geen claim wegens wanbeleid aan zijn broek zou hebben gekregen en daarom ook geen kosten voor verweer had hoeven maken, maar waarop hij dat baseert licht hij, in het licht van het voorgaande, onvoldoende toe.